Hematologie (2025-2026)
- Praktisch
- Te kennen waarden
- ✅ 1 Hematopoëtische stelsel en zijn onderzoek
-
✅ 2 Rode bloedcel
- Erythrocyten (RBC)
- Anemie
- Polyglobulie of erytrocytose
- ✅ 3 Bloedplaatjes
- ✅ 4 Leucocyten, lymfeklieren en milt
- ✅ 5 Pancytopenie en beenmergfalen
- ✅ 6 Myeloproliferatieve neoplasmen (MPN)
- ✅ 7 Chronische lymfocytaire leukemieen (CLL)
- ✅ 8 Lymfomen
- ✅ 9 Paraproteine
- ✅ 10 Acute leukemie
- 11 Bloedstolling
- ✅ 12 Transfusie
- ✅ 13 Transplantatie
- ✅ Kliniek 1 - hoofdstuk 1 - 4
- ✅ Kliniek 2 - hoofdstuk 5 - 7
- Kliniek 3
- TODO
- kliniek 3
Praktisch
- 3 stp
- tweede semester
- onderdelen
- hematologie
- handboek
- Hematologie voor de basisarts
- handboek
-
pathologie
- handboek
- Hematologie: pathologische ontleedkunde (Acco)
- handboek
- hematologie
- docenten
- prof. Vandenberghe
- prof. Tousseys - pathologie
- prof. Delforge - kliniek
- examen
- schriftelijk
- 40 meerkeuzevragen met giscorrectie
- 28: klinische hematologie
- 2: genetica van kanker (rode 🄶)
- 10: pathologie
Te kennen waarden
- levensduur
- beenmerg
- RBC
- neutrofiel: 6-10d
- blpl
- bloed
- RBC: 120d
- neutrofiel: 6-10u
- blpl: 7-10d
- weefsel
- neutrofiel: 4-5d
- beenmerg
- hemoglobine (Hb)
- man: 14-18 g/dl
- vrouw: 12-16 g/dl
- anemie
- 0-8: ernstig
- 8-10: matig
- 10+: mild
- aantal RBC (/l)
- aantal WBC (/l)
- aantal bloedplaatjes (/l)
- thrombocytopenie (< 100 000 blpl/mm3)
- 0 - 25 000/ul: zeer ernstig
- 25 000 - 50 000/ul: ernstig
- 50 000 - 75 000/ul: matig (asymptomatisch)
- thrombocytopenie (< 100 000 blpl/mm3)
- trombocytopenie
- uitsluiten pseudothrombopenie (indien geen bloedingsneiging)
- cytologie: fragmentocyten?
- nee -> overweeg ITP (naast andere oorzaken)
- ja: test stolling en D-dimeren
- verstoord: DIC
- normaal: overweeg TMA
- nierproblemen -> HUS / aHUS
- multipel myeloom (MM)
- elektroforese: min 30g/l paraproteine in serum
- vrije lichte ketens in 24u urine: min 500mg/24u
- beenmerg: plasmacel concentratie > 10%
✅ 1 Hematopoëtische stelsel en zijn onderzoek
1.1 Bloed en hematopoëse
1.1.1 Perifeer bloed
1.1.1a Rode bloedcellen
| Kenmerk | Normoblast | Reticulocyt | Erytrocyt |
|---|---|---|---|
| DNA | + | - | - |
| RNA | + | + | - |
| Diameter (µm) | 10-15 | 8-12 | 6-8 |
| In beenmerg | + | + | + |
| In perifeer bloed | Erg zelden | + | + |
- hemoglobine (Hb)
- heem
- protoporfyrine + Fe2+
- types
- Hb A
- 2 alfa + 2 beta
- 96-98%
- Hb F
- foetaal
- < 1%
- 2 alfa + 2 gamma
- Hb A2
- 2 alfa + 2 delta
- < 4%
- Hb A
- heem
1.1.1b Bloedplaatjes
- 0.5-3 um
- 10d in bloedbaan
- 150E9-450E9/L
- functie: bloedstelping
1.1.1c Witte bloedcellen
| Celtype | Diameter (µm) | Verblijf in bloedbaan | Aantal (x 10⁹/L) 4-10 | % | Functie |
|---|---|---|---|---|---|
| Granulocyten | |||||
| Neutrofiel | 12-15 | 6-10 u | 2,5-7,8 | 38-77 | Antibacterieel en antifungaal |
| Eosinofiel | 12-15 | Enkele dagen | ≤ 0,4 | ≤ 6.0 | Antihelminthisch |
| Basofiel | 12-15 | Enkele dagen | ≤ 0,1 | ≤ 1.0 | Mestcelvoorloper |
| Lymfocyten | 1,2-3,6 | 20-50 | |||
| T-lymfocyten | 7-9 | Jaren | Celgemedieerde immuniteit | ||
| B-lymfocyten | 7-9 | Jaren | Humorale immuniteit | ||
| Natural killer cellen | 10-20 | Dagen | Bescherming tegen virussen en kanker | ||
| Monocyten | 12-20 | 1-2 d | 0.2-0.8 | 2-10 | Fagocyten, voorloper macrofagen |
1.1.2 Beenmerg
- plaats bloedvorming
- foetaal
- dooierzak
- dan lever en milt
- dan beenmerg
- neonataal
- na 4-5m excl. beenmerg
- "rood" merg in hele skelet
- volwassen
- enkel in axiaal skelet en proximale tubulaire beenderen
- pathologisch: extramedullaire hematopoese
- lever, milt -> megalie
- foetaal
- hematopoëtische stamcel (HSC)
- pluripotent
- slapende stamcelpool in "niches"
- asymmetrische deling
- nieuwe stamcellen
- hematopoëtische progenitorcellen

- afkortingen
- HSC: hematopoëtische stamcel
- CLP: common lymphoid precursor
- CMP: common myeloid precursor
- GMP: granulocyte/monocyte precursor
- MEP: megakaryocyte/erythroocyte precursor
- MkP: megakaryocytaire precursor
- ErP: erytrocytaire precursor
- NK-cellen: natural killer cellen
1.1.3 Lymfoïde organen/lymfeklieren
- monocyten en macrofagen in reticulo-endotheliaal systeem (RES)
- nier
- hersenen
- longen
- liver
- milt
- beenmerg
- lymfeklieren
1.2 Diagnostiek van hematologische aandoeningen
1.2.1 Anamnese en klinisch onderzoek
- ...
1.2.2 Beeldvorming
- echo
- CT
- MRI
- PET
- FDG-PET
- PET/CT
1.2.3 Onderzoek van cellen en weefsels
1.2.3a Onderzoek van cellen in suspensie
- oorsprong
- bloed
- beenmerg
- urine
- lumbaal vocht
- pleuravocht
- gewrichtsvocht
- technieken
- afname
- venapunctie
- beenmergpunctie
- botcilinder (2cm)
- uit crista iliaca (achteraan)
- lokaal verdoofd
- doet weinig pijn
- botcilinder (2cm)
- beenmergaspiraat
- uit crista iliaca (achteraan) (of sternum)
- botbiopsie
- telling en differentiatie
- automatisch
- Coulter principe - cell sizer
- telling o.b.v. grootte en eigenschappen
- elektronische WBC differentiatie
- waarschuwing bij abnormale vormen
- manueel: microscoop
- automatisch
- morfologisch onderzoek
- vloeibaar: cytologie -> zie 1.3
- biopt: pathologisch onderzoek
- immunologisch onderzoek
- vloeibaar: flow-cytometrie -> zie 1.4
- biopt: microscopie
- genetisch onderzoek -> zie 1.2.3
- afname
1.2.3b Onderzoek van weefsels: beenmerg, lymfeklier, milt
- zie lessen pathologie van Prof. T. Tousseyn
1.2.3c 🄶 Genetische analyses op celsuspensies en weefsels
- details: zie na H5 (of H6?)
- vooral bij maligniteiten
- in kiemlijn? -> erfelijk
- kanker: vervorwen
- karyotype
- Philadelphia (Ph) chromosoom
- typisch bij chronische myeloide leukemie (CML)
- translocatie tussen chromosoom 9 en 22
- cellen op cultuur zetten
- bloed in groen buisje (Li-Heparine) i.p.v. paars (EDTA)
- Philadelphia (Ph) chromosoom
- fluorescence in situ hybridisation (FISH)
- enkelstrengige sondes door hitte integreren in DNA
- bloedbuisjes: groen, paars, FFPE
- moleculaire testen
- bloedbuisjes: (groen), paars, FFPE
- polymerase chain reaction (PCR)
- fases
- polymerisatie
- denaturatie
- annealing
- fases
- next generation sequencing
- = massive parallel sequencing?
- liquid biopsy of celvrij DNA uit plasma
- celvrije DNA (cfDNA) fragmenten in plasma (na apoptose)
- circulerend tumor DNA (ctDNA)
- (lower) limit of detection (LOD)
- laagste hoeveelheid (%) maligne cellen die kan worden gedetecteerd
- puntmutatie: 1/100
- lange unieke sequentie: 1/100 000
- minder belangrijk voor diagnose
- wel belangrijk tijdens opvolging -> genezen?
- celvrije DNA (cfDNA) fragmenten in plasma (na apoptose)
- digital droplet PCR (ddPCR)
- (ter info)
| Test | Scope | Resolutie (oplossend vermogen) | Detectielimiet of detectiedrempel |
|---|---|---|---|
| Cytogenetica | genoomwijd | 10 Mb | 1-5/100 |
| FISH | gericht (wysiwyg) | 1 Mb | 1-5/100 |
| PCR | gericht (wysiwyg) | 1 nucleotide | 1/100 à 1/100 000 |
| Next generation sequencing | gerichte genpanels (breed gericht); whole-exome-sequencing (exoomwijd); whole-genome-sequencing (genoomwijd) | 1 nucleotide in ruim genenpanel | 1/20 à 1/1000 |
- wysiwyg: what you SEARCH is what you get
1.3 Cytologisch onderzoek van bloed en beenmergaspiraat
- met microscoop
- door arts of klinisch bioloog
- beoordeling
- cellulariteit: hoog, normaal, laag
- celtypes, verhoudingen
- morfologisch aspect
- beenmerg representatief?
1.4 Immunologisch onderzoek van perifeer bloed en beenmergaspiraat: meerkleuren-flowcytometrie
- blauwe en rode laser
- ...
✅ 2 Rode bloedcel
Erythrocyten (RBC)
- RBC parameters
- hemoglobine (Hb)
- man: 14-18 g/dl
- vrouw: 12-16 g/dl
- hoog in utero
- daalt snel
- daarna trage opbouw richting volwassenheid
- trage afname bij ouderen
- intrinsiek vs disease?
- hematocriet (Hct, in %)
- aantal RBC (/l)
- MCV (mean corpuscular volume)
- macrocytair
- normocytair
- microcytair
- MCH (mean corpuscular Hb)
- = Hb / #RBC
- MCHC (mean corpuscular Hb concentration)
- = Hb / Hct
- hyperchroom
- normochroom
- hypochroom
- RDW (red cell distribution width)
- maat voor anisocytose
- reticulocyten (aantal, voorkeur)
- 1 stadium voor mature RBC
- reticulocyten (%)
- hemoglobine (Hb)
| Situatie | Plasmavolume | RBC massa | Resultaat Hb |
|---|---|---|---|
| Deshydratatie, inspanning, diuretica en nuchter | ↓ | = | ↑ |
| Bij belangrijke bloeding, bloeddonatie | ↓ | ↓ | = |
| 3d na belangrijke bloeding, bloeddonatie | ↑ naar normaal | ↓ | ↓ |
| Vochtexpansie | ↑ | = | ↓ |
| Vochtexpansie en EPO bij renners | ↑ | ↑ | = |
- functie: O2 transport
Anemie
1 Algemene aspecten
- definitie
- theorie: verlaagde RBC massa
- praktisch niet bruikbaar
- praktijk: verlaagde Hb concentratie
- man: onder 13 g/dl
- vrouw: onder 12 g/dl
- elk labo heeft eigen referentiewaarden i.f.v. leeftijd en geslacht
- theorie: verlaagde RBC massa
- epidemiologie
- 30% wereldbevolking (!)
- vrouw > man
- kind > volwassen (wereldwijd)
- kind < volwassen (Westen)
- oorzaken
- algemeen
- ijzergebrek: ferriprieve anemie
- anemie van chronische ziekte (ACD)
- hemoglobinopathie (erfelijk)
- sikkel cel anemie (SCA)
- thalassemie
- wereldwijd
- malaria
- andere tropische ziekten
- algemeen
- kliniek
- inspannings dyspnee
- tachycardie
- palpitaties
- koude acra (= extremiteiten)
- ouderen
- ritme stoornissen
- hart decompensatie
- angor
- claudicatio
- CZS
- moe
- concentratie -
- verward
- lethargie
- steeds familiale en geografische achtergrond bevragen
- KO
- laattijdig
- bleek
- witte huidplooien handpalm (vanaf < 6g/dl)
- impact i.f.v.
