Z spijsvertering - Radiologie - examenvragen

Radiologie

2026.1.1.11 Radiologiebeeld na bariatrie met boonvorm.

  • a) volvulus
  • b) herniatie
  • c) invaginatie van de RYGB-anastomose
  • d) preherniaal lipoom
  • e) random parasitaire infectie

invaginatie van de RYGB-anastomose

2026.1.1.13 Hoogste sensitiviteit voor diagnose acute appendicitis?

  • a) echografie
  • b) CT abdomen
  • c) MRI
  • d)

CT abdomen

2026.1.1.15 Neonaat met hevig braken sinds geboorte en double bubble op RX.

  • a) pyloorhypertrofie
  • b) duodenumatresie
  • c)
  • d)

duodenumatresie

2026.1.1.17 Radiologiebeeld met trage perifere naar centrale contrastopvulling.

  • a) hemangioom
  • b) FNH
  • c) bilaire cyste
  • d)

hemangioom

2026.1.1.18 Duplicaat van 2026.1.1.11

2026.1.1.26 MRI rectaal bloedverlies met afwijkende Douglas en mushroom cap.

  • a) endometriose
  • b)
  • c)
  • d)

endometriose

MRI-snede van endometriose, met als beschrijving paddenstoel (exact uit slides).

  • a) endometriose plaque
  • b) cervixcarcinoom met invasie in rectum
  • c)
  • d)

endometriose plaque

2026.1.1.28 Hoe Crohn onderscheiden van acute appendicitis op CT?

  • a) transmurale letsels in distale dundarm
  • b) discontinue wandverdikking in distaal ileum
  • c) abces
  • d) inflammatie in weefsel rondom

discontinue wandverdikking in distaal ileum

2026.1.1.39 Koorts en pijn linkeronderbuik, CT met sigmoidwandverdikking en vetinfiltratie.

  • a) microscopische colitis
  • b) Crohn
  • c) diverticulitis
  • d) appendicitis

diverticulitis

2026.1.2.18 Zie 2026.1.1.11

2026.1.2.12 Beeldvorming screening HCC.

  • a) echo
  • b) CT
  • c)
  • d)

echo

2026.1.2.19 Radiologie bij vrouw dertiger.

  • a) FNH
  • b) hemangioom
  • c) adenoom
  • d)

FNH

Snel arterieel aankleuren, geen wash-out, centraal litteken.

2026.1.2.20 Hoe ziet cirrose eruit op CT?

  • a) gekrompen lever met hobbelige contour
  • b) vergrote lever
  • c)
  • d)

gekrompen lever met hobbelige contour

2026.1.2.21 Hoe ziet HCC eruit op CT?

  • a) arteriele hypercaptatie en veneuze washout
  • b) arteriele en veneuze hypercaptatie
  • c)
  • d)

arteriele hypercaptatie en veneuze washout

Wat is een kenmerk van HCC?

  • a) snelle arteriele fase en snelle uitwas
  • b) snelle arteriele fase en trage uitwas
  • c) hypo zowel arteriele fase als veneus
  • d) geen aankleuring

snelle arteriele fase en snelle uitwas

2026.1.2.27 Zie 2026.1.1.28.

2026.1.2.33 Duplicaat van 2026.1.2.19

2026.1.2.34 Hounsfield 10, minder captatie van contrast.

  • a) ijzerstapeling
  • b) vetstapeling
  • c)
  • d)

vetstapeling

Hoe kleurt een functioneel endocriene pancreastumor (pNET) op radiologie?

  • a) klein en hypervasculair letsel
  • b) cystisch met druivenaspect
  • c) double duct sign
  • d) hypovasculair en groot

klein en hypervasculair letsel

Wat beschrijft dit letsel het best? Niet de exacte foto.

  • a) niet echogeen en hyperacoustic retroschaduw
  • b) peri-inflammatie
  • c) massa met verdikte wand en inflammatie achter
  • d) macro- en microcystisch

?

Casus constipatie met vaginale splinting. Welke beeldvorming?

