Ziekteleer bloedvaten en hart

Praktisch

  • 5 stp
  • eerste semester
  • 35 contacturen
    • excl. lesvoorbereiding / zelfstudie
    • 7u prof. Vanassche
    • 6.5u prof. Willems
    • 5u prof. Fourneau
    • ...
  • examen
    • 3 uur
    • 40 meerkeuze vragen, 4 keuze opties
    • klinische cases
    • giscorrectie
    • elke vraag op evenveel punten
    • gelijkwaardige verdeling van vragen over de cursus
      • o.b.v. aantal contacturen
        • dus ongeveer 1 vraag per contactuur
    • medicatie: wel belangrijke stofnamen, geen doses, geen merknamen
      • uitzondering: prof. Adriaenssens vraagt wel doses
  • examenvragen hart
  • examenvragen bloedvaten
  • TODO
    • ECG

Samenvatting

Medicatie

Klassen
  • diabetes/obesitas medicatie
    • GLP1-receptor agonisten
      • semaglutide (Ozempic, Wegovy)
      • (Mounjaro)
    • sodium-glucose cotransporter 2 (SGLT2) inhibitor (gliflozine)
      • nu ook gebruikt bij hartfalen
        • werking onduidelijk
      • voorbeelden
        • dapagliflozin
        • empagliflozin
  • hypolipemierende middelen = cholesterolverlagers
    • statines
      • atorvastatine
      • rosuvastatine
    • ezetimibe
  • diuretica
    • kalium-sparend
      • aldosterone antigonisten (AA) diuretica
        • = mineralocorticoid receptor antagonisten (MRA)
          • meerdere functies (zwak diureticum, hartfalen, resistente hypertensie)
        • voorbeelden
          • spironolactone
            • sterolen, lijken op hormonen
            • bijwerkingen: gynaecomastie, menstruatiestoornissen, ...
          • eplerenone
    • kalium-verliezend
      • thiazide diuretica (klein effect)
      • lisdiuretica (groot effect)
        • furosemide (Lasix)
        • bumetanide (Burinex)
        • torasemide (Torrem)
  • RAAS remmers
    • ACE inhibitors (ACE-I)
      • voorbeelden (-pril)
        • ramipril
        • captopril
      • nevenwerkingen: hoest, GI klachten
    • angiotensine II receptor blockers (ARB)
      • = sartanen
      • voorbeelden (-sartan)
        • candesartan
        • losartan
        • valsartan
    • neprilysine inhibitor
      • inhibitie afbraak ANP, BNP
      • voorbeeld: sacubitril
      • altijd in combinatie (zie ARNI)
    • angiotensine-receptor neprilysine-inhibitor (ARNI)
      • = ARB + neprilysine inhibitor
      • voorbeeld: sacubitril/valsartan (Entresto)
  • betablokkers
    • inotropie -
    • chronotropie -
    • O2 behoefte -
    • (bloeddruk -)
    • voorbeelden (-olol)
      • bisoprolol
      • metoprolol
      • nebivolol
  • calcium antagonisten
    • = calcium channel blockers (CCB)
    • dihydropyridine: vooral vasodilatatie
      • nifedipine
    • niet-dihydropyridine: frequentiecontrole
      • verapamil
      • diltiazem
  • anti-trombotica
    • anti-aggregantia

      Medicatie Inhibeert Kracht Gebruik Duur effect Start effect Onderbreking vóór geplande ingreep
      acetylsalicylzuur COX + PO/IV ±7d (irreversibel) 3u N/A
      clopidogrel P2Y12 ++ PO 5–7d (irreversibel) 6u 5d
      prasugrel P2Y12 +++ PO 5–7d (irreversibel) 4u 7d
      ticagrelor P2Y12 +++ PO ±5d (reversibel) 2u 3d
      GPIIb/IIIa-antagonist GPIIb/IIIa ++++ IV uren (reversibel) minuten ?
      • COX-1 remmers
        • acetylsalicylzuur (ASA) = aspirine PO/IV
      • ADP receptor antagonisten
        • remmers (-grel)
          • thienopyridines (irreversiebel)
            • clopidogrel PO
            • prasugrel PO
          • reversiebel
            • ticagrelor PO
            • cangrelor IV
      • (GP IIb/IIIa inhibitoren)
        • tirofiban IV
        • eptifibatide IV
        • anti-coagulantia
      • (1) heparines (indirect)
        • unfractionated heparine (UFH) IV
        • low molecular weight heparines (LMWH) SC
          • enoxaparine (Clexane)
          • nadroparine (Fraxiparine)
          • tinzoparine (Innohep)
        • synthetische pentasaccharide
          • fondaparinux (Arixtra)
      • (2) vitamine K antagonisten (VKA) PO
        • coumarine-derivaten
        • effect
          • verstoring aanmaak
            • common pathway (X, II)
            • intrinsiek (IX)
            • extrinsiek (VII)
            • natuurlijke anticoagulantie (PC, PS)
        • voorbeelden
          • fenprocoumon (Marcoumar)
            • "coumarine van Marc" (Verstraete)
          • warfarine (Marevan)
            • rattenvergif
          • acenocoumarol (Sintrom)
      • (3) directe/nieuwe orale anti-coagulantie (DOAC = NOAC) PO
        • sinds 2015
        • contra-indicaties
          • mechanische hartklep
          • ernstige nierinsufficientie
          • zwangerschap / borstvoeding
            • vervang ASAP door LMWH
        • directe factor IIa (= trombine) inhibitoren
          • dabigatran (Pradaxa) PO
          • uitzondering: niet oraal
            • hirudine IV
            • bivalirudin (Angiox) IV
        • directe factor Xa inhibitoren
          • rivaroxaban (Xarelto) PO
          • apixaban (Eliquis) PO
          • edoxaban (Lixiana) PO
      • (factor XI inhibitoren)
        • nieuw - nog niet in klinische praktijk
        • doel: enkel trombose remmen, niet hemostase
        • enkel intrinsieke pathway blokkeren (XI, XII)
      • antidotum
        • heparine
          • UFH: protamine
          • LMWH: protamine, werkt minder goed
          • synthetisch: protamine werkt niet
        • VKA
          • vitamine K (traag)
          • stollingsfactor concentraat (CoFact, snel)
        • DOAC
          • dabigatran: idarucizumab
        • trombolytica = fibrinolytica
      • anti-aritmica
        • zie deel EKG
Coronair lijden
  • behandeling stabiele angor
    • nitraat / nitroglycerine
    • beta blokkers
    • calcium antagonisten
  • myocardial bridging (coronairen te diep)
    • beta blokkers
    • calcium antagonisten
  • NSTEMI
  • STEMI
    • geen nitraten
    • geen morfine
    • geen O2
    • anti-aggregantia
      • dual anti-platelet therapy (DAPT)
        • aspirine PO
        • P2Y12 remmers
          • prasugrel PO
          • ticagrelor PO
          • clopidogrel PO
            • minder krachtig
            • bij hoog bloedingsrisico
          • cangrelor IV als PO niet lukt
    • anti-coagulantia (voorbereiding PCI)
      • heparine
  • post ACS/PCI/CABG
    • standaard
      • dual anti-platelet therapy (DAPT)
      • 6m bij CCS
      • 12m bij ACS
      • korter bij hoog bloedingsrisico
      • langer bij hoog trombose risico
    • indien patient anti-coagulantia nodig heeft voor comorbiditeiten
      • triple therapy
        • heel kort
        • 1 anti-coagulantia (PO)
        • 2 anti-aggregantia
          • aspirin
          • P2Y12 remmer
      • dual therapy
        • 1 anti-coagulantia (PO)
          • VKA
          • DOAC
        • 1 anti-aggregantia
Kleplijden
  • MS
    • trombose risico verlagen
      • anti-coagulantia (cf. VKF)
    • congestie
      • diuretica
    • frequentiecontrole
      • betablokkers
      • niet-dihydropyridine calcium antagonisten
      • digitalis: digoxine
        • cf. hartfalen
Endocarditis
  • kunstklep infectieuze endocarditis (KK IE)
    • empirisch AB beleid
    • vroeg (< 12m na implantatie) = nosocomiaal
      • bij ernstig ziekte patienten (anders wachten op haemoculturen)
        • vancomycine + gentamycine
      • na ontslag (indien patient stabiel)
        • eerst thuis nog IV AB (cetriaxone)
        • daarna PO AB
    • laat (> 12m) = community-acquired
      • amoxicilline + floxapen + gentamycine
      • vancomycine + gentamycine (bij penicilline allergie)
Pericard- en myocard aandoeningen
  • pericarditis en myocarditis
    • anti-inflammatoir
      • 1e lijn
        • NSAID
          • aspirine (ASA), ibuprofen
          • traag afbouwen
        • colchicine
      • 2e lijn: corticosteroiden
      • 3e lijn: IL-1 inhibitoren
  • HCM
    • oude aanpak
      • betablokkers (o.a. bisoprolol)
      • calcium kanaal blockers
    • nieuwe aanpak
      • myosine inhibitoren (mavacamten)
  • DCM
    • zie hartfalen
Hartfalen
Medicatie HFrEF HFmrEF HFpEF
RAAS-remmers (ACE-I / ARB / ARNI) X (X)
betablokkers X (X)
MRA X (X)
SGLT2-inhibitor X X (X)
lisdiuretica X X X
  • legende
    • X goede evidentie
    • (X) minder/geen evidentie, toch vaak gebruikt
  • start low, go slow
    • begin met lage dosis
    • traag opdrijven tot target
  • HFrEF
    • "all at once", quadruple therapie
      • (1) RAAS remmers: ACE-I / ARB / ARNI
      • (2) betablokkers
      • (3) mineralocorticoid receptor antagonisten (MRA)
      • (4) SGLT2 inhibitor
      • (lisdiuretica)
VTE
  • DVT en PE
    • geen anti-aggregantia
    • anti-coagulantia
      • (UFH)
      • LMWH
      • VKA
      • DOAC
        • ambulant bij low risk
      • start met hoge dosis (5d-3w)
      • daarna onderhoudsbehandeling (3m)
    • trombolytica
      • high risk: ja
      • intermediate-high risk: meestal niet
      • lager: nee
Anti-hypertensiva
  • levenslang
  • principes
    • lage dosis van verschillende klassen
    • zo weinig mogelijk pillen
    • voldoende krachtig om doel te bereiken
      • eerste poging: < 140/90
      • indien haalbaar: 12x/7x
  • klassen
    • basis
      • RAAS remmers (ACE-I, ARB)
      • calcium antagonisten
      • thiazide diuretica
    • tweede lijn
      • alfablokkers
      • betablokkers
        • bij specifieke indicaties
      • MRA (spironolactone)
      • centraal werkende anti-hypertensiva
Medicatie HFrEF HFmrEF HFpEF hypertensie bij zwangerschap
RAAS remmers (ACE-I / ARB / ARNI) X (X) L1, geen ARNI nee
betablokkers X (X) L2 ja: labetalol
MRA X (X) L2 nee
SGLT2-inhibitor X X (X) ?
diureticum lis lis lis L1: thiazide nee
calcium antagonisten L1 ja: nifedipine
alfablokkers L2 nee
centraal werkende antihypertensiva L2 nee

Veneuze en lymfatisch aandoeningen
  • chronisch veneus
    • flavonoiden
    • extracten
      • paardekastanje
      • rode wijnstokbladeren
  • lymfatisch: (diuretica)
  • hemangioom: propranolol
  • malformaties
    • rapamycine
    • sirolimus (mTOR inhibitor)
  • overgroei: alpelisib

Hart

✅ Coronair lijden (1.5u)