- diepte
- snelheid optreden
- leeftijd
- comorbiditeiten
- Hb-O2 dissociatiecurve
- diagnose in grote lijnen

- verminderde erythropoese = hypoproductieve anemie
- normaal: RBC/d
- rijping: nucleus vs cytoplasma
- nucleaire maturatie: 3w
- cytoplasma rijping
- vorming Hb
- Hb A, Hb A2, Hb F
- bouwstenen heem
- 4x Fe
- 4x proto porfyrine
- 2x alfa en 2x beta ketens
- meten a.h.v. MCV
- normocytair: beide normaal
- microcytair: verstoorde cytoplasma ontwikkeling
- tekort aan bouwstenen
- ferriprieve anemie
- thalassemie
- tekort aan bouwstenen
- macrocytair: verstoorde/verlengde nucleaire maturatie
- probleem met DNA metabolisme
- vitamine B12
- foliumzuur
- chemo
- dan cytoplasma ontwikkeling ook verlengd
- dus hoger MCV
- maar hoog MCV omgekeerd niet altijd door anemie
- alcohol
- leverziekte
- hypothyroide
- myelodysplastische neoplasmen (zie later)
- probleem met DNA metabolisme
- vorming Hb
- andere oorzaken (meestal normocytair)
- anemie van chronische ziekte
- epoetine gebrek (bij nierfalen)
- kanker
- hormonen
- versnelde afbraak = hemolytische anemie
- normaal: 120d
- detais: zie deel 3
- soorten
- gecompenseerde hemolyse
- (echte) hemolytische anemie

2 Anemie met gedaalde aanmaak
- absorptie sites
- "dude is just feeling ill bro"
- duodenum: iron
- jejunum: folaat
- ileum: B12
- "dude is just feeling ill bro"
Microcytaire anemie
- frequentste vorm
- 10% vrouwen 12-50j
Fe metabolisme
- ferro-
- two
- ferri-
- three
- Belgisch dieet: 11.3 mg ijzer/dag
- heem-ijzer (inefficient)
- vlees (best steak of kip)
- non-heem-ijzer (heel inefficient)
- noten
- eieren
- druiven
- bonen
- chocolade
- groene bladgroenten
- heem-ijzer (inefficient)
- absorptie: 1-2 mg/dag
- opslag: 3-4g
- 2/3 in Hb
- 10% in spieren
- in reticulo-endotheliaal systeem (RES)
- (verouderde term)
- = macrofagen
- ferritine
- hemosiderine: ijzer-houdend eiwit
- kan stapelen bij te hoge inname
- verbruik
- normaal 1-2 mg/dag
- verhoogde nood
- zwangerschap
- vroeggeboorte
- groeispurt
- EPO behandeling
- serum transport: transferrine
- regulatie van absorptie
-

- erytroferrone (ERFE)
- ferroportine (Fpn)
- via hepcidine
- voldoende ijzer -> hepcidine + -> minder ijzer absorptie
-
(!) Ferriprieve anemie
- oorzaken ijzertekort
- dieet (vegetarisch, ...)
- GI problemen
- minder opname
- occult bloedverlies
- opletten met NSAID
- IBD
- gynaecologisch bloedverlies
- kliniek
- bleek
- glossitis
- angulaire stomatitis (mondhoek)
- broze nagels / lepelnagels (hol)
- pica: bizarre eetgewoonten
- bij kinderen
- leerachterstand
- psychomotorische achterstand
- labo
- cytologie
- microcytaire, hypochrome anemie
- RDW+
- thrombocytose
- poikilocytose (wisselende vorm)
- anisocytose (wisselende grootte)
- chemie
- laag serum ijzer
- gestegen serum transferrine
- gedaalde transferrine saturatie
- laag serum ferritine
- beenmerg
- gouden standaard, maar zelden nodig
- geen Fe in erytroblasten (RBC voorlopers)
- geen Fe in macrofagen
- cytologie
- diagnose
- ferriprieve anemie is vaststelling, geen eind-diagnose
- oorzaak ijzertekort opsporen
- gynaecologisch onderzoek
- soms onderzoek overbodig door duidelijke anamnese
- gastroscopie
- ileocoloscopie
- iFOB: occult bloedverlies in stoelgang
- gynaecologisch onderzoek
- oorzaak ijzertekort opsporen
- ferriprieve anemie is vaststelling, geen eind-diagnose
- behandeling
- causaal
- ijzer supplementen
- PO
- 2-3 tabletten per dag (liefst in 1 inname)
- doorgaan tot 3m na normalisatie om reserves aan te vullen
- tussen maaltijden
- IV
- na falen PO therapie
- bij malabsorptie
- nierdialyse
- vroeger ook IM
- PO
- samenvatting (zie later)
| Parameter | Ferriprieve | ACD | Thalassemia minor (α/β) |
|---|---|---|---|
| Hemoglobine | ↓ | ↓ | ↓ |
| MCV/MCH | ↓ (in proportie met diepte van de anemie) | normaal (of beperkt ↓) | ↓↓ (buiten proportie t.o.v. diepte van de anemie) |
| Serumijzer | ↓ | ↓ | = |
| Totale ijzerbindingscapaciteit / transferrine | ↑ | ↓ | = |
| Ferritine | ↓ | = of ↑ | = |
| IJzer in macrofagen in beenmerg | afwezig | aanwezig | aanwezig |
| IJzer in erythroblasten in beenmerg | afwezig | afwezig | aanwezig |
Macrocytaire anemie (MCV > 98 fL)
Megaloblastische anemie (incl. pernicieuze anemie)
- asynchrone (verlengde) maturatie nucleus versus cytoplasma
- tekort aan
- vitmine B12
- transcobalamine en haptocorrine (inactief/dood)
- lichaam heeft heel grote voorraad (2-4j)
- uit dierlijke producten
- oorzaken tekort
- veganisme
- (!) GI probleem
- maagaandoeningen
- ...
- bypass
- perniciosa
- auto-immuun
- verlies parietaal cellen
- minder/geen productie intrinsic factor (IF)
- vrouw > man
- blauwe ogen
- vroeg grijs
- bloedgroep A
- Noord-Europa
- associaties
- vitiligo
- Hashimoto's thyroiditis
- myxoedeem
- DM1
- ziekte van Addison
- pernicieuze anemie
- auto-immuun
- malabsorptie (Crohn, ...)
- medicatie
- metformin (subklinisch)
- PPI (subklinisch)
- N2O abuses (lachgas)
- maagaandoeningen
- foliumzuur (B9 / B11)
- ~= folaat (meer algemene term, zoals aangetroffen in voeding)
- uit groenten
- afgebroken door koken
- oorzaken tekort
- (!) dieet
- ouderdom
- alcohol
- malabsorptie (coeliakie, Crohn, ...)
- medicatie
- methotrexaat (MTX, foliumzuurantagonist)
- vitmine B12
- kliniek
- insidieus
- milde icterus
- anemie + bilirubine = citroengeel
- glossitis
- angulaire stomatitis/cheilosis (mondhoek)
- mucosale afwijkingen
- neurologische afwijkingen
- foliumzuur
- foetale neurale buis defecten
- vitamine B12
- foetale neurale buis defecten
- ...
- foliumzuur
- labo
- perifeer bloed
- macrocytair: MCV ++
- ovale macrocyten
- indirect bilirubine +
- LDH ++
- beenmerg (bij onzekerheid)
- asynchrone maturatie nucleus vs cytoplasma
- hypersegmentatie
- giant metamyelocyten
- perifeer bloed
- behandeling
- vitamine B12
- hydroxycobalamine (IM)
- start
- ofwel dagelijkse injectie over 1w
- ofwel wekelijkse injectie over 3w
- soms levenslang (elke 3m) indien onomkeerbaar
- foliumzuur
- PO
- start met kuur van 4m
- nooit in monotherapie (zonder B12) bij megaloblastische anemie
- tezij B12 tekort is uitgesloten
- vitamine B12
Macrocytaire anemie
- alcohol
- leverziekte
- hypothyroidie
- chemotherapie (actief of in verleden)
- DD myelodysplastische neoplasmen (MDS, zie later)
Normocytaire normochrome of hypochrome anemie
Renale anemie
- hypoproductie Hb
- oorzaken
- (!) laag epoëtine (~EPO)
- uremie
- ijzertekort
- bloedverlies (zie ferriprieve anemie)
- verhoogd hepcidine
- inhibeert Fe opname
- minder renaal geklaard bij nierinsufficientie -> minder opname
- oorzaken
- kortere RBC levensduur
- behandeling
- EPO + ijzer substitutie (ook bij normale ijzerindices)
(!) Anemia of inflammation / anemia of chronic disease (ACD)
- meest frequent (samen met ferriprieve anemie)
- mild/matig: Hb 7-12/dl
- systemische inflammatie
- meer hepcidine productie
- oorzaken
- verminderde productie RBC
- kortere RBC levensduur
- typisch bij
- systeemziekten
- rheuma (RA)
- IBD
- chronische infecties: TBC, HIV, ...
- kanker met B symptomen (HL, NHL, ...)
- systeemziekten
- behandeling
- causaal
- Fe supplement indien nodig
Andere hypoproductieve anemieen
- endocrien
- hypofyse -
- schildklier -
- bijnier -
- hypogonadisme
- malnutritie / anorexia nervosa / bariatrische heelkunde
- kanker
- ferriprieve anemie?
- ACD?
- beenmergaantasting?
- iatrogeen
- chemo, radiatie
- nutritioneel
- bejaard
- HIV
- zwangerschap
- niet hypo-productief
3 Hemolytische anemie
- verkorte levensduur
| Levensduur RBC | RBC-productie (% van normaal) | Hemoglobine | Absolute reticulocytose |
|---|---|---|---|
| 120 (normaal) | 100% (0,2x10^12/d) | normaal | normaal |
| 60 | 200% (0,4x10^12/d) | = (gecompenseerd) | ↑ |
| 30 | 400% (0,8x10^12/d) | = (gecompenseerd) | ↑↑ |
| 15 | 800% (1,6x10^12/d) | = /↓ (gecompenseerd) | ↑↑↑ |
| 10 | 800% (1,6x10^12/d) | ↓↓ (niet gecompenseerd) | ↑↑↑ |
| Kenmerk | Warme antistoffen | Koude antistoffen |
|---|---|---|
| Temperatuur | 37°C | 4°C |
| Hemolyse | Extravaculair (milt) | Extravaculair (lever) / intravasculair (extremiteiten) |
| Morfologie / mechanisme | Sferocyten | RBC agglutinaties |
| DAT | IgG en C3 | IgM en C3 / koude agglutinines > 1/64 |
| Voorkomen | Vaker primair | Vaker secundair |
- normale afbraak
- in macrofagen (in milt?)
- globine -> AZ
- Fe -> binden aan transferrine
- protoporfyrine -> bilirubine -> lever -> darm (deel naar stoelgang) -> nier -> urine
- in macrofagen (in milt?)
- pathologische afbraak
- extravasculair
- splenomegalie
- icterus - indirecte bilirubinemie
- bilirubine galstenen
- donkere urine
- LDH
- intravasculair
- haptoglobine -
- vrij Hb -> rood serum
- hemoglobinurie -> rode urine + urinair ijzerverlies
- hemosiderinurie: hemosiderine in urine
- extravasculair
- vormen
- "as such"
- chronisch
- compensatie: verhoogde erythropoese
- risico: parvovirus B19 infectie (onderbreekt erythropoese 4-8d)
- compensatie: verhoogde erythropoese
- acuut
- anamnese
- moe
- compensatie hart
- dyspnee
- icterus
- kleur urine
- familiaal / afkomst
- medicatie
- kliniek
- diagnose
- MCV +
- (beenmerg: erythroide hyperplasie)
- labo
- haptoglobine -
- LDH +
- extravasculair
- indirectie bilirubine +
- intravasculair
- vrij plasma Hb
- vrij urine Hb
- hemosiderinurie
- echo lever / milt / galblaas
- indeling
- intra- vs extravasculair
- congenitaal vs verworven
- extrinsiek vs intrinsiek
Extrinsieke oorzaken (extracorpusculair)
Immuun-gemedieerde hemolyse (Coombs positief)
- autoimmuun
- Coombs positief
- = directe antiglobulinetest (DAT)
- anti-humane globuline (AHG)
- bloedstalen bij 37 graden transporteren
- eerste ronde: polyspecifiek antiserum (anti IgG, anti IgM, anti-complement)
- agglutinatie positief?
- ja, dan tweede ronde met monospecifiek antiserum
- oorzaken
- warme autoimmune hemolytische anemie (wAIHA, IgG)
- extravasculaire hemolyse
- eenmalig vs chronisch
- vaak splenomegalie
- koude autoimmune hemolytische anemie (kAIHA, IgM)
- intra- of extravasculaire hemolyse
- cold agglutinin disease (CAD)
- uitgelokt door koude
- vooral in extremiteiten
- eenmalig (viraal) vs chronisch (CAD)
- vaak splenomegalie
- medicatie
- meestal IgG
- zeldzaam IgM
- AB
- alloimmune hemolytische anemie
- warme autoimmune hemolytische anemie (wAIHA, IgG)
- behandeling
- warm
- steroiden
- anti-CD20 (= anti-B lymfocyt)
- splenectomie
- immunosuppressie
- causaal
- stop medicatie
- koud
- koude mijden
- viraal: afwachten
- anti-CD20
- causaal
- warm
- bloedtransfusie bij AIHA?
