Z spijsvertering - Maag-darm - examenvragen
H1 Aandoeningen slokdarm
1.1 Aandoeningen slokdarm
2026.1.1.8 Poetsvrouw rond de 40 jaar met retrosternaal brandend gevoel dat verbetert bij vooroverbuigen, wat doe je?
- a) PPI geven
- b)
- c)
- d)
Casus poetsvrouw. Al jaren last van brandende pijn achter het borstbeen. De laatste maanden erger, meer pijn 's nachts. Ze is niet vermagerd, maar juist 3 kg bijgekomen. Wat gaat hier het best helpen?
- a) PPI
- b) dieet
- c) prokinetica
- d) probiota
[?] PPI
typische pyrosis past bij proefbehandeling met PPI; nachtelijke klachten maken dit minder zeker
Casus poetsvrouw. Al jaren last van brandende pijn achter het borstbeen. De laatste maanden erger. Ze is niet vermagerd, maar juist 3 kg bijgekomen. Wat kan je extra vragen om tot je diagnose te komen?
- a) bloederige stoelgang
- b) familiegeschiedenis van slokdarmkanker
- c) is de pijn stressgerelateerd
- d) NSAIDs genomen
[?] NSAIDs genomen
medicatiegebruik is relevant bij dyspepsie/ulcusachtige klachten; reconstructie blijft weinig specifiek
2026.1.2.43 Beschrijving van progressieve dysfagie, welke test om diagnose te ondersteunen?
- a) manometrisch onderzoek
- b) gastroscopie
- c) RX slokdarm met peroraal contrast
- d)
b) gastroscopie
progressief -> structureel
2026.1.2.44 Pijn bij slikken en hoesten en hik, met refluxgeschiedenis en roken.
- a) 8 weken PPI en consult na 8 weken
- b) doorverwijzing voor gastroscopie
- c) 2 weken PPI en consult na 8 weken
- d) RX slokdarm met oraal contrast
[?] doorverwijzing voor gastroscopie
pijn bij slikken en rookanamnese zijn alarmsignalen, dus niet louter proefbehandeling
Jonge man die zich al regelmatig heeft verslikt. Deze week bleef een voedselbrok steken; soms lukte doorspoelen met water, maar deze keer niet. Soms passeerde de voedselbrok wel spontaan. Tijdens de dysfagieklachten merkte hij ook ademhalingsmoeilijkheden. Wat vraag je zeker na?
- a) astma en eczeem als kind
- b) familiale voorgeschiedenis van slokdarmtumoren op jonge leeftijd
- c) stress
- d) gewrichtsklachten
astma en eczeem als kind
eosinofiele oesofagitis
Verder op vorige vraag: wat helpt niet?
- a) nitraten en CCB
- b) steroiden
- c) dieet
- d) PPI
nitraten en CCB
1.2 Aandoeningen maag en duodenum
2026.1.2.36 Hoeveel procent van de wereldbevolking heeft H. pylori?
- a) 25%
- b) 50%
- c) 75%
- d) 90%
50%
2026.1.2.26 Wat doe je niet bij Clostridium difficile colitis?
- a) acute heelkunde en colonresectie
- b) antibiotica geven
- c) feces transplantatie
- d) probiotica geven
d) probiotica geven
1.4 Morbide obesitas - metabole chirurgie
2026.1.1.27 Man 50 jaar, 2 jaar na RYGB, krampende linker hypochondrische pijn postprandiaal, volgende stap?
- a) CT voor interne herniatie uit te sluiten
- b) OGTT voor dumping uit te sluiten
- c) onderzoek voor maagulcus uit te sluiten
- d) van dichtbij monitoren
CT voor interne herniatie uit te sluiten
2026.1.2.37 Vrouw BMI 32 en DM2 vraagt bariatrische heelkunde.
- a) geen indicatie voor heelkunde
- b) sleeve
- c) mini-bypass
- d) gastric bypass
geen indicatie voor heelkunde
BMI > 40 of BMI > 35 en ...
Welke bariatrische ingreep bij BMI 43 en reflux onder controle met PPI?