  • prof. T. Adriaenssens
  • examen
    • wanneer welk onderzoek kiezen?
  • kapstok
    • CCS
      • wel vernauwing
      • geen trombus
      • stabiele angor
    • ACS
      • acute plaque ruptuur met trombus
      • indeling
        • instabiele angor
          • troponines normaal
        • NSTEMI
          • ischemie en necrose
            • troponines verhoogd
            • partiele of tijdelijke occlusie
          • ECG: ST depressie / T inversie
        • STEMI
          • ischemie en necrose
            • troponines verhoogd
            • volledige occlusie
          • ECG: ST elevatie
1 Coronaire anatomie en fysiologie
  • herhaling anatomie coronairen
    • links
      • cx
      • LAD
    • rechts
    • flow voornamelijk tijdens diastole
  • coronair lijden
    • in macrocirculatie (klassiek, in grote kransslagaders)
    • in microcirculatie
      • coronary microvascular dysfunction (CMD)
        • angina with non-obstructive coronary arteries (ANOCA)
        • ischemia with non-obstructive coronary arteries (INOCA)
        • myocardial infarction with non-obstructive coronary arteries (MINOCA)
    • perfusie: O2 vraag vs aanbod
      • vraag +
        • inspanning
        • emotie
        • koorts
        • ziekte
        • ...
      • hoge graad van stenose nodig om impact te hebben tijdens inspanning (60%+)
      • nog hoger voor rustpijn (80%+)
  • Glagov's fenomeen - positieve vasculaire remodeling
    • blauw = lumen
    • rood = bloedvat wand (incl. plaques)
    • (a) normaal
    • (b) grotere diameter wand, lumen gelijk
    • (c) lumen verkleind in vergevorderd stadium
2 Chronisch coronair syndroom (CCS)
  • coronary artery disease (CAD)
  • symptomen
    • heel variabel
      • soms asymptomatisch = silentieuze ischemie
    • dyspnoe
    • angina pectoris = angor
      • stabiele angor
        • door coronaire vernauwing
        • chronisch
        • voorspelbaar: bij inspanning (O2 vraag > aanbod)
        • straalt vaak uit van sternum naar linker arm (mediaal, tot pink)
      • instabiele angor
        • acuut
        • onvoorspelbaar
        • blijft ook na 20+ min in rust
        • nieuw begin
        • erger wordend
        • na recent myocard infarct
      • prinzmetal angina = vasospasme
        • ook in rust
        • spasme kan geinduceerd worden in cathlab voor diagnose
  • xanthomen
    • geelbruine afzettingen van cholesterol/triglyceriden
    • aan oogleden: xanthelasma
  • scorekaart
    • symptomen (0-3 punten)
    • risico factoren
    • geslacht
    • leeftijd
    • resultaat: CCS likelihood
  • diagnose
    • echocardiografie
      • LV EF
      • LV volumes
      • kleplijden
      • ...
    • labo
      • anemie
      • hyperthyroidie
      • glycemie
      • lipiden
        • lipoproteine (a) = Lp(a)
          • ~ CV risico
          • stabiel, genetisch bepaald
      • nierfunctie (GFR)
    • (!) cononaire CT angiografie (CCTA)
      • bij laag risico
      • met constrast
      • structureel: lumen en wand
      • hartslag moet laag genoeg zijn
      • niet geschikt bij verkalkte coronairen (o.a. ouderen)
    • functional imaging
      • bij hoog risico
      • stress echo
      • scintigrafie: SPECT / PET
        • Tc 99m
        • ~ perfusie
      • cardiale MRI (CMR)
    • (!) invasieve coronaire angiografie
      • bij heel hoog risico
      • via a. radialis > via a.femoralis
      • risico op complicaties
        • CVA, MI, dood
        • niet zomaar aanvragen
      • eventueel fractional flow reserve (FFR) meting
      • enkel lumen zichtbaar
        • eccentrisch: opletten met projectierichting stralen
        • want niet zichtbaar: geen referentiepunt voor totale breedte
    • inspannings ECG
      • fietsproef wordt nu veel minder gedaan
        • te lage sensitiviteit en specificiteit voor coronair lijden
      • kan farmacologisch met dobutamine (inotropica)
    • (!) coronary artery calcification score (CACS)
      • via ECG-gated CT
      • != CCTA
      • zonder contrast
  • behandeling stabiele angor
    • nitraat / nitroglycerine
    • betablokkers
      • inotropie -
        • minder contractiekracht
      • chronotropie -
        • tragere hartslag
      • voorbeelden
        • bisoprolol
        • metoprolol
        • nebivolol
    • calcium antagonisten
      • effect: vasodilatie coronairen
      • voorbeelden
        • nifedipine
        • verapamil
        • diltiazem
  • myocardial bridging = spierbrug
    • congenitaal
    • coronair in i.p.v. op myocard
    • vaak asymptomatisch
    • kan dichtgeknepen worden tijdens systole
    • behandeling
      • medicatie (beta blokkers + calcium antagonisten)
      • PCI of heelkundige myotomie (zeldzaam)
3 Acuut coronair syndroom (ACS)
  • ECG
    • STEMI: ST segment elevation myocard infarct
      • direct naar cathlab
      • niet wachten op uitslag troponines
        • enkel relevant dag later om schade in te schatten
    • NSTEMI: non-STEMI
      • troponin bepalen
        • high sensitivity cardiac troponin (hs-cTn)
        • positief: NSTEMI
        • negatief: onstabiele angor
  • plaques + bloedplaatjes
  • ruptuur of erosie
  • cardic markers
    • troponin (belangrijkste)
    • creatine kinase (CK)
      • CK-BB: hersenen en gladde spieren
      • CK-MM: spier
      • CK-MB: myocard
    • aspecifiek
      • lactaat dehydrogenase (LDH)
        • maakt melkzuur=lactaat in anaerobe omstandigheden
        • bij weefselschade
        • niet te verwarren met LDL
      • ALT
  • symptomen
    • pijn
      • straalt vaak uit van sternum naar linker arm (mediaal, tot pink)
      • soms rechts i.p.v. links
      • ook naar linker kaak
      • soms tussen schouderbladen (cave aorta dissectie)
  • gevolgen acuut MI
    • papillairspier scheur
    • VSD
    • contained rupture = pseudo-aneurysma
    • free wall rupture = aneurysma
  • behandeling
    • ASAP: reperfusie
      • STEMI
        • fibrinolysis
        • primary PCI
      • check hs-cTnT
        • enkel bij vermoeden ACS (o.b.v. anamnese, onderzoek, ECG)
      • OHCA = out of hospital cardiac arrest
      • HF = hartfalen
      • HD = hemodynamisch
      • medicatie
        • anti-aggregantia
          • aspirine
          • geen P2Y12
            • wel later bij PCI
        • anti-coagulantia
          • snelle PCI gepland: UFH
          • anders: synthetische heparine
            • fondaparinux (Arixtra)
      • binnen 10min ECG
      • binnen 60min PCI
        • in IRCC = interventional radiology + cardiac catheterisation
      • naar hartbewaking = cardiac care unit (CCU)
      • medicatie
        • geen nitraten
        • geen morfine
        • geen O2
        • anti-aggregantia
          • dual antiplatelet therapy
            • aspirine
            • P2Y12 remmers
              • prasugrel PO
              • ticagrelor PO
              • clopidogrel PO bij hoog bloedingsrisico
              • cangrelor IV als PO niet lukt
        • anti-coagulantia
          • heparine
      • LDL 50%+ verlagen
        • "go high to go low"
      • statine (atorvastatine of rosuvastatine) + ezetimibe
4 Niet-atherosclerotisch coronair lijden
  • 50%: abnormale coronairen
    • voorbeeld: beide uit rechter cusp
      • kan gekneld raken
      • behandeling: herimplantatie
  • type 2 myocard infarct (MI)
    • imbalans vraag-aanbod -> necrose
    • niet door plaques / trombose
5 Percutaneous coronary intervention (PCI)
  • risico's
    • in-stent re-stenose
    • trombose
      • drug-eluting stent
  • CABG
    • MIDCAB
6 Antiplaatjestherapie post ACS/PCI/CABG
  • indien patient geen anti-coagulantia neemt
  • dual anti-platelet therapy (DAPT)
    • aspirine
    • P2Y12 remmer ("-grel")
      • prasugrel PO
      • ticagrelor PO
      • clopidogrel PO
        • minder krachtig
        • bij hoog bloedingsrisico
7 Wat is geval van nood aan onderbreking, combinatie met OAC, bloeding?
Combinatie met OAC
  • indien patient voordien al anti-coagulantia nam
  • trade-off
    • bloeding
    • thrombose
  • dual therapy
    • 1 anti-coagulantia (PO)
      • VKA
      • DOAC
    • 1 anti-aggregantia
  • triple therapy
    • heel kort in begin
    • 1 anti-coagulantia (PO)
    • 2 anti-aggregantia
      • aspirin
      • P2Y12 remmer
Bij nood aan onderbreking
  • aspirine onderbreking: nee
  • P2Y12 onderbreking
    • prasugrel: 7d op voorhand
    • clopidogrel: 5d op voorhand
    • ticagrelor: 3d op voorhand
    • heropstart 4d na ingreep
Bij bloeding

✅ Congenitale afwijkingen (1.5u)

Intro
  • cardiac output (l/min)
  • weerstand (SVR of PVR)
    • in Wood Units
  • bloeddruk
  • dubbele circulatie
    • lichaam
      • hoge weerstand
    • long
      • lage weerstand
  • (mal)positie
    • levocardia (normaal)
    • dextrocardia (gespiegeld)
    • mesocardia (apex op middellijn)
    • situs solitus (normaal)
      • van atria
      • van viscera
    • situs inversus
      • van atria
      • van viscera
      • opdeling
        • thoracalis
        • abdominalis
        • totalis
    • situs ambiguus
    • linker atrium isomerisme (2x LA, polysplenie)
    • rechter atrium isomerisme (2x RA, asplenie)
    • referentiepunt: rechter hoofdstambronchus (meer verticaal)
    • atria en longen gelinkt
      • LA - LL
      • RA - RL
  • (mal)connectie
    • atrio-ventriculair
      • concordant (normaal)
      • discordant: RA-LV, LA-RV
      • double inlet
      • geen AV klep
    • ventriculo-arterieel
      • concordant
      • discordant
      • double outlet
      • single outlet
  • positie grote vaten
    • normaal
      • PAPA: posterior aorta, pulmonalis anterior
    • transpositie grote arteries (TGA)
      • lange termijn evolutie
        • hartfalen
        • kleplijden
        • AV blok
        • aritmie
    • links- of rechtdraaiende aorta
Shunt letsels
  • open ductus van Botalli (ODB)
    • = ductus arteriosus
    • sluit normaal na geboorte
    • links -> rechts shunt
    • volumebelasting LV
    • drukbelasting RV
    • kliniek
      • geruis IC2 links
    • behandeling
      • chirurgisch sluiten
      • percutaan sluiten
  • atrium septum defect (ASD)
    • links -> rechts shunt
    • volume- en drukbelasting rechts
    • kliniek
      • fixed spliting 2e toon
      • ejectiegeruis over IC2 links
    • drie types
      • ostium primum (type 1)
        • laag
        • klieft mitralisklep in twee
        • volumebelasting links (mitralis insufficientie)
      • ostium secundum (type 2)
        • midden
        • partieel abnormale pulmonale veneuze uitmonding (PAPVU)
      • sinus venosus
        • hoog
    • behandeling
      • anders per type defect
      • percutaan: "paraplu" (enkel type 2)
  • patent foramen ovale (PFO)
    • rechts -> links shunt
      • eenrichtingsklep
      • paradoxale embolisatie
    • "deur op kier"
      • cf. ASD: "geen deur"
  • ventrikel septum defect (VSD)
    • types
      • perimembraneus
      • musculair
      • doubly committed
      • inlet
    • links -> rechts shunt
    • volumebelasting links
    • drukbelasting rechts
    • kliniek
      • thrill in IC4 links
    • behandeling
      • chirurgie
      • percutaan
  • atrio-venriculair septum defect (AVSD)
    • 1 grote AV klep
    • bij 1/3 patienten met syndroom van Down
    • behandeling
      • chirurgie
        • sluiten ASD en VSD
        • reconstructie AV kleppen
  • Eisenmenger syndroom
    • bij ASD of VSD of ODB
    • fase 1: links -> rechts shunt
      • gevolg: pulmonale hypertensie
    • fase 2: bidirectioneel
    • fase 3: rechts -> links shunt
      • cyanose
Obstructies in linkszijdige circulatie
  • (supra-mitralisklep stenose)
  • (mitralisklep stenose of insufficientie)
  • subvalvulaire aortastenose
    • vernauwing onder aortaklep
    • types
      • membraneus
      • musculair
    • drukbelasting LV
      • hypertrofie LV
    • kliniek
      • ejectiegeruis IC4 links naar IC2 rechts
    • behandeling
      • chirurgie
  • congenitale aortastenose
    • types (van goed naar slecht)
      • tricuspied (normaal)
      • bicuspied
      • monocuspied
      • noncuspied
      • myxomateus
    • drukbelasting LV
      • hypertrofie LV
    • dilatatie aorta ascendens
    • kliniek
      • ejectiegeruis IC4 links naar IC2 rechts
      • ejectieklik IC4 links
    • behandeling
      • percutaan: ballon dilatatie
      • chirurgisch
    • complicaties
      • aortaklep insufficientie
        • behandeling: Ross
          • aortaklep: autogreffe van pulmonalis
          • pulmonalisklep: homogreffe
  • supravalvulaire aortastenose
    • types
      • fibrous diaphragm
      • luminar / hourglass deformity
      • diffuse narrowing
    • drukbelasting
      • linkerhart
      • coronairen
    • kliniek
      • ejectiegeruis IC4 links naar IC2 rechts
    • behandeling: chirurgisch (patch)
  • coarctatio aortae
    • vernauwing in aortaboog
    • types
      • geisoleerd
      • hypoplasie
    • drukbelasting
      • linkerhart
      • coronairen
      • hersenen
    • kliniek
      • verschil in BP bovenste vs onderste ledematen
      • interscapulair geruis
    • behandeling
      • chirurgisch
        • Waldhausen subclavia plastie
        • greffe interpositie
        • end-to-end anastomose
        • extended aortic arch repair (EAAR)
      • percutaan
        • ballon dilatatie
        • stent
Obstructies in rechtszijdige circulatie
  • (tricuspiedklep stenose)
  • double chambered RV
    • vaak met VSD
    • drukbelasting inlet RV
    • behandeling: chirurgische resectie
  • pulmonalisklep stenose
    • drukbelasting rechter hart
    • ejectiegeruis
    • infundibulair
      • spierige vernauwing onder klep
      • behandeling: chirurgische resectie
    • (valvulair)
      • dilatatie tr. pulmonalis
      • kliniek
        • ejectieklik IC2 rechts
      • behandeling
        • chirurgisch: klepvervanging
        • percutaan: ballondilatatie
    • supravalvulair en perifeer
      • boven klep
      • associatie met
        • tetralogie Fallot
        • Williams syndroom
        • Alagille syndroom
        • maternele rubella
      • veel verschillende types
      • behandeling: ballondilatatie en/of stenting
Cyanogene vitia met verminderd longdebiet
  • vitium = defect
  • rechts -> links shunt
  • tetralogie van Fallot
    • criteria
      • (1) gaatje: VSD
      • (2) stenose: pulmonalisklep
      • (3) overrijdende aorta
      • (4) rechterkamer hypertrofie
        • door drukbelasting (1)
    • 20% erfelijk (deletie)
    • kliniek
      • stenose: ejectiegeruis
      • centrale cyanose
        • lichte stenose: pink Fallot
        • matig: na enkele maanden
        • ernstig: onmiddelijk
    • behandeling
      • medicatie
        • prostacycline: openhouden ductus Botalli
        • betablokkers: inotropie -
      • palliatief
        • ballon dilatatie + stent
        • chirurgische links->rechts shunt
          • Potts anastomosis: aorta desc. -> a. pulmonalis
          • Waterston anastomosis: aorta asc. -> a. pulmonalis
          • Blalock-Taussig shunt (BTS): a. subclavia -> a. pulmonalis
      • herstel
        • VSD sluiten
        • RV outflow verbreden
  • (pulmonaalklepatresie met VSD)
  • (pulmonaalklepatresie met intact interventriculair septum)
  • (pulmonaalklepstenose met atriale rechts-links shunt)
  • Ebstein malformatie van de tricuspiedklep
    • tricuspiedklep te laag ingeplant
      • posterior en septaal leaflet
    • "atrialisatie" van RV
    • ~ASD?
    • oorzaak: lithium inname tijdens zwangerschap
    • behandeling
      • conservatief
      • percutaan: sluiten ~ASD
      • klepherstel of -vervanging
Cyanogene vitia met verhoogd longdebiet
  • rechts -> links shunt
  • (dextro) transpositie grote arteries (D-TGA)
    • AV concordantie
    • ventriculo-arteriele discordantie
    • niet levensvatbaar tenzij ASD, VSD, ODB
      • want twee gescheiden circulaties
    • behandeling
      • atriale switch
        • oude techniek
        • veel complicaties
      • arteriele switch
        • nieuwe techniek
        • Le Compte maeuver
        • herimplantatie coronairen
        • goede outcome
  • (transpositie met geassocieerde vitia)
    • (VSD)
    • (VSD + coarctatio aortae)
    • (VSD + pulmonalisklep stenose)
Vitia gemeenschappelijke mixing
  • (truncus arteriosis)
    • 1 outlet: vaak aorta
  • (double outlet RV)
    • RV naar aorta + tr. pulmonalis
  • (TAPVU)
    • vv. pulmonales monden verkeerd uit
  • (univentriculair hart)
    • double inlet LV
    • double outlet RV
  • Fontan circulatie
    • chirurgische oplossing voor univentriculair hart
    • v. cava direct verbinden met a. pulmonalis
      • zonder hart als tussenstop
    • univentriculair hart doet dus enkel systeemcirculatie
Casus 1
  • anamnese
    • familiale voorgeschiedenis: nee
    • syncope: nee
    • palpitaties: nee
  • klinisch onderzoek
    • ejectiegeruis IC2 links
      • IC2 links: pulmonalisklep of coarctatio
    • ejectieklik
      • aorta?
      • pulmonalis?
    • enkel-arm index < 1
      • bloeddruk OL < BL
      • coarctatio aortae
  • technische testen
    • ECG: normaal
    • echocardiogram + doppler
      • asymmetrie in aortaklep (stenose), turbulentie
        • verklaart ejectieklik
        • prevalentie 5% bevolking
      • coarctatio aortae
    • MRI
    • hartkatheterisatie
      • drukmeting
  • behandeling
    • stent
  • complicaties
    • stent groeit niet mee
    • stent zonder covering: risico op dissectie
  • congenitale defecten komen vaak in groep voor
    • zoek verder ("spinale reflex")
Casus 2
  • hartkloppingen
  • anamnese
    • medicatie: nee
    • drugs: nee
    • wanneer: altijd
    • start: plots, eergisteren
    • erger met inspanning? ja
    • geen famialiale of persoonlijke voorgegeschiedenis
    • dyspnoe: lichtjes
    • niet houdingsgebonden
    • snel of traag? traag
    • regelmatig? nee
  • DDX
    • atriale extra systole (AES)
    • ventriculaire extra systole (VES)
    • VKF
  • klinisch onderzoek
    • enkel/arm index: normaal
    • pols onregelmatig
  • technisch onderzoek
    • ECG
      • VKF
    • RX thorax
      • normaal
      • situs solitus (normaal)
    • echocardiografie
      • rechts > links
        • kan normaal niet op echo
      • dilatatie rechterhart
  • DDX dilatatie RV
    • volumebelasting
      • shunt boven tricuspied -> ASD
      • APVU
      • tricuspied insufficientie
      • pulmonalis insufficientie
    • drukbelasting
      • pulmonaalstenose
      • pulmonaal hypertensie
  • test: trans-oesophagale echo (TOE=TEE)
    • ASD type 2
  • behandeling VKF
    • (geen leerstof bij deze prof)
    • ASD percutaan sluiten
    • ablatie
    • anti-coagulantia