- vals positieve kruisproef
- indirecte Coombs reactie (IAT)
Niet-immuun-gemedieerde hemolyse (Coombs negatief)
- oorzaken
- infecties
- malaria
- Clostridium perfringens (Gram +)
- sepsis
- diffuse intravasale coagulatie (DIC)
- chemisch en fysisch
- brandwonden
- gif
- medicatie
- dapsone
- ribavirine
- mechanisch
- intravasculaire hemolyse met fragmentocyten, hemoglobinurie en ijzertekort
- kleplijden, ECMO, DIC
- thrombotische microangiopathieën
- infecties
Intrinsieke oorzaken (corpusculair)
- membraandefecten
- congenitale membraandefecten
- hereditaire sferocytose
- verworven membraandefecten
- paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH)
- congenitale membraandefecten
- cytoplasmatische afwijkingen
- altijd aangeboren
- stoornissen in erythrocytair metabolisme
- pyruvaat kinase deficientie (ATP)
- G6PD deficientie (NADPH)
- abnormale Hb of Hb-synthese
- sikkel cel anemie (SCA)
- thalassemie
Hereditaire sferocytose
- 75% autosomaal dominant
- divers klinisch beeld
- labo
- cytologie: sferocyten
- behandeling
- foliumzuur
- splenectomie
Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH)
- zie hoofdstuk 5
Pyruvaat kinase deficientie (ATP)
- autosomaal recessief
- gevolg: ATP gebrek
- geeft chronische hemolyse vanaf kindertijd
- diagnose
- cytologie
- enzymebepaling
- genetica
- behandeling
- foliumzuur
- (splenectomie)
G6PD deficientie (NADPH)
- X-linked recessief
- vooral rond evenaar
- beschermt vrouwelijke dragers tegen malaria
- meer gevoelig aan oxidatieve stress
- geeft acute intravasculaire hemolyse
- diagnose
- cytologie: Blister cells
- enzymebepaling
- genetica
- behandeling
- oxidatieve stress vermijden
Sikkel cel anemie (SCA)
- beschermt tegen malaria
- puntmutatie in beta globin keten (A -> T, Glu6Val)
- "Hb S"
- cf. Hb C (Glu6Lys) puntmutatie
- homozygoot: alleen Hb S
- "sickel cell disease" (SCD)
- systeemziekte
- chronische, hemolytische anemie
- indirect bilirubine +
- LDH +
- vaso-occlusieve events
- micro-thrombi -> ischemie
- heel pijnlijk -> morfine
- uniek voor sikkel cel
- risicofactoren: koorts, deshydratatie, koude, infecties, hypoxie, ...
- pijn + infarct
- skelet
- hersenen
- occlusie a. retinalis
- splenomegalie -> autosplenectomie
- cardiovasculair
- abdominaal
- musculoskeletaal
- chronische, hemolytische anemie
- levensverwachting: 40-50j
- diagnose
- labo
- hemolytische anemie
- cytologie
- Hb elektroforese: Hb S vs Hb A verhouding
- geeft bepaling homo of heterozygoot
- labo
- behandeling
- supportief
- foliumzuur
- risicofactoren vermijden
- preventieve onderzoeken
- "causaal"
- hydroxycarbamide
- verhoogt Hb F
- ook bij myeloproliferatieve aandoeningen: remt celgroei
- cytostatica
- transfusies
- verandert Hb A / Hb S verhouding tijdelijk
- risico op ijzer stapeling
- allogene stamcel transplantatie
- gentherapie
- hydroxycarbamide
- supportief
- heterozygoot: 50/50 Hb A/Hb S
- "sikkel cel trait"
- ~10% Afro-amerikanen
- kliniek: mild tot afwezig
- compound heterozygoot: Hb SC
- intermediair beeld
| Ziekte | Hb-productie | Ineffectieve erythropoese | RBC-overlevingsduur |
|---|---|---|---|
| Sickle cell disease (Glu6Val) β | = | - | ↓ |
| Hb C (Glu6Lys) β | = | - | (↓) |
| α-thalassemia | ↓ | +/- | ↓ |
| β-thalassemia | ↓ | + | ↓ |
4 Thalassemie
- hemoglobinopathie: erfelijke Hb aandoening
- sikkel cel
- Hb C
- thalassemie
- kenmerken
- gedaalde productie
- microcytair beeld
- hemolyse
- gedaalde productie
- beschermt tegen malaria
- zie ook tabel hierboven
- oorzaak
- onevenwicht in alfa en beta keten productie
- neerslag keten in overmaat in RBC
- genetisch
- alfa of beta globinopathie
- chromosoom 16: alfa-1 en alfa-2 genen
- 4 genen (van moeder + vader)
- 1 deletie: a-/aa
- 2 deleties: a-/a- of --/aa
- 3 deleties: a-/--
- 4 deleties: --/--
- aantal ~ ernst
- ernstigste vorm sterft in utero
- chromosoom 11: beta keten gen
- 2 genen
- veel mutaties
- : geen productie
- : verminderde productie
- combinaties
- minor: of
- "trait"
- asymptomatisch
- major: of
- transfusion dependent
- intermedia: ?
- non-transfusion dependent thalassemie (NTDT)
- cf. sikkel cel ziekte zonder crisissen
- non-transfusion dependent thalassemie (NTDT)
- minor: of
- soorten
- alfa-thalassemie (mild)
- verkorte levensduur
- beta-thalassemie (ernstig)
- verkorte levensduur + ineffectieve erythropoiese
- alfa-thalassemie (mild)
- labo
- Hb elektroforese
- genetica
- telling: microcytaire anemie met disproportioneel laag MCV
- verhoogde reticulocytose
- cytologie
- target cellen
- basofiele stippeling (neerslag van ketens)
- ijzer en ferritine verhoogd
- onset
- alfa-thalassemie: in utero
- beta-thalassemie: vanaf 6m postnataal
- daarvoor Hb F met alfa+gamma ketens
- gevolgen (beta)
- anemie -> EPO+ -> stress erythropoese
- skeletmisvormingen
- door compensatoire beenmerg expansie
- hypermetabole toestand
- ijzeropname
- risico op ijzerstapeling
- zeker i.c.m. transfusies
- problemen met hart, lever, endocrien
- risico op ijzerstapeling
- erytroferrone (ERFE) productie
- minder hepcidine
- minder inhibitie van ijzeropname
- minder hepcidine
- "failure to thrive"
- skeletmisvormingen
- overlijden op 5j zonder behandeling
- anemie -> EPO+ -> stress erythropoese
| Parameter | Ferriprieve | ACD | Thalassemia minor (α/β) |
|---|---|---|---|
| Hemoglobine | ↓ | ↓ | ↓ |
| MCV/MCH | ↓ (in proportie met diepte van de anemie) | normaal (of beperkt ↓) | ↓↓ (buiten proportie t.o.v. diepte van de anemie) |
| Serumijzer | ↓ | ↓ | = |
| Totale ijzerbindingscapaciteit / transferrine | ↑ | ↓ | = |
| Ferritine | ↓ | = of ↑ | = |
| IJzer in macrofagen in beenmerg | afwezig | aanwezig | aanwezig |
| IJzer in erythroblasten in beenmerg | afwezig | afwezig | aanwezig |
| Aandoening | HbA (α2β2) (%) | HbA2 α2δ2 (%) | HbF α2γ2 (%) | Abnormale Hb | Vereist moleculaire diagnose |
|---|---|---|---|---|---|
| Normaal | +++++ | + | + | - | |
| β-thalassemia minor | ↓ | ↑ | ↑ | - | N* |
| β-thalassemia major | afwezig | ↑ | ↑↑↑ | - | N* |
| α-thalassemia silent carrier | = | = | = | - | J |
| α-thalassemia minor | = | = | = | - | J |
| α-thalassemia HbH | = | = | = | Hb H | N* |
- behandeling (alfa + beta)
- minor: asymptomatisch ("trait")
- microcytaire anemie niet met ijzer behandelen
- genetisch advies bij kinderwens
- intermedia: NTDT
- "sikkel celziekte zonder crisissen"
- risico op ijzerstapeling
- foliumzuur
- complicaties opvolgen
- transfusie bij problemen
- major: transfusiedependent
- hypertransfusie om compensatoire erythropoese te onderbreken
- risico op ijzerstapeling
- hepatitis
- allo-immunisaties
- curatief
- allegene stamceltransplantatie
- gentherapie: zynteglo
- uitschakelen BCL11A
- geen switch van Hb F naar Hb A
- minor: asymptomatisch ("trait")
Polyglobulie of erytrocytose
- polyglobulie: te hoog hematocriet
- erytrocytose: te veel RBC
- huisarts: dubelcheck voor patienten door te sturen naar hematoloog
- soorten
- primair maligne: polycytemia vera
- EPO verlaagd
- secundair / reactief
- EPO verhoogd of normaal
- compensatie voor verminderde O2 opnamecapaciteit
- grote hoogte
- neonaat
- chronisch longlijden
- CarboxyHb + door roken
- slaap apnee (OSAS)
- cyanogeen hartgebrek
- verhoogd EPO
- renale tumoren
- paraneoplastisch
- doping (exogeen)
- endocriene stoornissen
- primair maligne: polycytemia vera
- onderzoeken
- arteriele bloedgaswaarden (BGW)
- PO2 -
- SatO2 -
- CarboxyHb +
- longfunctieonderzoek
- polysomnografie
- echocardiografie
- endocrien
- LH
- FSH
- testosterone
- arteriele bloedgaswaarden (BGW)
- behandeling
- primair: zie later
- secundair: causaal
✅ 3 Bloedplaatjes
- = trombocyten
- ontwikkeling
- HSC > ... > megakaryoblast > megakaryocyt
- polyploïde kern
- zeer groot cytoplasma
- levensduur: 7-10d
- endomitotische synchrone nucleaire replicatie
- = DNA-replicatie zonder mitose
- demarcatiemembraan > proplatelets > platelets
- 1000-5000 blpl/ megakaryocyt
- HSC > ... > megakaryoblast > megakaryocyt
- regulatie
- thrombopoietine (TPO)
- productie in lever
- receptor: MPL op megakaryocyten en plaatjes
- thrombopoietine (TPO)
- afbraak in milt en lever
Trombocytopenie
- te weinig bloedplaatjes
- definitie: blpl/l = 100 000 blpl/mm3
- 50-75: asymptomatisch
- 25-50: bloeding bij mineur trauma
- geen IM injecties geven
- opletten met NSAIDs
- 10-25: spontane bloedingen (!)
- 0-10: ernstig bloedingsrisico
- risico
- hemmorrhage
- 21% kans onder 10 000 blpl/ul
- hemmorrhage
- oorzaken
- te weinig aanmaak
- chemotherapie
- radiotherapie
- medicatie
- anamnese: bevraag actief nieuwe medicatie
- opletten bij herapine
- heparin induced thrombocytopenia +/- thrombosis (HIT / HITT)
- 5-10d na start
- cf. vaccine-induced thrombocytopenia/thrombosis (VITT)
- heparin induced thrombocytopenia +/- thrombosis (HIT / HITT)
- infectie
- alcohol
- beenmerg invasie
- hematologische aandoening
- te veel afbraak
- hypersplenisme / splenomegalie
- immune thrombocytopenia (ITP)
- drug-induced thrombocytopenia (DITP)
- varia (uitzonderlijk maar gevaarlijk; bloeding + thrombose)
- diffuse intravasale coagulatie (DIC)
- thrombotische microangiopathie (TMA)
- te weinig aanmaak
- kliniek
- orale bloeding
- bloeding in/rond oog
- hersenbloeding
- bloedingsneiging: plaatjes vs stollingsprobleem?
- plaatjesprobleem
- petechien
- rode plekjes
- purpura
- verlengde bloeding na trauma
- petechien
- stollingsprobleem
- spontane gewichtsbloedingen
- spontane bloedingen in weke delen
- ernstige bloeding na trauma, chirurgie
- plaatjesprobleem
- geen bloedingsneiging?
- eerst pseudothrombopenie uitsluiten
- aggregatie in EDTA tubes
- oplossing: afname in heparine en citraat tubes
- eerst pseudothrombopenie uitsluiten
Immune thrombocytopenia (ITP)
- = idiopathische thrombocytopene purpura
- opsonisatie -> versnelde afbraak
- compensatie: meer productie
- indeling
- oorzaak
- primaire ITP: "simpel tekort aan plaatjes"
- ernst ~ tekort
- relatief weinig bloedingsneiging
- zonder andere afwijkingen
- geen klieren
- geen splenomegalie
- labo
- geen fragmentocyten
- anders mogelijk TMA
- beenmergonderzoek: enkel bij falende therapie
- normale of toegenomen megakaryocyten
- geen fragmentocyten
- secundaire ITP
- door SLE, HIV, medicatie, ...
- primaire ITP: "simpel tekort aan plaatjes"
- fase
- 0-3m: nieuw
- 3-12m: persisterend
- 12m+: chronisch
- oorzaak
- bij kinderen
- meestal acuut en eenmalig
- na infectie (EBV) of vaccinatie
- vaak spontaan herstel
- bij volwassenen
- specifieke plaatjes antilichamen
- hoge kans: chronisch
- vooral bij vrouwen van 15-50j
- behandeling
- vanaf ~25 000 blpl/mm3
- blpl transfusie
- kort effect
- enkel in noodgevallen
- 1e lijn: afbraak remmen
- hoge dosis corticosteroiden
- IV gamma globulines = immunoglobulines (Ig)
- 2e lijn: aanmaak stimuleren
- TPO receptor agonisten
- 3e lijn
- MABs: anti-CD20
- splenectomie
- bij secundair ITP: causaal
- DD trombopenie met fragmentocyten
- zie tabel
- diffuse intravasale coagulatie (DIC)
- behandeling: causaal
- trombotische microangiopathieën (TMA)
| Test | TMA | DIC |
|---|---|---|
| Fragmentocyten | ++ | + |
| Thrombocyten | - | - |
| PT/aPTT | = | + |
| Fibrinogeen | = | - |
| D-dimeren | = | + |
| LDH | = | + |
Trombotische microangiopathieën (TMA)
- = trombocytopenie + microangiopathische hemolytische anemie
- diagnose
- cytologie: fragmentocyten
- ernstig, hoge kans op complicaties
- 85% mortaliteit indien onbehandeld
- 10% bij behandeling
- dus: altijd cytologisch onderzoek bij acute trombocytopenie
- oorzaken
- trombotische trombocytopene purpura (TTP)
- hemolytisch uremisch syndroom (HUS)
- atypisch hemolytisch uremisch syndroom (aHUS)
- (andere)
Trombotische trombocytopene purpura (TTP)
- TMA door tekort aan ADAMTS13
- aangeboren of verworven
- aangeboren: mutatie
- verworven: meestal auto-immuun
- vrouw > man
- ~40j
- kliniek
- pentade
- (1) koorts
- (2) trombocytopenie
- (3) microangiopathische hemolytische anemie
- (4) CZS aantasting
- (5) nierfunctie achteruitgang
- hier minder
- pentade
- diagnose
- tentative
- trombopenie + fragmentocyten
- behandeling al starten
- bevestiging
- ADAMTS13 < 10%
- tentative
- behandeling
- plasma uitwisseling
- corticosteroiden
- mabthera (anti CD-20)
- Cablivi (caplacizumab)
Hemolytisch uremisch syndroom (HUS)
- TMA door shigatoxine
- kinderen > volwassenen
- kliniek
- darminfectie met enterotoxische E. coli
- buikpijn
- bloederige diarree
- pentade (zie boven)
- hier wel uitgesproken impact op nier
- darminfectie met enterotoxische E. coli
- goede prognose
- bevestigingsdiagnose
- E. coli O157:H7 serotype (of verotoxine)
- behandeling
- conservatief
- AB
- (dialyse)
Atypisch hemolytisch uremisch syndroom (aHUS)
- complement-gemedieerde TMA
- erfelijk
- familiale clusters
- kliniek
- pentade
- tussen TTP en HUS
- bevestigingsdiagnose
- specifieke genmutaties
- praktijk: uitsluitingsdiagnose
- geen TTP en geen HUS
- prognose
- chronische nierinsufficientie indien onbehandeld
- behandeling
- anti-C5 (eculizumab) levenslang
Samengevat
- trombocytopenie
- uitsluiten pseudothrombopenie (indien geen bloedingsneiging)
- cytologie: fragmentocyten?
