Farmacologie deel 3: centrale zenuwstelsel
-
✅ 3.1 JdH Farmacotherapie van depressie
- 3.1.1 Definitie
- 3.1.2 Socio-economische aspecten van depressie
- 3.1.3 De neurobiologische oorzaak van depressie
- 3.1.4 Indeling en structuur van de antidepressiva
- 3.1.5 Werkingsmechanisme van antidepressiva
- 3.1.6 Farmacokinetische eigenschappen
- 3.1.7 Indicaties en bijzondere aspecten van de behandeling
- 3.1.8 Bijwerkingen
- 3.1.9 Contra-indicaties
- 3.1.10 Antidepressiva en zwangerschap en lactatie
- 3.1.11 Interacties
-
✅ 3.2 MC Farmacotherapie van psychose en manie: antipsychotica en lithium
- 3.2.1 Inleiding
-
3.2.2 Antipsychotica
- 3.2.2.1 Chemie van antipsychotica
- 3.2.2.2 Werkingsmechanisme van antipsychotica
- 3.2.2.3 Farmacokinetiek van antipsychotica
- 3.2.2.4 Farmacodynamiek van antipsychotica
- 3.2.2.5 Indicaties
- 3.2.2.6 Bijwerkingen
- 3.2.2.7 Contra-indicaties en risicopopulaties
- 3.2.2.8 Interacties
- 3.2.2.9 De praktijk: het opstarten van een antipsychoticum
- 3.2.3 lithium
- Delirium tremens
-
✅ 3.3 JdH Farmacotherapie van epilepsie
- 3.3.1 Inleiding
- 3.3.2 Werkingsmechanisme van anti-epileptica
- 3.3.3 Chemische structuur van de anti-epileptica
- 3.3.4 Anti-epileptica die werken via een blokkering van natrium-kanalen
- 3.3.5 Anti-epileptica die werken via GABA
- 3.3.6 Anti-epileptica die werken via T-type calcium-kanalen
- 3.3.7 Andere anti-epileptica
- 3.3.8 Algemene bemerkingen bij het gebruik van anti-epileptica
- 3.3.9 Bijkomende indicaties van anti-epileptica
- ✅ 3.4 MC Farmacotherapie van de ziekte van Parkinson en parkinsonisme
- ✅ 3.5 MC Andere bewegingsstoornissen
- ✅ 3.6 MC Skeletspierrelaxantia
- ✅ 3.7 MC Farmacotherapie van de ziekte van Alzheimer
-
✅ 3.8 JdH Farmacotherapie van pijn
- Samenvatting stoffen
-
3.8.1 Opioïde analgetica
- 3.8.1.1 Structuur en indeling van de opioïden
- 3.8.1.2 Werkingsmechanisme
- 3.8.1.3 Farmacokinetiek
- 3.8.1.4 Zuivere opioïd-agonisten: prototype morfine
- 3.8.1.5 Zwakkere opioïden
- 3.8.1.6 Partiële opioïd-agonisten en gemengde agonist-antagonisten
- 3.8.1.7 Opioïd-antagonisten: naloxon, naltrexon en methylnaltrexon
- 3.8.2 Lokale anesthetica
- 3.8.3 Farmacotherapie van kankerpijn: de WHO richtlijnen
- 3.8.4 Farmacotherapie van neuropatische pijn
-
✅ 3.9 MC Hypnotica - anxiolytica
- Samenvatting stoffen
-
3.9.1 Benzodiazepines ("benzo's")
- 3.9.1.1 Werkingsmechanisme van benzodiazepines
- 3.9.1.2 Farmacologische effecten van benzodiazepines
- 3.9.1.3 Ongewenste effecten van benzodiazepines
- 3.9.1.4 Farmacokinetiek van benzodiazepines
- 3.9.1.5 Therapeutische indicaties van benzodiazepines
- 3.9.1.6 Relatieve contra-indicaties van benzodiazepines
- 3.9.1.7 Bijzonderheden i.v.m. benzodiazepine-therapie
- 3.9.1.8 Besluit
- 3.9.2 Stoffen met werking analoog aan deze van de benzodiazepines ("z-drugs")
- 3.9.3 Benzodiazepine-antagonist (flumazenil)
- 3.9.4 β-blokkers
- 3.9.5 Histamine H1-receptorblokkers
- 3.9.6 Sederende anti-depressiva
- 3.9.7 Fytotherapeutica
- 3.9.8 Melatonine
- 3.9.9 Barbituraten
✅ 3.1 JdH Farmacotherapie van depressie
- patronen
-
-oxetine(exclusief anti-depressiva) -
-opram(exclusief SSRIs) -
-traline(exclusief SSRIs)
-
| groep | stoffen |
|---|---|
| TCA |
amitriptyline, nortriptyline, clomipramine, imipramine, dosulepine, maprotiline
|
| SNRI |
duloxetine, venlafaxine
|
| NDRI | bupropion |
| SSRI 🥇 |
citalopram, escitalopram, fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine, sertraline
|
| sNRI / NARI |
reboxetine, atomoxetine
|
| MAO-I | moclobemide |
| direct op neuroreceptoren |
mianserine, mirtazapine, trazodon
|
| kruiden | Sint-Janskruid |

- cursustekst: te verbose?
- ernst depressie
- mild-matig: psychotherapie
- matig-ernstig: psychotherapie + psychofarmaca
- 30-40% respons op placebo
- eerste keuze
- SSRIs
- TCAs
- i.f.v. bijwerkingen, co-morbiditeiten, co-medicatie, suicide risico, leeftijd
- cave: suicide bij start
- effect
- duurt 2-6w
- indien werkzaam
- minstend 6m voorschrijven
- indien niet werkzaam
- check therapietrouw
- up dosis
- snellere afbraak door interactie of genetische mutatie?
- switch
- beperken bijwerkingen
- dosis opbouwen
- 's avonds innemen
- nooit plots stoppen
- afbouw over 4w+
- risico: rebound depressie
- onttrekkingssymptomen
- na lang gebruik + korte halfwaardetijd
- opletten met interacties en bij zwangerschap
- indicaties
- depressie
- OCD
- generalized anxiety disorder (GAD)
- PTSD
- chronische pijn
- neuropathische pijn (!)
- TCAs en SNRIs
- eetstoornissen
- fibromyalgie
- menopauzale warmteopwellingen en PMS
- preventie migraine (!)
3.1.1 Definitie
- majeure depressie (DSM IV)
- minstens 1/2
- depri
- verlies aan interesse of plezier
- minstens 4/7
- gewicht/eetlust +/-
- slaapstoornissen
- psychomotorische excitatie/retardatie
- vermoeid / futloos
- waardeloos / schuldgevoel
- executive dysfunctioning (concentratieverlies)
- suicidale gedachten
- minstens 1/2
3.1.2 Socio-economische aspecten van depressie
3.1.3 De neurobiologische oorzaak van depressie
- pathofysiologie
- hypothese: monoamine deficientie
- moderne anti-depressiva verhogen noradrenerge en/of serotoninerge transmissie
3.1.4 Indeling en structuur van de antidepressiva
| Klasse | SERT | NET | M | ||
|---|---|---|---|---|---|
| TCA | |||||
| SNRI | - | - | - | ||
| NDRI | - | - | - | - | |
| SSRI | - | - | - | - | |
| sNRI | - | - | - | - | |
| MAO-I | - | - | - | - | - |
Niet-selectieve reuptake inhibitoren
- werken in op meerdere systemen tegelijk
- serotonine (SERT)
- noradrenaline (NET)
- histaminerg ()
- adrenerg ()
- cholinerg (M)
- meer bijwerkingen
Tricyclische anti-depressiva (TCA)
- eerste generatie anti-depressiva (samen met MAO-I)
- inhibitie
- serotonine reuptake transporter (SERT)
- serotonine+
- NA reuptake transporter (NET)
- NA+
-
- vasodilatatie
- (orthostatische) hypotensie
- miosis
- vasodilatatie
-
- sedatie
- M: anti-cholinerge bijwerkingen
- xerostomie = droge mond
- obstipatie = constipatie
- tachycardie
- mydriasis
- CI: glaucoom
- mictiestoornissen
- CI: benigne prostaat hypertrofie (BPH)
- cognitie
- serotonine reuptake transporter (SERT)
- farmacokinetiek
- absorptie
- onvolledig (first pass effect)
- distributie
- eiwitbinding
- groot distributievolume
- klaring
- metabool
- CYP2D6
- invloed van farmacogenetica
- soms actieve metabolieten
- metabool
- inname
- 1/d, want lange halfwaardetijd
- TDM zinloos
- absorptie
- bijwerkingen
- cardio
- QT verlenging
- aritmie
- gewicht +
- seksuele stoornissen
- excessief zweten
- allergische reacties
- cardio
- contra-indicaties
- benigne prostaat hypertrofie (!)
- glaucoom (!)
