Skip to main content
5.1 JdH NSAIDs
5.2 JdH Glucocorticoiden
5.3 JdH Tweedelijns anti-reumatische middelen
5.4 JdH Migraine
5.5 JdH Jicht
5.6 JdH Allergie
5.7 JdH Astma
5.8 JdH Anafylactische reacties
5.9 JdH Diabetes mellitus
5.10 JdH Osteoporose
✅ 5.11 MC Gastro-intestinaal
5.11.1 Peptische aandoeningen: ulcera en GERD
- twee belangrijkste oorzaken (90%+)
- H. pylori
- NSAIDs
- minder prostaglandines
- meer cardiovasculaire problemen
- farmacotherapie
- doelen
- verminderen zuursecretie
- vermeerderen mucosa bescherming
- eradicatietherapie indien H. pylori

- legende
- parietaalcel
- MC = histaminocyt
- MR = muscarine receptor
- cholinerge bezenuwing
- anticholinergicum: atropine
- te veel bijwerkingen
- niet meer gebruikt
- GR = gastrine receptor
- heel sterke stimulatie zuursecretie
- H2R = histamine receptor
- PGR = prostaglandine (PG) receptor
- proton pomp
- K+, Cl- symporter
H2 receptor antagonisten
- matig effect op pH
- heel veilig
- voorbeelden
-
ranitidine
- competitieve inhibitor
- vroeger (~jaren '70-'80, voor PPIs) heel veel gebruikt
Proton pomp inhibitoren (PPIs)
- meest gebruikt
- 10% populatie neemt PPIs
- "comfortmedicatie"
- vaak standaard opgestart in ziekenhuizen (o.a. ICU)
- wordt na ontslag verder ingenomen
- onduidelijk wanneer patient mag stoppen
- irreversibele inhibitor
- volledige neutralisatie maag pH
- korte half life (1.5u)
- zuurinhibitie: 24u (want nieuwe HCl synthese duurt even)
- eigenschappen
- veilig
- weinig interacties
- geen pre-klinische teratogeniciteit (dus bij dierproeven)
- CYP2C19 remmer
- bijwerkingen
- zeldzaam
- nausea
- dairree
- hoofdpijn
- tinnitus
- huiderupties
- bij langdurig gebruik
- osteoporose, fracturen
- C. difficile infecties
- pneumonie
- snelle werking
- preventief en curatief
- weinig bijwerkingen
- ook OTC beschikbaar
- 1u voor maaltijd op lege maag
- biologische beschikbaaheid -50% bij inname met voedsel
- stoffen
-
omeprazol (racemisch mengsel R en S isomeer)
-
esomeprazol (S isomeer)
- om patent te behouden
- statistisch significant verschil met omeprazol
- klinisch: geen verschil
-
pantoprazol (meest gebruikt)
- indicaties
- GERD
- peptische ulcera
- preventie ulcera bij risicopatienten (NSAID gebruik)
- preventie rebleeding ulcera
- non-ulcer dyspepsie (minder effectief)
- preventie stress-gerelateerde bloeding
- gastrinoma indien resectie onmogelijk (hoge dosis)
Misoprostol
- prostaglandine E1 (PGE1) analoog
- effect
- inhibitie zuursecretie
- cytoprotectief: mucosa weerstand+
- versnelt genezing ulcera
- preventief en curatief
- bijwerkingen
- nausea
- braken
- diarree
- uterus contracties / miskraam
- absolute CI: gewenste zwangerschap
- off-label indicaties
- abortus
- expulsie na miskraam
- contractie uterus na bevalling
- goedkoper dan oxytocine
- moet niet koel bewaard worden
- ideaal voor ontwikkelingslanden
- bij uterine atony
- na meerdere zwangerschappen
- inductie bij miskraam (mors in utero)
- inductie bij mola (samen met methotrexaat)
- inleiden arbeid (PO, lage dosis)
Antacida
- o.b.v. zouten
- CaCO3, Al(OH)3, Mg(OH)2
- zoutbelasting
- Al: obstipatie
- Mg: diarree
- opletten bij hartfalen
- enkel symptomatisch
- kortwerkend (2u)
- interacties
- absorptie quinolones, tetracylines, Fe, ... (zie deel 1)
- soms secundaire vermeerdering zuursecretie
- minder gebruikt sinds vlotte beschikbaarheid PPIs
Antibiotica
- doel: eradicatie H. pylori
- standaard schema: 2/d gedurende 10d
- PPI: omeprazole 20mg (of equivalent)
- amoxicilline 1g
- clarithromycine 500mg
- metronidazol 500mg
- examen
- exacte doses niet belangrijk
- wel duidelijk aanvoelen dat het om eradicatie gaat
5.11.2 (Gastro-)prokinetica
- D2 antagonisten (zie 5.11.3)
metoclopramide
-
domperidon (Motilium)
alizapride
5.11.3 Anti-emetica
- oorzaken
- medicatie
- migraine
- viraal / bacterieel
- intoxicatie
- zwangerschap: ochtendmisselijkheid (soms, eerste 12w)
- reisziekte
- centrale regulatie
- braakcentrum
- chemoreceptor trigger zone (CRTZ)
- NT
- ACh
- histamine
- 5-HT
- dopamine
- farmacotherapie: anti-emetica
- vooral bij chemotherapie (cytostatica)
- liever niet bij zwangerschap
- bij groot probleem: ziekenhuisopname
- niet bij brakend kind zonder gekende oorzaak
- indeling
- H1 antagonisten
- eerste generatie (oud)
promethazine
diphenhydramine
- hebben allemaal sedatieve en anti-cholinerge bijwerkingen
- CI (herhaling)
- glaucoom
- benigne prostaat hypertrofie (BPH)
- jonge kinderen (hyperthermie)
- antimuscarinica
-
scopolamine (bij reisziekte, zie deel 2)
- D2 antagonisten
metoclopramide
-
domperidon (Motilium)
- vaak risk > benefit
- enkel op voorschrift
- risico's (herhaling deel 2)
- extrapiramidale symptomen (EPS)
- hyperprolactinemie
- QT problemen
- dyskinesie
- 5-HT3 antagonisten
-
setronen
- SmPC indicaties
- braken en nausea bij cytostatica / radiotherapie
- braken en nausea post-op
-
fenothiazines en butyrofenonen
- D2 antagonist in CRTZ
- oude anti-psychotica
- zie deel 3
- licht sedatief
- interessant in palliatieve setting
- cannabinoiden
- hoge doses glucocorticoiden (bv.