- nee -> overweeg ITP (naast andere oorzaken)
- ja: test stolling en D-dimeren
- verstoord: DIC
- normaal: overweeg TMA
- nierproblemen -> HUS / aHUS
Trombocytose
- te veel bloedplaatjes
Primaire (essentiele) trombocytemie (ET)
- zie myeloproliferatieve neoplasmen (MPN)
- blpl/l
Secundaire (reactieve) trombocytose
- blpl/l
- te veel aanmaak
- ontsteking
- ijzertekort
- systeemziekte
- infectie
- kanker
- trauma: ongeval, chirurgie, infarct
- te weinig afbraak
- splenectomie
- hypo- of asplenie
✅ 4 Leucocyten, lymfeklieren en milt
Leucocyten (WBC)
- telling
- automaat vs manueel (cytologie)
- leukopenie: tekort aan neutrofielen of lymfocyten
- neutropenie
- lymfopenie
- leucocytose: teveel leucocyten in het algemeen
- volgorde
- neutrofielen
- eosinofielen
- basefielen
- lymfocyten
- monocyten
- links verschuiving
- neutrofiele leucocytose
- lymfopenie
- rechts verschuiving
- lymfocytose
- neutropenie
Afwijkingen in myeloïde compartiment (↑/↓)
Granulocyten
Levensloop en functie
- productie: per dag
- beenmerg: 6-10d
- in bloed
- verblijfsduur
- 6-10u (neutrofiel)
- dagen (basofiel en eosinofiel)
- marginerende pool
- circulerende pool
- verblijfsduur
- in weefsels
- 4-5d: neutrofiel
- rest langer
- functie
- neutrofiel
- innate immunity tegen bacteriën en schimmels
- eosinofiel
- innate immunity tegen parasieten (wormen)
- basofiel
- anafylaxie
- neutrofiel
- granulocyte colony-stimulating factors (G-CSF)
- Neuropen®
- Neulasta®
Labo
- input
- perifeer bloed (PB)
- beenmerg aspiraat (BM)
- telling
- morfologie
- (immunologisch onderzoek)
- biochemisch
- hypermetabolisme?
- urinezuur +
- LDH +
- hypermetabolisme?
- genetisch
- karyotype (BM)
- moleculair onderzoek (PB + BM)
- grotendeels geautomatiseerd
Abnormale myeloide vormen in perifeer bloed
- voorloper cellen (blasten > 5%)
- normaal enkel in beenmerg
- in bloed bij ernstige pathologie
Granulocytaire leucocytose
Neutrofiele leucocytose
- zeer frequent
- oorzaken
- hematologische maligniteiten
- secundair = reactief
- infecties
- roken
- systeeminflammatie
- necrose
- medicatie: corticoiden
- niet-hematologische maligniteiten
- labo
- telling
- /l
- linksverschuiving: jongere vormen
- cytologie
- toxische granulatie
- vacuolisatie
- Dohle bodies
- leukemoide reactie
- leukoerythroblastische reactie
- telling
Eosinofiele leucocytose
- = eosinofilie
- frequent
- /l
- oorzaken
- allergie en atopie
- medicatie
- huidaandoeningen
- parasitaire infecties
- systeemziekten en pulmonaire syndromen
- reactief op maligniteiten
- bij /l meer dan 6m
- zeldzaam
- cave: chronische eosinofiele leukemie
- cave: idiopatisch hypereosinofiel syndroom
- orgaanschade: hart, longen, CZS, huid
Basofiele leucocytose
- zeldzaam
Granulocytaire leucopenie (neutropenie)
- (kwalitatief)
- kwantitatief: neutropenie
- /l
- benigne ethnische neutropenie
- Afrika, Afro-Amerikanen, Midden-Oosten
- lagere referentiewaarden gebruiken
- geisoleerde neutropenie
- door medicatie (soms heel diep)
- chemo
- immunosuppressiva
- NSAID
- AB
- anti-epileptica
- anti-thyroid
- anti-diabetica
- anti-psychotica
- auto-immuun (Lupus, ...): mild
- chronische infecties: mild
- idiopathisch
- congenitaal (pediatrie)
- door medicatie (soms heel diep)
- veralgemeende pancytopenie
- perifeer
- hypersplenisme
- sepsis
- centraal (beenmerg)
- hematologische maligniteit
- beenmergdysfunctie door ziekte
- beenmergverdringing
- niet-hematologische maligniteit
- stapelingsziekte
- perifeer
- kliniek
- vaak infecties (bacterieel, fungaal)
- potentieel fulminant
- risico
- matig: /l
- ernstig: /l
- zeer ernstig: /l
- indien langdurig > 7d
- neutropene koorts
- T > 38.3
- neutrofielen /l
- medische urgentie
- snel AB starten, dan verder onderzoek
- vaak infecties (bacterieel, fungaal)
Monocyten
Levensloop
- 8-10d in beenmerh
- 20-40u in bloed
- daarna lang in weefsels
- "reticuloendotheliaal stelsel"
- voorloper marcrofagen
Monocytosis
- /l
- oorzaken
- chronische infectie
- bindweefsel aandoeningen
- chronische neutropenie
- kanker
- monocytaire leukemie
- kinderen: juveniele myelomonocytaire leukemie
- volwassenen: chronische myelomonocytaire leukemie
Monocytopenie
- geeft geen leukopenie
- wordt nagekeken bij
- hairy cell leukemie (monocytopenie en neutropenie)
- GATA2-deficientie of monoMac
- monocytopenie
- B-lymfopenie
- NK-deficientie
- congenitale aandoening met hoog risico op evolutie naar acute myeloide leukemie (AML)
Afwijkingen in lymfoïde compartiment (↑/↓)
Levensloop lymfocyten
| Kenmerk | T-cellen | B-cellen |
|---|---|---|
| Aantal in PB | 80% | 20% |
| Antigen receptor | TCR | BCR (Ig) |
| Functie | celgemedieerde immuniteit; CD4 en CD8 | Ig-productie; IgD, IgM, IgG, IgA |
| Oppervlaktemerkers | CD3 | CD19, CD20 |
| Genetische herschikkingen | TCRA, TCRB, TCRG, TCRD (α, β, γ, δ) | IGH, IGK, IGL (zware keten, κ, λ) |
- B cel
- somatische hypermutatie (SHM)
- isotype switch: IgM -> IgG
Labo
- telling: leukocytose en lymfocytose
- morfologie
- verschil B en T cel niet detecteerbaar
- immunologisch: flow-cytometrie
- biochemisch: Ig en paraproteine
- genetisch
- zie lessen pathologie
- VDJ herschikkingen (in BCR)
- somatische hypermutatie
Lymfocytosis
- meestal normaal bij kinderen: "lymfocytaire formule"
- oorzaken
- infecties (bacteria + virussen)
- thyreotoxicosis
- lymfoide maligniteiten
- mature lymfoïde neoplasmen (Non-Hodgkin Lymfomen T of B)
- acute lymfoblastaire leukemie (ALL; T of B)
Mononucleosis infectiosa (MI)
- = klierkoorts = mono = glandular fever = kusziekte
- vaak adolescenten (indien symptomatisch)
- kiemen: EBV > CMV > Toxoplasma > HIV
- kliniek
- voortekens: malaise, hoofdpijn, hoest
- koorts
- bilaterale cervicale lymfadenopathie
- keelpijn
- splenomegalie, soms hepatomegalie
- soms rash
- verloop
- spontaan herstel
- soms landurige asthenie (zwakte)
- complicaties
- leverfunctie stoornissen
- AIHA (warm/koud)
- Coombs positief
- ITP
- diagnose
- complet formule
- leucocytose
- absolute lymfocytose
- cytologie: virocyten, ballerina skirt bij basofielen
- serologie
- monospot
- acuut: anti-VCA IgM
- levenslang
- anti-EBNA IgG
- anti-VCA IgG
- complet formule
Lymfopenie en immunodeficientie
- T lymfopenie
- kwetsbaar voor
- virussen
- schimmels
- mycobacteria
- protozoa
- VZV en PJP profylaxie
- kwetsbaar voor
- B lymfopenie
- kwetsbaar voor
- bacteria
- profylactisch: Ig
- kwetsbaar voor
- oorzaken
- aangeboren
- verworven
| Oorzaak | T-immunodeficiëntie | B-immunodeficiëntie |
|---|---|---|
| Ikv ziektebeeld | AIDS; Hodgkin lymfoma | B-NHL; B-CLL |
| Ikv behandeling | Fludarabine; Ciclosporine | Anti-B: anti-CD20 |
| Overige | Stamceltransplantatie; bestraling; anti-CD52 | Stamceltransplantatie; bestraling; anti-CD52 |
Lymfeklieren, lymfekliervergroting en lymfadenopathie (↑)
- lymfadenopathie = pathologisch vergrote (> 1cm) lymfeklier
- banaal of ernstig?
- anamnese
- algemeen of lokaal?
- nachtzweten
- koorts
- gewichtsveranderingen
- KO
- consistentie
- vast of losliggend
- pijn
- indien lokaal
- lokale infecties
- faryngitis
- huidinfectie
- kanker
- lymfomen
- opletten bij
- epitrochleaire klieren
- Virchow
- cervicaal
- lokale infecties
- indien veralgemeend (+/- splenomegalie)
- viraal: HIV, EBV, HSV, CMV, HBV, ...
- bacterieel
- protozoa: Toxoplasma, leishmania, ...
- fungaal
- spirochaet: syphilis, ...
- systeemziekten
- endocrien: hyperthyroidie, ...
- medicatie en chemicalia
- lyfoide leukemieen: ALL, CLL
- lymfoma: non-Hodgkin, Hodgkin
- metastases
- diagnose
- niet verdacht
- serologie + opvolgen na 4w
- verdacht
- serologie + direct opvolgen
- beeldvorming
- (excisie)biopsie
- niet verdacht
Milt (↑/↓)
- functies milt
- kwaliteitscontrole RBC
- miltpool ("parking")
- 5% RBC
- 50% marginerende neutrofielenpool
- 30% plaatjespool
- immuunsysteem
- bescherming tegen omkapselde bacterieen
- heel belangrijk bij jonge kinderen
- kiemen
- S. pneumoniae
- H. influenzae
- N. meningitidus
- bescherming tegen omkapselde bacterieen
- foetaal/pathologisch: hematopoiese
- splenomegalie
- klachten
- vol gevoel in buik/maag
- klinisch: palpeerbaar
- complicaties
- miltinfarct of ruptuur (niet meer volledig beschermd onder ribben)
- labo: hypersplenisme
- milde verlaging van lijnen in perifeer bloed
- door vergroting van de miltpool
- milde verlaging van lijnen in perifeer bloed
- beeldvorming
- echo
- CT
- MRI
- PET
- oorzaken
- vasculair
- portale hypertensie
- thrombose van v. hepatica portae of v. lienalis
- (chronische) infecties
- TBC
- malaria
- leishmania
- ...
- systeemziekten
- bindweefselziekten
- sarcoidosis
- hematologisch
- stapelingsziekten
- vasculair
- klachten
- asplenie of hyposplenisme
- oorzaken
- splenectomie
- trauma
- therapeutisch
- functionele asplenie
- sikkel cel anemie
- splenectomie
- kliniek
- kwetsbaar voor infecties (malaria, ...)