- hoog suicide risico
- cardio: aritmie, recent MI
- neuro
- epilepsie/convulsie drempel -
- interacties
- verdringing
- sedatie (H1)
- hypnotica
- alcohol
- anxiolytica
- sterker effect van sympathomimetica
- CYP2D6
- producten
-
amitriptyline- zwangerschap: lijkt veilig
nortriptyline-
clomipramine- zwangerschap: niet gebruiken
imipraminedosulepinemaprotiline
-
Serotonine and NA reuptake inhibitors (SNRI)
- = dual reuptake inhibitor
- != selectieve NA reuptake inhibitors (sNRI)
- niet-selectief: inhibitie van zowel SERT als NET
- geen effect op andere systemen (, M, )
- minder bijwerkingen
- verder vergelijkbaar met TCAs
- producten
duloxetinevenlafaxine
NA en dopamine reuptake inhibitors (NDRI): bupropion
- farmacokinetiek
- inhibitor CYP2D6
- bijwerkingen
- epilepsie / convulsies
- vermagering
- insomnia
- indicaties
- depressie
- rookstop (cf. deel 2)
- obesitas (1/2 actieve stoffen in Mysimba)
- producten
bupropion
Selectieve reuptake inhibitoren
Selective serotonine reuptake inhibitors (SSRI)
- eerste keuze bij matige tot ernstige depressie
- selectief: enkel serotonine
- nog minder bijwerkingen
- werking: vergelijkbaar met TCAs
- farmacokinetiek
- lange halfwaardetijd (~1d)
- bijwerkingen
- GI
- nausea en braken
- (mucosale) bloedingen
- cave anti-aggregantia (!)
- neuro
- EPS
- acathisie = bewegingsdrang
- beven
- rusteloosheid
- angst
- insomnia
- EPS
- hypoNa
- cave diurectica (!)
- seksuele stoornissen
- libido-
- impotentie
- sperma kwaliteit -
- interacties
- CYP450 inhibitie
- vooral CYP2D6 (!)
- cf. opioiden
- vooral CYP2D6 (!)
- serotonine syndroom
- o.a. bij SSRI + MAO-I
- CYP450 inhibitie
- GI
- producten
-
citalopram/escitalopram- cardio: QT verlenging
-
fluoxetine(Prozac)- halfwaardetijd: 2-4d
- actief metaboliet:
norfluoxetine(7-14d)
fluvoxamine-
paroxetine- zeker niet tijdens zwangerschap (maar andere anti-depressiva zijn ook niet ideaal)
sertraline
-
Selective norepinephrine reuptake inhibitors (sNRI / NARI)
- minder belangrijk
- producten
reboxetine- (
atomoxetine)- bij ADHD
Mono-amine-oxidase inhibitoren (MAO-I): moclobemide
- eerste generatie
- weinig gebruikt
- bij therapie resistentie
- isoenzymen
- MAO A: bij anti-depressiva
- MAO B: bij Parkinson's
| MAO-A | MAO-B | |
|---|---|---|
| Geprefereerd substraat | NA, 5-HT | fenylethylamines |
| Niet-specifieke substraten |
dopaminetyramine
|
= |
| Selectieve inhibitoren | moclobemide |
selegiline |
| Niet-specifieke inhibitoren | fenelzine |
= |
- lange werking (2-4w)
- bijwerkingen
- serotoninesyndroom (triade)
- (1) neuromusculaire excitatie
- myoclonus
- tremor
- hyperreflexie
- convulsies
- rigiditeit
- (2) dysfunctie autonoom ZS
- hyperthermie
- tachycardie
- hypo- of hypertensie
- (3) verandering mentale toestand
- agitatie
- verwardheid
- (1) neuromusculaire excitatie
- serotoninesyndroom (triade)
- interacties
- SSRIs
- TCAs
- andere serotonerge medicatie (
triptanen,ergotamine) fenelzine- (niet-selectieve) MAO-Is remmen afbraak indirecte sympathomimetica
- zoals in
- amfetamines
- tyramine in voeding ("kaasreactie")
- kaas, bier, wijn, ...
- gevolg
- hypertensieve crisis
- zweten
- tremor
- duizelig
- tachycardie
- palpitaties
- zoals in
- producten
-
moclobemide(reversibel, selectief) -
(irreversibel, niet-selectief)fenelzine
-
Anti-depressiva direct werkend op neuroreceptoren

- weinig gebruikt
- inhiberen pre-synaptische receptoren
- normale functie: negatieve feedback na release
- producten
-
agomelatine- onduidelijke werkingen
- heel weinig gebruikt
-
mianserineenmirtazapine- inhibitie 5-HT@NA en @NA receptoren
- effect: NA+
- bijwerkingen
- gewicht+
- indicatie: cachexie
- sedatie
- gewicht+
-
trazodon- sedatie
- inhibitie
- 5-HT@NA
- NA+
- SERT@5-HT
- serotonine+
-
- hypotensie
- orthostatisme
- 5-HT@NA
-
Varia
vortioxetineesketamine- Sint-Janskruid
- OTC
- fytofarmaca
- kwaliteit en kwantiteit preparaten onzeker
- werking: onduidelijk (SERT en MAO inhibitie?)
- bij milde tot matige depressie
- inhibitie CYP3A4 en P-gp
- fotosensibilisatie
3.1.5 Werkingsmechanisme van antidepressiva
3.1.6 Farmacokinetische eigenschappen
3.1.7 Indicaties en bijzondere aspecten van de behandeling
3.1.8 Bijwerkingen
3.1.9 Contra-indicaties
3.1.10 Antidepressiva en zwangerschap en lactatie
3.1.11 Interacties
✅ 3.2 MC Farmacotherapie van psychose en manie: antipsychotica en lithium
-
-apine(niet exclusief, maar wel grotendeels)
| groep | stoffen | rol |
|---|---|---|
| typisch: fenothiazines | chlorpromazine |
vooral D2-blokkade; positieve symptomen |
| typisch: thioxanthenen | - | idem |
| typisch: butyrofenonen |
droperidol, haloperidol, pipamperon
|
idem |
| typisch: difenylpiperidinen | - | idem |
| typisch: benzamides | amisulpride |
ook negatieve symptomen |
| atypische antipsychotica |
risperidon, olanzapine, quetiapine, aripiprazol, clozapine
|
|
| stemmingsstabilisator | lithium |
3.2.1 Inleiding
- psychose (ter info)
- contact met werkelijkheid verloren (cf. dementie)
- symptomen
- hallucinaties
- wanen
- verstoorde capaciteit tot redeneren
- agitatie
- ziektebeelden
- schizofrenie
- bipolair
- psychotische depressie
- ~dementie
- ~persoonlijkheidsstoornis
- ~PTSD
- ~OCD
- gevolgen
- somatische problemen++
- suicide++
- middelenmisbruik
- ernstige sociale problemen
- vaker slachtoffer
- vaker dader
- levensverwachting--
- schizofrenie (ter info)
- recidiverende psychotische episodes
- niet zeldzaam (1% bevolking)
- start vaak als adolescent
- wisselende/sombere prognose
- mortaliteit++
- positieve symptomen
- geholpen door medicatie
- wanen / delusies
- hallucinaties
- chaotisch of katatoon gedrag
- negatieve symptomen
- amper geholpen door medicatie
- grootste klacht van patienten
- afvlakking: verminderde emotionele expressie
- alogie: spraakarmoede (a.g.v. gedachtenarmoede)
- avolitie: initiatief verlies
- anhedonie
- asociaal gedrag
- rol dopamine
- in acute psychotische fase
- verhoogde synthese
- verhoogde vrijzetting
- verhoogde concentraties in synaptische spleet
- anti-psychotica: vaak D2 receptor blokkers
- cf. werking amfetamine / cocaine
- cocaine = triple reupdate inhibitor (dopamine, NA, serotonine)
- "mesolimbische dopamine hypothese voor de positieve symptomen van schizofrenie" (Nobelprijs 2000)
- cf. fencyclidine (PCP, "angel dust")
- NMDA receptor antagonist
- zoals ketamine
- "NMDA receptor hypothese voor schizofrenie"
- NMDA receptor antagonist
- in acute psychotische fase
3.2.2 Antipsychotica
- allemaal vrij oud
- dus goedkoop
- hoog verbruik
3.2.2.1 Chemie van antipsychotica
- eerste generatie (1950) = "neuroleptica"
- veroorzaken "neurolepsis"
- onverschilligheid
- trage/afwezige motorische activiteit
- behoud van alertheid en cognitieve functies
-
chlorpromazine(Largactil, "large in action") - D2 receptor blokkers
- veroorzaken "neurolepsis"
- indeling (tegenwoordig minder duidelijk - dosiseffect?)
- typische anti-psychotica
- fenothiazines
- thioxanthenen
- butyrofenonen
droperidolhaloperidolpipamperon
- difenylpiperidinen
- benzamides
-
amisulpride- als enige officieel (cf. bijsluiter) effect op negatieve symptomen
-
- atypische anti-psychotica
risperidonolanzapinequetiapinearipiprazol-
clozapine- werkt heel goed
- belangrijke contra-indicaties
- hematologie
- beenmergsuppressie
- agranulocytose
- leverfunctiestoornissen
- hematologie
- niet in eerste lijn
- enkel bij therapie-resistente psychose
- ook effect op negatieve symptomen (maar niet in bijsluiter)
- typische anti-psychotica
3.2.2.2 Werkingsmechanisme van antipsychotica
3.2.2.3 Farmacokinetiek van antipsychotica
- belang compliantie
- toediening
- PO
- smelttabletten
- IM
- depot preparaat
- (IV)
- PO
- absorptie
- behoorlijk
- onvoorspelbaar
- plasma concentratie effect: niet lineair
- halfwaarde: 15-30u
- lipofiel
- hoge plasma proteine binding
- door BBB
- door placenta
- in moedermelk
- hoog distributievolume
- metabolisatie
- o.a. CYP2D6, CYP3A4, CYP1A2
- excretie: nieren, gal
3.2.2.4 Farmacodynamiek van antipsychotica
- effect
- pas na enkele dagen
- max na enkele weken
- anti-psychotisch
- sedatief
- neuroleptisch
- bijna uitsluitend op positieve symptomen
- uitzonderingen:
amisulpride,clozapine
- uitzonderingen:
3.2.2.5 Indicaties
- schizofrenie
- andere actute psychotische stoornissen
- adjuvent bij
- manie / bipolair
- psychotische depressie
- gedragsstoornissen
- verstandelijke handicap
- dementie
- chorea (Huntington's)
- anti-emeticum
3.2.2.6 Bijwerkingen

- D2 receptor antagonisten
- mesolimbisch
- effect op positieve symptomen
- mesocorticaal
- secundaire (=iatrogene) negatieve symptomen
- nigrostriataal
- inductie extrapiramidale symptomen (EPS)
- tubero-infundibulair
- endocriene effecten (prolactine)
- hyperprolactinemie
- galactorree
- amenorree
- infertiliteit
- vroege osteoporose
- potentiestoornissen
- endocriene effecten (prolactine)
- mesolimbisch
- wisselend effect op andere receptoren (!)