✅ Kleplijden en endocarditis (2u)

  • prof. C. Dubois
Kleplijden
1 Anatomie, fysiopathologie en epidemiologie

  • pathofysiologische triade
    • etiologie (oorzaak ziekte)
    • letsels (gevolg ziekte)
    • disfunctie (gevolg letsels)
  • primair/structureel vs secundair/functioneel
  • epidemiologie
    • wereldwijd: vooral rheumatic heart disease
      • bij jonge mensen
    • Europa
      • amper rheuma
      • vooral stenoses en insufficienties = regurgitaties
        • aorta + mitralis
        • veel overlap
      • kleplijden stijgt sterk met leeftijd
2 Aortaklepstenose (AS)
  • EU: vooral ouderdomsziekte
  • soorten
    • supravalvulair
    • valvulair
    • subvalvulair
  • klepweerstand turbulentie
  • drukbelasting LV
  • hypertrofie LV
  • ook hogere druk in longcirculatie
    • crepitaties
    • dyspnoe
  • progressie
    • normal
    • at risk
    • sclerosis
    • stenosis
  • drukgradient
    • peak-to-peak (aorta vs LV)
  • verloop
    • lange latente periode
      • wel al impact op levensduur
    • daarna snelle achteruitgang indien onbehandeld
    • wel goede outcome na behandeling
  • symptomen
    • ejectiegeruis t.h.v. aortaklep (IC2 rechts)
      • crescendo-decrescendo
    • alarmsymptomen
      • angor bij inspanning: O2 vraag > aanbod
      • syncope bij inspanning
      • congestief hartfalen
  • testen
    • echocardiogram
    • ECG
  • behandeling: aortic valve replacement (AVR)
    • "heart team" overleg
    • ballon dilatatie werkt niet goed (snel herval)
    • surgical (SAVR)
      • repair
      • replacement
        • mechanisch
          • middelbare leeftijd
          • anti-coagulantia nodig
        • biologisch
          • ouderen
    • trans-katheter (TAVR)
      • vanaf 70j+
    • Ross procedure
      • voor jonge mensen
      • technisch complex

3 Aortaklepinsufficiëntie (AI = AR)
  • volume overbelasting
    • dilatatie
  • indeling
    • chronisch
      • leaflet
        • infectie
          • endocarditis
        • inflammatie
        • structureel
          • calcificatie
          • bicuspied
          • myxomateuze degeneratie
          • prothese disfunctie
      • aorta
        • infectie/inflammatie
        • genetisch
        • degeneratief
          • hypertensie
          • leeftijdsgebonden
    • acuut
      • leaflet
      • aorta
        • dissectie

  • drukcurves
    • druk in aorta daalt te veel
      • tijdens diastole
      • door terugvloei
      • dus polsdruk (= SBP - DBP) stijgt
  • symptomen
    • dyspnoe
    • inspanningsintolerantie
    • angor
    • palpitaties
    • syncope
    • vroegdiastolisch geruis in IC2 rechts, decrescendo
      • bij rechtop zitten
    • ...
  • diagnose
    • echocardiografie (TTE / TOE)
      • disfunctie LV
      • dilatatie LV
      • dilatatie aorta
  • behandeling
    • SAVR
    • (TAVR)
    • (medicatie)
      • calcium blockers: vasodilatatie
      • ACE-I / ARB
4 Mitralisklepstenose (MS)
  • oorzaken
    • vaak reumatisch kleplijden
    • verkalking
  • buiten EU vaak door Groep A beta-hemolytische streptokokken (GAS/GABHS)
    • geen probleem indien behandeling met AB
    • kunnen anders klepbladen infecteren

  • drukbelasting LA
    • dilatatie LA
      • geleidingsstoornissen
        • VKF
  • symptomen
    • dyspnoe
    • inspanningsintolerantie
    • palpitaties (VKF)
    • dysfagie
    • heeshuid
    • laagfrequente roffel t.h.v. apex in zijlig
    • ...
  • diagnose
    • echocardiogram + doppler
  • behandeling
    • reumatisch
      • percutaan: ballondilatatie = percutaneous mitral commissurotomy (PMC)
        • werkt hier wel (i.t.t. aortaklepstenose)
        • leaflets komen los van elkaar
      • chirurgisch
    • degeneratief
      • chirurgisch
      • (transkatheter = TMVR)
    • medicatie
      • trombose risico verlagen
        • anti-coagulantia (cf. VKF)
      • congestie
        • diuretica
      • frequentiecontrole
        • betablokkers
        • calcium antagonisten
          • (fout in slides?)
          • niet-dihydropyridine: frequentiecontrole
          • dihydropyridine: vooral vasodilatatie
        • digitalis: digoxine
          • cf. hartfalen
5 Mitralisklepinsufficiëntie (MI = MR)
  • twee vormen
    • primair / organisch / structureel
    • secundair / functioneel
      • omgevingsfactoren
      • dilatatie LV of LA

  • symptomen
    • dyspnoe
    • inspanningsintolerantie
    • palpitaties
    • pansystolisch geruis
    • apicale thrill (palpabel)
    • cardiomegaly
    • derde toon (S3)
    • ...
  • diagnose
    • echocardiografie + doppler
  • behandeling
    • primair
      • chirurgie
        • repair > replacement
      • (transkatheter)
    • secundair
      • ventriculair
        • medicatie
          • cf. hartfalen
        • transkatheter > chirurgie
          • edge-to-edge repair (TEER)
            • clip om beide leaflets samen te houden ("MitraClip")
      • atriaal
        • medicatie
        • chirurgie transkatheter
6 Tricuspidaliskleplijden en kunstklepfalen
  • vergelijkbaar met mitraliskleplijden
    • maar aan lagere druk
  • tricupsidalisklep stenose (TS)
    • oorzaak
      • reuma
      • congenitaal
      • carcinoid syndroom
        • neuro-endocriene tumor (NET)
        • serotonine
    • symptomen
      • vermoeidheid
      • dilatatie halsvenen
      • mid-diastolisch geruis in IC4 links
    • behandeling
      • klepvervanging

  • tricupsidalisklep insufficientie (TI)
    • primair (5-10%)
    • secundair (80%)
    • implantaten (10-15%)
      • pacemakers, ...
    • symptomen
      • vermoeidheid
      • dyspnoe
      • palpitaties
      • vochtretentie / oedeem
      • pansystolisch geruis, IC4 links
    • diagnose
      • echocardiogram
      • geen details
    • behandeling
      • medicatie
      • chirurgie
      • transkatheter

  • kunstklep falen
    • mechanisch
      • pannus (overgroei)
      • thrombus
    • biologisch
      • kortere levensduur
      • degeneratie
      • verstijving
      • scheuren
      • endocarditis
      • thrombus
Klinische les - kleplijden
  • dyspnoe
    • soorten
      • bij inspanning
      • orthopnee: bij neerliggen
      • paroxysmal: 's nachts
  • anamnese
    • congestie = vochtopstapeling
    • gewicht
    • palpitaties
    • angor / thoracale pijn
    • embolische fenomenen
  • klinisch onderzoek
    • vitale params
      • bloeddruk
        • indien polsdruk heel hoog: aorta insufficientie
      • pols
        • pulsus parvus et tardus: aortaklep stenose
          • zwak en laat
        • collapsing pulse: aortaklep insufficientie
          • snelle val
        • ritmestoornissen
      • vullingsstatus
        • CVD / HJR
        • longauscultatie en -percussie
        • oedeem
        • ascites / hepatomegalie
      • ictus
        • links
        • rechts
      • harttonen
      • hartgeruisen
        • stenoses: tijdens systole
        • insufficienties: tijdens diastole
  • ECG
  • echocardiogram (TTE / TEE)
Endocarditis
  • 2023 ESC guidelines
  • infectie van endotheel hart
  • zeldzaam
  • dodelijk
    • lage overleving op 1-5-10 jaar
  • twee soorten
    • infectieuze endocarditis (bacteria of fungi) (IE)
      • meest voorkomend
      • lokaal destructief
      • indeling
        • native valve endocarditis (NVE)
        • prosthetic valve endocarditis (PVE) = kunstklep (KK IE)
          • vroeg
          • laat
        • ander implantaat (draad pacemaker, ...)
    • niet-infectieuze endocarditis = steriel = marantisch
      • minder belangrijk
      • niet lokaal destructief
      • vaak paraneoplastisch
  • diagnose
    • zekere diagnose
      • 2 major
      • 1 major + 3 minor
      • 5 minor
    • mogelijke diagnose (minder gebruikt)
      • 1 major + 1 minor
      • 3 minor
    • 2 modified Duke major criteria
      • (1) herhaalde positieve haemocultuur
        • (specifieke lijst van organismen)
      • (2) beeldvorming
        • echocardiografie (TTE of TOE=TEE)
        • cardiac CT
        • FDG-PET/CT
        • WBC SPECT/CT
    • 5 modified Duke minor criteria
      • (1) predisposing conditions
      • (2) koorts
      • (3) embolische vasculaire verspreiding
        • links
          • nieren
          • milt
          • hersenen
          • retinaal
          • cutaan
          • ...
        • rechts
          • longen
      • (4) immunologische fenomenen
        • Osler nodes (pijnlijke, rode nodule op duim)
        • Roth spots (retinale bloedingen, centrale opklaring)
        • splinterbloedingen in nagels
      • (5) microbiologisch bewijs
        • niet-majeure positieve haemocultuur
  • behandeling
    • verlengde antibiotica therapie
      • bactericide
      • hoge dosis
      • lang genoeg (4-6w)
    • cadiale heelkunde (i.f.v. complicaties)
      • klepdysfunctie
      • abces
      • major embool
      • grote vegetaties
      • ...
      • heel slechte prognose indien heelkunde nodig maar niet mogelijk
  • symptomen
    • acute vorm
      • organismen
        • vaak S. aureus
        • streptococcen
        • pneumococcen
        • gonococen
      • hoge rilkoorts
      • dyspnoe
      • rugpijn
      • buikpijn
      • myalgie
      • ...
    • subacute vorm
      • zelden S. aureus, ...
      • gewichtsverlies
      • vermoeiheid
      • buikpijn
      • myalgie
      • ...
Kunstklep endocarditis (KK IE)
  • indeling
    • vroeg (< 12m na implantatie)
      • hospitaal verworven infectie (= nosocomiaal)
        • vaak Staphylococcus
          • S. aureus
        • Streptococcen
        • Enterococcen
      • behandeling (grote lijnen kennen)
        • empirische AB bij ernstig ziekte patienten
          • vancomycine + gentamycine
        • anders culturen afwachten
        • na ontslag (indien patient stabiel)
          • eerst thuis nog IV AB (cetriaxone)
          • daarna PO AB
    • laat (> 12m)
      • community-acquired
      • empirische behandeling
        • amoxicilline + floxapen + gentamycine
        • vancomycine + gentamycine (bij penicilline allergie)
  • diagnose
    • PET/CT
    • MR angio
  • opvolging
    • 1/d haemocultuur onder AB tot sterilisatie
    • 1/d bloed checken (WBC, Hb, CRP, GFR, AB spiegels)
    • 2/d lichaamstemperatuur
    • 1/d klinisch onderzoek
    • 1/w echo + ECG
    • plannen
      • oogfundus
      • PET/CT
      • tandnazicht
Profylaxe
  • belang algemene mondhygiene
  • geen piercings of tattoos
  • voor tandheelkunde of MKA
  • bij selecte populaties
    • klepingreep
    • voorafgaande infectieuze endocarditis
    • congenitale corvitia
    • hart transplantatie met ontstaan klepaantasting
    • VAD destination

✅ Heelkunde (2u)