- labo
- RBC: abnormale vormen, Howell-Jolly bodies
- WBC: lymfocytosis, monocytosis
- BP: thrombocytosis
- beleid
- vaccinatie: pneumococcen elke 5j
- reisadvies
- geen splenectomie bij jonge kinderen
- oorzaken
✅ 5 Pancytopenie en beenmergfalen
5.1 Definitie
- beenmergfalen
- systeem kan niet aan fysiologische nood voldoen
- dus productieprobleem (niet verhoogde afbraak)
- enkelvoudige lijn deficientie
- multilijnen deficientie = pancytopenie
- anemie
- leukopenie
- lymfocyten meestal gespaard
- thrombopenie
- systeem kan niet aan fysiologische nood voldoen
- oorzaken
- primair: dit hoofdstuk
- secundair
- chemo
- radiotherapie
- toxisch
- "myelophtysis": verdringing door niet-hematologische aandoening
- stapeling
- metastasen
- kliniek
- (pan)cytopenie van 1/2/3 reeksen
- aantal ~ ernst
- (pan)cytopenie van 1/2/3 reeksen
5.2 Aangeboren aandoeningen
- examen: geen details
- pediatrie
- laattijdige presentaties
- GATA2
- Dyskeratosis congenita
- survivorship
- Anemie van Blackfan-Diamond
- zeldzaam
- prognose: wisselend
- behandeling
- beenmerg falen
- groeifactoren: EPO, G-CSF
- androgenen
- allegene SCTx
- niet-hematologische afwijkingen
- opvolgen
- zo nodig behandelen
- beenmerg falen
| Ziekte | Onderliggend probleem | Overerving | Diagnoseleeftijd | Typische kliniek | Maligniteitsrisico | Diagnose | Behandeling / beleid |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| GATA2-mutaties | Transcriptiefactorstoornis | AD | Volwassen | Variabel; lymfoedeem, immunodeficiëntie, monocytopenie, mycobacteriële infecties, B/NK-/dendritische-celdeficiëntie | Hoog risico op MDS/AML | GATA2 sequencing | Monitoring, preventie, allogene SCTx; familiale counseling bij donorselectie |
| Dyskeratosis congenita | Telomeerziekte / telomeropathie | X-gebonden | 15 jaar | Aplastische anemie, vroegtijdig grijs, levercirrose, longfibrose | Hematologische maligniteiten, plaveiselcelcarcinomen | Flow-FISH voor telomeren; genetica: DKC1, TERC, TERT, … | Ondersteunend; opvolging beenmergfalen en orgaanschade |
| Fanconi-anemie | DNA-repair defect | AR | 6,5 jaar | Beenmergfalen, huid-, skelet- en nierafwijkingen | AML, MDS, solide huid-/mucosatumoren | Chromosome breakage test | Monitoring, ondersteunende zorg, behandeling beenmergfalen |
| Blackfan-Diamond-anemie | Ribosomopathie | AD | 1 jaar | Hypoproliferatieve macrocytaire anemie, skeletafwijkingen | Licht verhoogd hematologisch risico | Sequencing RPS/RPL | Spontane remissie mogelijk; corticoïden |
| Shwachman-Diamond-syndroom | Ribosomopathie | AR | <1 jaar | Beenmergfalen, exocriene pancreasinsufficiëntie, skeletafwijkingen, kleine gestalte | AML, MDS | Sequencing SBDS | Ondersteunend; opvolging beenmerg en pancreas |
5.2a GATA2-mutaties
- transcriptiefactor
- laattijdige diagnose: volwassen
- kliniek
- variabel
- congenitaal lymfoedeem (Emberger)
- immunodeficientie
- MonoMac: monocytopenie en mycobacteriele infectie
- dendritic cell, monocyten and B/NK cell lymphoid deficiency (DCML)
- familiale DMS en AML (niet syndromaal)
- lifetime risk: 90%
- diagnose
- GATA2 sequencing
- behandeling
- monitoring en preventie
- allogene SCTx
- familiale counseling voor selectie donor
5.2b Dyskeratosis congenita (DKC)
- = telomeerziekte
- = telomeropathie
- vroegtijdige verkorting -> veroudering stamcellen
- X-gebonden
- kliniek
- aplastische anemie
- dyskeratosis: vroegtijdig grijs
- levercirrose en longfibrose
- diagnose rond 15j
- predispositie voor hematologische en plaveiselcel maligniteiten
- diagnose
- verkorte telomeren: flow-FISH
- genetica van bouwstenen telomeren (DKC1, TERC, TERT, ...)
5.2c Anemie van Fanconi
- DNA repair ziekte
- autosomaal recessief (AR)
- complex, multipele genen
- kliniek
- beenmergfalen
- huidafwijkingen
- skeletafwijkingen
- nier: hoefijzernier
- diagnose rond 6.5j
- verhoogd kanker risico (AML, MDS, solide huid/mucosa tumoren)
- diagnose
- in vitro chromosome breakage test
5.2d Anemie van Blackfan-Diamond
- ribosomopathie
- autosomaal dominant (AD)
- hypoproliferatieve macrocytaire anemie
- skeletafwijkingen
- diagnose rond 1j
- licht verhoogde kans op hematologische maligniteiten
- diagnose
- sequence RPS en RPL
- behandeling
- spontane remissie mogelijk
- corticoiden
5.2e Syndroom van Schwachman-Diamond
- ribosomopathie
- autosomaal recessief
- syndroom van
- beenmergfalen
- exocriene pancreas insufficientie
- skeletafwijkingen / klein gestalte
- diagnose voor 1j
- verhoogde kans op AML, MDS
- diagnose
- sequence SBDS gen
5.3 Verworven aandoeningen
5.3a Aplastische anemie (AA)
- definitie
- "leeg beenmerg": verlies van stamcellen
- eigenlijk pancytopenie i.p.v. enkel anemie
- incidentie: 2 / 1000 000 per jaar in Westen
- bimodale piek: 10-25j, 60+
- indeling
- milde AA
- severe AA (SAA)
- oorzaken
- idiopathisch (2/3)
- auto-immuun
- nieuw: mogelijke telomeropathie (DKC)?
- secundair
- myelotoxische chemicalia
- bestraling (kernramp)
- iatrogeen
- myelotoxische medicatie
- radiotherapie
- idiosyncratisch
- infecties: EBV, CMV, HIV
- hepatitis / aplastic anemia syndrome
- pancytopenie
- auto-immuun (SLE)
- idiopathisch (2/3)
- kliniek
- anamnese
- tekens van pancytopenie
- geleidelijk
- DD
- blootstelling: medicatie, chemicalia?
- pediatric survivorship?
- familiaal
- KO
- anemie
- bloedingen
- infecties
- geen lymfadenopathie, splenomegalie, hepatomegalie
- check nagels, huid, mondmucosa, skelet
- anamnese
- labo
- bloed
- anemie zonder reticulocytose
- absolute neutropenie
- thrombocytopenie
- beenmerg
- hypocellulair
- vetcellen > 75%
- cytogenetica: normaal
- bloed
- DD pancytopenie
- hematologisch
- beenmergfalen
- late presentatie van congenitaal beenmergfalen
- GATA2, DKC
- MDS, PNH
- late presentatie van congenitaal beenmergfalen
- hairy cell leukemia (HCL)
- myelofibrose
- T-LGL
- beenmerg invasie + verdringing
- beenmergfalen
- verdinging door metastasen
- chronische infecties: TB, HIV
- auto-immuun
- systeemziekten
- (hypersplenisme)
- hematologisch
- behandeling
- HLA typering -> voorbereiding op mogelijke Tx
- milde AA
- afwachten
- severe AA
- slechte prognose
- onder 40j: allo SCTx (indien geschikte, verwante donor)
- boven 40j: extreme immuunsuppressie
- "reset"
5.3b (Pure) Red Cell Aplasie (PRCA)
- definitie
- falen van erythropoëse
- behoud van myelopoëse en thrombopoëse
- vormen
- congenitaal: anemie van Blackfan-Diamend
- verworven
- infectie: parvo B19 infectie
- korte periode in gezonde patient
- aplastische crisis bij patienten met verkorte RBC overleving
- congenitale sferocytose
- sikkel cel anemie
- auto-immuun: "pre" red cell aplasia
- idiopatisch
- secundair aan thymoma, lymfoma, CLL, lupus
- behandeling: immunosuppresiva (+ causaal)
- infectie: parvo B19 infectie
5.3c Myelodysplastische syndromen (MDS)
- definitie
- ineffectieve hematopoese
- hypercellulair beenmerg
- dysplastische afwijkingen (1-3 lijnen)
- verhoogde kans op acute leukemie
- incidentie
- 4-10/100 000 per jaar in Westen
- 50j+ (mediaan 70j)
- zeldzaam bij kinderen
- oorzaken
- primair (80-85%)
- verworven genetische beschadiging HSC
- secundair
- toxisch
- chemicalia
- iatrogeen: therapy-related MDS (t-MDS)
- myelotoxische medicatie
- radiotherapie
- toxisch
- primair (80-85%)
- klinisch beeld
- insidieus begin
- chronisch verloop
- toevalsbevinding
- diagnose
- bloed
- telling: cytopenie
- anemie
- verhoogd MCV
- lage reticulocytose
- cytologie
- granulocyten
- hypogranulair
- hypolobulair
- meer blasten in perifeer bloed (ongunstig)
- granulocyten
- telling: cytopenie
- beenmerg
- morfologie
- hypercellulair
- dysplastische afwijkingen
- verhoogde blastose (ongunstig)
- MDS-IB: increased blasts
- Auerstaven (ongunstig)
- genetica
- zoek verworven afwijkingen
- SF3B1
- del(5q)
- TP53 (ongunstig)
- cytogenetica (karyotype)
- moleculair (next-gen sequencing)
- zoek verworven afwijkingen
- morfologie
- bloed
- ongunstig?
- progressie richting AML
- behandeling
- low risk MDS: conservatief
- supportief
- transfusie zo nodig
- (ijzerchelatie)
- EPO
- transfusie zo nodig
- supportief
- high risk MDS: ziektereductie i.f.v. leeftijd
- supportief
- low intensity therapie
- intensieve chemotherapie (cf. AML)
- allogene SCTx
- enige curatieve optie
- cave: transplant related mortality
- low risk MDS: conservatief
5.3d Paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH)
- hemolytischa anemie > intrinsiek > membraandefecten > verworven
- kliniek
- chronische, nocturne intravasculaire hemolyse
- hyperacuut: nierfalen door hemoglobinurie
- hemosiderinurie
- LDH +
- ijzergebrek
- thrombose
- micro en macro
- arterieel en veneus
- banale en uitzonderlijke locaties
- abdominaal: Budd-Chiari
- beenmergfalen
- anemie
- thrombopenie
- pancytopenie
- pijn: thoracaal, abdominaal, lumbaal, ...
- exacerbaties mogelijk
- pathogenese
- twee beelden
- klassieke PNH
- loss of function mutaties in PIGA in HSC
- verstoorde aanhechting CD55/CD59
- complement-gemedieerde hemolyse
- verstoorde aanhechting CD55/CD59
- loss of function mutaties in PIGA in HSC
- PNH - aplastische anemie
- proces onduidelijk
- resulteert in beenmergfalen
- klassieke PNH
- twee beelden
- diagnose
- bloed
- chronische, Coombs-negatieve intravasculaire hemolyse
- reticulocytose
- LDH
- ferriprieve anemie
- hemosiderinurie
- flow cytometrie: FLAER test
- bloed
- behandeling
- klassieke PNH
- foliumzuur
- ijzer
- transfusies
- MABs
- anticoagulatie
- allogene SCTx
- PNH/AA
- foliumzuur
- ijzer
- transfusies
- allogene SCTx
- klassieke PNH
- prognose
- klassieke PNH
- zonder thrombose: goed
- met thrombose: tussenin
- PNH/AA: minder
- kans op MDS/AML
- klassieke PNH
✅ 6 Myeloproliferatieve neoplasmen (MPN)
- beenmerg maakt te veel myeloide cellen aan
- cf. H5: te weinig cellen
- chronische myeloïde leukemie (CML)
- te veel WBC (neutrofielen) (en bloedplaatjes)
- ziekten die kunnen evolueren naar acute myeloïde leukemie (AML)
- PV (te veel RBC)
- ET (te veel bloedplaatjes)
- PMF (te veel WBC en bloedplaatjes)
Chronische myeloïde leukemie (CML)
- neutrofiele leukocytose
- oorzaak
- ziekte van de hematopoietische stamcel (HSC)
- 22q: Philadelphia (Ph1) chromosome
- translocatie t(9; 22)
- BCR gen en ABL1 gen
- fusiegen -> BCR::ABL1 fusie eiwit
- epidemiologie
- incidentie: 1 / 100 000 per jaar
- man > vrouw
- 40-60j
- symptomen
- vaak geen
- hypermetabolisme
- splenomegalie
- hyperuricemie (jicht)
- labo
- bloed
- neutrofiele leukocytose (incl. voorlopers)
- viscositeit +
- trombocytose (of zeldzaam trombopenie)
- soms anemie
- neutrofiele leukocytose (incl. voorlopers)
- beenmerg
- hypercellulair
- myeloid overgewicht
- in alle stadia
- bloed
- diagnose
- FISH of PCR (wysiwyg)
- t(9; 22)
- ja: CML
- behandeling: tyrosine kinase inhibitor (TKI)
- medicatie: -inib
- minder dan 10% mortaliteit op 8j
- sinds 2000
- voor 2000: heel hoge mortaliteit
- "functionele genezing"
- al blijven zieke cellen aanwezig
- behandeling: tyrosine kinase inhibitor (TKI)
- nee: geen CML
- ja: CML
- t(9; 22)
- FISH of PCR (wysiwyg)
- indien onbehandeld
- evolueert na 4-5j naar blastencrisis (BC)
- ~acute leukemie
- bijna niet te genezen
- evolueert na 4-5j naar blastencrisis (BC)
- falen van TKI behandeling
- onvoldoende antwoord
- verlies van antwoord
- oorzaken
- therapietrouw
- intrinsiek: resistentie
- dus: regelmatig wisselen van TKI
- allogene stamceltransplantatie
Polycytemia vera (PV)
- = primaire polycytemie
- = ziekte van Vaquez
- definitie
- vroeger: verhoogde RBC massa
- nu: polyglobulie (verhoogd hematocriet) of verhoogd Hb met erythrocytose
- excl. relatieve polycytemie = pseudopolycytemie
- laag plasmavolume door deshydratie, ...