  • a) colpocysto-defecografie
  • b) RX colon
  • c) MRI rectum
  • d) pellet

colpocysto-defecografie

Waarvoor is een RX abdomen nuttig in urgente omstandigheden, bijvoorbeeld bij acute buikpijn?

  • a) luchtkoepels onder diafragma om perforatie te bekijken
  • b) oorzaak van obstructie zichtbaar
  • c)
  • d)

luchtkoepels onder diafragma om perforatie te bekijken

Waarvoor is echo van pancreas nuttig?

  • a) oorzaak (galstenen) achterhalen
  • b) inflammatie versus tumor
  • c)
  • d)

oorzaak (galstenen) achterhalen

Prentje uit de oefenvragen tijdens de laatste les.

  • a) situs inversus met hobbelige milt
  • b) cholangiocarcinoom
  • c) levercirrose met splenomegalie
  • d) diffuse levermetastasen

levercirrose met splenomegalie

Voorbeeldvragen Konijn

Op deze reconstructie van CT-colonografie valt verminderde haustratie op van het colon descendens en verminderde expansie van het rectum. Dit wordt gezien bij welke diagnose?

  • a) adenocarcinoom van het colon
  • b) colitis ulcerosa
  • c) diverticulosis coli
  • d) Crohn

colitis ulcerosa

Colitis ulcerosa wordt gekenmerkt door continue mucosale ontsteking met verlies van haustratie (“lead pipe colon”) en verminderde distensibiliteit van het colon en rectum. Dit past niet bij focale letsels zoals adenocarcinoom, noch bij diverticulose of het segmentale, transmurale patroon van Morbus Crohn.

Dit MRI-onderzoek van de lever, uitgevoerd zonder en met contrast, toont het beeld van?

  • a) acute cholecystitis
  • b) diffuse levermetastasering
  • c) cirrose met portale hypertensie
  • d) steatotische ombouw van het leverparenchym

cirrose met portale hypertensie

Er zijn duidelijke tekenen van cirrose met portale hypertensie, waaronder een nodulair leverparenchym, collaterale circulatie en splenomegalie. Er is geen patroon dat past bij diffuse metastasen en er zijn geen typische T1 in- en uit-fase kenmerken van steatose. Acute cholecystitis verklaart het globale leverbeeld niet.

Welk CT-kenmerk laat toe een echinococcuscyste te onderscheiden van een biliaire cyste?

  • a) aanwezigheid van snelle contrastuitwas
  • b) aanwezigheid van een centraal litteken
  • c) aanwezigheid van lucht
  • d) aanwezigheid van verkalkingen in wand en septa

aanwezigheid van verkalkingen in wand en septa

Echinococcuscysten vertonen vaak verkalkingen in de cystewand en septa en kunnen multiloculair zijn met dochtercysten. Lucht wordt enkel gezien bij geïnfecteerde collecties (abcessen). Snelle contrastuitwas en een centraal litteken zijn kenmerken van respectievelijk vasculaire letsels en FNH.

Een 53-jarige man komt naar spoedgevallen met acute bovenbuikspijn en verhoogde infectieparameters in het labo. Deze transversale CT-coupes tonen?

  • a) acute cholecystitis
  • b) acute pancreatitis
  • c) galblaascarcinoom
  • d) omentaal infarct

acute cholecystitis

De beelden tonen inflammatoire veranderingen rond de galblaas met wandverdikking en pericholecystisch vetinfiltraat. De pancreas is niet primair aangedaan, wat acute pancreatitis onwaarschijnlijk maakt. Er is geen solide massa zoals bij galblaascarcinoom en het beeld past niet bij een omentaal infarct.

Op deze contraststudie van de slokdarm (RX slikact) is een sacculaire uitstulping zichtbaar ter hoogte van de proximale slokdarm. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?

  • a) diverticulum duodeni
  • b) Meckel divertikel
  • c) slokdarm web
  • d) Zenker divertikel

Zenker divertikel

Een Zenker-divertikel is een pulsiedivertikel dat zich posterieur uitbocht ter hoogte van de overgang farynx-slokdarm. Dit onderscheidt zich van een slokdarmweb, dat een intraluminale insnoering vormt en geen echte uitstulping buiten het lumen.