  • prof. B. Meuris
  • cursus: Blokwijzer Cardiale Heelkunde (Acco)
1 Coronair lijden (blz. 13-16)
  • recap: coronairen
    • aorta ascendens
      • a. coronaria dextra
      • a. coronaria sinistra ("linkse hoofdstam")
        • r. interventricularis anterior = left anterior descendens (LAD)
        • r. circumflexa
  • oorzaken
    • vernauwd door atheroomafzetting
    • verstopt door trombusvorming
  • resultaat: myocard ischemie
  • behandelingen
    • medicatie
    • interventioneel: PCI ("stent")
    • chirurgisch: CABG
  • indicaties
    • eentaksziekte -> PCI
    • heel oud + diffuse aantasting -> medicatie
    • jong (55-60j) + diffuus -> CABG
    • keuze bepaald door Heart Team
      • cardioloog
      • cardiochirurg
  • extra tests
    • coronarografie
    • fractionele flow reserve (FFR) meting
      • intravasculaire druk voor en na stenose
      • significant indien lager dan 0.80
Percutane coronaire interventie (PCI / PTCA)
  • voordelen
    • weinig invasief
    • geen heelkunde of narcose
    • snel herstel
  • nadelen
    • re-stenose
      • mitigatie: drug-eluting stents
  • medicatie achteraf
    • anti-plaatjestherapie
Coronary atery bypass grafting (CABG)
  • indicaties
    • complexe letsels
    • meerdere letsels
    • diffuus zieke bloedvaten
  • 60-70% heeft chronisch coronair syndroom (CCS)
  • overbrugging
    • inflow vs outflow
    • gemiddeld drie per operatie
    • veneus
      • orientatie belangrijk (kleppen)
      • niet goed bestand tegen druk
        • hypertrofie van tunica intima
        • blijven maar 10-15j goed
        • dus niet geschikt voor jonge patienten
      • prelevatie v. saphena magna
      • jump-greffe: meerdere overbruggingen met 1 vene
    • arterieel
      • blijven levenslang open
      • a. thoracica interna (ITA) = a. mammaria
        • zowel links (LITA) als rechts (RITA) bruikbaar
        • zelden aangetast door atheromatose
        • twee technieken
          • gesteeld: origo blijft behouden (hier a. subclavia)
          • vrij: volledig losgemaakt en bevestigd op aorta
  • procedure
    • klassiek
      • sternotomie
      • hart-long machine
      • hart stilleggen
    • alternatief 1: op kloppend hart met stabilisatoren
    • alternatief 2: minimaal invasief met MidCAB
      • indien slechts 1 of 2 overbruggingen nodig
Post-infarctverwikkelingen
  • linker ventrikel aneurysma
    • gevolgen
      • trombose
      • hartdecompensatie
      • ritmestoornissen
      • ruptuur
    • behandeling: chirurgie
  • post-infarct VSD
    • ventrikel septum defect (VSD)
    • gevolgen
      • hart decompensatie wegens links-rechts shunt
      • shock met longoedeem
    • behandeling: chirurgie met patch
  • post-infarct mitralisinsufficientie
    • disfunctie / necrose van papillairspier
    • gevolgen
      • shock met longoedeem
    • behandeling: chirurgie voor nieuwe klep
  • ventriculaire aritmieen
    • in ischemische zones
    • behandeling: automatic implantable cardiac defibrillator (AICD)
2 Hartfalen (blz. 22-23)
  • hartfalen
    • syndroom
    • structurele of functionele afwijkingen van hartspier
  • mechanische ondersteuning
    • IABP
    • ECMO
    • minipompen
    • LVADs
Intra-aortic balloon pump (IABP)
  • tijdelijke oplossing: dagen - 2 weken
  • ballon inbrengen via a. femoralis naar aorta descendens
  • inflatie tijdens diastole en deflatie tijdens systole
    • trigger: ECG
    • counterpulsation principe
  • effect
    • hogere diastolische bloeddruk
      • betere perfusie coronairen en organen
    • lagere afterload
Extra-corporiele membraan oxygenatie (ECMO)
  • tijdelijke oplossing: dagen - 2 weken
  • soort hart-long machine
  • indicaties
    • hartfalen
    • lage O2Sat
  • veneus bloed draineren
  • kunstmatige oxygenatie
  • via arteriele canule opnieuw toedienen
  • heparine nodig voor anti-stolling
Mini-pompen
  • termijn: dagen-weken
  • plaatsing
    • chirurgisch
    • via katheter
  • mini-schroefje in aortaklep
Left ventricle assist device (LVAD)
  • in afwachting van hart transplantatie
    • maanden - jaren
  • implanteerbare pomp
  • draagbare batterijen + monitoringsysteem
  • witte stuurkabel door abdominale wand
3 Kleplijden (blz. 38-48)
  • mitralisklepinsufficientie
    • chirurgische behandeling
      • belangrijk: juiste moment kiezen
      • twee technieken
        • herstelling (plastie of reconstructie)
          • waarom
            • beter voor hartfunctie
            • geen anticoagulantia nodig
            • soms zelfs nuttig bij asymptomatische patienten om LT complicaties te voorkomen
          • hoe
            • chorda ruptuur -> artificiele chordae
            • aangetast deel verwijderen
            • plaatsing kunststof ring rond klep
        • vervanging (kunstklep)
          • wanneer
            • degeneratie
            • verkalking
            • papillair spier ruptuur
            • aantasting door endocarditis
          • twee soorten
            • biologisch
              • dierlijk (varken of rund)
              • gefixeerd met glutaraldehyde
                • reductie van immunogeniciteit
              • voordelen
                • geen anticoagulantia nodig
              • nadelen
                • degeneratie na 10-15j
                  • sneller bij jongere mensen
              • doelgroep
                • 65+
                • patienten met lage levensverwachting
                • vrouwen met kinderwens (want Marcoumar is teratogeen)
            • mechanisch
              • uit carbon
              • voordelen
                • gaat levenslang mee
                • geen mechanisch falen
              • nadelen
                • trombogeen
                • wel anticoagulantia nodig (Marcoumar)
                  • aanzienlijk risico op lange termijn
                    • hersenbloeding
                    • gastro-intestinale bloeding
                  • belang van therapietrouw
                  • vooral risico tijdens overbruggingsperiodes
                    • gebruik low molecular weight heparins (LMWHs)
                • levenslange INR monitoring (range 2.5-3.5)
                • klikkend geluid
    • interventionele behandeling
      • clipping procedure (MitraClip)
        • percutaan m.b.v. echografie
        • clip houdt twee cusps bij elkaar
      • toekomst: meer percutane technieken met biologische kleppen
  • aortaklepstenose
    • drie soorten
      • valvulair (bicuspide klep)
      • subvalvulair
      • supravalvulair
    • behandeling
      • niet: klepherstel?
      • wel: kunstklep
        • routine operatie
        • twee types
          • biologisch
          • mechanisch
            • makkelijker te regelen dan mitralisklep
              • minder trombogeen
              • INR in lagere range (2.0-3.0)
        • bijzondere oplossing 1: homogreffe
          • menselijke oorsprong
            • van multi-orgaan donoren waarbij hart niet werd gebruikt
            • geen afstotingsverschijnselen
          • uit homo-greffe-bank
            • cryopreservatie
          • gaan iets langer mee dan biologische kleppen
        • bijzondere oplossing 2: Ross operatie
          • bij jonge patienten
          • vervang aortaklep door gezonde pulmonalisklep
          • vervang pulmonalisklep door pulmonalis-homogreffe
            • lagere drukken, dus tragere degeneratie
      • transkatheterkleppen
        • = transcatheter aortic valve implantation (TAVI)
        • biologische klep inbrengen via katheter (o.a. langs lies)
        • ontplooien onder druk over eigen aortaklep
          • risico op paravalvulaire lekkage
        • geen sternotomie
        • geen hart-long machine nodig
        • voor wie?
          • sterke opmars
          • vooral voor oudste patienten die geen chirurgie meer verdragen
        • valve-in-valve
          • voor mensen die eerder al biologische klep lieten plaatsen
            • dus mensen kiezen op jongere leeftijd nu ook meer voor biologische kleppen
      • aortaklep dilatatie
        • bij kinderen en jonge volwassenen
        • uitzonderlijk bij volwassenen
          • geeft ernstige complicaties
          • snel re-stenose
  • aortaklepinsufficientie
    • behandeling
      • tijdstip zorgvuldig kiezen
      • klepherstel
        • geen anticoagulantia nodig
        • vaak vervanging aorta ascendens nodig wegens dilatatie
        • opvolging nodig
  • verwikkelingen
    • kleptrombose met eventuele trombo-embolen
      • bij mechanische kleppen
      • door slecht geregelde anticoagulantia (therapietrouw, overbrugging)
    • bloedingen
      • hersenen
      • GI
    • paravalvulair lek
      • vooral bij oudere patienten
    • endocarditis
      • zeer hoge mortaliteit bij kunstklep
      • abcessen
      • septische embolen
      • klepdestructie
    • klepdysfunctie
      • mechanisch
        • door trombose
        • door weefselovergroei
      • biologisch
        • degeneratie
        • verkalking
4 Endocarditis (blz. N/A)
4.6 Behandeling
  • principes voor antibiotica
    • langdurige toediening
    • bactericide AB
    • hoge dosissen
    • IV toediening
    • multipele AB om resistentie te vermijden
    • frequent MIC bepalen
  • in praktijk
    • urgentie? blind/empirisch starten
      • ampicilline + floxacilline + een aminoglycoside
      • bij penicilline allergie
        • vancomycin + aminoglycoside
      • bij endocarditis van kunstklep
        • ampicilline + vancomycin + aminoglycoside
      • bij IV druggebruik
        • ampicilline + vancomycin + aminoglycoside
    • anders: o.b.v. haemoculturen / antibiogram
  • indicaties voor heelkunde
    • hemodynamische instabiliteit
    • ernstige klepdysfunctie + hartfalen
    • abces of perivalvulaire uitbreiding (VSD, fistel, ...)
    • majeur embool
    • falen van medicale behandeling
    • hooggradig AV block
    • fungi
  • contra-indicaties heelkunde
    • majeure CVA met bloeding
    • voorgeschiedenis van technisch moeilijke ingrepen
    • slechte cardiopulmonale status: te hoog risico
    • slechte prognose wegens comorbiditeiten
  • nooit anticoagulantia bij endocarditis
5 Pericard aandoeningen (blz. 63-67)
  • recap: lagen
    • pericardium (fibreus)
    • parietaal pericardium
    • pericard holte
    • visceraal pericardium
    • myocardium
    • endocardium
  • twee klinische beelden
Pericard tamponnade
  • acuut
  • snelle vochtopstapeling
    • belemmert diastolische vulling
  • oorzaak
    • meestal trauma
    • of bloeding na hartchirurgie
  • klinisch beeld
    • kritiek
    • arteriele pulsus paradoxus
    • veneuze pulsus paradoxus (Kussmaul teken)
    • lager hartdebiet (CO)
    • lagere bloeddruk
    • vasoconstrictie
    • snellere hartslag
  • diagnose
    • klinisch beeld
    • echocardiografie
      • diastolische collaps rechter hart
  • behandeling
    • acuut: draineer 100cc pericardvocht
    • chirurgie om oorzaak aan te pakken
Pericarditis constrictiva
  • chronisch
  • verdikking/verharding/verkalking pericardbladen
  • oorzaken
    • doorgemaakte infectieuze pericarditis
      • TBC
    • trauma / post-operatief
    • na bestraling
  • beeld
    • egalisatie diastolische drukken in heel hart en a. pulmonalis
      • ventriculaire drukcurve L/R
        • "dip en plateau" configuratie
      • atriale drukcurve L/R
        • diep symmetrisch y-dal
    • CVD duidelijk verhoogd met positieve HJR
    • diastolische collaps in halsvene
    • vergrootte lever
      • LT: levercirrose
    • auscultatie: pericardial knock (derde toon)
  • diagnose
    • echocardiografie
    • RX thorax (profiel), CT, NMR
    • jugulariscurve: y-dal
    • hartkatheterisatie: drukcurves
      • bij voldoende vullingstoestand
  • behandeling
    • chirurgisch: (deels) wegnemen pericard
6 Myxoma (blz. 72)
  • cardiale tumoren
    • 70% goedaardig
      • wel ernstige symptomen door massa effect
    • kwaadaardig: slechte prognose
    • myxoma
      • goedaardig
      • gesteeld of vast aan basis
      • vooral in linker atrium (aan septum)
      • grootte: 1-15cm
      • obstructief effect
        • o.a. op mitralisklep
      • gevolgen (eens groot genoeg)
        • aritmia
        • dyspnoe
        • longoedeem
        • embool
      • soms familiaal
      • behandeling: chirurgie
7 Aorta descendens (blz. 78-79)
  • aorta pathologie
  • aneurysma van aorta ascendens
    • soms geassocieerd met klep pathologie (vaak aortaklep insufficientie)
    • weinig symptomen
    • vaak toevalsontdekking
    • behandeling: chirurgie
      • ofwel enkel aorta ascendens
      • ofwel ook klep (incl. re-implantatie coronairen)
  • aorta dissectie
    • = scheur van binnenste laag aortawand
      • gevolg: nieuw, vals lumen
    • type A (75%): dissectie aorta ascendens
      • onstaat t.h.v. aorta ascendens
      • loopt vaak tot iliacale bifurcatie
      • gevolgen
        • harttamponnade
        • problemen met coronaire bevloeiing
        • acute massieve aortaklep insufficientie
          • longoedeem
          • shock
      • behandeling: urgente chirurgie
    • type B: dissectie (enkel) aorta descendens
      • ontstaat door intimascheur t.h.v. a. subclavia sinistra
8 Kunsthart (blz. 84-86)
  • kunsthart
    • = hart-longmachine
    • = extra-corporiele circulatie (ECC)
    • = cardiopulmonaire bypass (CPB)
  • neemt functies van hart en longen over
  • bloedloos operatieveld
  • onderdelen
    • cannules
      • arterieel
        • aorta
        • a. femoralis
        • a. axillaris
      • veneus
        • rechter atrium
        • v. cava superior (VCS)
        • v. cava inferior (VCI)
        • v. femoralis
      • pediatrische cannules
    • reservoir
      • vangt bloed uit veneuze cannule op o.i.v. zwaartekracht
      • plus opgezogen bloed
    • pomp
      • twee soorten
        • pulsatiel
        • continue flow
      • beschadigt RBC en bloedplaatjes
        • stollingsstoornissen
        • verminderde nierfunctie
    • oxygenator
      • kunstlong voor gasuitwisseling (O2, CO2)
      • hollow-fiber oxygenatoren
        • pomp bloed door fijne buisjes
    • thermoregulator
      • vaak samen met oxygenator
      • vaak afgekoeld tot 28-32 graden (rectaal)
        • trager metabolisme
    • filter
      • voor onzuiverheden en aggregaten (o.a. trombi)
  • procedure
    • heparinisatie
    • machine starten
    • ademhaling stoppen
    • aorta afklemmen
      • gevolg: geen bloed door coronairen
    • cardioplegie
      • beschermen myocard tijdens ischemie
      • ook extra afkoelen met ijs
    • ingreep
    • aortaklem openen
    • hartkamers ontluchten
    • hart begint terug te kloppen door bloed in coronairen en door opwarming
      • eventueel intern defibrilleren
    • geleidelijk overschakelen van kunsthart op hart
    • heparine neutraliseren met protamine
  • soms moet ook kunsthart stilgelegd worden voor ingreep
    • o.a. aan aortaboog
    • extra afkoeling nodig tot 18 graden
    • extra ijs op schedel om hersenen te beschermen
    • kan tot 45min
9 Chirurgische toegangen (blz. 92)
  • mediane sternotomie
    • voor gecombineerde cardiale ingrepen
    • wordt goed verdragen met relatief weinig pijn
  • minimaal invasief
    • partiele sternotomie
      • enkel bovenste derde sternum
      • voor aortaklep vervanging
    • rechter thoracotomie
      • voor mitralisklep operaties
    • linker thoracotomie
      • voor 1-2 overbruggingen op LAD en/of a. circumflexa via MidCAB
    • volledig endoscoping/robotisch
      • voor beperkte ingrepen

✅ Pericard- en myocardaandoeningen (1.5u)

  • SCD = sudden cardiac death
  • veel oorzaken
    • infectieus (virussen, bacteria, parasieten)
    • niet-infectieus
      • auto-immuun
      • genetisch
      • kanker
      • medicatie
Inflammatoire myopericardiale syndromen (IMPS)
Acute pericarditis
  • oorzaken
    • post-viraal
    • idiopatisch
    • TBC (zelden in onze streken)
    • post-cardiale heelkunde
    • auto-immuun / systeemziekten
      • kan recurrent optreden
    • kanker
  • acuut, subacuut, chronisch
  • symptomen
    • scherpe pijn op borst
      • cf. coronairen: druk
      • soms ook pleuris type pijn (ademhalingsgebonden)
    • inflammatie
      • koorts
      • CPR +
    • ECG afwijkingen
      • komvormige ST elevaties
      • PR depressie
    • pericard effusie (vochtopstapeling)
    • troponine (bij overlap met myocarditis)
  • diagnose
    • echo (TTE)
      • "schil" rond hart: effusie
  • behandeling
    • doel
      • pijncontrole
      • preventie complicaties of herval
    • geen sport tot volledige remissie
    • medicatie: anti-inflammatoir
      • 1e lijn
        • NSAID
          • aspirine (ASA), ibuprofen
          • traag afbouwen
        • colchicine
      • 2e lijn: corticosteroiden
      • 3e lijn: IL-1 inhibitoren
  • complicaties
    • pericard tamponade
      • vocht belemmert diastolische vulling
        • vooral RV
        • acuut: weinig vocht nodig
        • traag: kan veel vocht zijn
      • oorzaak
        • pericarditis
        • nierfalen
        • kanker
        • trauma
        • aorta dissectie
        • iatrogeen: post-interventie
      • symptomen
        • triade
          • hypotensie
          • verhoogde CVD
          • stille harttonen
        • pulsus paradoxus
          • daling SBP (10 mmHG+) bij inspiratie
      • gevolgen
        • daling cardiac output
      • behandeling: pericardiocentese
    • pericarditis constrictiva ("pantserhart")
      • chronisch
      • verkalking: "stijve zak"
      • kans per type
        • bacteriele pericarditis (20-30%)
        • immuun / neoplastische pericarditis (2-5%)
        • idiopatisch / post-viraal (laag)
      • symptomen
        • rechter hartfalen
          • ascites
          • cirrose
      • diagnose: TTE, CT, MRI
      • behandeling: pericardectomie
Acute myocarditis
  • oorzaken
    • post-viraal
    • bacteria: Borellia / Lyme
      • vaak met AV geleidingsstoornissen
      • goed behandelbaar met AB
    • auto-immuun / systeemziekten
    • immuun-gemedieerd (sarcoidose, ...)
    • medicatie (chemo, ...)
    • genetisch (zelden)
  • soms fulminant verloop
    • hemodynamisch instabiel
      • nood aan inotropie of kunsthart (MCS)
    • ritmestoornissen (sustained VT)
    • out of hospital cardiac arrest (OHCA)
  • klassieke (niet-fulminante) symptomen
    • drukkende thoracale pijn
      • lijkt op acuut coronair syndroom (ACS)
    • inflammatie
      • koorts
      • CPR +
    • ECG: aspecifieke afwijkingen
    • pericard effusie (bij overlap met pericarditis)
    • troponine
    • TTE
  • diagnose
    • endomyocard biopsie (EMB)
      • cave: complicaties
    • cardiovascular MRI (CMR)
      • sinds kort gelijkwaardig aan biopsie
      • T1 + T2 scans
      • Lake Louise criteria (LLC)
  • behandeling
    • doel
      • pijncontrole
      • preventie complicaties
    • sport en medicatie: idem pericarditis
    • zo nodig
      • hartfalen therapie
      • anti-aritmica
    • oorzaak behandelen
      • virussen: antivirale middelen
      • bacteria: AB
      • immuun: corticosteroiden
    • vaak volledig herstel
  • complicaties
    • aritmie
    • hartfalen: LV disfunctie
Primaire myocardaandoeningen
  • genetische achtergrond
    • autosomaal dominant
      • 50% kans dat kinderen ook aangetast zijn
        • komen in aanmerking voor embryoselectie
          • pre-implantatie genetische testing (PGT-IVF)
    • met verminderde penetrantie
      • niet alle dragers worden ziek
    • variabele expressie
  • genetisch onderzoek helpt bij
    • diagnose
    • prognose
    • therapie