- verschilt per specifiek geneesmiddel
-
- verbetering van
- negatieve symptomen
- depressie
- slaapkwaliteit
- cognitieve symptomen
- agressieve/impulsieve symptomen
- vermindering EPS
- verbetering van
-
- eetlust en gewicht+
- vooral bij
clozapine,olanzapine - metabool syndroom
- 3/5 criteria
- abdominale obesitas
- arteriele hypertensie
- hyperglycemie
- hyperTG
- laag HDL
- verhoogde CV morbiditeit en mortaliteit
- 3/5 criteria
- vooral bij
- eetlust en gewicht+
-
antagonist
- vasodilatatie
- orthostatische hypotensie
- reflex tachycardie
- orthostatische hypotensie
- duizeligheid
- vallen
- seksuele bijwerkingen
- potentiering anti-psychotisch effect
- anti-agitatie
- vasodilatatie
-
antagonist
- sedatie
- slaperigheid
- gewichtstoename
- ACh (muscarine) antagonist (herhaling)
- vermindering cognitieve functies (voornamelijk geheugen)
- inductie EPS
- vooral typische anti-psychotica
- mogelijk meer tardieve dyskinesie (TD)
- delirium
- droge mond
- troebel zicht
- urineretentie
- nausea en braken
- constipatie
- glaucoom
- seksuele problemen
- cardiovasculair
- ritmestoornissen
- niet combineren met anti-aritmica, TCA
- CI: cardiale pathologie
- licht verhoogde kans op plotse CV dood
- ritmestoornissen
- neurologisch
- acuut
- acute dystonie
- meestal bij start
- zeer beangstigend voor patient en omgeving
- grimassen
- torticollis
- oculogyre crisses
- abnormale contracties spinale spieren / ademhalingsspieren
- DDX: epilepsie, hysterie
- behandeling: centraal werkende anti-cholinergica
- akathisie = gejaagdheid, onrust, angst
- oorzaak non-compliance
- ook bij nieuwere medicatie (dus geen klassieke EPS)
- bewegingsdrang
- DDX: agitatie
- dan dosis verhogen
- behandeling: dosis verlagen of switch
- (pseudo-)parkinsonisme
- brady- of akinesie
- vertraagde bewegingen
- rigiditeit
- rust tremor
- behandeling
- anti-cholinergica
amantadine- geen L-DOPA: doet werking anti-psychotica teniet
- maligne anti-psychotica syndroom
- symptomen: cf. ernstige Parkinson
- urgentie, hoge mortaliteit (10-20%)
- behandeling
- monitoring
- vocht
- benzo's
- dantroleen
- acute dystonie
- chronisch / laattijdig
- tardieve dyskinesie (TD) (!)
- frequenter bij oudere patienten
- stereotiepe, repetitieve, pijnloze, onvrijwillige bewegingen
- gelaat
- oogleden
- mond
- tong
- extremiteiten
- romp
- niet tijdens slaap
- i.f.v. emoties
- oorzaak onbekend
- 5% patienten per jaar
- predictor: EPS vroeg in behandeling
- verergert bij verlaging dosis
- verbetert bij verhoging dosis
- hypnosedatie
- dysforie (somber)
- depressie
- verlagen convulsiedrempel
- tardieve dyskinesie (TD) (!)
- acuut
- neurolepsis
- = secundaire negatieve symptomen
- vooral oudere anti-psychotica
- t.g.v. D2 receptor blok in mesocorticale pathway en mesolimbisch systeem
- apathie, anhedonie, geen motivatie
- dermatologisch
- urticaria
- foto toxiciteit
3.2.2.7 Contra-indicaties en risicopopulaties
- zwangerschap
- maar stoppen is ook groot risico
- cardiale belasting
- ouderen (i.f.v. comorbiditeiten en interacties)
- angst en slapeloosheid zonder psychose
- vaak misbruikt in woonzorgcentra
- epilepsie
3.2.2.8 Interacties
- alcohol
- ~roken
- sedativa
- anti-histaminica
- medicatie die ook epilepsie drempel verlaagt
- metabolisme via CYP
- anti-epileptica
- benzo's
- anti-depressiva
- AB
- L-DOPA en andere anti-Parkinson middelen
- combinatie met cardiotoxische farmaca
3.2.2.9 De praktijk: het opstarten van een antipsychoticum
- strikte indictatie stelling
- laagste effectieve dosis
- effect lang genoeg afwachten (6-12w)
- achteraf afbouwen naar onderhoudsdosis
- zeer grote kans op herval bij stop
- compliance
- outcome
- 60-90% beter
- 30-50% behoudt symptomen
- 10-20% refractair
3.2.3 lithium
- bipolair: manisch-depressief
- 2% bevolking
- hoge recidive
- incl. psychotische symptomen
- mortaliteit x2
- suicide x20-30
- symptomen manie
- weinig ziekte-inzicht
- grote impact op sociaal, professioneel leven
- acute behandeling
- manie
- atypische anti-psychotica (acuut bij manie)
risperidonolanzapine- lokken vaak depressie uit, dus enkel acuut
- benzo's
- add-on: stemmings-stabilisator (bv.
lithium)
- atypische anti-psychotica (acuut bij manie)
- depressie
- geen anti-depressiva (wegens risico op manie)
- manie
- onderhoudsbehandeling
- profylaxe: stemmings-stabilisator (levenslang)
3.2.3.1 Werkingsmechanisme van lithium
- lithium (Li)
- lichtste alkali metaal (Z=3)
- cf. natrium
- werking
- onduidelijk
- op elektrolieten en ionentransport
- op NT en hun release
- op second messengers
- effecten
- op gezonde mensen
- niet sedatief
- niet onderdrukkend
- niet euforiserend
- selectieve intracellulaire opname
- hersenen
- nier
- cf. Na
- 80% re-absorptie
- meer bij negatieve Na balans
- op gezonde mensen
3.2.3.2 Farmacokinetiek
- absorptie PO: volledig
- piek: 30-120min
- distributie
- in totaal lichaamswater
- traag intracellulair
- geen eiwitbinding
- traag door BBB
- concentratie in CSV = 50% van concentratie in plasma
- metabolisme
- geen
- excretie
- renaal
- 20% van creatinine klaring
- halfwaarde: 20-24u
- steady-state (opname=excretie) na 5-6d
- renaal
- nauw therapeutisch venster
- therapeutic drug monitoring (TDM) nodig
- check bloedspiegels 12u na laatste dosis
- na constante inname gedurende 4-7d
- initieel 2-3 checks/w
- later 2-3 checks/m
- traag opbouwen
- kan sneller tijdens opname
- enkel gebruiken bij gemotiveerde, compliante patienten die je regelmatig kan monitoren
- check bloedspiegels 12u na laatste dosis
- therapeutic drug monitoring (TDM) nodig
3.2.3.3 Bijwerkingen lithium
- veel bijwerkingen
- dosis-afhankelijk
- plotse stop vermijden
- nier
- minder gevoelig aan ADH
- polyurie, polydipsie
- nefrotoxisch
- check regelmatig creatinine
- minder gevoelig aan ADH
- hypothyroidie (reversibel)
- neuro
- tremor
- spierschokken
- spierzwakte
- concentratieproblemen
- rusteloosheid
- angst
- lethargie
- GI (vooral bij opstart)
- gewicht +
- talgproductie +
- acne
- psoriasis
- alopecia
3.2.3.4 Contra-indicaties lithium
- zout-arm dieet
- o.a. bij hypertensie, CV preventie, Addison, elektrolietenstoornissen
- diuretica
- bejaarden
- hersenschade
- zwangerschap (teratogeen)
- geen
lithium - geen
valproaat
- geen
- borstvoeding
3.2.3.5 Interacties
- anti-psychotica
- encephalopathie
- mag, maar goed opvolgen
- NSAID
- anti-hypertensiva
- diuretica (!)
- ACE-I
- ARBs
-
verapamil(CCB: bradycardie) -
alfa-methyldopa(neuronblokker: confusie, tremor)
-
theofylline(Li clearance +)- zie deel 5: astma
- alles met Na depletie
- dieet
- braken
- koorts (zweten)
- diarree
- dehydratatie
- glucocorticoiden
3.2.3.6 Intoxicatie
- TDM bij twijfel
- intracellulaire accumulatie
- overgeslagen dosis nooit inhalen
- symptomen
- neurologisch (kan dodelijk zijn)
- tremor
- spiertonus +
- fasciculaties
- myoclonieen
- convulsies
- coma
- GI
- (cardiaal)
- neurologisch (kan dodelijk zijn)
- behandeling
- supportief (vocht, zout)
- eventueel dialyse
3.2.3.7 Alternatieven voor Li+ bij de behandeling van bipolaire stoornis
- Li eerste keus
- niet altijd effectief
- alternatieven?