- excl. relatieve polycytemie = pseudopolycytemie
- epidemiologie
- incidentie: 1 / 100 000 per jaar
- vooral 70-80j
- kliniek
- "plethora": rode kleur tot cyanose
- hyperviscositeit
- hoofdpijn
- visus problemen
- dyspnee
- angor
- hart decompensatie
- aquagene pruritus na warm bad
- bloedingen, thrombose, Budd-Chiari (!)
- hypermetabolisme: nachtzweten
- splenomegalie
- jicht
- oorzaak
- EPO receptor
- JAK2 kinase nodig
- mutatie in JAK2: stimuleert erythropoese zonder EPO
- gevolg: weinig/geen EPO productie in nier
- EPO receptor
- diagnose
- 50% samen met leucocytose en thrombocytose
- urinezuur +
- LDH +
- vitamine B12 +
- soms Fe -
- specifieke JAK2 mutatie (p.V617F)
- EPO -
- hypercellulair beenmerg in de drie lijnen
- DD secundaire polycytemie
- geen JAK2 mutatie
- EPO =/+
- prognose
- normale levensverwachting indien behandeld
- complicaties
- thromboses door hyperviscositeit
- bloedingen
- evolutie naar myelofibrose (30%)
- evolutie naar acute myeloide leukemie (AML) (5%)
- behandeling
- acuut (Hct > 60%)
- flebotomie = aderlating (~500ml)
- chronisch
- aspirine
- doel: Hct < 45%
- low risk (60- zonder trombose)
- periodieke aderlating -> ijzertekort
- high risk (60+ of eerdere trombose)
- 1e lijn: hydroxyurea
- cf. sikkel cel anemie
- 2e lijn: JAK2 inhibitie (ruxolitinib)
- interferon
- 1e lijn: hydroxyurea
- low risk (60- zonder trombose)
- cardiovasculaire hygiene
- acuut (Hct > 60%)
Essentiële trombocytemie (ET)
- bloedplaatjes +
- herhaling trombocytose
- primair = essentiele trombocytemie (ET)
- zie myeloproliferatieve neoplasmen (MPN)
- ET?
- PV?
- CML?
- primaire myelofibrose?
- blpl/l
- zie myeloproliferatieve neoplasmen (MPN)
- secundair = reactieve trombocytose
- blpl/l
- andere oorzaken
- primair = essentiele trombocytemie (ET)
- epidemiologie
- 60-70j
- man < vrouw
- incidentie: 1 / 100 000 per jaar
- kliniek
- heel gelijkaardig aan PV, behalve
aquagene pruritus na warm badhypermetabolisme: nachtzweten
- oorzaak
- JAK2 mutatie
- MPL mutatie
- CALR mutatie
- kan triple negatief zijn?
- prognose en complicaties: idem PV
- lagere kans op evolutie naar myelofibrose (10%)
- behandeling
- acuut (> 3000)
- trombaferese
- chronisch
- aspirine (excl. erg jonge patient)
- onderhoudsbehandeling
- low risk (60- zonder trombose, < 1500)
- afwachten
- high risk (60+ of eerdere trombose, > 1500)
- hydroxyurea
- anagrelide
- interferon
- low risk (60- zonder trombose, < 1500)
- cardiovasculaire hygiene
- acuut (> 3000)
Primaire myelofibrosis (PMF)
- progressieve beenmerg fibrose
- ernstiger dan PV/ET, maar zeldzamer
- fasen
- pre-fibrotisch
- hypercellulair
- trombocytose
- leucocytose
- fibrotisch
- hypocellulair
- cytopenie tot pancytopenie
- fibrotisch beenmerg
- splenomegalie
- extramedullaire hematopoese (in lever en milt)
- "op zoek naar betere oorden"
- pre-fibrotisch
- kliniek
- asymptomatisch
- cytopenie
- massieve splenomegalie
- hypermetabolisme
- gewichtsverlies
- nachtzweten
- jicht
- diagnose
- bloed
- vroeg: WBC +, bp +
- laat: pancytopenie
- leukerythroblastisch bloedbeeld
- cytologie: traan(druppel)cellen
- LDH +
- drivermutaties (cf. ET)
- JAK2
- MPL
- CALR
- beenmerg: dry tap
- hypercellulair tot fibrotisch
- bloed
- prognose
- 4-5j, variabel
- prognostische scores
- enige MPN waar karyotype prognostische waarde heeft
- moleculair / next gen sequencing (NGS)
- bijkomende mutaties -> hoger risico
- behandeling
- i.f.v. leeftijd en risico
- afwachtend
- supportief
- transfusies
- EPO
- hydroxyurea
- JAK2 inhibitie
- allogene stamceltransplantatie bij slechte prognose
- i.f.v. leeftijd en risico
✅ 7 Chronische lymfocytaire leukemieen (CLL)
7.1 Situering in het "cell-of-origin"-model
7.2 Chronische lymfocytaire leukemieën van B-celorigine
Chronische B-cel lymfatische leukemie (B-CLL)
- flow cytometrie
- klonaliteit
- gestoorde verhouding vs
- klonaliteit
- epidemiologie
- frequentste leukemie in het Westen
- man 2:1 vrouw
- vanaf middelbare leeftijd, mediaan 70j
- incidentie: 5/100 000 per jaar
- natuurlijk verloop
- indolent maar ongeneeslijk
- stadia
- MBL (zie onder)
- vroeg
- intermediair
- laat
- RS
- complicaties
- immunodeficientie
- auto-immuun
- secundaire ITP
- AIHA
- PRCA
- ...
- labo
- bloed
- telling: leucocytose
- cytologie
- kleine lymfocyten
- smudge cells: kapotte cellen
- "ghosts"
- "Gumprechtse schaduw/schollen"
- monoklonale B cellen > 5000/mm3
- immuno fenotype
- monoklonaal (kappa XOR lambda)
- typisch B-CLL patroon: zie tabel
- Catovsky-score >= 4/5 (geen details)
- genetica (FISH + moleculair)
- niet nodig voor diagnose
- wel voor prognose
- beenmerg - idem, maar niet nodig voor diagnose
- biopsie - idem, maar niet nodig voor diagnose
- bloed
- beeldvorming
- klinisch onderzoek volstaat
- voor specifieke indicaties: echo, CT, PET
- staging
- RAI score
- Binet score
- alleen indeling in laag/intermediair/hoog risico te kennen
- klierregio's
- hoofd en hals
- okselregio's (tellen samen als één regio)
- liezen (tellen samen als één regio)
- palpabele lever
- palpabele milt
| Risico | RAI | Criteria RAI | Binet | Criteria Binet | Behandelen? | Overleving |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Laag | 0 | Alleen lymfocytosis | A | 1-2 klierregio’s | Neen | > 120 m |
| Intermediair | I-II | + lymfadenopathie, hepatomegalie of splenomegalie | B | > 2 klierregio’s | Soms | ~80 m |
| Hoog | III-IV | ... | C | ... | Ja | ~20 m |
- prognose
- zeer wisselend
- 80% in vroeg stadium ontdekt
- i.f.v. stadium
- i.f.v. genetische factoren
- del(17p)
- TP53 mutatie
- loss of function = ongunstig
- status kan wijzigen doorheen tijd
- IGVH
- stabiel, slechts 1x testen
- mutatie = gunstig
Behandeling
- algemeen (niet-hematoloog)
- watch and wait (W&W)
- vroeger behandelen helpt overleving niet
- preventie complicaties: vaccinatie
- indicaties voor doorverwijzing naar hematoloog
- anemie of thrombopenie
- nachtzweten, koorts, vermagering
- hinderlijke adenopathieen
- snel oplopende lymfocytose
- auto-immuun fenomenen
- multipele infecties
- cytoreductieve behandeling
chemo- immuno (MABs)
- sufix
- -omab: muis
- -ximab: chimeer
- -zumab: gehumanizeerd
- -mumab: humaan
- antibody drug conjugates (ADC)
- geconjugeerde therapeutische antistoffen
- radioactief isotoop
- bij AML, niet bij CLL
- sufix
- inhibitie signaaltransductie BCR
- bruton's tyrosine kinase inhibitor (BTKi)
- BCL2 inhibitor: venetoclax
- praktisch
- monotherapie van onbeperkte duur
- BTKi
- combinatietherapie voor 2j
- anti-CD20 + BCL2 inhibitor
- BTKi + BCL2 inhibitor
- monotherapie van onbeperkte duur
- supportieve behandeling
- Ig supplement (SC of IV)
- vaccinatie
- complicaties
- radiotherapie indien lokaal
- AIHA, ITP, PRCA: zie elders
Monoklonale B-cellymfocytose (MBL)
- test op klonale cellen
- stammen af van zelfde voorouder
- dus zelfde "celprofiel"
- "pre-CLL"
- kans op progressie: 1%/jaar
- zie tabel
Small lymphocytic lymphoma (SLL)
- nodule (lymfeklier) vorm van B-CLL
- zie tabel
B-cel prolymfocytaire leukemie (B-PLL)
- slechte prognose
- zie tabel
| Entiteit | Klonale B-cellen | Lymfeklieren | Milt |
|---|---|---|---|
| MBL | < 5000/mm³ | - | - |
| SLL | afwezig of < 5000/mm³ | + | ? |
| B-PLL | ≥ 5000/mm³ | -/+ | + |
| B-CLL | ≥ 5000/mm³ | -/+ | -/+ |
Hairy cell leukemia (HCL) en variant (HCLv)
- man 4:1 vrouw
- 40-60j
- hairy cells in milt en beenmerg
- kliniek
- anemie / pancytopenie
- splenomegalie
- labo
- perifeer bloed
- monocytopenie
- heel zelden hairy cells
- beenmerg
- dry tap
- perifeer bloed
- goede prognose
- behandeling
- 2-chlorodeoxyadenosine (2-CDA)
- hairy cell variant (verouderde term)
- lymfomen die morfologisch op HCL lijken
- 2-CDA helpt niet
- minder goede prognose
Andere
- leukemische uitzaaiingen van andere B-NHL (zie verder)
- Mantelcellymfoom
- Splenisch lymfoom
- Folliculair lymfoom
7.3 Oorzaken van circulerende monoklonale T-cellen
T-cel prolymfocytaire leukemie (T-PLL)
- klniek en cytologie: ~= B-PLL
- immunofenotype: CD3+, CD4+
- prognose: moeilijk behandelbaar
Large granular lymphocytic leukemia (T-LGL; NK-LGL)
- T-cellen of NK-cellen
- CD8+
- goede prognose
- kliniek
- (pan)cytopenie
- splenomegalie
- systeemziektes (RA. ...)
- behandeling
- afwachten
- ernstige cytopenie: immunosuppressie
- ernstige infectie: groeifactoren
✅ 8 Lymfomen
8.1 Algemeen
- lymfeklier (en weefsel) kanker
- cf. leukemie: bloedkanker
- verwijst niet per se naar lymfoide cellen
- er zijn ook myeloide lymfomen (zeldzaam)
8.1a Cell-of-origin en anatomische sites
- zie ook lessen pathologie
- nodaal: lymfeklieren
- lymfadenopathie
- meest frequente vorm
- extranodaal
- door uitbreiding
- bloed
- beenmerg
- milt
- primair
- milt
- MALT
- CZS
- organen
- door uitbreiding
8.1b Diagnostiek van lymfomen
- bij onverklaarde lymfadenopathie
- extra verdacht
- min 1cm
- gegeneraliseerd
- pijnloos
- hard
- supraclaviculair
- met B-symptomen
- extra verdacht
- weefseldiagnose o.b.v. (excisie)biopsie
- morfologie
- immunologie
- genetica
- translocaties (steeds met chromosoom 14q32)
- t(11;14): mantelcel lymfoom
- t(14;18): BCL2 -> folliculair lymfoom
- t(8;14): MYC -> Burkutt lymfoom
- translocaties (steeds met chromosoom 14q32)
- TNM staging
- hoe
- anamnese
- KO
- beeldvorming (PET/CT)
- beenmerg onderzoek
- Ann Arbor/Cotswolds
- origineel enkel voor HL
- nu ook voor NHL
- stadia I-IV
- I: 1 regio, eenzijdig van diafragma
- allemaal boven of allemaal onder
- II: 2+ regio's, eenzijdig van diafragma
- III: 2+ regio's, bilateraal van diafragma
- IV: extranodale aantasting
- I: 1 regio, eenzijdig van diafragma
- aanvulling bij HL
- A: geen B-symptomen
- B: wel B-symptomen (koorts, nachtzweten, 10% vermagering op 6m)
- hoe
- biologisch gedrag en prognose
- prognostische scores i.f.v. leeftijd, performatiestatus, LDH, ...
- kans op
- complete remissie (CR)
- progressievrij overleving (PFS)
- overall survival (OS)
8.1c Start en verloop van de behandeling
8.2 Hodgkin lymfoma
- 2-3 / 100 000 per jaar
- bij meest frequente kankers voor jongvolwassenen
- 39j
- man > vrouw
- overleving: 87% op 5j
- kliniek
- pijnloze, harde klieren
- mediastinaal (niet palpeerbaar)
- cervicaal
- supraclaviculair
- B-symptomen (later)
- jeuk
- (bot)pijn na alcohol
- pijnloze, harde klieren
- labo
- serologie: infecties uitsluiten (CMV, EBV, toxoplasma, HIV, HBV, HCV)
- beeldvorming
- RX/CT: suggestief voor vena cava superior syndroom
- diagnose
- excisiebiopsie
- na diagnose
- TNM staging
- PET/CT
- prognostische indices
- fertiliteitsadvies
- plaatsing poortkatheter
- TNM staging
- behandeling

- conventionele chemo (+/- radiotherapie)
- 90% kans op genezing in stadium I/II
8.3 Non-Hodgkin lymfoma
- man > vrouw
- 20 / 100 000 per jaar
- 67j
- 70% overleving op 5j
- vier grote groepen

- laaggradig
- intermediair
- agressief
- hooggradig
- kliniek
- pijnloze, harde klieren (asymmetrisch)
- dyspnee door mediastinale massa
- abdominale klachten
- extranodaal: hersenen, ruggenmerg, testes, ...