  • vijf fenotypes - eerste twee belangrijk
    • hypertrofe cardiomyopathie (HCM)
    • gedilateerde cardiomyopathie (DCM)
    • non-dilated LV cardiomyopathie (NDLVC)
      • diagnose: MRI
    • arritmogene RV cardiomyopathie (ARVC)
    • restrictieve cardiomyopathie (RCM)
Hypertrofe cardiomyopathie (HCM)
  • prevalentie: 1/500
  • vaak asymmetrisch
  • vaak asymptomatisch
    • 50% ontwikkelt op termijn klachten
  • oorzaak
    • mutatie in sarcomeer genen
  • symptomen
    • dyspnoe bij inspanning
    • thoracale pijn
    • syncope
    • palpitaties
    • afwijkend ECG
  • diagnose o.b.v. wanddikte
    • TTE
    • MRI
  • behandeling bij
    • LV outflow tract obstruction (LVOTO)
      • versmalde uitgang
      • Venturi effect
        • LV bloed zuigt mitralis leaflet opzij
        • uitgang wordt nog smaller
      • behandeling
        • medicatie
          • oude aanpak
            • betablokkers
            • calcium antagonisten
          • nieuwe aanpak
            • myosine inhibitoren (mavacamten)
        • septum reductie
          • ablatie (katheter)
            • infarct m.b.v. alcohol
            • complicatie: AV geleiding verstoord
          • myomectomie (invasief)
    • preventie plotse dood
      • implanteerbare defibrillator (ICD)
        • != pacemaker
      • o.b.v. risicoscore
    • hartfalen: zie elders
    • thoracale pijn: zie elders
    • VKF: zie elders
  • speciale vorm HCM: cardiale amyloidose
    • oorzaak: verkeerd gevouwen eiwit
    • concentrische LV hypertrofie
    • vormen
      • AL
      • TTR
        • erfelijk
        • verworven
    • symptomen: "red flags"
    • diagnose
      • biopsie
      • botscan (voor TTR vorm)
Gedilateerde cardiomyopathie (DCM)
  • oorzaken
    • vaak familiaal (20-35%)
    • niet erfelijk
      • coronaire ziekte
      • tachycardiomyopathie
        • o.a. bij langdurig ongecontroleerde VKF
      • geleidingsstoornis cardiomyopathie
        • linker bundel tak blok (LBTB)
        • ventriculaire extrasystole (VES)
      • toxische cardiomyopathie
      • auto-immuun
      • peripartum
      • (voeding)
      • (hormonaal)
      • (infectie)
      • (elektrolyten)
  • behandeling
    • preventie plotse dood
      • pacemaker (ICD)
    • hartfalen behandeling (zie elders)
    • VKF behandeling (zie elders)

✅ Hartfalen (HF) (2u)

1 Definitie
  • definitie: hartfalen
    • syndroom
      • verzameling symptomen (subjectief) en tekenen (objectief)
      • structureel en/of functioneel
      • hogere drukken en/of afwijkende cardiac output
      • bij rust of bij inspanning
  • definitie: LV disfunctie
    • geen klachten (i.t.t. hartfalen)
    • voorbeeld: na chemotherapie
  • belangrijkste symptomen en tekenen
    • dyspnoe, orthopnoe, paroxysmal nocturnal dyspnoe (PND)
    • inspannings intolerantie
    • vermoeidheid
      • verlengde recuperatietijd
    • enkel oedeem
    • CVD / HJR +
    • S3
    • apicale impuls meer lateraal
2 Terminologie
  • o.b.v. efectiefractie (EF)
    • HFrEF: 40%- EF
      • reduced
      • "hef ref"
      • 50% van alle HF
      • probleem van ESV (leegpompen, systolisch)
    • HFmrEF: 41-49% EF
      • midrange of mildly reduced
      • "hef em-ref"
    • HFpEF: 50%+ EF
      • preserved
      • "hef pef"
      • probleem van EDV (vullen, diastolisch)
  • o.b.v. kant: linker- vs rechter hartfalen
    • zie deel 7
  • o.b.v. verloop
    • chronisch HF: "for some time"
      • stabiel HF (min 1m)
      • gedecompenseerd HF -> acuut
    • acuut
      • de novo HF
        • oorzaak zoeken
          • arritmie
          • infectie
          • ischemie
          • anemie
          • hypertensie
          • incompliantie
          • medicatie
          • ...
3 Epidemiologie
  • prevalentie: 1-2% in EU
  • vooral ouderen
  • vooral HFrEF (50%)
4 Etiologie
  • intrinsieke myocard aandoeningen
    • ischemie en necrose (coronairen)
    • genetisch
    • myocarditis
    • infiltratief
      • amyloidose
      • sarcoidose
    • iatrogeen
      • chemo, radiotherapie
  • gezond maar overbelast
    • druk: klepstenoses
    • volume: klepinsufficienties of shunts
5 Pathofysiologie
  • modellen / paradigma's (oud naar nieuw)
    • cardiorenale hypothese
    • hemodynamische hypothese
      • o.a. Frank-Starling vergelijking
      • preload, afterload, wandspanning, ...
    • neurohormonaal model
      • "index event" -> schade
        • infarct
        • hypertensie
        • myocarditis
        • kleplijden
        • congenitaal
      • compensatie
        • zenuwstelsel
          • sympatisch
            • vasoconstrictie
            • ...
          • parasympatisch
        • RAAS systeem +
          • Na retentie
          • dorst
          • vasoconstrictie
          • aldosterone +
        • ADH = AVP (arginine vasopressine) +
          • vasoconstrictie
          • LV hypertrofie / remodeling
          • H2O retentie
        • natri-uretische peptides (NP)
          • remmem effecten klein beetje af
          • ANP: a-type? / atriaal
          • BNP: b-type / brain
        • verloop
          • initieel OK
          • veroorzaakt secundaire schade
    • biomechanisch model (huidig)
      • paper: Mann, Bristow (2005)
      • bio: neurohormonaal
      • mechanisch: LV remodeling
        • (1) in cardiomyocyt
          • intracellulair
          • los van neurohormonale effecten
          • minder contractiliteit
        • (2) in extracellulaire matrix
          • meer collageen
            • maar: dilatatie i.p.v. stijfheid
          • myocardial slippage
            • dus minder contractiliteit
        • (3) in kamergeometrie
          • kegel -> ballon
          • meer wall stress
          • lekkende mitralisklep
6 Hemodynamiek
  • afkortingen
    • cardiac output (CO)
    • LV eind diastolisch volume (LVEDV)
    • systeem vasculaire weerstand (SVR)
  • CO vs LVEDP
  • CO vs afterload of SVR
    • normaal: zelfde CO bij elke afterload
    • disfunctie: dalende CO bij hogere afterload
    • behandeling: reductie afterload -> toename CO
7 Klinische manifestaties
  • aanpak
    • anamnese (symptoms)
    • klinisch onderzoek (signs)
    • technische onderzoeken ter bevestiging
  • ernst hartfalen: New York Heart Association (NYHA) score
    • klasse I (asymptomatisch)
      • No limitation of physical activity; ordinary physical activity does not cause undue fatigue, palpitation, or dyspnea
    • klasse II (symptomen bij inspanning zoals trap nemen)
      • Slight limitation of physical activity; comfortable at rest; ordinary physical activity results in fatigue, palpitation, or dyspnea
    • klasse III (symptomen bij minste inspanning)
      • Marked limitation of physical activity; comfortable at rest; less than ordinary activity causes fatigue, palpitation, or dyspnea
    • klasse IV (symptomen in rust)
      • Unable to carry on any physical activity without discomfort; symptoms of heart failure at rest; if any physical activity is undertaken, discomfort increases
  • linker hartfalen
    • op zich of samen met rechter hartfalen
    • symptoms
      • longcongestie
        • dyspnoe, orthopnoe, PND
        • hoest
        • extreem: acuut longoedeem (ALO)
          • gebruik hulp ademhalingsspieren
      • nycturie = nachtelijk plassen
    • signs
      • basale crepitaties
      • tachycardie
      • galop tonen
    • technische onderzoeken
      • RX thorax: ABCDE
        • alveolair oedeem: "bat wings"
        • Kerley B lines
        • cardiomegalie
        • dilatatie tr. pulmonalis
        • (pleurale effusie)
      • echocardiografie
      • biochemie: BNP / NT-proBNP ("rem")
        • spiegel ~ ernst hartfalen
          • lager is beter
        • diagnose
          • laag: geen HF
          • hoog: mogelijk HF
        • verhoogd bij chronische nierinsufficientie
          • kijk vooral naar trend i.p.v. baseline
  • rechter hartfalen
    • op zich geen impact op longen
      • maar meestal samen met linker hartfalen
    • symptomen
      • vage klachten
      • moe
      • anorexie
      • abdominale last
    • signs
      • CVD / HJR +
      • hepatomegalie (+ ascites)
      • oedemen
      • rechter ictus
      • galoptonen
    • technisch
      • RX thorax (__C_E)
        • cardiomegalie
        • pleural effusion
      • echocardiografie
      • biochemie: BNP / NT-pro BNP
8 Behandeling
  • algemeen
    • oorzaak en uitlokkende factoren behandelen
    • acuut: energiebehoefte hart verminderen
      • bedrust
      • lichte sedatie (morfine SC)
    • dagboek
      • gewicht
        • vochtretentie
      • bloeddruk
      • hartritme
  • niet-farmacologisch
    • beperk zout
      • niet: GEEN zout
      • wel: geen EXTRA zout
    • beperk vocht
      • 1.5l/dag
      • uitzondering: soms bij rechter hartfalen
    • wel voldoende bewegen (cardio = aeroob)
  • farmacologisch
    • HFrEF
      • sinds 2021: "all at once" parallel opstarten
        • quadruple therapie
        • (1) RAAS remmers
          • ACE inhibitors (ACE-I)
            • voorbeelden (-pril)
              • ramipril
              • captopril
            • nevenwerkingen: hoest, GI klachten
          • angiotensine II receptor blockers (ARB)
            • = sartanen
            • voorbeelden (-sartan)
              • candesartan
              • losartan
              • valsartan
          • neprilysine inhibitor
            • inhibitie afbraak ANP, BNP
            • voorbeeld: sacubitril
            • altijd in combinatie (zie ARNI)
          • angiotensine-receptor neprilysine-inhibitor (ARNI)
            • = ARB + neprilysine inhibitor
            • voorbeeld: sacubitril/valsartan (Entresto)
        • (2) betablokkers
          • sympatisch zenuwstelsel afremmen
          • voorbeeld (-olol): bisoprolol
        • (3) mineralocorticoid receptor antagonisten (MRA)
          • = aldosterone antigonisten (AA)
          • voorbeelden
            • spironolactone
              • sterolen, lijkt op hormonen
              • bijwerkingen: gynaecomastie, ...
            • eplerenone
        • (4) SGLT2 inhibitor
          • initieel enkel bij diabetes patienten
          • werking onduidelijk
          • voorbeelden
            • dapagliflozin
            • empagliflozin
        • varia (geen leerstof)
          • lisdiuretica
            • voorbeelden
              • furosemide (Lasix)
              • bumetanide (Burinex)
              • torasemide (Torrem)
            • voor kleiner effect: thiazide diuretica
          • ivabradine
            • funny current inhibitor
            • effect: bradycardie
              • als 75+ bpm na betablokkers
          • digitalis
            • vingerhoedskruid
            • voorbeeld: digoxine
            • werkt op Na-K pomp
            • positief inotroop
            • klein effect
          • Hydralazine
            • voordeel bij zwarten?
      • start low, go slow
        • begin met lage dosis
        • traag opdrijven tot target
      • devices (geen leerstof)
        • ICD
          • transveneus
          • subcutaan
        • ballon dilatatie
        • ECMO
        • kunsthart
        • hart transplantatie (HTX)
    • HFmrEF
      • goede evidentie
        • diuretica
        • SGLT2 inhibitor
      • minder evidentie, vaak wel starten
        • ACE-I / ARB / ARNI
        • MRA
        • betablokkers
    • HFpEF
      • geen bewijs voor (of tegen) effect HFrEF medicatie
      • diuretica
      • SGLT2 inhibitor
      • comorbiditeiten aanpakken
  • palliatieve zorgen
    • op tijd bespreken

ECG, ritme, pacemaker en defibrillator (6.5u)

  • prof. R. Willems
  • leerstof
    • cursus medica
    • lesmateriaal op toledo
1 Achtergrond ECG
  • zie bloedsomloop
  • kanalen
    • Na instroom bij depolarisatie
    • Ca instroom bij plateau
    • K uitstroom bij repolarisatie
    • belangrijk voor anti-aritmia
  • afleidingen
    • frontaal
      • driehoek Einthoven
        • I, II, III
      • Goldberger
        • aVL, aVR, aVF
    • precordiaal
      • V1-V6
      • extra
        • V3R-V6R
        • V7
        • V8
  • X-as
    • snelheid: 25 mm/s
    • dus 0.04 s/mm = 40ms / mm
      • klein blokje (1x1): 40 ms
      • groot blokje (5x5): 200 ms
  • Y-as: 0.1 mV/mm of 10 mm/mV
2 Normaal ECG
  • ECG protocol
    • frequentie (bpm)
      • 300 / n grote blokjes
        • bij regelmatige ritmes
        • anders: manueel tellen over aantal seconden
    • ritme
      • zie deel 5
    • QRS-as
      • o.b.v. I+aVF
        • normaal: -30 tot 90 graden (kwadrant IV+)
        • LAD: -30 tot -90 (deel kwadrant I)
        • RAD: 90 tot 180 (kwadrant III)
        • EAD: 180 tot -90 (kwadrant II)
        • deflection per lead during QRS
          • pos / neg / equiphasic
          • Lead I en aVF: loodrecht assenstelsel
        • pos/pos = 2x thumps up = normaal | | aVF: pos | aVF: neg | |------------|----------|----------| | I: pos | normaal | ~LAD | | I: neg | RAD | inderterminate
    • QRS-morfologie
      • max 100ms
    • ST segment
    • T morfologie en QT tijd
      • QT interval
        • afhankelijk van frequentie
        • Bazett:
          • : ms
          • : ms
          • : s
          • QTc = QT bij 60bpm
    • besluit
3 Hypertrofie en geleidingsstoornissen
Hypertrofie