- anti-epileptica
-
carbamazepine: profylaxe, manie -
valproaat: acute manie- Li-achtig effect (ionenkanalen, second messenger)
- ook teratogeen
-
lamotrigine: profylaxe, manie, depressie- schuift richting eeste lijn
- bruikbaar tijdens zwangerschap
- interactie met orale contraceptiva
- versnelt klaring
lamotrigine
- versnelt klaring
-
- anti-epileptica
Delirium tremens
- onttrekkingsdelier = dervingsdelier
- specifiek bij alcohol: delirium tremens
- doel
- agitatie -
- seizures -
- behandeling
- monitoring, opvolging, begeleiding
- herorientatie
- hydratatie
- geen glucose: risico op
- Wernicke encephalopathie
- cardiomyopathie
- benzo's
- hoge dosis
- bv.
diazepam(Valium)
- thiamine (vitamine B1)
✅ 3.3 JdH Farmacotherapie van epilepsie
3.3.1 Inleiding
- indeling
- onset
- focal
- generalized
- unknown
- motor vs non-motor (absence)
- onset
3.3.2 Werkingsmechanisme van anti-epileptica
- anti-epileptic drugs (AED)
3.3.3 Chemische structuur van de anti-epileptica
- heterogeen
| stof | Na-kanaal | Ca-kanaal | GABA | zwangerschap |
|---|---|---|---|---|
fenytoine |
x | teratogeen | ||
carbamazepine |
x | teratogeen | ||
oxcarbazepine |
x | teratogeen | ||
lamotrigine |
x | veilig | ||
topiramaat |
x | indirect | teratogeen | |
valproaat |
x | T-type | indirect | teratogeen |
fenobarbital |
x | direct + PAM | teratogeen | |
midazolam (benzo) |
PAM | teratogeen? | ||
diazepam (benzo) |
PAM | teratogeen? | ||
lorazepam (benzo) |
PAM | teratogeen? | ||
vigabatrine |
indirect | teratogeen? | ||
tiagabine |
indirect: SGRI | teratogeen? | ||
gabapentine |
x | teratogeen? | ||
pregabaline |
x | teratogeen? | ||
ethosuximide |
T-type | teratogeen? | ||
levetiracetam |
veilig | |||
brivaracetam |
veilig |
3.3.4 Anti-epileptica die werken via een blokkering van natrium-kanalen
3.3.4.1 fenytoine
- (=
difenylhydantoine) - oudste
- weinig gebruikt
- niet-sedatief
- indicaties
- status epilepticus bij kinderen
- (anti-aritmica)
- farmacokinetiek
- hoge eiwitbinding (90%)
- biotransformatie
- fase I: CYP2C9 / CYP2C19
- fase II: glucuronidatie
- niet-lineaire kinetiek
- laag starten
- traag opbouwen
- TDM
- bijwerkingen
- tandvlees hypertrofie
- hypertrichosis / hirsutisme (beharing)
- hematologische afwijkingen
- macrocytaire anemie
- behandeling: foliumzuur
- pseudolymfadenopathie
- macrocytaire anemie
- osteoporose
- GI
- nausea en braken
- constipatie
- toxiciteit
- vestibulair en cerebellair
- nystagmus
- diplopie
- ataxie
- teratogeen (x2)
- vestibulair en cerebellair
- interacties
- verdringing
- inductie CYP1A2
- opletten met hormonale contraceptie
- inductie/inhibitie CYP2C(1)9
3.3.4.2 carbamazepine en oxcarbazepine
- structuur: cf. TCAs
- indicatie
- partiele epilepsie
- trigeminus neuralgie
- farmacokinetiek
- matige eiwitbinding (70%)
- biotransformatie
- CYP3A4
- actief metaboliet
- auto-inductor
- halfwaardetijd
- acuut: 40u
- chronisch: 20u
- halfwaardetijd
- TDM
- bijwerkingen
- hepatotoxisch (GGT+)
- hematologische afwijkingen (RBC-, WBC-, BP-)
- huidafwijkingen
- ADH-like effect
- anti-cholinerge effecten
- GI: nausea en braken
- toxiciteit
- sedatie
- vestibulair en cerebellair: idem
fenytoine - teratogeen: spina bifida
- interacties
- pan-inductie CYP450, UGT, P-gp
- opletten met hormonale contraceptie
- pan-inductie CYP450, UGT, P-gp
3.3.4.3 lamotrigine
- minder toxisch
- voorkeur tijdens zwangerschap
- indicatie
- breed spectrum anti-epilepsie
- mood stabilizer
- farmacokinetiek
- TDM
- bijwerkingen
- huid
- hoofdpijn
- vestibulair en cerebellair
- sedatie
- nausea en braken
- interacties
- orale contraceptiva: UGT inductie
-
lamotriginespiegels dalen 50%
-
-
valproaat:lamotriginespiegels +
- orale contraceptiva: UGT inductie
3.3.4.4 topiramaat
- inhiberende GABA +
- exciterende AMPA -
- indicatie
- breed
- preventie migraine
- bijwerkingen
- sedatie
- vertraging cognitie
- vermagering
- misbruik
- teratogeen: zwangerschapspreventie
- interacties
- inhibitie CYP2C19
- inductie CYP3A4
3.3.4.5 valproaat
- (=
valproinezuur) - werking
- blok Na + Ca kanaal
- inhiberende GABA +
- indicatie
- breed
- absences
- farmacokinetiek
- hoge eiwitbinding
- klein
- TDM
- bijwerkingen
- GI
- nausea en braken
- diarree
- gewicht +
- haaruitval
- alertheid en cognitie -
- hepatotoxisch
- pancreatitis
- stollingsstoornissen
- GI
- toxiciteit
- teratogeen: spina bifida
- interacties
- verdringing
- inhibitie andere farmaca
3.3.5 Anti-epileptica die werken via GABA

- stimulatie GABA
- cf. benzo's en barbituraten
3.3.5.1 Barbituraten: fenobarbital
- prodrug:
primidon - werking
- directe GABA A agonist
- indirecte GABA A agonist (PAM)
- Na kanaal blok
- indicatie
- beperkt
- koortsconvulsies
- farmacokinetiek
- matige eiwitbinding
- TDM
- bijwerkingen
- sedatie
- diplopie, ataxie
- macrocytaire anemie
- toxiciteit: teratogeen
- interacties
- pan-inductor
- alcohol: sedatie
- CYP450 inhibitie
3.3.5.2 Benzodiazepines: midazolam, diazepam, lorazepam
- indirecte GABA A agonisten (PAM)
- indicatie
- status epilepticus
3.3.5.3 tiagabine, vigabatrine, gabapentine en pregabaline
- GABA agonisten
-
gab(a)in naam -
vigabatrine- irreversibele GABA-transaminase inhibitie
- risico op irreversibele visus stoornissen
- irreversibele GABA-transaminase inhibitie
-
tiagabine- selective GABA reuptake inhibitor (SGRI)
- GAT-1 kanaal inhibitor
- selective GABA reuptake inhibitor (SGRI)
-
gabapentineenpregabaline- lijkt op GABA
- "gaba" in naam
- werking: onduidelijk
- indicaties
- epilepsie
- neuropatische pijn
- pijnlijk restless leg syndrome (RLS)
3.3.6 Anti-epileptica die werken via T-type calcium-kanalen
ethosuximidevalproaat
3.3.6.1 ethosuximide
ethosuximide3.3.7 Andere anti-epileptica
3.3.7.1 levetiracetam en brivaracetam
- renale eliminatie
- weinig interacties
- bijwerkingen
- somnolentie = slaperigheid
- duizeligheid
- veilig bij zwangerschap
3.3.7.2 lacosamide
lacosamide3.3.8 Algemene bemerkingen bij het gebruik van anti-epileptica
- neuroloog kiest best passend anti-epilepticum
- bijwerkingen
- (bijna) altijd sedatie
- smal therapeutisch venster
- TDM
- no switch
- opvolging: hemato, hepato (DILI)
- rebound status epilepticus
- traag afbouwen
- zwangerschap
- bijna allemaal teratogeen
- uitzonderingen
lamotriginelevetiracetambrivaracetam
- foliumzuur
- pro-convulsieve farmaca: verlaging epilepsie drempel
-
quinolonen(AB) - anti-depressiva
- anti-psychotica
- amfetaminen
-
theofylline(astma) -
flumazenil(benzo anti-dotum) - genotsmiddelen
- niet: benzo's
-
3.3.9 Bijkomende indicaties van anti-epileptica
✅ 3.4 MC Farmacotherapie van de ziekte van Parkinson en parkinsonisme
| groep | stoffen | rol |
|---|---|---|
| dopamine precursor | L-DOPA 🥇 | altijd samen met decarboxylase inhibitoren |
| decarboxylase-inhibitoren |
benserazide, carbidopa
|
|
| D2-agonisten |
bromocriptine, pramipexol, ropinirol, rotigotine, pergolide
|
dopaminerge stimulatie; jongere patienten of add-on |
| D2-agonisten | apomorfine |
oud braakmiddel, rescue |
| MAO-B inhibitoren |
selegiline, rasagiline, safinamide
|
|
| COMT-inhibitor | entacapon |
add-on bij L-DOPA |
| - | amantadine |
licht effect; onderdrukt iatrogene dyskinesien |
| antimuscarinica | centraal werkende antimuscarinica | vooral effect op tremor |
- algemene symptomen bewegingsstoornissen
- tremor
- rust
- posturaal
- intentioneel
- chorea
- athetose
- dystonie
- tics
- tremor
- parkinsonisme: vier typische kenmerken
- (1) tremor bij rust
- (2) spierrigiditeit = hypertonie
- (3) hypo- of bradykinesie
- maskergezicht
- moeilijke start en stop van beweging
- (4) verminderd houdingsevenwicht
- gangstoornissen
- oorzaak
- Morbus Parkinson
- idiopatisch
- neurodegeneratie (primair)
- genetisch
- parkinsonisme
- symptomatische vorm
- neurodegeneratie, secundair aan
- virale encefalitis
- atherosclerose
- hersentrauma (o.a. bij sport, hersentumor)
- toxische stoffen
- CO
- farmaca
- anti-depressiva
- anti-psychotica
-
reserpine(adrenerge neuronblokker) -
valproaat(anti-epileptica) -
metoclopramide(D2 antagonist) -
cinnarizine(?) lithium- anti-aritmica:
amiodaron
- MPTP (geschiedenis)
- prodrug van MPP
- Morbus Parkinson
- behandeling
- niet causaal / disease modifying
- symptomatisch
- pathofysiologie
- degeneratie van dopaminerge neuronen in substantia nigra (SN)
- (ook noradrenerg en serotonerg)
- functie dopamine: inhibitie GABAerge transmissie in striatum
- functie ACh: excitatie GABAerge transmissie in striatum
- accumulatie Lewy bodies
- op termijn ook dementie
- degeneratie van dopaminerge neuronen in substantia nigra (SN)
- dopamine
- details: zie deel 2
- synthese (herhaling)
- niet door BBB
3.4.1 Farmacokinetiek

- L-DOPA + decarboxylase-inhibitoren (!)