- a) sleeve gastrectomie
- b) RYGB
- c) gastric banding
- d) duodenal switch
[?] RYGB
reflux pleit eerder voor bypass dan voor sleeve; exacte reconstructie blijft onzeker
H2 Aandoeningen dunne darm
2.4 Functionele gastro-intestinale aandoeningen
2026.1.1.9 Vrouw met toenemende klachten bij prikkelbare darm, wat doe je?
- a) spasmolyticum
- b) PPI
- c) antidepressiva
- d) prokinetica
spasmolyticum
2026.1.1.10 Vrouw wil geen medicatie nemen, wat doe je?
- a) fermenteerbare KH weglaten (definitie van FODMAP)
- b) glutenvrij eten
- c) suikers weglaten
- d) vetarm dieet
fermenteerbare KH weglaten (definitie van FODMAP)
2026.1.2.14 Wat helpt niet bij afwisselende constipatie en diarree?
- a) probiotica
- b) wateroplosbare vezels
- c) spasmolyticum
- d) TCA
probiotica
2026.1.2.15 Welke vraag is niet nuttig bij vorige casus?
- a) persoonlijke geschiedenis eczeem
- b) bloed in de stoelgang
- c) familiegeschiedenis glutenallergie
- d) familiegeschiedenis colonkanker
persoonlijke geschiedenis eczeem
2026.1.2.47 IBS: wanneer geen colonoscopie?
- a) buikpijn en werkverlet
- b) koorts
- c) bloed per anum
- d) familiegeschiedenis
buikpijn en werkverlet
IBS: wanneer doe je geen colonoscopie?
- a) koorts
- b) buikpijn die leidt tot werkverlet
- c) bloed
- d) vermagering
buikpijn die leidt tot werkverlet
2.6 Pathologie van de appendix
2026.1.1.47 28-jarige na appendectomie, drie dagen later koorts en dysurie, wat uitsluiten?
- a) Douglasabces
- b) bacteriele cystitis
- c) Crohn ileitis
- d)
[?] Douglasabces
koorts en dysurie kort na appendectomie passen bij een bekken-/Douglasabces; Crohn ileitis werd ook besproken
2026.1.2.28 Plastron appendicitis, 4 weken afgekoeld met AB, wat doen bij 50 jaar?
- a) electieve appendectomie
- b) enkel follow-up bij recidief klachten
- c) colonoscopie met electieve appendectomie
- d)
[?] colonoscopie met electieve appendectomie
bij oudere patient na plastron wil je onderliggende tumor uitsluiten; electieve appendectomie is minder hard
Palpabele massa bij een jonge man die al enkele dagen klachten had met gestegen CRP en koorts. Welk bijkomend onderzoek doe je?
- a) CT
- b) biopsies van terminaal ileum
- c) laparotomie
- d) coloscopie
CT
Jonge man met palpabele massa, enkele dagen klachten, gestegen CRP en koorts. Wat is de vermoedelijke diagnose?
- a) appendiculair plastron
- b) tumor
- c)
- d)
appendiculair plastron
2.7 Inflammatoire darmaandoeningen
Jongen 9j heeft al 6 weken diarree. Maagbiopsie gedaan. Wat wil je zeker uitsluiten?
- a) gastrisch lymfoom
- b) adenocarcinoom van de maag
- c) Crohn
- d)
[?] Crohn
chronische diarree bij een kind met bovenste GI-biopsie doet vooral Crohn uitsluiten
Casus met colon transversum opgeblazen en bloederige diarree.
- a) acute severe colitis met evolutie tot toxisch megacolon
- b) Ogilvie syndroom
- c)
- d)
acute severe colitis met evolutie tot toxisch megacolon
Wat kan bij acute opstoot colitis ulcerosa na 3 dagen hoge dosis cortico's zonder effect?