  • LA hypertrofie
    • brede (>120ms) P golf met notching in I en II
    • bifasische P in V1
      • tweede component diep, breed
  • RA hypertrofie
    • P > 2.5mm in II, III, aVF
    • bifasische P in V1
  • LV hypertrofie
    • groter QRS
    • TODO criteria
  • RV hypertrofie
    • moeilijk, geen eenduidige definitie
  • diagnose onzeker indien QRS > 120ms
Geleidingsstoornissen
  • QRS > 100ms
    • indeling
      • volledig bij > 120ms
      • onvolledig bij 100-120ms
    • andere oorzaken
      • AV extraverbinding (Kent bundel)
      • ventriculair of pacemaker ritme
      • elektrolietenstoornis
        • K +
      • hypothermie
      • anti-aritmica
        • klasse 1C
          • flecainide
          • propafenone
  • rechter bundel tak blok (RBTB)
    • QRS >= 120ms
    • ...
    • diagnose van MI blijft mogelijk, van RV hypertrofie niet
  • linker bundel tak blok (LBTB)
    • QRS >= 120ms
    • V1: rS of QS
    • ...
    • diagnose van MI en LV hypertrofie niet meer mogelijk
  • aspecifiek
4 Ischemie en inspannings ECG
  • bepaling van
    • ernst schade
      • subendocardiale ischemie vs transmurale ischemie
        • subendocardiale ischemie
          • ST segment depressie
          • negatieve T gold
        • transmurale ischemie
          • ST segment elevatie
          • hyperacture T golf
          • negatieve T golf
      • ischemie vs necrose
      • instabiele angor vs NSTEMI vs STEMI
    • localisatie
    • DDX
STEMI
  • hyperacute fase
    • spitse, hoge T
    • ST elevatie
    • ...
  • na 24-48u
    • verminderde ST elevatie
    • T inversie
    • pathologische Q golf
  • na weken/maanden
    • ST iso-elektrisch
    • normale T
    • pathologische Qs
      • TODO criteria
NSTEMI
  • ST depressie
  • negatieve T
  • thoracale pijn, zweten, nausea
  • positieve enzymes (troponines)
  • DDX: aflopende ST depressie
    • ischemie bij thoracale pijn
    • digitalis intoxicatie bij geen thoracale pijn
    • strain bij hypertrofie
  • DDX: negative T
    • normaal in sommige leads
    • cardiomyopathie
    • pericarditis
    • bundel tak blok (BTB)
    • subarachnoidale bloeding
    • elektrolietenstoornis
    • digitalis intoxicatie
    • acidose / alkalose
  • DDX: ST elevatie
    • acuut MI
    • vroege repolarisatie
    • pericarditis
    • LBTB
    • hyperkaliemie
    • Brugada syndroom
  • DDX: ST depressie
    • subendocardiale ischemie
    • reciproke verandering bij infarct
    • LV hypertrofie
    • digitalis
    • hypokaliemie
    • normale J-punts depressie bij tachycardie
  • DDX: hoge R golf in V1
    • achterwand MI
    • RV hypertrofie
    • pre-excitatie
    • RBTB
    • normale variant
  • hyperkaliemie
    • urgentie
    • hoge T
    • QRS verbreding
    • kleine P
  • hypokaliemie
    • negatieve of iso-elektrisch T
    • verlengd QT
    • ST daling
    • U golf
  • digitalis
  • acute pericarditis
  • vroege repolarisatie
  • Brugada syndroom
    • in V1, V2 en V3
      • verbreed QRS
      • aflopende ST elevatie
      • negatieve T
  • pre-excitatie
  • proximale LAD stenose
    • teken van Wellens
  • hoofdstamletsel
5 Ritmestoornissen - palpitaties en syncope
Palpitaties
  • anamnese
    • sinds wanneer
    • regelmaat
    • snel
    • duur
    • uitlokkend: inspanning? stress? ..?
    • geassocieerde symptomen
      • nekpulsaties
      • (pre)syncope
      • angor
    • voorgeschiedenis
      • cardiaal
      • psychiatrisch (paniek, angst)
      • familiaal
    • medicatie
    • sociale anamnese
  • aanwijzingen
    • overslaan / extra slagen (AES, VES)
    • aanhoudend snel: VT, SVT
    • onregelmatig: VKF
    • plots begin/einde: VT, SVT
    • gradueel begin/einde: sinus tachycardie
    • "kikkerpols" of "nekpulsaties": SVT
      • A en V samen
  • levensbedreigend?
  • KO
Syncope
  • cerebrale hypoperfusie
  • komt vaak voor
    • bimodaal
      • jong
        • vaak non-cardiac
      • oud
        • vaak cardiac
          • vooral bij mannen
  • transient loss of consciousness (TLOC)
    • niveau 1
      • niet-traumatisch
      • hoofd trauma
    • niveau 2
      • syncope
        • soorten
          • reflex
            • vaso-vagaal (VVS)
            • ...
          • orthostatisch
            • medicatie
            • autonoom zenuwstelsel
          • cardiaal
            • aritmie
              • brady
                • SN disfunctie
                • AV block
              • tachy
                • VT
                • SVT
              • LQTS
              • Brugada
            • structureel
              • acuut MI
              • aorta stenose
              • HCM
              • pulmonale hypertensie
              • aorta dissectie
      • epilepsie
      • psychogeen
      • zeldzame gevallen
  • klinisch onderzoek
    • carotis massage bij 40j+
      • pauze > 3s
      • of BDval 50mmHg+
  • ECG
  • bloeddruk
    • staand
    • liggend
6 Anti-aritmica
  • zz = zeldzaam
  • oorzaak
    • abnormale vorm
    • abnormale geleiding
  • automaticiteit
    • verstrekt
      • sinus tachycardie
    • abnormaal
      • niet-sinus en niet-AV knoop weefsel
  • re-entry
  • Vaughan-Williams classificatie van anti-aritmica
    • onvolledig, overlap
    • klasse I
      • natrium kanaal blokkers
      • Ia: repolarizsatie + (verlengen)
        • niet voor basisarts
      • Ib: repolarisatie -
        • lidocaine
          • indicatie: VT bij acute ischemie
          • nevenwerkingen
            • draaierigheid
            • desorientatie
            • convulsies
            • hypotensie
      • Ic: repolarisatie
        • flecainide
          • indicaties
            • conversie VKF
            • behoud sinusritme bij parox VKF
            • SVT
          • contra-indicatie
            • structureel hartlijden (CAST 1989 studie)
          • nevenwerkingen
            • hartfalen
            • ventriculaire ritmestoornissen
            • wazig zicht, tremor, duizeligheid, paresthesieen
            • GI ongemak, nausea, metaalsmaak
        • propafenone
    • klasse II
      • betablokkers
        • metoprolol
        • atenolol
    • klasse III
      • repolarisatie (en refractieperiode) +
      • via K+ kanalen
      • voorbeelden
        • amiodarone
          • indicaties
            • VKF conversie
            • onderhoud sinusritme
            • derde lijn: als andere middelen falen
            • ventriculaire ritmestoornissen
            • reanimatie
          • nevenwerkingen ("vuil middel")
            • fototoxiciteit
            • huidverkleuring
            • schildklierproblemen (10%)
            • longfibrose
            • neerslag in cornea
            • neuro en GI weerslag
            • Torsade de Pointes (TdP)
            • AV block
            • interactie met digoxine en OAC
              • verminderde clearance
        • dronedarone
          • niet op Belgische markt
          • onderhoud sinusritme
          • minder krachtig dan amiodarone
          • contra-indicaties
            • instabiel hartfalen
          • nevenwerkingen
            • longtoxiciteit
            • levertoxiciteit
            • hogere CV morbiditeit/mortaliteit?
        • sotalol
          • indicaties
            • onderhoud sinusritme
            • niet voor stoppen ritmestoornis
          • nevenwerkingen
            • bradycardie
            • TdP
            • hartfalen (want negatief inotroop)
    • klasse IV
      • calcium antagonisten
        • verapamil
          • indicaties
            • vertraging bij VKF
            • conversie SVT
          • neverwerkingen
            • bradycardie
            • hartfalen (want negatief inotroop)
            • constipatie
            • enkeloedeem
            • nausea
        • diltiazem
    • andere
      • adenosine
        • indicatie
          • conversie SVT
        • nevenwerkingen
          • flushing
          • dyspnoe
          • thoracale pijn
          • VKF
            • cave Wolf-Parkinson-White (WPW) syndroom
          • malaise
          • asthma
      • digoxin
        • zeldzaam
        • niet krachtig genoeg voor gebruik op zich
          • samen met betablokkers (klasse II) of verapamil (klasse IV)
        • nevenwerkingen
          • VT
          • bradycardie
          • anorexia, nausea, diarree
          • xanthopsie
            • gele verkleuring zicht
          • gynaecomastie
          • verwardheid, agitatie
      • vernakalant
        • klasse I en III
        • indicatie
          • conversie VKF
        • contra-indicaties
          • ernstig AS
          • ACS
          • NYHA 3 en 4 of EF < 35%
          • hypotensie
          • bradycardie of QT > 440ms
          • andere IV anti-aritmica
        • nevenwerkingen
          • neuro
          • cardiaal
          • pneumo
          • GI
          • dermato
Niet-farmacologisch
  • acuut
    • vagale manoeuvers
      • carotis massage
      • valsalva
    • DC cardioversie ("strijkijzers")
      • async
        • bij reanimatie
      • sync
        • tijdens QRS
  • profylactisch
    • pacemaker
    • defibrillator
      • implanteerbare cardioverter defibrillator (ICD)
      • subcutane ICD
        • buiten hart
    • ablatie
      • radiofrequentie (RF)
      • cryo
      • pulsed field ablatie (PFA)
7 Bradycardie ECG
8 Supraventriculaire tachycardie (SVT)
9 Voorkamerfibrillatie (VKF)
10 VT, VF en SCD
Ventriculaire tachycardie (VT)
Ventriculaire fibrillatie (VF)
Sudden cardiac death (SCD)
11 Toekomst

✅ Diagnostiek (2u)

  • prof. J.U. Voigt
1 Lichamelijk onderzoek
  • niet focus van deze les
    • zie OPO vaardigheden
    • belang van klinisch onderzoek neemt af
      • beeldvorming wordt goedkoper
  • verschillende zintuigen gebruiken
  • punt van Erb: IC3 links
  • geruis = murmur
    • altijd pathologisch
    • timing
      • systolisch vs diastolisch
        • vroeg / mid / laat
    • verloop
    • karakter
    • intensiteit
    • S3 = ventricular gallop
    • S4 = atrial gallop
2 Biomerkers
  • CV risico
    • voor atherosclerose
      • 1: leeftijd

      • high LDL, low HDL
      • hypertensie
      • roken
      • geslacht: man
      • DM type 2
      • levensstijl (dieet, beweging)
    • zie SCORE2 tool
  • (1) cholesterol
  • (2) troponine
    • snelle vrijzetten (binnen 1u)
    • types
      • high sensitivity cardiac troponine I (hs-cTnI)
        • meer specifiek voor hart
        • ook beinvloed door nierfunctie
        • blijft maar enkele dagen verhoogd
      • high sensitivity cardiac troponine T (hs-cTnT)
    • acuut coronair syndroom (ACS)
      • noodgeval
      • diagnose
        • kliniek
        • ECG: STEMI/NSTEMI
        • labo: troponine >
          • herhaal na 1u
          • herhaal na 3u
  • (3) NT-proBNP
    • "N-terminal pro-brain natriuretic peptide"
    • bij uitrekking myocard cellen
    • bij hartfalen (HF)
3 Beeldvorming
  • doel
    • diagnose
    • DDX
    • behandelplan
    • therapiecontrole
    • prognose
  • modaliteiten
    • angio
    • cardiac CT (CCT)
    • cardiac MR (CMR)
    • echocardiografie
    • scintigrafie
  • hoe kiezen
    • klinische vraagstelling
    • performance
    • beschikbaarheid
    • haalbaarheid
    • prijs
    • risico patient
      • invasief?
      • bestraling?
      • contrast?
      • ALARA principe
        • as low as reasonably reasonable
RX thorax
  • vroeger zelfs geen indicatie nodig
    • nu wel
  • aanzicht
    • posterior-anterior
    • lateraal
Cardiac CT (CCT)
  • dual source
    • loodrecht
  • multi-row detector (64 / 128 / 256)
  • spiral CT
  • trigger a.h.v. ECG
    • meer straling
  • voordeel
    • heel snel
    • hoge resolutie
    • weinig risico op claustrofobie
  • 3D reconstructie
    • virtuele endoscopie
  • met of zonder contrast
    • zonder: Ca score
    • met
      • anatomie
      • bloedvaten
        • aorta dissectie
        • aorta aneurysma
        • coronairen
          • sterke uitsluitende kracht voor coronary artery disease (CAD)
      • perfusie
Coronary angiography
  • mono- or biplane fluoroscopy
    • 1 vaak voldoende
  • invasief, dus niet eerste lijn
  • contrast nodig
  • beste test voor coronaire stenose
    • combinatie diagnose + interventioneel
      • ballon dilatatie
      • stent
      • klep vervanging
      • ...
LV angiography
  • evaluatie pompfunctie a.h.v. contrast
  • niet meer gebruikt
  • vervangen door echocardiografie
Scintigrafie (SPECT, PET)
  • nucleaire geneeskunde
  • herhaling van vorig jaar
  • SPECT
    • 99mTC
    • lagere resolutie
    • langere opnametijd
    • "cardiac camera"
      • veel camera's rondom
      • allemaal gericht naar hart
    • rest vs stressconditie
Cardiac MR (CMR)
  • herhaling
  • "one stop shop" voor cardioloog
    • niet meer weg te denken
  • voordelen
    • tissue characterization
    • goede spatiele resolutie
  • nadelen
    • duur (350 EUR)
    • lange wachttijden
    • lang onderzoek
    • beperkte temporele resolutie
      • moeilijk bij arrhythmia
    • kleine buis
      • patienten mogen niet te dik zijn
      • claustrofobie
        • partiele oplossing: prisma bril + video achter patient
  • opletten voor pacemakers
    • moderne pacemakers zijn compatibel
  • delayed enhancement
    • doel: onderscheid spier - littekenweefsel
    • litteken houdt contrast langer vast
    • "vitaliteitsbeoordeling"
  • hemodynamiek in kaart brengen
    • cf. doppler
Echocardiografie
  • "backbone" van klinische cardiologie
  • kostenefficient
  • draagbaar
  • veilig
  • pijnloos
  • morfologie, functie, hemodynamiek
  • nadeel
    • niet door lucht/bot
    • long geeft witte reflectie + schaduw erachter
      • daarom patient links draaien
  • locaties
    • parasternaal (IC2-3)
    • apicaal
    • rest minder gebruikt
      • subcostaal
      • suprasternaal
  • twee soorten
    • trans-thoracale echo (TTE)
    • trans-(o)esophageal eecho (TOE=TEE)
  • ultrasound
    • 2-10MHz
    • frequentie
      • hoger ~ betere resolutie
      • lager ~ dieper
    • daarom soms TOE
      • geen ribben (bot)
      • geen longen (lucht)
      • korte afstand
        • dus hoge frequentie OK
        • dus hoge resolutie
  • LV volume schatting
    • assumptie: rotatie symmetrie
  • slagvolume
    • eind diastolisch volume (EDV)
    • eind systolisch volume (ESV)
  • ejectiefractie
  • cardiac output
  • regionale functie
    • wall motion score (WMS)
      • normaal
      • hypokinesie: verminderde beweging wand
      • akinesie: geen beweging wand
      • dyskinesie: beweging wand naar buiten i.p.v. binnen
  • speckle tracking
    • cf. optical flow
    • bull's eye grafiek
    • meting van
      • snelheid
      • beweging
      • vervorming
  • global longitudinal strain (GLS)
    • normaal: 20%
  • Doppler effect
    • modes
      • spectral (details niet belangrijk)
        • continuous wave (CW) doppler
          • bij hoge snelheden
          • no aliasing
        • pulsed wave (PW) doppler
          • bij lage snelheden
          • op vaste positie
      • kleurendoppler
        • kleur ~ snelheid en richting
        • rood: naar sonde
        • blauw: weg van sonde
    • haemodynamische metingen
      • snelheid
      • druk
Inspanningsoefeningen
  • fietsproef + ECG
  • fietsproef + echo
    • of loopband
3D echo
  • TTE of TOE
  • doel
    • kleplijden in kaart brengen
    • ...
Wanneer wat kiezen?
  • wet van Bayes
    • herhaling OPO Medische Praktijkvoering
    • pre-test probabiliteit
      • heel laag: geen verdere tests
      • heel hoog: direct behandelen
    • post-test probabiliteit
    • sensitiviteit
    • specificiteit
  • doel: rule out CAD: CT scan