- L-DOPA: wel door BBB
- decarboxylase-inhibitoren
- geen niet door BBB
- verhindering perifere omvorming L-DOPA -> dopamine -> (nor)adrenaline
- voorbeelden
benserazidecarbidopa
- directe D2-receptor agonisten
- jongere patienten: eerste lijn, monotherapie
- ouderen: add-on bij L-DOPA
- minder effect dan L-DOPA
- werkzaamheid neemt af doorheen tijd
- voorbeelden
- Ergot-derivaten (cf. migraine)
bromocriptine
- niet-Ergot-derivaten
pramipexolropinirolrotigotine
pergolide
- Ergot-derivaten (cf. migraine)
-
amantadine- vroeger: anti-viraal
- niet meer op Belgische markt
- invoeren
- soms niet terugbetaald
- kosten kunnen oplopen (incl. transport, ...)
- invoeren
- potentieert dopamine effect
- zwakke anti-muscarine werking
- weinig bijwerkingen
- minder effectief: bij lichte gevallen
- monotherapie of L-DOPA add-on
- onderdrukt iatrogene dyskinesien (als enige middel)
- selectieve MAO-B inhibitoren
- monotherapie (beginfase) of L-DOPA add-on
- afbraak dopamine tegengaan
- interacties: TCA, SRRI
- nooit met niet-selectieve MAO inhibitoren
- irreversibel
selegilinerasagiline
- reversibel
safinamide
- antimuscarinica met centrale werking
- doel: evenwicht cholinerge vs dopaminerge transmissie herstellen
- voor effect op tremor, minder op andere symptomen
- monotherapie of (vooral) L-DOPA add-on
- weinig gebruikt
- meer kans op dementie
- contra-indicaties (zie deel 2)
- glaucoom
- benigne prostaat hypertrofie
- cave hyperthermie bij kinderen
- COMT inhibitoren
entacapon
-
apomorfine- oud braakmiddel
- doel: braken induceren bij intoxicatie
- wordt nog maar heel weinig gedaan
- doel: braken induceren bij intoxicatie
- subcutaan
- rescue bij off-momenten
- bijwerkingen
- nausea en braken
- initieel combineren met
domperidon
- initieel combineren met
- nausea en braken
- risico op verslaving
- oud braakmiddel
3.4.1.1 Plasma halfwaardetijd L-DOPA
- kort (1-3u)
- 3x/d medicatie innemen
- variabel
3.4.1.2 Resorptie L-DOPA
- i.f.v. interactie met voeding
- snelheid maaglediging
- pH
3.4.1.3 Interacties L-DOPA met andere geneesmiddelen
- niet combineren met
- anti-psychotica (tegenovergesteld effect)
- alfa-methyl-DOPA
- competitie van decarboxylase
- niet-selectieve MAO-I
- anti-hypertensiva die orthostatische hypotensie verwekken
- sterke hypotensie
3.4.2 Efficaciteit en indicaties L-DOPA
- geen duidelijke evidentie voor specifieke behandelschema's
- goed, snel effect
- best in eerste jaren behandeling
- daarna hogere doses nodig
- bij jongere patienten heel lage dosis L-DOPA + tweede middel
- D2 agonisten
- COMT inhibitoren
3.4.3 Bijwerkingen
3.4.3.1 L-DOPA
- vroegtijdig
- nausea
- anorexie
- vertraagde maaglediging
- orthostatische hypotensie door vasodilatatie
- tachycardie en ritmestoornissen
- contra-indicatie: AMI, ritmestoornissen
- psychische effecten ("tegenpool anti-psychotica")
- rusteloos
- slapeloos
- angst
- euforie
- manie
- psychose
- confusie
- waangedachten
- hallucinaties
- laattijdig
- dyskinesien
- verergeren progressief
- chorea
- hyperkinesie
- einde-dosis-hypokinesie
- on-off fenomeen
- dyskinesien
- nooit plots stoppen
- maligne anti-psychotica syndroom (zie verder)
3.4.3.2 D2-agonisten
- bij ergot-derivaten (bij langdurig gebruik)
- inflammatoire fibrotische reacties
- pleuritis
- pericarditis
- retroperitoneale fibrose
- hartklepletsels
- inflammatoire fibrotische reacties
- cf. L-DOPA
- orthostatische hypotensie
- nausea
- obstipatie
- slaperigheid
- vaatspasmen
- hallucinaties
- psychotische reacties
- slaperigheid en plotse slaapaanvallen
- compulsief gedrag
- maligne antipsychotisch syndroom bij plots stoppen (zelden)
- rotigotine
- frequente huidreacties met de transdermale pleisters
- contra-indicatie: psychose, recent MI
3.4.3.3 COMT-inhibitoren
3.4.3.4 MAO-B inhibitoren
3.4.3.5 Antimuscarinica
3.4.3.6 Apomorfine
3.4.3.7 Andere behandelingen
- deep brain stimulation (DBS)
- = stereotactische chirurgie
- 95% verbetert
- 10% heeft sequellen
- hersenbloeding
- psychiatrische stoornissen
- DuoDopa
- L-DOPA + carbidopa gel
- via sonde in duodenum
- quasi-constante spiegels
- weesgeneesmiddel
✅ 3.5 MC Andere bewegingsstoornissen
| groep | stoffen | rol |
|---|---|---|
| niet-selectieve beta-blokker | propranolol |
essentiele tremor |
| anti-psychotica | fenothiazines |
kunnen acute dyskinesie/dystonie en tardieve dyskinesie uitlokken |
| D2-antagonisten |
metoclopramide, domperidon (Motilium) |
kunnen acute dyskinesie/dystonie uitlokken |
| anti-epileptica |
fenytoine, carbamazepine
|
kunnen chorea uitlokken |
| andere uitlokkende middelen | amfetamines, lithium, orale contraceptiva |
kunnen chorea uitlokken |
| dopaminerge middelen | dopamine agonisten, amantadine
|
behandeling maligne anti-psychotica syndroom |
| restless legs syndroom | dopamine agonisten, gabapentine, pregabaline
|
behandeling RLS |
3.5.1 Tremor
- soorten
- rust tremor
- actie tremor
- posturale- of houdingstremor (tegen zwaartekracht in)
- speciaal geval: essentiele tremor
- behandeling: niet-selectieve beta blokker (NSBB)
propranolol
- kinetische tremor (tijdens beweging)
- intentioneel
- erger ~ dichter bij doel
- intentioneel
- posturale- of houdingstremor (tegen zwaartekracht in)
3.5.2 Medicatie-geïnduceerde dyskinesie/dystonie
- acute dyskinesie / dystonie (EPS)
- bij anti-psychotica
fenothiazines
- bij D2 antagonisten
metoclopramidedomperidon
- behandeling
- stop medicatie
- afwachten of parenteraal (centraal werkend) anti-muscarinicum
- bij anti-psychotica
- chorea
- bij
- anti-epileptica
fenytoinecarbamazepine
- amfetamines
lithium- orale contraceptiva
- ...