- a) alles
- b) cyclosporine
- c) anti-TNF
- d) colectomie
alles
2.8 Chirurgische aspecten van inflammatoire darmziekte
2026.1.2.7 Crohn, roker, anti-TNF, 12 cm ileum, prestenotische dilatatie, terug meer klachten.
- a) associeer een immunomodulator
- b) ileocaecale resectie
- c) geef JAK-inhibitoren
- d) geef kort corticosteroïden
ileocaecale resectie
H2 Aandoeningen dikke darm
2.10 Colorectale poliepen en tumoren
2026.1.1.16 Distale rectumtumor, welke behandeling voor sfinctersparend?
- a) TME
- b) PME
- c) iets met colectomie
- d)
TME
2026.1.2.25 Resecabel stadium III colontumor.
- a) immunotherapie
- b) resectie en daarna adjuvante chemotherapie
- c) 6 weken chemo en dan resectie afhankelijk van de reactie
- d) 6 weken radiochemotherapie en dan resectie
resectie en daarna adjuvante chemotherapie
Massa in colon ascendens. Ook 2 poliepen in het sigmoid waarvoor resectie in verleden. Dikke klier bij a. ileocolica. Stond ook matig gedifferentieerd MSS bij. Welke therapie?
- a) subtotale colectomie met ileo-rectale anastomose en erna adjuvante chemo
- b) immuuntherapie
- c) neoadjuvante chemo + rechter hemicolectomie
- d) adjuvante chemo + rechter hemicolectomie
[?] adjuvante chemo + rechter hemicolectomie
rechtszijdige resectabele colontumor met verdachte klier past bij hemicolectomie en adjuvante chemo, al is de volgorde in de optie ongelukkig
2026.1.1.49 obstructief linker colontumor met dreigende caecum blowout, behandeling?
- a) ileo-rectale pouch
- b) segmentele colectomie
- c) loopstoma voor decompressie
- d) Hartmann of tijdelijke loop-transversostomie
Hartmann of tijdelijke loop-transversostomie
2.12 Volvulus
2026.1.2.48 Psychiatrische pt met volvulus, wat is NIET correct?
- a) urgente rechter hemicolectomie indien caecum-volvulus
- b) CT doen bij twijfel tussen sigmoid- of caecum-volvulus
- c) urgente endoscopische detorsie indien sigmoid-volvulus
- d) Hartmann
Hartmann
Psychiatrische patient met plots zeer grote abdominale distentie. Had al maanden incontinentie/constipatie waarvoor geregelde lavages. PPA: leeg.
- a) sigmoidvolvulus
- b) colorectaal adenocarcinoom
- c) interne herniatie dunne darm
- d)
[?] sigmoidvolvulus
2.13 Diverticulose en diverticulitis
2026.1.1.5 Wat is geen verwikkeling bij diverticulitis?
- a) perforatie
- b) volvulus
- c) obstructie
- d) fistel
volvulus
2026.1.1.38 Juiste uitspraak over diverticulitis?
- a) toenemend met de leeftijd
- b) altijd sigmoidectomie na afkoeling met AB
- c)
- d)
a) toenemend met de leeftijd
2026.1.1.48 43-jarige met diverticulitis, vrije lucht en faecale peritonitis, welke operatie?
- a) Hartmann met terminale colostomie
- b) loop ileostoma
- c)
- d)
Hartmann met terminale colostomie
Wat is juist bij Hartmann-resectie?
- a) colonresectie met loopileostoma
- b) segmentaire resectie met eindstandig colostoma
- c) segmentaire colonresectie met re-anastomose
- d) nog iets met anastomose
[?] segmentaire resectie met eindstandig colostoma
2026.1.2.50 Man met diverticulitis en abces 7 cm, peritoneale prikkeling, wat aanbevolen?
- a) percutaan draineren
- b) laparoscopisch spoelen en draineren
- c) Hartmann
- d) IV AB en niets per os
[?] laparoscopisch spoelen en draineren
abcesgrootte pleit voor drainage, maar peritoneale prikkeling maakt laparoscopische aanpak waarschijnlijker
2.15 Vasculaire insufficientie van de darm
2026.1.1.29 Oudere man met diarree en bloedverlies, pijn colon linksonder, CV-risicofactoren, geen peritoneale prikkeling. Beleid?
- a) CT-angio
- b) coloscopie zonder voorbereiding
- c) opvolgen en monitoren
- d)
[?] coloscopie zonder voorbereiding
stabiele ischemische colitis zonder peritoneale prikkeling kan endoscopisch bevestigd worden; CT-angio blijft differentieel
2026.1.1.31 Ruptured aneurysm, endoprothese, bloederige diarree, ischemische colitis. Behandeling?
- a) antibiotica
- b) NSAID
- c) antistolling
- d) Hartmann
d) Hartmann?