Bloedvaten

✅ Occlusief en aneurysmatisch lijden (5u)

  • prof. I. Fourneau
  • cursus
    • 6.1 Chronische arteriële insufficiëntie van de onderste ledematen p101-130
    • 6.2 Chronische arteriële insufficiëntie supra-aortische vaten p131-146
    • 6.3 Arteriële insufficiëntie viscerale vaten p146-151
    • 6.4 Acute ischemie van de ledematen p151-161
    • 6.5 Diabetische arteriopathie p161-167
    • 7 Aneurysmatisch lijden p169-184
    • 8 Dissectie p187-198
    • 9.2.3 Ziekte van Buerger p 204-205
    • 9.3.2 Popliteaal entrapment p212
    • 9.5 Bestralingsgeïnduceerde letsels p 220
    • 9.7.1 Adventitionele cyste van de a.poplitea p 222
    • 9.7.2 Endofibrose van de a.iliaca p 222
    • 10.2.1 Traumatische aortaruptuur p225-226
Occlusief
6.1 Chronische arteriële insufficiëntie van de onderste ledematen
  • perifeer aterieel vaatlijden (PAV)
  • oorzaak
    • heel vaak atherosclerose
      • uitzonderingen: hfst 9
      • waar
        • hoge schuifkrachten
        • bifurcaties (carotis, aorta, femoralis)
    • systeemziekte
      • dus vaak ook coronairen en hersenvaten aangetast
        • sterk verhoogd risico op MI of CVA bij symptomatisch perifeer vaatlijden
  • risicofactoren
    • vooral
      • roken
        • vaker mannen
      • diabetes
    • minder
      • hypertensie
      • hyperlipidemie
    • hormonale beschermingen vrouwen onder 70
  • symptomen
    • meestal a.h.v. Fontaine stadia
      • diameter > 50% (dus oppervlakte > 25%): vaak asymptomatisch
      • claudicatio = etalagebenen
        • link met inspanning
        • kleine minderheid loopt risico op ischemie
        • soorten
          • vasculair (hier)
            • pijn gaat weg na even (rechtop) stilstaan
          • neurogeen
            • pijn gaat enkel weg na zitten/hurken
        • classificatie
          • invaliderend: 250m -
          • niet-invaliderend: 250m +
      • rustpijn: vaak 's nachts
        • meestal distaal (voet)
        • horizontaal: geen zwaartekracht
        • lagere bloeddruk
    • meer recent: Rutherford-Becker
      • vanaf stadium 2: daling enkel/arm index in rust
  • onderzoeken
    • anamnese
    • klinisch onderzoek
      • inspectie
      • palpatie
      • auscultatie
      • proef van Lasègue = straight leg raising test
        • DD ischiaspijn (zenuwknelling)
    • doppler
    • enkel/arm index
      • normaal: 0.9 - 1.3
    • looptest
    • duplex = echo + doppler
    • transcutane zuurstofspanning (tcPO2)
    • angiografie
  • behandeling
    • levensstijl
      • rookstop
      • looptraining / wandeltraining
        • basisbehandeling voor iedereen met claudicatio
        • min 3x30min/week
        • best onder supervisie
        • voor, na of samen met heelkunde
    • medicatie
      • aspirine = acetylsalicylzuur (ASA)
      • DOAC (rivaroxaban)
      • (VKA)
        • na bypass
      • statines
    • toekomst: angiogenese
    • revascularisatie
      • indicatie
        • niet bij asymptomatisch
        • risicoafweging bij claudicatio i.f.v. ernst
        • wel bij rustpijn en niet-helende wonden
      • endovasculair
        • ballon dilatatie
        • stent
          • materiaal
            • roestvrij staal
            • nitinol (nikkel-titanium)
              • thermisch geheugen
          • twee soorten
            • ballon-expandeerbaar
              • sterkere radiaire kracht
              • nauwkeuriger
              • veert niet terug na indrukken
              • goed voor korte, sterk verkalkte aders
            • zelf-expandeerbaar
              • langer, tortueuzer
              • veert terug na indrukken
        • complicaties
          • re-stenose
            • oplossingen
              • drug-eluting stents (DES)
                • vooral geschikt voor coronairen
              • drug-coated baloon (DCB)
          • systemisch
            • contrast (jodium)
            • anesthesie (vaak lokaal)
          • lokaal
            • hematomen
            • dissecties
            • AV shunts
            • ruptuur
        • resultaten
          • beter bij kleinere letsels
          • beter bij proximale letsels
      • open heelkunde
        • drie manieren
          • sympathectomie
            • twee technieken
              • resectie (kan laparoscopisch)
              • chemisch
            • indicatie: rustpijn, geen weefselverlies, geen andere revascularisatie mogelijk
          • endarterectomie
            • opensnijden
              • vooral bij oppervlakkige arteries (zoals a. femoralis communis)
            • plaque verwijderen
            • intima verwijderen
            • eventueel met verbredingspatch
          • bypass
            • materiaal
              • v. saphena magna
                • voor kleinere vaten
              • kunststof
                • PET
                • goretex = PTFE
                • atrombogene coating (pseudo-intima)
                • voor grotere vaten
              • allograft
                • bij infecties
            • resultaten
              • patency ~ proximaal
                • beter dan endovasculair
    • samenvatting
      • aorta
      • a. iliaca
      • a. femoralis communis
        • endarterectomie
      • a. femoralis superficialis
        • looptraining
        • endovasculair
        • femoropopliteale bypass (bij herhaaldelijke restenose)
          • beste resultaat met v. saphena magna
      • a. profunda femoris
      • a. poplitea
        • boven knie
        • onder knie
6.2 Chronische arteriële insufficiëntie supra-aortische vaten
a. carotis
  • beroerte = stroke = CVA
    • epidemiologie
      • 80% ischemie
        • 20% embolen van a. carotis interna
        • 80% varia
      • 20% hersenbloeding
    • risicofactoren
      • leeftijd
      • man
      • diabetes
      • coronair lijden
      • hyperlipidemie
      • hypertensie
      • roken
    • gevolgen (1 lichaamshelft)
      • hemiparese/hemiplegie, afhangende mondhoek
      • blind
      • gevoelsstoornissen
      • afasie
    • mini-beroerte = transient ischemic attack (TIA)
      • max 24u symptomen
      • volledig herstel
  • atherosclerose t.h.v.
    • bifurcatie
    • a. carotis interna, oorsprong
  • diagnose
    • klinisch onderzoek
      • souffle
      • neurologisch onderzoek
    • technisch
      • duplex halsvaten
        • a. carotis interna: kenmerkende diastolische flow
      • transcraniele doppler
      • intra-arteriele digitale subtractie angiografie (IA-DSA)
        • gouden standaard
        • geen routine meer
      • CT/MR angio
        • i.p.v. IA-DSA
      • CT/MR hersenen
      • (EEG)
  • screening
    • duplex
    • bij hoog CV risico
    • stenose < 50%: herhaal om 12-24m
    • stenose > 50%: herhaal om 6-12m
  • behandeling
    • medicatie
      • risicofactoren behandelen
      • plaatjesremmer
        • aspirine
      • statines
    • heelkundig
      • endarterectomie (voorkeur)
        • indicatie
          • symptomatisch, stenose > 50%, ...
          • asymptomatisch, stenose > 70%, ...
        • moet afgeklemd worden
          • monitor collaterale bevloeiiing hersenen
            • EEG
            • saturatie
            • ...
            • eventueel enkel lokale verdoving
      • stenting (enkel bij hoog operatief risico)
  • complicaties
    • per-/post-operatieve CVA
    • zenuw beschadiging
      • n. hypoglossus
      • n. facialis
      • n. vagus
Vertebrobasilair
  • a. vertebralis
    • V1: oorsprong (uit a. subclavia)
    • V2: door foramina transversaria
    • V3: tussen axis en schedelbasis
    • V4: intracranieel
      • naar circulus van Willis
    • 30% hersenbevloeiing
      • vooral cerebellum en medulla oblongata
  • diagnose
    • cf. carotis
    • otovestibulair onderzoek
    • RX + CT cervicale wervelzuil
  • behandeling
    • medicatie (voorkeur)
      • plaatjesremmers
    • fysiotherapie
      • tegen vertigo en evenwichtsstoornissen
    • endovasculaire technieken
      • ballon dilatatie + stenting (voorkeur)
    • open chirurgie
      • vooral V1 (ostiaal)
      • herinplanten a. vertebralis op a. carotis communis
Bovenste lidmaat
  • veel minder occlusief lijden
  • symptomen
    • acute ischemie
    • arm claudicatio (inspanningsgebonden)
    • ulceraties
    • vasospastische klachten
    • subclavian stealsyndroom
      • minder bloed naar a. vertebralis na inspanning bij stenose a. subclavia
    • coronary stealsyndroom
      • angorklachten na overbrugging via a. mammaria
  • diagnose
    • anamnese
    • KO
      • palpatie
      • percussie
      • auscultatie
      • bloeddruk, bilateraal
      • Allen test
    • technisch
      • serologie
        • immunologische screening (sclerodermie, lupus)
      • niet-invasief
        • nagelbed capillaroscopie
        • doppler of duplex
        • RX
        • IA-DSA
        • CT/MR angio
  • ziektebeelden
    • atherosclerose
      • behandeling: endovasculair > open
    • arteriele embolieen
      • vaak cardiale oorsprong (o.a. bij VKF)
      • afwezigheid van polsslag
      • behandeling: embolectomie via a. brachialis of a. radialis
6.3 Arteriële insufficiëntie viscerale vaten
Splanchnische vaten
  • drie ateriae
    • tr. coeliacus
      • a. hepatica
      • a. splenica
      • a. gastrica sinistra
    • a. mesenterica superior (AMS)
      • dunne darm
      • dikke darm (rechts)
    • a. mesenterica inferior (AMI)
      • dikke darm (links)
      • sigmoid
    • veel collateralen
      • 2/3 aangetast voor problemen opduiken
  • acute ischemie
    • vaak AMS
    • vaak door embool of trombose
    • symptomen
      • acuut abdomen
    • darminfarct / necrose
    • behandeling
      • darmresectie
      • endovasculair
      • bypass
      • embolectomie
      • niet: trombolyse (duurt te lang)
  • chronische ischemie
    • bij veralgemeende atherosclerose
    • symptomen
      • angor abdominalis
        • pijn na maaltijd
      • gewichtsverlies
      • diarree
    • diagnose
      • duplex
      • IA-DSA of CT/MR angio
    • behandeling: endovasculair > open (bypass)
Renale vaten
  • aa. renales
    • weinig collaterale bevloeiing
  • acute ischemie
    • vooral embool
    • nierinfarct, irreversiebel
    • diagnose: CT contrast
    • behandeling: meestal te laat
  • chronische ischemie
    • bij veralgemeende atherosclerose
    • vaak toevallige ontdekking
    • symptomen
      • reno-vasculaire hypertensie (via RAAS)
        • renine +
        • angiotensinogeen -> angiotensine I en II
          • vasoconstrictie -> BP+
          • aldosterone +
            • zout- en vochtretentie
        • gevolg: longoedeem
      • nierinsufficientie
        • door verminderde perfusie
        • 20% door stenose bij oudere dialysepatienten
    • diagnose: idem planchnisch
      • duplex
      • IA-DSA of CT/MR angio
    • behandeling
      • revascularisatie
        • minder relevant
        • stent > bypass
      • symptoombestrijding met medicatie (voorkeur)
        • hypertensie
          • ACE inhibitor
        • nierinsufficientie
6.4 Acute ischemie van de ledematen
  • indeling
    • acuut
    • subacuut: bij aanwezigheid collateralen
  • oorzaken
    • embolie
      • reizende klonter
      • pijn plots en hevig
      • contralateralie pulsaties: aanwezig
      • 80-90% cardiogeen (vaak VKF)
        • 50-60% naar onderste lidmaat
        • 15-20% naar bovenste lidmaat
        • 15-20% naar hersenen
        • 5% naar darmen
      • 15% extracardiaal
      • iatrogeen
    • trombose
      • stolsel
      • pijn komt langzaam op
      • contralateralie pulsaties: afwezig
      • vooral door perifeer arterieel lijden
    • varia
      • dissectie
      • trauma
      • medicatie
  • symptomen
    • 6P
      • pain
      • pallor (bleek)
        • naar cyanose zonder capillaire refill
      • paresthesia (tintelingen)
        • evolueert naar anesthesia
      • paralysis
      • pulselessness
      • poikilothermia (koud)
  • diagnose
    • vooral o.b.v. anamnese en klinisch onderzoek
    • technische onderzoeken
      • beperkt om tijd te besparen
      • bloed: hemato, nier, elektrolieten, glucose
      • ECG voor VKF
      • enkel/arm index
      • duplex
      • bij vermoeden aorta dissectie
        • CT/MR angio
        • trans-oesophageale echocardiografie
  • behandeling
    • ernst
      • leefbaar
        • dopplersignaal
        • geen uitval
      • bedreigd (spoed)
        • geen dopplersignaal
        • soms uitval
      • niet-leefbaar (spoed)
    • systemisch
      • hydratatie
      • zuurstof
      • cardiale ondersteuning
      • analgetica (morfine)
      • epidurale katheter (indien geen algemene anesthesie later)
      • heparine
      • geen IM injecties
    • symptomatisch
      • leefbaar
        • tijd nemen om plan op te stellen
        • extra tests
        • opties
          • percutane trombolyse
          • ballonkathetertrombo-embolectomie (Fogarty)
            • via
              • a. femoralis communis t.h.v. lies
              • a. brachialis t.h.v. elleboog
            • ateriotomie: trombus verwijderen
            • katheter: distaal gelegen klonters verwijderen
          • percutane aspiratie-embolectomie
            • voor heel kleine klonters
          • intra-arteriele trombolyse
            • vooral bij trombose
            • percutaan
            • a.h.v. trombolyticum (traag)
              • enkel indien niet-acuut
          • chirurgische reconstructies
      • bedreigd
        • naar OKA voor revascularisatie
      • niet-leefbaar
        • niet pre-terminaal
          • amputatie
        • wel pre-terminaal
          • comfort
      • verwikkelingen na revascularisatie
        • zuur en K+ rijk bloed
          • ritmestoornissen
          • hypotensie
        • inflammatoire respons
          • multi-orgaanfalen
        • myoglobinurie
          • nierfalen
        • compartimentsyndroom door oedeem
          • behandeling: fasciotomie
    • oorzakelijk
  • slechte prognose
    • hoge mortaliteit (tot 25%)
    • hoge kans op amputatie (tot 25%)
6.5 Diabetische arteriopathie
  • verhoogd risico op infecties
    • vaak polymicrobieel
  • microangiopathie
    • retinopathie
    • nefropathie
    • neuropathie -> diabetes voet
      • sensorisch
        • paresthesieen, ...
        • hoger risico op microtrauma's en overbelasting
      • motorisch
        • klauwtenen
        • statiekafwijkingen
        • drukulcera
        • deformaties (Charcotvoet)
      • autonoom
        • cf. sympathectomie
        • minder zweet -> kloven
  • macroangiopathie
    • small vessel disease, meer distaal (typisch voor diabetes)
      • vooral onderbeen
      • diffuus, multi-segmentair
      • meer calcificaties
    • grotere bloedvaten, meer proximaal (o.a. door roken)
  • diagnose
    • doppler
    • enkel/arm index
      • moeilijker door calcificaties
    • tcPO2
  • behandeling
    • regeling diabetes / glycemie
    • revascularisatie
      • bypass
      • endovasculair
    • amputatie
    • diabetesvoet
      • multidisciplinair: voetkliniek
      • preventie
  • ulcera
    • neuropathisch: vaak plantair, onder metatarsaalkoppen
      • behandeling: ontlasting
        • aangepaste zolen, schoenen
        • gips
        • orthese (walking boot)
    • vasculair: vaak dorsaal
      • behandeling
        • revascularisatie
        • debridement
        • AB
Aneurysmatisch
7 Aneurysmatisch lijden
  • criteria voor aneurysme (niet voor behandeling)
    • aorta descendens: vanaf 4.5cm
    • aorta abdominalis: vanaf 3cm
    • a. poplitea: vanaf 1.5cm
  • vorm
    • fusiform
    • sacculair
  • twee soorten
    • aneurysma verum (waar)
      • alle lagen wand (initieel) in aneurysma
    • aneurysma spurium (vals)
      • wand andere dan slagaderwand
  • oorzaken
    • transmurale druk vs wandspanning
    • multifactorieel
    • risicofactoren
      • familiale belasting
      • leeftijd
      • man
      • hypertensie
      • roken
      • perifeer vaatlijden
      • virale infecties
      • trauma
      • COPD
      • ...
    • inflammatoir
    • infectie
    • congenitaal
    • cystische medianecrose
      • bij syndroom van Marfan
Aneurysma van aorta abdominalis (AAA)
  • 80% aorta aneurysma's
  • vooral oudere mannen
  • soorten
    • infrarenaal (meestal)
    • juxtarenaal
    • para/suprarenaal
  • richting
    • intraperitoneaal
    • retroperitoneaal
  • contained rupture
    • tegengehouden door omliggende organen
  • symptomen
    • toevalsontdekking
      • screening met echo nodig bij verhoogd risico
    • vage abdominale/GI klachten
    • lage rug pijn
    • na ruptuur
      • hevige rugpijn
      • diffuus pijnlijke buik
      • shock
  • diagnostiek
    • KO abdomen
      • lage sensitiviteit
    • (RX abdomen of RX lumbale wervelzuil)
    • echografie
      • diameter bepaling
      • goed genoeg voor screening en opvolging
      • of als het snel moet gaan (ruptuur)
    • CT met IV contrast
      • nodig voor therapieplanning
  • indicaties voor behandeling
    • snelgroeiend aneurysma (1cm/jaar of meer)
    • drukgevoelig aneurysma
    • risico ~ diameter
      • cut-off
        • vanaf 5.5cm bij man
        • vanaf 5.0cm bij vrouw
    • kosten-baten
      • levensverwachting patient?
      • operatief risico?
      • ruptuur: 80% mortaliteit
      • heelkunde: 5% mortaliteit bij normaal risico
  • heelkundige behandeling
    • toegang
      • laparotomie
      • laparoscopie
    • vervang door kunststof
      • van a. renalis
      • tot bifurcatie (of verder indien nodig)
      • aorta als mantal opnieuw rond prothese
    • waar klemmen?
      • boven a. renalis?
        • zo kort mogelijk
      • onder a. renalis?
    • alternatief: endovascular aneurysm repair (EVAR)
      • 80% komt in aanmerking
      • lang a. femoralis
        • goede doorgang via a. iliaca nodig
      • kunststof stent
      • lagere mortaliteit
      • korter herstel
      • enkel bij lange, rechte "hals"
      • variaties
        • FEVAR: fenestraties
        • BEVAR: zijtakken
  • postoperatieve problemen
    • EVAR
      • korte termijn: weinig
      • langere termijn: endoleak
        • type I: tussen prothese en aortawand
          • heringreep
        • type II: aneurysma gevuld met retrograde flow van zijtak
          • afwachten
        • type III: prothese lek
          • heringreep
        • type IV: te hoge porositeit prothese
          • heringreep
      • altijd opvolgen met echo en/of CT/MRI
  • screening
    • goed idee, nog niet actief
    • o.b.v. echografie
    • doelgroepen
      • mannen, 60j+, broer of zoon van iemand met AAA
      • mannen, 65j+, rokers
      • iedereen met verhoogd CV risico?
    • beleid
      • diameter < 2.5cm: geen follow up
      • diameter < 2.9cm: elke 4j
      • diameter < 3.9cm: elke 3j
      • diameter < 4.4cm: elke 2j
      • anders jaarlijks tot kritische drempel bereikt is
        • 5.5cm man
        • 5.0cm vrouw
Aneurysma van aorta thoracalis / thoraco-abdominalis (TAA/TAAA)
  • oorzaken
    • gelijkaardig
    • onduidelijk
    • mediadegeneratie (Marfan)
    • infectie
    • inflammatie
    • trauma
  • symptomen
    • vaak asymptomatisch
    • pijn
      • precordiaal
      • epigastisch
      • rug
      • druksymptomen
        • heesheid (n. recurrens)
        • dysfagie
        • stridor
        • dyspnoe
      • aortaklep insufficientie
  • diagnose
    • KO: weinig toegevoegde waarde
    • RX thorax
    • echo
    • CT
    • MR
  • behandeling
    • aorta ascendens en arcus aortae
      • hartchirurg
        • open operatie
        • diepe hypothermie
        • kunsthart
      • endovasculair
        • vertakte protheses voor aortaboog
        • rerouting
    • aorta descendens
      • hartchirurg
        • vaatprothese
        • geen kunsthart
          • wel atriofemorale bypass (vanuit LA)
      • endoprothese (meestal)
    • thoracoabdominaal aneurysma
      • open chirurgie
        • thoracofrenolaparotomie
        • complex
          • mortaliteit: 10%
      • endoprothese
      • hybride ingreep
        • bypass a. iliaca naar aa. renales, AMS en tr. coeliacus
        • endoprotese
  • complicaties
    • paraplegie (2%-10%)
      • vooral na open chirurgie
      • oorzaak: ischemie ruggenmerg
        • arteries naar ruggenmerg kunnen niet altijd bewaard worden
        • mitigations
          • plaats extra shunts
          • hypothermie
Aneurysma van andere slagaders
  • vooral zijtakken aorta
  • oorzaak: meestal atherosclerose
  • a. renalis
    • ex situ operatie
    • auto-transplantatie
  • a. poplitea
    • meest frequent
    • bilateraal
    • associatie met AAA
    • voelbaar bij KO
    • risico: trombose, embolie
      • niet ruptuur
    • behandeling
      • open heelkunde (standaard)
      • endovasculair
  • a. subclavia
    • bij thoracic outlet syndroom
    • risico: trombose, embolie
    • behandeling
      • chirurgisch
      • endovasculair
      • resectie rib I
10.2.1 Traumatische aortaruptuur
  • na trauma
    • deceleratie
    • hoge snelheid
  • zeer hoge mortaliteit
  • meestal t.h.v. isthmus (vlak na aftakking a. subclavia sinistra)
  • diagnose
    • verbreed mediastinum op RX
    • CT aorta
      • steeds bij dit soort trauma
      • extra controle 1 jaar na ongeval
  • behandeling
    • endovasculair
      • thoracale endoprotese
    • open herstel
    • conservatief a.h.v. hypotensie
      • bij ernstige geassocieerde letsels
Dissectie
8 Dissectie
  • scheur in tunica intima en binnenste laag tunica media
  • oude term "aneurysma dissecans" (misnomer)
Dissectie aortae
  • classificatie
    • acuut: 2w sinds begin symptomen
    • chronisch: langer dan 2w
      • subacuut: 2w - 3m
    • Stanford classificatie
      • Stanford A (60%): aorta ascendens betrokken
      • Stanford B (40%): aorta ascendens niet betrokken
  • epidemiologie
    • frequentste aorta aandoening
    • risicofactoren
      • man (5 tegen 1)
      • leeftijd
      • arteriele hypertensie
  • pathogenese
    • begint bij scheur in intima
    • vals lumen
    • re-entry naar ware lumen
  • symptomen
    • wisselend
      • tussen patienten
      • binnen 1 patient
    • plotse pijn (90%)
      • hevig, scherp, scheurend
      • type A: anterieur in borstkas
      • type B: interscapulair
      • soms abdominaal
    • soms syncope (A > B)
    • malperfusie
      • beroerte (a. carotis)
      • ischemie arm (a. subclavia)
      • paraplegie (aa. intercostales)
      • darmischemie (splanchnische vaten)
      • nierinsufficientie (a. renalis)
      • onderste ledematen (a. iliaca)
    • klamme, zweterige patient met hypertensie
  • diagnose
    • CT met contrast
    • echocardiografie voor aorta ascendens
  • DDX
    • MI
    • acuut abdomen
    • ischemie in lidmaat
  • evolutie en prognose
    • ongunstig
    • type A mortaliteit (zonder operatie)
      • velen in 24u
      • 2/3 na 2w
      • 90% na 3m
    • type B
      • 10% na 1m
    • complicatie
      • aneurysmatische degeneratie (25-40%)
      • laattijdige ruptuur
        • agressieve anti-hypertensiva nodig (< 130/80)
        • controle CT
  • behandeling
    • type A dissectie
      • ASAP opereren
      • prothese voor aorta ascendens
        • met kunsthart
        • door hartchirurg
        • mortaliteit: < 10%
    • type B dissectie
      • onverwikkeld
        • conservatief
          • medicatie
            • agressieve anti-hypertensiva (< 120)
            • betablokkers (< 60 bpm)
            • ACE-I
            • vasodilatatie
          • follow up met CT
        • TEVAR wordt overwogen
      • verwikkeld
        • heelkunde
          • hoge mortaliteit (20-30%)
        • endovasculair (voorkeur)
          • mortaliteit: 9%
        • (extra lokale behandeling)
        • follow-up met CT
Dissectie van de viscerale arteries
  • zeldzaam
  • oorzaak onbekend
  • symptomen
    • asymptomatisch (50%)
    • buikpijn
  • diagnose
    • CT angio
  • therapie
    • onverwikkeld/asymptomatisch: conversatief
      • anti-hypertensiva
      • anti-aggregantia of orale anti-coagulatia
    • follow-up met CT
    • heelkunde bij klachten
      • overbrugging of vervanging met
        • autologe vene
        • kunststof
Dissectie van de halsslagaders
  • zeldzaam
  • oorzaak onbekend
  • jonge patienten
  • symptomen
    • hoofdpijn
    • nekpijn
    • duizeligheid
    • evenwichtsstoornissen
    • stroke
    • hemiparese
  • diagnose
    • CT angio
    • arteriografie: "muizenstaartbeeld"
  • behandeling
    • anti-aggregantia
Intramuraal hematoom en penetrerend ulcus
  • intramuraal hematoom
    • hematoom in wand aorta
    • zonder visualisatie intima scheur
    • bloeding van vasa vasorum?
    • klinisch beeld en prognose: cf. dissectie aortae
  • penetrerend ulcus
    • typisch in distale aorta descendens
    • ulceratie van atheroomplaque
    • drinkt door tot in tunica media
Varia
9.2.3 Ziekte van Buerger (thromboangiitis obliterans)
  • acute en chronische inflammatie en trombose
  • aders en slagaders
  • in handen en voeten
  • gevolgen
    • ischemische ulcera
    • neuropathie
    • tromboflebitis migrans
    • vaak samen met fenomeen van Raynaud
  • vijf criteria
    • roker
    • 50- (vooral 20-40)
    • infrapopliteale aantasting
    • aantasting bovenste lidmaat
    • geen andere ernstige risicofactoren voor atherosclerose
  • angiografie: kurkentrekker in collateralen
  • vooral mannen
  • vooral in Midden- en Verre Oosten
  • normale levensverwachting (i.t.t. klassiek perifeer vaatlijden)
  • behandeling
    • rookstop
    • revascularisatie
      • alternatieven
        • amputatie
        • sympathectomie
        • prostacyclines
        • hyperbare zuurstoftherapie
9.3.2 Popliteaal entrapment
  • 20-40 jaar
  • sporters / lopers
  • oorzaak
    • anatomische variatie a. poplitea t.o.v. m. gastrocnemius
  • gevolgen
    • claudicatio intermittens
    • aneurysma
    • trombose
  • diagnose
    • klinisch onderzoek: palpaties
    • CT/MR angio
  • behandeling
    • heelkundige correctie van arterie en spier
9.5 Bestralingsgeïnduceerde letsels
  • stenose of occlusie
  • vooral carotisstenose na hoofd-halstumor
    • behandeling: endovasculair > endarterectomie (i.t.t. tot klassieke carotis stenose)
      • gezien moeilijke wondheling
      • verhoogde kans op re-stenose
9.7.1 Adventitionele cyste van de a.poplitea
  • cyste in adventitia van a. poplitea
  • bij relatief jonge patienten zonder symptomen van atherosclerose
  • gevolg: claudicatio of ischemie bij volledige occlusie
  • diagnose: CT/MR angio
  • behandeling: heelkundig
    • meestal bypass
    • niet: dilatatie
9.7.2 Endofibrose van de a.iliaca
  • vooral a. iliaca externa
  • vaak unilateraal
  • vooral bij wielrenners
  • endofibrose: hyperplasie in tunica intima
  • diagnose
    • duplex
    • enkel/arm index
    • MR angio of IA-DSA
  • behandeling
    • enkel nodig indien sport voortgezet wil worden
    • losmaken en inkorten a. iliaca
    • endarterectomie
    • bypass
    • niet: dilatatie/stent