- anti-epileptica
- behandeling: stop medicatie
- bij
- tarieve dyskinesien
- irreversibel
- frequent bij langdurig gebruik van
- anti-psychotica
- beter bij dosisverhoging
- slechter bij dosisverlaging
metoclopramide
- anti-psychotica
- maligne anti-psychotica syndroom
- zeldzaam bij anti-psychotica
- symptomen
- koorts
- mentale stoornissen
- autonome dysfunctie
- behandeling
- stop medicatie
- rehydratatie
- afkoelen
- dopamine agonisten
amantadine
- mortaliteit: 20%
3.5.3 Restless legs syndroom (RLS)
- vooral 's avonds of 's nachts
- oorzaken
- idiopathisch
- zwangerschap
- terminale nierziekte
- fibromyalgie
- ijzerdeficientie
- behandeling: ijzersupplement
- arthritis
- perifere neuropathie
- ...
- triggers
- nicotine
- caffeine
- alcohol
- behandeling
- primair
- dopamine agonisten (cf. Parkinson)
- secundair
- anti-epileptica:
gabapentine/pregabaline- indien pijnlijk
- opioiden
- benzo's
- anti-epileptica:
- primair
✅ 3.6 MC Skeletspierrelaxantia
| groep | stoffen |
|---|---|
| CZS: benzo's | diazepam |
| CZS |
baclofen, tizanidine
|
| CZS (bij ALS) | riluzol |
| spier | dantroleen |
| neuromusculaire synaps | curares, botox
|
- werkt in op CZS
- benzo's
baclofen-
tizanidine- gelijkaardig gebruik als
baclofen - verwant met
clonidine
- gelijkaardig gebruik als
-
riluzol- bij ALS
- vertraagt progressie
- verlengt overleving
- geen effect op symptomen of spasticiteit
- bij ALS
- werkt in op spier
dantroleen
- werkt in t.h.v. synaps (zie deel 2)
- curares
- leptocurares
- depolariserend (cf. ACh)
- worden spontaan afgebroken
- pachycurares
- niet-depolariserend
- competitieve antagonist
- antidotum: cholinesterase inhibitoren + atropine
- leptocurares
- botox
- tonixes
- aminoglycosiden
- curares
- nieuwe therapeutische targets bij spinaal-musculaire atrofie (SMA) (ter info)
- zeldzaam
- bij kinderen
- drie types
3.6.1 Diazepam
- benzo's
- enkel expliciet bij
diazepam - anderen hebben dezelfde effecten
- enkel expliciet bij
- potentieren GABA-erge transmissie
- positieve allostere modulatoren (PAMs)
- motorische relaxatie
- o.a. bij torticollis
3.6.2 Baclofen
- selectieve agonist van GABA_B
- inhibeert excitatorische transmissie
- enkel bij invaliderende aandoeningen
- helpt tegen spasticiteit
- bij MS
- bij ruggenmergletsels
- minder pijn
- toediening: PO, intrathecaal
- bijwerkingen
- ataxie
- ~dronkenschap
3.6.3 Dantroleen (PO en IV)
- verlaagt Ca vrijzetting uit sarcoplasmatisch reticulum (SR)
- verlaagt spasticiteit
- indicaties
- maligne hyperthermie t.g.v. spasmen
- congenitale vorm
- maligne anti-psychotica syndroom
- off-label: tegen MDMA (XTC) toxicity
- maligne hyperthermie t.g.v. spasmen
- bijwerkingen (bij chronisch gebruik)
- spierzwakte
- ernstige levertoxiciteit (laattijdig)
- regelmatig leverpanel opvolgen
3.6.4 Botulinetoxine (botox)
- spierparalyse
- toediening: injectie
- effectduur: weken-maanden
- blokkeert presynaptische vrijzetting ACh (zie deel 2)
- NT-specifiek
- niet receptor specifiek
- indicaties
- spasticiteit
- bij cerebral palsy
- na CVA
- ogen
- strabisme
- blefarospasme
- faciale dystonie
- spastische torticollis
- esthetische indicatie
- bij "belangrijke psychologische impact"
- spasticiteit
- bijwerkingen
- spierzwakte
- anafylactische reacties
- convulsies
- dysfagie
- aspiratiepneumonie
✅ 3.7 MC Farmacotherapie van de ziekte van Alzheimer
| groep | stoffen | rol |
|---|---|---|
| AChE-inhibitoren |
donepezil, rivastigmine, galantamine
|
symptomatisch; lichte tot matige dementie |
| NMDA-antagonist | memantine |
symptomatisch |
3.7.1 Inleiding
- dementie
- amnesia
- achteruitgang in
- taal
- motorische functies
- executieve functies
- persoonlijkheidsverandereningen
- veel oorzaken en types
- neuro-psychiatrische symptomen (NPS)
- duidelijke link met dementie en Alzheimer's
- kan in elk stadium van de ziekte
- verhoogde mortaliteit
- zuiver symptomatische behandeling
- niet disease modifying
- stop medicatie: winst verdwijnt weer

- niet disease modifying
- effecten medicatie statistisch significant
- maar niet altijd klinisch significant
3.7.2 Neurobiologisch mechanisme bij de ziekte van Alzheimer en mogelijke therapeutische targets
- progressieve mentale achteruitgang
- grote maatschappelijke kost
- minder mantelzorgers
- gevalideerde biomerkers
- belangrijk om sneller effect van studies in te schatten
- verandering in zichtbare symptomen kan jaren duren
- beta amyloid plaques
- tau proteine
- belangrijk om sneller effect van studies in te schatten
3.7.3 AChE-inhibitoren
- geheugenverlies ~ cholinerge deficientie
- cholinesterase (AChE) remmers
- doel: voorkomen, vertragen achteruitgang
- bij lichte tot matige dementie
- individuele effecten moeilijk te voorspellen
- veel bijwerkingen (cf. deel 2)
- hoofdpijn (!)
- duizeligheid (!)
- nausea
- braken
- diarree
- bradycardie
- AV blok
- zweten
- urinaire incontinentie
- voorbeelden
donepezilrivastigminegalantamine
3.7.4 NMDA-antagonist
memantine
Ginkgo biloba extract
- waarschijnlijk geen effect
- niet terugbetaald
Bij gevorderde ziekte
- anti-psychotica bij agitatie, agressie, psychose
- benzo's
- anti-epileptica
Nieuwe geneesmiddelen
-
leqembi- toediening: IV (om de 2w)
- goedgekeurd door FDA (2024)
- afgekeurd door EMA
- negatieve benefit-risk
- hersenbloedingen: niet zeldzaam
- na tweede review wel goedgekeurd door EMA met beperkingen
- alleen bepaalde types Alzheimer's
- regelmatige MRIs ter controle
- Belgie
- wel al gebruikt
- nog niet terugbetaald
- heel duur (25k-50k/jaar)
- in aanvraag voor terugbetaling
kisunla
✅ 3.8 JdH Farmacotherapie van pijn
- soorten pijn
- acuut
- chronisch (3m+)
- nociceptief
- somatisch
- visceraal
- neuropatisch
- nociplastisch
- soorten analgetica
- niet-opioide (perifeer, niet sedatief)
- NSAIDs (zie deel 5)
- lokale anesthetica
- opioide (centraal, sedatief)
- atypische
- migraine
- jicht
- angor pectoris
- neuropathische pijn
- ...
- niet-opioide (perifeer, niet sedatief)
Samenvatting stoffen
- opioiden
| groep | stoffen |
|---|---|
| zuiver |
morfine, hydromorfon, oxycodon, piritramide, fentanyl, sufentanil, methadon (substitutie), loperamide (Imodium) |
| zwak |
codeine, tramadol
|
| partiele agonist |
buprenorfine (substitutie) |
| antagonisten |
naloxon (kort), naltrexon (lang), methylnaltrexon (tegen obstipatie) |
- lokale anesthetica (
-caine)cocainelidocainebupivicaine- ...
3.8.1 Opioïde analgetica
- Papaver somniferum
3.8.1.1 Structuur en indeling van de opioïden
- indeling
- opium (natuurlijk mengsel)
morfinecodeinepapaverine
- opioiden
- morfine-type effecten
- analgesie
- sedatie
- euforie
- obstipatie
- morfine-type effecten
- opium (natuurlijk mengsel)
- antidotum:
naloxon - chemische indeling
- natuurlijk
- semi-synthetisch
heroine
- vol-synthetisch
pentazocinepethidinefentanylfenylpiperidines-
methadon& co -
benzomorfan& co
- farmacologische indeling
- zuiver / full agonist
morfinecodeine
- partieel agonist
buprenorfine
- antagonist
naloxonnaltrexonmethylnaltrexon
- zuiver / full agonist
3.8.1.2 Werkingsmechanisme
- opioid receptor agonisten
- imitatie endogene opioiden (=endorfines)
- G protein coupled receptors (GPCRs)
- analgesie
- spinaal
- pre-synaptisch
- Ca influx -
- post-synaptisch
- K efflux +
- pre-synaptisch
- activatie inhiberende banen
- serotonerg
- noradrenerg
- spinaal
3.8.1.3 Farmacokinetiek
- first-pass effect
- uitzonderingen (dus kunnen PO)
tramadoloxycodonmethadon
- uitzonderingen (dus kunnen PO)
- korte halfwaarde tijd (3-6u)
- uitzonderingen (12u+)
methadonbuprenorfine- geschikt als substitutie bij afbouw na misbruik
- uitzonderingen (12u+)
- biotransformatie
- morfine-6-glucuronide
- pro-drugs
codeinediamorgine- (
heroine)
3.8.1.4 Zuivere opioïd-agonisten: prototype morfine
- potent
- morfine
- oxycodon
- hydromorfon
- piritramide
- sufentanil
- fentanyl
- minder potent / zwak
- codeine
- tramadol
- farmacodynamiek
- CZS
- analgesie
- affectieve vervlakking
- euforie / dysforie
- "abdominaal orgasme"
- bewustzijnsdaling / coma
- sedatie
- anxiolyse
- AZS
- ademhaling -
- miosis
- "pinpoint pupils"
- hoest -
- nausea en braken
- CV -
- bronchoconstrictie (histamine)
- GI
- peristalsis -
- obstipatie (!)