2026.1.2.31 Hevige roker, aneurysmaruptuur, ischemische colitis.
- a) ischemische colitis
- b) angor abdominalis
- c) microscopische colitis
- d)
ischemische colitis
2026.1.2.32 Na bypasschirurgie, CT versus colonoscopie bij ischemie.
- a) CT kan zowel oorzaak als gevolg van de ischemie tonen
- b) colonoscopie noodzakelijk
- c) afwezigheid van lactaat in het bloed sluit de diagnose van ischemie uit
- d) arteriografie is steeds uit te voeren
CT kan zowel oorzaak als gevolg van de ischemie tonen
Patient die aortachirurgie had ondergaan met periode van shock en hypovolemie. 3 dagen post-op bloedverlies in stoelgang. Wat is fout?
- a) coloscopie
- b) urgente re-laparotomie
- c) AB geven voor ischemische colitis
- d) CT om transmurale ischemie uit te sluiten
[?] urgente re-laparotomie
zonder aangetoonde transmurale ischemie of peritonitis lijkt onmiddellijke relaparotomie de foute stap
2.16 Proctologie
2026.1.1.14 70-jarige vrouw met incontinentie, Wexner 16/20, litteken perineum, sphinctergap, rectocoele, biofeedback faalt. Wat nu?
- a) PNE voor sacrale nerve stimulation
- b) colostoma
- c) sfincterrepair
- d) mesh: VMR
[?] PNE voor sacrale nerve stimulation
na falende biofeedback past PNE als test voor SNS; sphinctergap en rectocoele maken de keuze minder zuiver
2026.1.1.32 Blauwe, pijnlijke externe hemorroide.
- a) resectie onder lokale anesthesie
- b) NSAID + afwachten
- c)
- d)
NSAID + afwachten
2026.1.2.29 HPV-gerelateerd spinocellulair carcinoom, liesklier negatief, cT2N0.
- a) Nigro protocol (incl. chemo)
- b) lokale resectie
- c) resectie met deel van perineum
- d) mucosale resectie
Nigro protocol (incl. chemo)
2026.1.2.46 Vrouw na bevalling met externe sfincterschade, volgende zwangerschap?
- a) bij volgende zwangerschap is sectio strikt aangewezen
- b) een volgende zwangerschap is tegenaangewezen
- c) bij volgende zwangerschap is sectio aangewezen indien gewicht > 3 kg wordt ingeschat
- d)
[?] bij volgende zwangerschap is sectio strikt aangewezen
externe sfincterschade na bevalling pleit voor sectio; reconstructie liet discussie met gewichtsdrempel toe
Vrouw 70j met ulcererende massa lateraal perianaal sinds enkele maanden. De massa is nu wat gegroeid. Wat is de eerste stap?
- a) resectie
- b) biopsie
- c) botox
- d) coloscopie om Crohn uit te sluiten
biopsie
2.17 Acuut abdomen
2026.1.1.6 Meest frequente oorzaak van obstructie onder de 50 jaar naast interne herniaties?
- a) bride-adhesie
- b) Crohn
- c) gastro-intestinale tumor
- d) volvulus
bride-adhesie
Vrouw met appendectomie en hysterectomie, braken en beeld van abdominale opzetting.
- a) diverticulitis
- b) je wilt closed loop uitsluiten
- c) microscopische colitis
- d) dreigende caecum blowout - toxisch megacolon
[?] je wilt closed loop uitsluiten
postoperatieve voorgeschiedenis met braken en obstructiebeeld maakt strangulerende/closed-loop obstructie belangrijk
2.18 Heelkunde van de buikwand
2026.1.1.37 Kenmerk gastroschisis?
- a) evisceratie met darmen die rechts van de navel naar buiten komen
- b) umbilicale hernia
- c) uitstulping bedekt door amnion en ...
- d) geassocieerd met hartaandoeningen
evisceratie met darmen die rechts van de navel naar buiten komen
2026.1.2.45 Hernia spiegel, wat klopt?
- a) fascia m. obliquus externus blijft intact
- b) er kan geen darminklemming ontstaan
- c) klinische diagnose
- d) ontstaat omdat de linea alba verbreed is
fascia m. obliquus externus blijft intact
H3 Histopathologie (prof. De Hertogh)
3.1 Slokdarm- en maagaandoeningen
3.1.1 Ontstekingen van de slokdarm (oesophagitis)
Histologisch beeld (exacte foto uit de slides van De Hertog).