- B-symptomen (later)
- anemie
- infecties
- purpura
- hypersplenisme
- AIHA / ITP
- labo (idem HL)
- bloed: weinig specifiek
- serologie: uitsluiten infecties
- beeldvorming
- RX thorax voor kortademigheid
- echo abdomen
- CT
- diagnose
- biopsie (en/of vocht)
- morfologie
- immunokleuring
- IHC of flow-cytometrie
- genetica
- klonale herschikkingen?
- FISH
- (NGS)
- biopsie (en/of vocht)
- na diagnose (~idem HL)
- TNM staging
- PET/CT
- beenmerg aspiraat/biopsie
- prognostische indices
- fertiliteitsadvies (bij jonge patienten)
- plaatsing poortkatheter
- evaluatie fitness patient
- TNM staging
- indeling
- folliculair lymfoom (FL, 25% NHL)
- middelbare - bejaarde leeftijd
- t(14;18) -> BCL2
- laaggradig -> indolent
- ongeneeslijk
- marginale zone lymfoom (MZL) / MALT
- laaggradig
- o.a. door H. pylori infectie in maag
- diffuus grootcellig B-cel lymfoom (DLBCL, 30% NHL)
- agressief
- kans op genezing
- Burkitt lymfoma (BL)
- agressief
- t(8;14) -> MYC
- heel goede prognose onder hoge dosis therapie
- Mantelcel lymfoom (MCL, 7% NHL)
- intermediair
- t(11;14) -> cycline D1
- twee vormen
- nodale variant: frequentst, slechte prognose
- leukemische variant: indolent
- hooggradige lymfomen
- double hit: MYC + BCL2
- uitdagend
- folliculair lymfoom (FL, 25% NHL)
- behandeling
- i.f.v. quality of life
- laaggradig + beperkt: watch and wait
- laaggradig + uitgebreid
- eenvoudige immunotherapeutische schema's
- onderhoudstherapie met anti-CD20
- agressief
- behandel met ziekte eradicatie als doel
- geen onderhoudstherapie nodig
- intermediair (nodaal mantelcel lymfoom)
- maximale ziektereductie
- onderhoudstherapie met anti-CD20
- bij ouderen
- ziektereductie minder belangrijk
- vooral QoL
✅ 9 Paraproteine
- cell of origin: mature B lymfoide neoplasmen van beenmerg
9.1 Immunoglobulines (Ig)
- = antistof
- = antilichaam / antibody
9.1a Structuur van immunoglobulines
- H: heavy chain
- isotype
- IgM (pentameer)
- IgD (monomeer)
- IgG (monomeer)
- IgA (dimeer)
IgE (monomeer)
- isotype
- L: light chain
- Fab: herkent antigen
- unieke aminozuur sequentie (idiotype)
- o.b.v. unieke VDJ recombinatie
- zelfde VDJ recombinatie -> klonaal gerelateerd
- clonotype
- produceren monoklonale antistof of paraproteine
9.1b Wat zijn monoklonale immunoglobulines (mAbs)?
- = M-proteine
- = paraproteine
- = Ig gesecreteerd door B-cellen van zelfde klonale oorsprong
- lichte overmaat aan monoklonale lichte ketens
- "vrije lichte ketens"
- verstoren k/l evenwicht
- maat voor grootte van klonale celpopulatie
- passeren door nierglomerulus
- dus lage concentratie in serum
9.1c Detectie van monoklonale immunoglobulines
- serum
- eiwit elektroforese
- 24u urine collectie
- proteinurie
- geen multistick (enkel voor albumine)
- eiwit elektroforese
- proteinurie
9.1d Eiwitanalyses bij (vermoeden van) een paraproteïne
- serum
- eiwitelektroforese
- lichte ketens
- urine
- eiwitelektroforese
- lichte ketens
- dosering (concentratiebepaling) van monoklonale immunoglobulines
- typering van monoklonale immunoglobulines
- immunofixatie: identificatie van paraproteine
9.1e Oorzaken van monoklonale gammopathie
- isotypes
- 56% IgG
- IgM
- IgA
- lichte keten
- biklonaal
- IgD
- onderliggende entiteiten
- 50% MGUS (geen ziekte)
- < 25% (multipel) myeloma
- kleine groep NHL, Waldenstrom, amyloidose
- DD bij monoklonale gammopathy
- non-IgM: IgG, IgA, lichte ketenziekte, IgD
- non-IgM MGUS
- progressie naar myeloma: 1%/j
- multipel myeloma
- smouldering myelome
- non-IgM MGUS
- IgM
- IgM MGUS
- progressie naar Waldenstrom: 1.5%/j
- lymfoplasmocytair lymfoma
- ziekte van Waldenstrom / immunocytoma
- IgM MGUS
- non-IgM: IgG, IgA, lichte ketenziekte, IgD
9.2 Monoclonal gammopathy of undetermined significance (MGUS)
- aanwezigheid van een monoklonaal eiwit
- zonder aanwezigheid van onderliggende klonale B-lymfoïde aandoening
- pre-maligne "toestand"
- geen ziekte
- dus geen behandeling nodig
- uitzondering: monoclonal gammopathy of clinical significance (MGCS)
- immuun reactiviteit van paraproteine
- neuraal weefsel -> neuropathie
- renaal weefsel -> nefropathie
- dan wel behandelen
- immuun reactiviteit van paraproteine
- normale levensverwachting
- heel frequent op hoge leeftijd: 10% voor 80+
- meer bij Afro-Amerikanen
9.3 Multipel myeloma (MM)
Definitie
- neoplastische aandoening van maligne plasmacellen
- (meestal) secretie van monoklonaal eiwit
- meestal IgG, IgA > lichte ketens > IgD
- orgaanaantasting: CRAB-criteria (!)
- calcium: hyperCa
- renal
- anemia
- bone
- criteria
- klonale plasmocytose in BM > 10%
- paraproteïne in hoge hoeveelheid
Epidemiologie
- hogere leeftijd (70-80)
- incidentie: 4 / 100 000 per jaar
- meer bij Afro-Amerikanen
Pathogenese
- vs non IgM MGUS
- weerslag op medische toestand
- i.f.v. grootte kloon in beenmerg
- i.f.v. concentratie paraproteine
- evolutie
- MGUS
- geen schade
- smouldering myeloom
- geen CRAB
- multipel myeloom
- CRAB
- MGUS
- vier effecten
- verdringen hematopoese
- anemie
- osteoclast
- osteolyse
- hyperCa
- vrije lichte ketens
- "cast nefropathie"
- zeldzaam: AL amyloidose
- intact paraproteine
- hyperviscositeit
- zelden: MGCS
- verdringen hematopoese
Kliniek
- bijna altijd symptomatisch
- anemie
- moe
- gedaalde inspanningscapaciteit
- hartklachten
- botpijn
- nachtelijke pijn
- wervelindeukingen
- pathologische fracturen
- hyperCa
- polyurie
- polydipsie
- moe
- lethargie
- constipatie
- hyperviscositeit
- hoofdpijn
- visus stoornissen
- hart-long problemen
- infectie gevoeligheid
- anemie
- labo
- normochrome normocytaire anemie
- soms leukopenie en thrombopenie
- cytologie
- achtergrondkleuring
- rouleauvorming door hoge eiwit concentraties
- hyperCa
- nierfunctie -
- creatinine +
- proteinurie: excess lichte ketens
- totaal eiwit +
- serum eiwit elektroforese
- monoklonale piek
- hypogammaglobulinemie bij lichte ketenziekte
- beeldvorming
- RX, CT, MR
- skelet
- DD osteoporose
Diagnose
- stap 1: monoklonaliteit + grootte kloon
- IgG of IgA
- aantonen met serum elektroforese
- min 30g/l paraproteine
- 24u urine
- proteinurie
- vrije lichte ketens: min 500mg/dag
- elektroforese
- k/l verhouding
- proteinurie
- bloed
- dosage vrije lichte ketens
- k/l verhouding
- immunofixatie: bepaal type van eiwit
- IgG, IgA, kappa of lambda?
- dosage van IgA, IgG, IgM
- beenmerg
- plasmacel concentratie > 10%
- flow cytometrie
- cytogenetica / FISH
- stap 2: orgaanschade
- 1 CRAB criterium volstaat
- hyperCa
- renal: creatinine
- anemie
- botletsels
- osteolysen
- indeukingen
- low dose whole body CT
- SLiM
- S = sixty: beenmerg plasma cellen (= plasmocytose) > 60%
- Li: free light chains (FLC) ratio k/l >= 100 of k/l <= 1/100
- M = MRI: meer dan 1 letsel 5mm
- geen details kennen?
- positief -> meer kans op progressie naar MM
- 1 CRAB criterium volstaat
- stap 3: prognose inschatten
- revised international staging system (R-ISS)
- inputs
- serum albumine
- beta2 microglobuline
- LDH
- cytogenetica (FISH): standard vs high risk
- output
- R-IIS I: goed risico 10j+
- R-ISS II: intermediair 6j
- R-ISS III: hoog risico 3-4j
Praktische aanpak

- na vaststelling nieuw non IgM paraproteine
- wanneer welk onderzoek uitvoeren?
- cut-offs niet kennen, behalve
- klonale PC > 10%
- serum paraproteine > 30g/l
- 500mg/d
- non-IgM MGUS: geen ziekte, geen behandeling
- CRAB/SLiM negatief
- smouldering myeloom
- CRAB/SLiM negatief
- hoog risico op progressie (10%/j)
- nauwgezet opvolgen
- multipel myeloom: te behandelen
- SLiM positief
- onderzoeken
- CRAB positief
- orgaanschade, dringend onderzoeken
- SLiM positief
Behandeling
- cytoreductieve behandeling
- corticosteroiden
- chemo
conventioneel- hoge dosis
- stamcel rescue: autologe SCTx
- i.f.v. leeftijd, comorbiditeiten, patientenvoorkeur
- immunomodulerende middelen (imids)
- proteasoominhibitoren (-omib)
- monoklonale antistoffen (-mab)
- supportief
- anemie: EPO
- proventie botcomplicaties
- nierprotectie
- vocht inname
- cave NSAID
- cave contrast
- pijnstilling
- preventie infecties (vaccins, ...)
- preventie thrombose
- complicaties
- botlokalisaties
- osteolyse en pathologische fracturen
- hyperCa
- ruggenmerg compressie: altijd urgentie
- lichte keten excess
- acute nierinsufficientie
- amyloidose
- intacte paraproteine
- gevoeligheid voor infecties
- hyperviscositeit
- plasmaferese
- botlokalisaties
- prognose
- sterk verbeterd
- 3-4 vroeger -> 7-10j nu
- bijna iedereen hervalt
- 2e, 3e lijn therapie
- hogere lijnen
- bispecifieke antistoffen
- antibody-drug conjugates
- CAR-T celtherapie
9.4 Verwante ziektebeelden
- solitair myeloom van bot
- enkel radiotherapie
- solitair extramedullair myeloma
- radiotherapie
- Amyloid Light chain (AL) amyloidosis
- stapelingsziekte
- extracellulaire deposities van vrije lichte ketens
- orgaanvergroting
- macroglossie
- wasbeer ogen
- ongunstige prognose, vooral bij hart aantasting
- behandeling: cf. multipel myeloma
9.5 Immunocytoma, lymfoplasmocytair lymfoma of de ziekte van Waldenström, Waldenströms macroglobulinemie
- zeldzaam
- hogere leeftijd
- cell of origin: lymfoplasmacytoide cel
- kenmerken
- indolente infiltratie in beenmerg
- IgM paraproteine
- soms anemie, cytopenie
- soms hepato/splenomegalie
- soms cryoglobulines
- therapie
- cf. B-CLL
- watch and wait
- plasmaferese bij hyperviscositeit
- immunochemotherapie
- BTKi
- cf. B-CLL
✅ 10 Acute leukemie
10.1 Cell of origin in het hematopoëtisch systeem
- AUL: acute undifferentiated leukemia
- MPAL: mixed phenotype acute leukemia
- uit CLP
- ALL: acute lymfoblastaire leukemie/lymfoom
- B-ALL: B-cel
- T-ALL: T-cel
- AML: acute myeloïde leukemie
- uit CMP
- acute promyelocytaire leukemie (APL)
- AML met specifieke mutatie/translocatie
- hoge vroege mortaliteit door DIC
- maar beste prognose op lange termijn
- AML met specifieke mutatie/translocatie
10.2 Pathogenese

- verhoogde centrale blastose in beenmerg (>= 20%)
- beenmerg verdringing
- anemie
- neutropenie
- thrombopenie
- beenmerg verdringing
- verhoogde perifere leukoytose
- verhoogde perifere blastose
10.3 Epidemiologie
10.3a Acute lymfoblastische leukemie (ALL)
- diagnose rond 16j
- 70% overleeft 5j
10.3b Acute myeloïde leukemie (AML)
- diagnose rond 70j
- 30% overleeft 5j
10.4 Klinische presentatie
- evolueert snel
- geen toevalsbevindingen
- symptomatisch
- beenmergfalen
- anemie: bleek, moe, dyspnee
- trombopenie: bloedingen
- neutropenie: infecties, koorts
- te veel cellen
- hypermetabolisme
- vermagering
- koorts
- nachtzweten
- jicht
- weefsel infiltratie
- botpijn
- ALL: lymfadenopathie, lever, milt, CZS, mediastinum (thymys)
- AML: tandvlees, huid
- hypermetabolisme
10.5 Laboratoriumonderzoek
10.5a Perifeer bloed
- leukocytose
- jonge vormen
- veel blasten
- diagnose: >= 20%
- bij aleukemische leukemie
- leucopenie of normale leukocyten
- tekenen van beenmergfalen
- normochrome normocytaire anemie
- neutropenie
- thrombocytopenie
- biochemie
- hypermetabolisme
- LDH +
- tumor lysis syndroom
- hyperuricemie
- risico op acute nierinsufficientie
- hyperK
- levensbedreigend
- hypoCa (of hyperCa)
- hyperP
- hyperuricemie
- hypermetabolisme
- conclusie
- bij vermoeden leukemie
- dringend naar hematoloog verwijzen
10.5b Beenmergonderzoek
- cytologie
- diagnose: blasten >= 20%
- ALL vs AML?