- galblaas +
- urogenitaal
- urine retentie
- uterus contracties -
- neuro-endocrien
- prolactine +
- libido -
- CZS
- tolerantie
- kruistolerantie
- snel (12-24u)
- analgesie
- psychotrope effecten
- nausea en braken
- ademhaling -
- langzaam
- obstipatie
- miosis
- tijdelijk (1-2w)
- afhankelijkheid en misbruik
- fysisch
- dervingssyndroom (1-2w)
- verloop
- 8-12u: tranen, neusloop, geeuwen
- 1e dag: mydriase, pilo-erectie, tremor, agitatie
- 2e-3e dag: rillen, slapeloosheid, GI en CV klachten
- verloop
- dervingssyndroom (1-2w)
- psychisch
- psychotrope effecten
- "craving"
- fysisch
- complicaties
- infecties (bij IV gebruik)
- overdosis
- intoxicaties (bij combinaties met alcohol, cocaine, ...)
- criminaliteit
- behandeling
- uitsluipen
-
clonidine, benzo's - substitutie:
methadon,buprenorfine- langere halfwaarde tijd
- rehabilitatie
- antagonisten:
naltrexon
- contra-indicaties en risicopopulaties
- hypoxie
- lever- of nierinsufficientie
- ouderen / kinderen
- indicaties en specifieke kenmerken
morfine
- acute, hevige pijn
- chronische pijn
- kankerpijn
- longoedeem (adjuvant, vermindert luchthonger)
hydromorfon
- semisynthetisch (potentie x8)
- orale biologische beschikbaarheid: 20%
oxycodon
- semisynthetisch (x2)
- orale biologische beschikbaarheid: 50-80%
- kan PO gebruikt worden
- combinatiepreparaat:
oxycodon+naloxon- doel: obstipatie verminderen
-
naloxonwordt in lever gemetaboliseerd- geen invloed op analgesie
piritramide
- post-op pijn
- sedatie
fentanyl en andere fenylpiperidines
- potentie x100-x1000
- heel korte werking
- toediening: IV of intrathecaal
- bij doorbraakpijn
- lollipop, SL, bruistablet
- bij kankerpijn
- TTS (pleister)
- cave cachexie
methadon
- beperkt first-pass effect
- kan PO
- lange halfwaarde tijd
- moeilijk titreerbaar als analgeticum
- minder sedatie
- heroine substitutie
loperamide (Imodium)
- bij reizigersdiarree
- weinig CZS effecten
- entero-hepatische recirculatie
- bijwerkingen
- paralytische ileus
- urine retentie
- ademhaling -
3.8.1.5 Zwakkere opioïden
codeine
- prodrug van morfine (via CYP2D6)
- hoest -
- milde diarree
- milde pijn
- met/zonder paracetamol
tramadol
- inhibitie NET en SERT
- NA+
- serotonine+
- CYP2D6
- actief metaboliet (meer dan tramadol zelf)
- bijwerkingen
- nausea en braken (bij start)
- vertigo
- sedatie
- droge mond
- combinaties
- met
paracetamol - met
dexketoprofen
- met
3.8.1.6 Partiële opioïd-agonisten en gemengde agonist-antagonisten
buprenorfine
- first-pass effect: niet PO
- indicaties
- acute pijn
- doorbraakpijn: SL
- chronische pijn
- onderhoudstherapie: TTS
- substitutie therapie
- acute pijn
3.8.1.7 Opioïd-antagonisten: naloxon, naltrexon en methylnaltrexon
- antidota
- geen effect op zichzelf
- hyperalgesie bij stress of inflammatie
- acuut dervingssyndroom
-
naloxon- kort werkend
-
naltrexon- lang werkend
- preventie van recidief (PO)
-
methylnaltrexon- PAMORA: perifere antagonist
- bij obstipatie
- geen effect op analgesie
3.8.2 Lokale anesthetica
3.8.2.1 Stoffen en Structuur
-
cocaine- amine: zwakke base
- aromatische ring
- twee klassen
- esters: C(=O)-O
- afbraak: plasma (esterase)
- inactieve metabolieten
- amiden: C(=O)-N
- afbraak: lever (amidase)
- actieve metabolieten
- esters: C(=O)-O
procaineprilocaineetidocainelidocainebupivicainebenzocaine
3.8.2.2 Werkingsmechanisme
- Na kanaal blokkers
- hydrofobic pathway
- hydrophilic pathway
- effecten
- doorbloeding
- pH
- buffer: HCl oplossing
- hydrofoob
- bv.
bupivicaine
- bv.
3.8.2.3 Farmacokinetiek
Farmacodynamiek
- lokaal (gewenst)
- mucosa
- huid
- infiltratie
- zenuwblok (plexus)
- spinale anesthesie (CSF)
- epidurale anesthesie
- systeem (ongewenst)
- local anesthetic systemic toxicity (LAST)
- IV injectie
- CZS
- CV
- spinaal / epiduraal
- bloeddruk -
- ademhaling -
- urineretentie
- overgevoeligheid
- vasoconstrictie (alfa-1 effect)
- bewust door adrenaline als add-on
- middel blijft langer ter plaatse
- cave niet-selectieve beta blokkers
- versterkt effect vasocontrictie
- bewust door adrenaline als add-on
3.8.3 Farmacotherapie van kankerpijn: de WHO richtlijnen
- trap 1: non-opioid +/- adjuvant
- trap 2: zwak opioid +/- non-opioid +/- adjuvant
- laxativa (soms)
- trap 3: sterk opioid +/- non-opioid +/- adjuvant
- stop
codeine,tramadol - laxativa (altijd)
- stop
- non-opioid: vooral NSAID
- zwak opioid:
codeine,tramadol
3.8.4 Farmacotherapie van neuropatische pijn
- bij zenuwschade
- dysesthesia
- schietende, brandende pijn
- allodynia
- lichte aanraking doet pijn
- behandeling (eerste lijn)
- anti-depressiva
- TCA
- SNRI
- anti-epileptica
-
carbamazepine- bij trigeminusneuralgie
gabapentinepregabaline
-
- andere
-
lidocaine(lokaal) tramadol- sterke opioiden
-
- anti-depressiva
✅ 3.9 MC Hypnotica - anxiolytica
- historisch
- voor 1903: alcohol, opium, bromide, ...
- 1903:
barbital - 1912:
fenobarbital - 1955:
meprobamaat - 1960:
chlordiazepoxide - 1963:
diazepam(Valium)
- verschillende chemische klassen
- gevaar: tolerantie + afhankelijkheid
- 10+% Belgische bevolking (15j+)
- indicaties
- sedativa/hypnotica tegen insomnia
- criteria
- 3d/w
- inslaap problemen (30min+)
- doorslaap problemen
- niet-herstellende slaap
- 's ochtends nog moe
- significante problemen overdag
- stemmingsstoornissen
- vermoeidheid
- aandacht- en concentratieproblemen
- overdag slaperig
- oorzaken insomnia
- slechte slaaphygiene
- psychiatrische stoornissen
- psychosociale problemen
- omgevingsfactoren
- organische stoornissen / pijn
- andere slaapstoornissen
- medicatie / drugs
- caffeine
- chocolade(melk)
- thee
- cola
- energiedranken
- koffie
- caffeine
- partner
- verstoring dag-nacht ritme
- eerste aanpak
- uitlokkende factoren aanpakken
- slaaphygiene optimaliseren
- ...
- psychotherapie (CBT)
- medicatie (tijdelijk)
- uitlokkende factoren aanpakken
- criteria
- anxiolytica tegen pathologische angst
- zeer frequent (33% lifetime prevalantie)
- soorten
- paniekstoornis
- gegeneraliseerde angststoornis
- specifieke fobieen
- niet in verhouding tot risico
- behandeling
- causaal
- psychotherapie (CBT)
- geen nevenwerkingen
- blijvend effect
- medicatie (o.a. anti-depressiva)
- vooral in specifieke situaties
- beperkt in de tijd
- niet: slaapstoornis bij ziekenhuis opname
- sedativa/hypnotica tegen insomnia
Samenvatting stoffen
| groep | stoffen |
|---|---|
| benzo (GABA A PAM) |
diazepam (Valium), flunitrazepam (Rohypnol) |
| z-drugs (GABA A PAM) |
zolpidem, zopiclon, zaleplon
|
| benzo-antagonist (competitief) | flumazenil |
| blokker (bij somatische angst) | propranolol |
| blokker | - |
| sederende anti-depressiva |
amitriptyline, mirtazapine, trazodon
|
| kruiden | valeriaan |
| circadiaan middel | melatonine |
| barbituraten |
barbital, fenobarbital
|
3.9.1 Benzodiazepines ("benzo's")
- sinds 1960 op markt
3.9.1.1 Werkingsmechanisme van benzodiazepines
- GABA-erge transmissie
- GABA = -amino-boterzuur
- (inhibitorische) neurotransmitter
- o.a. minder NA en 5-HT
- synthese uit glutamaat: geen leerstof
- (inhibitorische) neurotransmitter
- receptoren
- (bij benzo's en barbituraten)
- benzo: positieve allosterische modulator (PAM)
- concentratie-respons curve verschuift naar links
- max blijft gelijk
- geen effect in afwezigheid van GABA
- dus heel veilig
- cf. barbituraten
- GABA = -amino-boterzuur
- eigenschappen alle benzo's
- (1) anxiolytisch (altijd)
- (2) sedatief/hypnotisch (altijd)
- hogere dosis nodig
- vaak slechts 1/2 op bijsluiter
- en andere als bijwerking
- pure marketing
- dosis-afhankelijk
- (inhibeert productie corticotropin releasing factor (CRF))
3.9.1.2 Farmacologische effecten van benzodiazepines
- volledig t.h.v. CZS - geen perifere effecten
- psychotroop
- anxiolyse
- tem effect: minder agressie
- sedatie
- hypnogeen
- objectief effect
- daalt snel door tolerantie
- subjectief effect
- blijft langer bestaan
- objectief effect
- anterograde amnesie
- vooral na hoge dosis (en IV gebruik)
- 30-60min
- lange termijn: cognitieve problemen, dementie
- motorisch
- spier relaxatie
- anti-convulsief
- verhogen drempel
3.9.1.3 Ongewenste effecten van benzodiazepines
- psychotroop
- sedatie
- kater (dag later)
- niet combineren met alcohol, sedativa
- geen zware toestellen bedienen (auto, ...)