dexamethason)
- werkt heel goed
- vaak bij kankerpatienten
- neurokinine (NK1) receptor antagonisten (-pitant)
aprepitant
netupitant
- bij kankerpatienten
- altijd in combinatie met
- 5-HT3 antagonisten
- glucocorticoiden
- post-op nausea en braken
- risico factoren
- vrouwen
- niet-rokers
- reisziekte gevoelig
- peri-operatieve opioiden
- beste behandeling onduidelijk
- opties
-
alizapride
- enkel behandeling
- ook voor kinderen
dexamethasone
-
ondansetron
- preventie (bij risicopatienten) en behandeling
- voorkeur prof?
-
domperidon
5.11.4 Pancreas enzym substituut
- bij exocriene pancreas insufficientie
- wie
- muco patienten
- chronische pancreatitis
- orale substitutie
- lipase (voor vetten)
- amylase (voor koolhydraten/zetmeel)
- protease (voor proteinen)
- maagsapresistente capsules
5.11.5 Laxantia
- meestal zelfmedicatie
- OTC
- ook bij eetstoornissen
- voldoende vocht innemen
- bevorderen ook peristalsis
- indeling
- bulk-laxantia
- niet absorbeerbare, hydrofiele colloiden
psyllium
methylcellulose
- osmotische laxantia
- o.a. bij darmvoorbereiding coloscopie
-
lactulose
- vooral bij hepatische encephalopathie (excretie N)
sorbitol
- lokaal irriterende of stimulerende laxantia
- stimulatie enterisch ZS
- meestal voor kortdurend, eenmalig gebruik
- verlies K+
senna
castorolie
fenolftaleine
bisacodyl
-
prucalopride
- verwant aan
cisapride
- van markt gehaald wegens QT problemen
- selectieve 5-HT4 agonist
- duur
- niet tijdens zwangerschap
- geen eerste keuze
- bij therapieresistente obstipatie
5.11.6 Anti-diarrheica
- water + zoutbalans
- risicogroepen deshydratatie
- kinderen (kan heel snel gaan)
- ouderen
-
loperamide (Imodium)
- vertraagde transit
- cave: infectieuze enteritis
- terugbetaling
- bij IBD met hoge stoelgangsfrequentie
- risico op toxisch megacolon
- adsorberende stoffen
- AB
- bij specifieke indicaties
-
colestipol en cholestyramine
- hypolipidemica / harsen
- bij galzout diarree (short bowel)
-
somatostatine (SST) / octreotide
- bij GI endocriene tumoren
Anti-spasmodica
- anti-cholinergica
- bij IBS
- beperkte effectiviteit
- niet terugbetaald
5.11.7 IBD
- salicylaten: 5-ASA
- immuunsuppresiva
- corticosteroiden (systemisch en lokaal)
- cytostatica
azathioprine
cyclosporine
- AB
- MABs ("biologicals")
- o.a. anti-TNF-
infliximab
adalimumab
- ...
5.11.8 Infestatie met wormen
- belang anamnese
- benzi-imidazoles
-
mebendazole (Vermox)
- species-specifieke toxiciteit
- tegen oxyuren (Enterobius vermicularis)
- heel kleine witte wormpjes
- veel jeuk
- steeds hele familie behandelen
- grote kans op herbesmetting
- opnieuw behandelen na 2-4w
- door BBB
- niet onder 2j: risico op convulsies
-
niclosamide
- tegen Taenia (lintwormen)
- quasi geen absorptie
- tenzij inname met alcohol
- lokale werking
- best combineren met laxantia
- nitro-imidazolen
- tegen protozoa en anaerobe kiemen
- Trichomonas vaginalis (SOA)
- Entamoeba histolytica
- Giardia intestinalis
- Gardnerella vaginalis
- bijwerkingen
- metaalsmaak
- hoofdpijn
- disulfiram-effect (zie deel 1)
- inhibitie afbraak alcohol -> kater
- nausea
metronidazol
ornidazol
tinidazol
-
ivermectin
- werkt tegen veel parasieten
- zie ook deel 2 (luizen, schurft)
- infectie met nematoden en arthropoden (bij mens en dier)
- oraal of creme
- soms geneesmiddel enkel via import beschikbaar bij exotische parasieten
-
praziquantel bij Schistosoma (tropen + Corsica)
- in Belgie enkel
mebendazole tegen Ascaris (spoelworm)
5.X Allerlei
Antibiotica
Geneesmiddelen en rijvaardigheid
...
NSAID-geassocieerde complicaties
Prostaglandines (PGs)
Nutmeg intoxicatie
Adrenaline bij anafylactische shock
...