- auerstaven -> AML
- flow cytometrie
- bevestiging ALL vs AML
- verfijning subtypes ALL
- genetica (karyotype, FISH, moleculair onderzoek)
- voor diagnose
- voor opvolging
- grote verschillen in overleving
10.6 Behandeling
10.6a Algemeen
- enorm veel cellen () moeten uitgeroeid worden
10.6b Curatieve behandeling

- fase 1: remissie-inductie
- risico op tumor lysis syndroom
- patient is al ernstig ziek
- nood aan supportieve behandeling (zie verder)
- hoeveel cellen blijven er over
- belang van heel nauwkeurige tests bij opvolging
- lange, unieke DNA sequenties gemakkelijker te vinden
- translocaties opsporen met RQ-PCR (real-time, quantitative)
- belang van heel nauwkeurige tests bij opvolging
- risico op tumor lysis syndroom
- check minimal residual disease (MRD)

- in perifeer bloed
- (in beenmerg)
- fase 2: cycli van consolidatiekuren
10.6c Niet-curatieve therapie
- wie?
- oudere, niet-fitte patient
- kan geen poly-chemotherapie aan
- doel
- ziekte controle
- levensverlenging
- met minder toxische middelen
- AML: hypomethylerende agentia (azacytidine, ...)
- met BH3 mimetica (venetoclax)
- met TKI
- ALL: TKI (indien Philadelphia: Ph+)
- AML: hypomethylerende agentia (azacytidine, ...)
10.6d Supportieve therapie
- transfusie
- erytrocytenconcentraat (ECL)
- bloedplaatjes
- infectiepreventie
- anti-emetica
- voeding
- psychologisch
11 Bloedstolling
✅ 12 Transfusie
12.1 Algemeen
Beschikbare bloedprodukten, baten en risico’s
- erythrocyten concentraat
- ABO
- rhesus en andere kleine bloedgroepen
- transfer bacteria
- (leukocyten concentraat)
- ABO
- HLA
- transfer virussen, prionen
- thrombocyten concentraat
- HLA
- HPA-1
- transfer bacteria
- plasma
- iso-agglutinines
- plasma eiwitten
- IgA
- voor recipient met aangeboren IgA deficientie
- transfer bacteria
- HLA antistoffen
- granulocyten antistoffen
- nevenwerkingen in 5-10% gevallen
Algemene transfusierichtlijn
- risico geen transfusie > risico transfusie
- beslissing o.b.v. kliniek, niet labo waarden
- patient informeren
Risico’s bij transfusie
- zie boven
12.2 Bloedgroepen, antigenen, antistoffen

- ABO
- 6 genotypes
- 4 fenotypes
- universele donor: O
- universele receptor: AB
- IgM antistoffen
- zeer zeldzaam: IgG
- rhesus (Rh)
- complex
- antigenen: D, C, c, E, e
- D is meest immunogeen
- Caucasian: 15% RhD-
- Afrikanen: 4% RhD-
- Verre Oosten: RhD- zeldzaam
- geen naturally occuring anti-D (zoals bij ABO)
- pas aanmaak na eerste RhD+ contact (transfusie, zwangerschap)
- IgG
- D is meest immunogeen
- preventie bij zwangerschap
- moeder: RhD-
- foetus: RhD+
- moeder maakt anti-D
- meestal bij bevalling, maar soms al eerder
- dus vooral probleem bij volgende zwangerschappen
- maar toch ook al kleine kans bij eerste
- moeder maakt anti-D
- risico: hemolyse in foetus door anti-D die door placenta gaan
- preventie: anti-D immunoglobulines
- binden aan RhD+ bloedcellen foetus
- moeder bouwt zelf geen immuunresponse op
- kleine bloedgroepen
- moleculaire/genetische typering
- voor chronische transfusies
- foetale typering of ccfDNA in maternaal bloed
- moleculaire/genetische typering
- re-expositie
- bij Rh of kleine bloedgroepen
- uitgestelde hemolytische transfusiereactie
- kliniek
- koorts
- icterus
- hemolyse
- onvoldoende opbrengst transfusie
- labo
- (extravasculaire) hemolyse
- behandeling
- Coombs-test
- test op irreguliere anti-alloantistoffen
- allo antistoffen levenslang vermelden op aanvraag transfusies
- kruisproef = indirecte anti-globuline test

- combineer
- donor RBC
- receptor serum (met of zonder antilichamen)
- anti-humane globuline (AHG)
- positief bij agglutinatie
12.3 Medische aspecten van rode bloedceltransfusie
- erythrocytenconcentraat
- 1E = 200-350ml
- 40+g Hb
- Hct 50-70%
- dus: Hb stijgt met ~1g/dl
- standaard gedeleucocyteerd
- geen HLA problemen
- geen virus (CMV) transfers
- transfusie drempel: Hb onder 7 g/dl
- laatste jaren meer restrictief i.p.v. liberaal
- geen slechtere resultaten
- 1E = 200-350ml
- acute hemolytische transfusiereactie (AHTR)
- bij ABO-mismatch
- acute intravasculaire hemolyse
- kliniek
- rilkoorts
- misselijk, braken
- pijn: lenden, thorax
- hypotensie
- bloedingsneiging
- hemoglobinurie
- shock
- labo
- intravasculaire hemolyse
- nierfalen
- DIC
- beleid
- stop transfusie
- vocht
- corticoiden
- adrenaline
- DD sepsis overwegen
- hemocultuur
- cultuur transfusiezak
- onderzoek transfusiereactie
- preventie: hemovigilantie
- tweevoudige bloedgroep bepaling
- identificatiesystemen: barcodes voor bloed en patient
| Type | Anti-? | Isotype | Voorkomen | Hemolytische transfusiereacties | Hemolytische ziekte van fetus en neonaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Isoagglutinines | anti-A, anti-B | IgM ((IgG)) | natuurlijk | (hyper)acute hemolytische reactie | Zzz (indien IgG) |
| Irregulaire antistoffen | anti-D | IgG | na sensitisatie | acute tot uitgestelde hemolyse (vanaf ≥ 2e transfusie) | +++ |
| Kell | IgG | na sensitisatie | uitgestelde hemolyse (vanaf ≥ 2e transfusie) | ++ | |
| Duffy | IgG | na sensitisatie | uitgestelde hemolyse (vanaf ≥ 2e transfusie) | + | |
| Kidd | IgG | na sensitisatie | uitgestelde hemolyse (vanaf ≥ 2e transfusie) | + |
- niet-hemolytische transfusiereacties
- febriele reactie
- HLA
- eiwitten
- allergische reactie
- eiwitten
- meestal mild
- anafylaxie bij IgA deficiency
- sepsis
- door bloedplaatjes
- transfusion associated circulatory overload (TACO)
- volume overbelasting
- hart decompensatie
- behandeling
- traag toedienen
- diuretica
- transfusion associated lung injury (TRALI) (zie verder)
- TA-GVHD (zie verder)
- febriele reactie
- andere aandachtspunten
- bij massieve transfusie (na bloedverlies)
- niet enkel RBC aanvullen met ECL
- ook bloedplaatjes (BPL) en plasma/stollingsfactoren (FFP) aanvullen in gelijke eenheden
- FFP = fresh frozen plasma
- chronische transfusie
- ijzerstapeling na 20E
- ferritine opvolgen
- behandeling: ijzerchelatie
- transfusienood beperken
- EPO
- onderliggende oorzaak aanpakken
- ijzerstapeling na 20E
- bij massieve transfusie (na bloedverlies)
12.4 Medische aspecten van bloedplaatjestransfusie
- 40% plasma
- 60% bewaarvloeistof
- standaard gedeleukocyteerd (pool plaatjes)
- 4-6 giften voor 1E
- of gedeleukocyteerd (single donor)
- aferese bij 1 donor
- pathogeenreductie
- wettelijk verplicht
- psoraleenderivaat + UV
- standaard drempel: 10 000/mm3
- aanpassen i.f.v. kliniek
- bij slechte opbrengst
- HLA antistoffen?
12.5 Medische aspecten van plasmatransfusie

- AB: universele plasma donor
- O: universele plasma receptor
- fresh frozen plasma (FFP / VPVIM)
- virus-geinactiveerd
- methyleenblauw
- oorsprong
- uit vol bloed
- door plasmaferese
- basis voor bloed derivaten
- Ig
- stollingsfactoren
- albumine
- 1E = single donor
- doel: herstellen hemostase bij massieve bloedingen
- indicaties
- (tekort aan factor V of XI)
- bloeding door anti vitamine K overdosering
- massieve bloeding door tekort aan coagulatiefactoren of trombolyse
- trombotische trombocytopene purpura (TTP)
- (neonatale wisseltransfusie wegens ABO incompatibiliteit)
- transfusion associated lung injury (TRALI)
- zeldzaam
- 5-10% mortaliteit
- oorzaak (in donorplasma)
- anti neutrofielen antistoffen (HLA, ...)
- cytokines
- kliniek: longoedeem
- donor uitsluiten voor verdere donaties
✅ 13 Transplantatie
- transfusie producten (RBC, bloedplaatjes, ...) worden "opgebruikt"
- transplantatie cellen moeten aanwezig blijven
13.1 Effect van cytoreductieve therapie op het beenmerg

- rood: aantal cellen
- geel/blauw: aantal HSC
- compenseer met granulocyte colony-stimulating factors (G-CSF)
- SCTx
- na vernietiging/decimering beenmergcellen in patient
- a.h.v. hoge dosis chemotherapie -> decimering -> autologe Tx
- doelen
- aantal ziekte cellen reduceren
- "plaats maken" in beenmerg
- zou spontaan maanden duren om te herstellen
- intussen groot risico op infecties
- doel SCTx: sneller herstel
- doelen
- a.h.v. myeloablatieve therapie -> totale vernietiging -> allo Tx
- a.h.v. hoge dosis chemotherapie -> decimering -> autologe Tx
- na vernietiging/decimering beenmergcellen in patient
13.2 Autologe stamceltransplantatie als consolidatietherapie
- ziekte: bv. multipel myeloom (MM) of lymfoom
- doel: levens verlengend, niet curatief
- stappenplan
- behandeling
- groeifactoren (G-CSF)
- beenmerg expensie
- patient voelt pijn
- beenmerg expensie
- cel collectie (afarese)
- gezonde jonge voorloper cellen
- ook altijd enkele lymfocyten
- invriezen
- hoge dosis chemo
- autologe cellen opnieuw toedienen
13.3 Allogene stamceltransplantatie als consolidatietherapie
- verzamelen bij donor i.p.v. patient zelf
- jonge voorloper cellen
- donor lymfocyten (!)
- G-CSF
- donorcellen zorgen dan excl. en levenslang voor hematopoese bij patient
- belang HLA
- 2 haplotypes per persoon
- ouders geven telkens 1/2 door aan kind
- HLA-compatibele donor (2/2 match)
- siblings: 25% kans
- tegenover 1 / 50 000 via donorbanken
- "haplo-identisch" HLA (1/2 match)
- siblings: 50%
- ouders: 100%
- indicaties
- louter als rescue (bij aplastische anemie)
- slecht werkend beenmerg vervangen
- bij erfelijke aandoening
- rescue / complementering
- uitroeiing maligne ziekte (o.a. leukemie)
- eradicatie + rescue
- risico: 6m beperkte afweer
- mortaliteit: 20-30%
- louter als rescue (bij aplastische anemie)
- situaties
- autologe SCTx
- weefsel en T-cel van zelfde persoon
- tolerantie / anergie
- orgaan Tx
- weefsel van donor
- T-cel van host
- "host-vs-graft disease"
- allogene SCTx
- weefsel van host
- T-cel van donor
- "graft-vs-host disease"
- bloedtransfusie naar afstotingsincompetente receptor
- weefsel van host
- T-cel van donor (via bloed donatie)
- zouden bij competente receptor opgeruimd worden, maar hier niet
- "transfusion-associated graft-vs-host disease" (TA-GVHD)
- extra preventie: bestraling donormateriaal
- speciaal geval: graft vs leukemia effect
- donor T-cellen ruimen resterende kankercellen op
- autologe SCTx
13.4 Hoe het eigen immuun systeem beter wapenen tegen autologe tumoren: chimeric antigen receptor T-cells?
- chimeric antigen receptor T-cel (CAR-T)
- nieuwe techniek
- geen details kennen
- doel: eigen immuunsysteem activeren tegen kanker
- probleem: autologe T cellen herkennen autologe tumoren, maar zijn anerg/tolerant
- chimeer: combinatie BCR + TCR
- "agnostisch": niet alle metabole pathways moeten gekend zijn
- enkel doelwit nodig (voor aanmaak custom BCR)
- bij B-cel lymfoom: anti-CD19
- stappen
- extractie T-cellen uit bloed
- genetische aanpassing in vitro
- virale transfectie
- duurt paar weken
- T cel expansie (deling)
- re-infusie
- nog meer celdeling na herkenning target
- anti-CD19 CAR-T terugbetaald voor B-cel lymfomen en B-ALL bij jongeren