- paradoxale effecten
- kan bij iedereen voorkomen
- desinhibitie
- impulsief
- rusteloos
- prikkelbaar
- agressief
- uitlokken convulsies
- vaak op ICU
- DDX delirium
- behandeling: benzo anti-dotum (
flumazenil, zie verder)
- confusie
- bij ouderen
- geheugenstoornissen
- psychische stoornissen
- vooral bij chronisch gebruik
- motivatie -
- depressie
- OCD
- persoonlijkheidsstoornissen
- seksuele stoornissen
- libido -
- erectiestoornissen
- sedatie
- motorisch
- t.g.v. spierrelaxantia
- ouderen: vallen
- tolerantie
- snel (na 2w)
- voor sedatief + hypnogeen + spierrelaxerend effect
- negatieve impact op cognitie en geheugen blijft wel duren
- traag herstel na stop
- negatieve impact op cognitie en geheugen blijft wel duren
- minder bij anxiolytisch + anti-convulsief effect
- kruistoleranties (incl. niet-benzo's)
- afhankelijkheid
- ook bij lage dosis
- fysiek
- angst voor dervingsverschijnselen
- omgekeerde van farmacologische effecten
- DDX initiele symptomen
- overgevoeligheid aan stimuli
- tinnitus
- perceptiestoornissen
- meer bij ouderen
- kan weken-maanden duren na lange behandeling
- soms irreversibel
- angst voor dervingsverschijnselen
- psychisch
- gunstige psychotrope effecten
- extreem: craving (zeldzaam)
- gunstige psychotrope effecten
- misbruik
- recreationeel
-
flunitrazepam(Rohypnol)- date rape drug
- valt onder verdovende middelen (als enige benzo)
- afbouwen
- doel: stoppen
- belang motivatie
- geleidelijk
- opvolging
- eerst switchen naar preparaat met langere halfwaardetijd
- acute toxiciteit
- heel veilig
- overdosis quasi onmogelijk
- weinig effect op CV, ademhaling
- cave
- combinatie met alcohol, andere geneesmiddelen (TCAs, ...)
- respiratoire problemen, CO2 retentie
- heel veilig
3.9.1.4 Farmacokinetiek van benzodiazepines
- PO
- volledig geabsorbeerd
- lipofiel
- binding plasmaproteine: 70-99%
- concentratiepiek: binnen 1u
- hoog distributievolume
- door placenta, in moedermelk
- metabolisatie
- fase I: CYP450 (CYP3A4, CYP2C19)
- fase II: glucuronidatie
- actieve metabolieten
- soms met lange halfwaardetijd
- halfwaardetijd
- verschillende klassen: niet vanbuiten leren
- kortwerkend: 6u-
- intermediair: 6-24u
- langwerkend: 24u+
- verschillende klassen: niet vanbuiten leren
- interacties
- zeldzaam
- alcohol
- sedativa
- CYP450 metabolisatie
- breed therapeutisch venster
3.9.1.5 Therapeutische indicaties van benzodiazepines
- slapeloosheid
- eerste keuze: niet-medicamenteus, melatonine
- voordelen benzo's
- werkt snel
- voldoende lange werkingsduur
- weinig residueel effect volgende dag
- geen accumulatie
- beperk in tijd
- beperk in dosis
- kleinst mogelijke verpakking
- bij ontslag na opstart in ziekenhuis: niet mee naar huis
- voor specifieke situatie: opname, jetlag, rouw, ...
- angststoornissen
- voorkeur: psychotherapie
- bij zeer acute vormen
- beperk in tijd
- pre-operatief
- sedatief bij angstige patienten
- spierrelaxatie
- amnesie
- epilepsie
- status epilepticus
- chronisch
- cave: rebound convulsies
- traag afbouwen
- spierspasmen (zie hoofdstuk 3.6)
- delirium tremens
- behandeling: benzo's + thiamine
- risico: Wernicke encephalopathie
- depressie (soms)
3.9.1.6 Relatieve contra-indicaties van benzodiazepines
- ademhalingsstoornissen
- slaap apnoe
- COPD
- zwangerschap
- myastenia gravis (spierzwakte)
- leverinsufficientie
3.9.1.7 Bijzonderheden i.v.m. benzodiazepine-therapie
- dosis aanpassen bij
- bejaarden
- vertraagde metabolisatie
- meer bijwerkingen
- dosis zo laag mogelijk
- vertraagde metabolisatie
- nier- en leverinsufficientie
- bejaarden
3.9.1.8 Besluit
- juiste indicatie
- laagste dosis
- kortste duur
- opvolgen
- stimuleren tot stoppen
3.9.2 Stoffen met werking analoog aan deze van de benzodiazepines ("z-drugs")
- werking: idem benzo's (GABA A PAMs)
- geen voordeel t.o.v. benzo's (integendeel)
- voorbeelden
zolpidemzopiclonzaleplon
3.9.3 Benzodiazepine-antagonist (flumazenil)
- antidotum
- zero (of neutral of silent) allosteric modulator (ZAM = SAM)
- competitieve antagonist van benzo's
- toediening zonder benzo's: NAM-effecten
- negative allosteric modulator (NAM)
- anxiogeen
- pro-convulsief effect
3.9.3.1 Indicaties van flumazenil
- beeindigen pre-operatieve sedatie
- acute benzo intoxicatie
3.9.4 β-blokkers
propranolol- indicatie
- angst met sterke somatische component
- zweten
- tremor
- tachycardie
- angst met sterke somatische component
- weinig effect op affectieve component
3.9.5 Histamine H1-receptorblokkers
- eerste generatie
- sedatieve effecten
- anti-cholinerge bijwerkingen
3.9.6 Sederende anti-depressiva
- bij insomnia en depressie
- sederende anti-depressiva
amitriptylinemirtazapinetrazodon
- sederende anti-depressiva
- bij paniekstoornis, gegeneraliseerde angststoornis (GAD), OCD
- eerste keuze: SSRIs (i.p.v. benzo's)
- bij opstart
- suicide risico
- nausea en braken
- bij opstart
- eerste keuze: SSRIs (i.p.v. benzo's)
3.9.7 Fytotherapeutica
- OTC
- natuurlijk != onschuldig
- weinig evidentie
-
valeriaan- hypnogeen (beperkt)
- mutageen, cytotoxisch
- niet bij leverlijden, zwangerschap
- variabele hoeveelheid actief bestanddeel
3.9.8 Melatonine
- OTC in veel andere landen
- niet in Belgie
- endogeen hormoon
- in epifyse en huid
- synthese
- uit tryptofaan
- via serotonine (5-HT)
- circadiane ritme
- veiligheid: onduidelijk maar geruststellend
- verlaging convulsiedrempel?
- indicaties
- insomnia
- jet lag (vanaf 5 tijdzones)
- niet verslavend
- problemen
- dosis?
- schema?
- combinatie met alcohol of sedativa
3.9.9 Barbituraten
- verdrongen door benzo's
- werking
- neurologisch: sedatie - anesthesie - coma
- respiratoir: ademhalingsdepressie
- cardiovasculair (bij hogere dosis)
- metabool: krachtige CYP inductor
3.9.9.1 Eigenschappen
- lage dosis
- anxiolytisch
- hypnogeen
- via GABA PAM effect
- hoge dosis
- agonist: directe activatie GABA A receptor
- werkt ook los van GABA
- geen max
- agonist: directe activatie GABA A receptor
- bijwerkingen
- kater
- motorische en cognitieve stoornissen
- vertigo
- nausea, braken
- diarree
- euforie
- desinhibitie
- paradoxale effecten
- overgevoeligheidsreacties
- intoxicatie (heel hoge dosis)
- anesthesie
- coma
- ademhalingsdepressie
- CV collaps (dodelkijk)
- fataal bij 20x therapeutische dosis
- vroeger veel gebruikt voor suicide
- nauwe therapeutische index (cf. benzo's: breed)
3.9.9.2 Indicaties
- convulsies
- benzo's als eerste keuze
- (inductie-)anesthesie
- euthanasie
- doodstraf (in USA)