- a) Candida
- b) CMV
- c) HSV
- d)
Candida
2026.1.2.3 Man met GERD, macroscopisch normaal op scopie. Wat zie je histologisch?

- a) normale slokdarm
- b) lymfoom linksonder
- c) reflux oesofagitis
- d)
normale slokdarm
2026.1.2.4 Heel bejaarde man met zwakte, gewichtsverlies en pijn bij slikken.

- a) candida-oesophagitis
- b) herpes simplex oesophagitis
- c) CMV
- d) carcinoom
herpes simplex oesophagitis
3.1.2 Columnar-lined esophagus (CLE), Barrett-slokdarm en dysplasie
2026.1.2.5 Columnar lined esophagus.

- a) hooggradige dysplasie in Barrett
- b) geen Barrett want geen goblet cells
- c) maagbiopsie want klieren
- d)
hooggradige dysplasie in Barrett
Histologisch beeld bij Barrett.
- a) CLE met slijmbekercellen
- b) resecteren
- c) uitzaaien lymfe en bloed
- d)
CLE met slijmbekercellen
3.1.3 Ontstekingen van de maag (gastritis)
2026.1.1.25 Histologisch beeld maag met veel lymfocyten in corpusbiopt.

- a) auto-immune gastritis
- b) H. pylori
- c)
- d)
auto-immune gastritis
Atrofische pangastritis, chronisch.
- a) H. pylori
- b) auto-immuun
- c)
- d)
H. pylori
2026.1.2.35 Jonge vader met veel kinderen, distale maagbiopsie met H. pylori.

- a) distale maagbiopsie met H. pylori infectie
- b) auto-immune gastritis
- c)
- d) peptisch ulcus
distale maagbiopsie met H. pylori infectie
3.2 Niet-neoplastische aandoeningen van de dunne en dikke darm
3.2.1 Coeliakie
2026.1.1.3 Histologie van coeliakie bij casus met diarree en groeiachterstand?
- a) Marsh 3 coeliakie
- b) Crohn
- c)
- d)

Marsh 3 coeliakie
2026.1.1.44 Hoe coeliakie met hoogste waarschijnlijkheid aantonen?
- a) totaal IgA + anti-tissue transglutaminase (anti-tTG) IgA bepalen
- b) haplotype DQ2 en DQ8
- c) verbetering na stoppen met gluten eten
- d) crypte hyperplasie met lymfocyt infiltratie in wand duodenum
totaal IgA + anti-tissue transglutaminase (anti-tTG) IgA bepalen
3.2.2 Colitis
2026.1.1.50 Biopt sigmoid/rectum met rood uitzicht en ulceraties, wat kan zeker niet?
- a) ongediagnosticeerde bacteriele infectie -> ..?
- b) Crohn -> nieuwe biopsie gaan halen in terminaal ileum
- c) CU -> overleggen met IBS specialist
- d) microscopische colitis -> medicamenteus beleid en coeliakie
microscopische colitis -> medicamenteus beleid en coeliakie
3.3 Darmpoliepen en colorectaal carcinoom
3.3.2 Colorectaal carcinoom (CRC)
2026.1.1.43 Definitie staging coloncarcinoom?
- a) uitgebreidheid tumor
- b)
- c)
- d)
uitgebreidheid tumor
H4 Tumoren (prof. Topal)
Slokdarm
Maag en duodenum
2026.1.1.22 Behandeling duodenumadenoom met hooggradige dysplasie?
- a) EMR
- b) systeemtherapie
- c)
- d) palliatie
EMR
2026.1.1.24 Wat is geen risicofactor voor maagadenocarcinoom?
- a) H. pylori
- b) zout en gerookt eten
- c) voorgeschiedenis van maagoperatie
- d) lichaamsbeweging
lichaamsbeweging
2026.1.2.9 Typisch laattijdig symptoom van duodenumcarcinoom?
- a) galkoliek
- b) dyspneu
- c) icterus
- d) braken
[?] icterus
laattijdige obstructie rond papil/duodenum kan zich presenteren met icterus