✅ Veneus en lymfatisch lijden (2u)

  • prof. S. Thomis
Chronisch veneuze ziekte (CVZ)
  • details: zie H11 boek vaatheelkunde
  • varices
    • enkelvoud: varix
  • oorzaak
    • primair (meestal)
      • klepdisfunctie
      • risicofactoren
        • familiaal
        • leeftijd
        • staand/zittend beroep
        • oestrogenen en zwangerschap
        • obesitas
        • immobiliteit en weinig beweging
    • secundair
      • na DVT
    • congenitaal
      • Klippel-Trenaunay syndrome
        • overgroei op lidmaat
        • capillaire malformaties
        • varices
        • abnormale diepe aders
  • gevolg
    • belemmering retour
      • veneuze hypertensie
      • inflammatie
      • beschadiging endotheel
      • verzwakking wand en kleppen
      • vorming varices
      • verhoogde infiltratie
        • oedeem
      • hyperpigmentatie, okderdermatitis
      • eczeem door slechte voeding huid
      • opstapeling proteinen
        • acute dermatitis
        • acute en chronische lipodermatosclerose
      • lokale hypoxie: atrofie blanche
        • huidnecrose
        • veneuze ulcus
  • classificatie
    • C0: geen klinische tekens, wel symptomen
    • ...
    • C6: open ulcus cruris
  • diagnose
    • anamnese
    • symptomen
      • vermoeide, zware benen
      • jeuk
      • krampen
      • oedeem
      • ...
    • KO
      • laat patient paar minuten recht staan
      • onderzoek huid
    • technische onderzoeken
      • duplex (voorkeur)
        • rechtstaand
        • flow
          • reflex > 0.5s pathologisch
      • RX: contrastflebografie
  • complicaties
    • oppervlakkige tromboflebitis
      • rode, harde streng
    • bloeding spatader
  • behandeling
    • conservatief
      • compressie
      • steunkousen
      • veneuze hygiene
        • beweging
        • houding wisselen
        • warmte vermijden
        • hoogstand
        • gewicht -
        • schoeisel
      • medicatie
        • flavonoiden
        • extracten
          • paardekastanje
          • rode wijnstokbladeren
    • ablatie
      • thermische
        • laser
        • radiofrequentie
        • indicaties
          • v. saphena magna (VSM)
          • v. saphena parva (VSP)
          • niet te kronkelig
          • niet te oppervlakkig
      • chemisch = foam echosclerose
        • trombose -> fibrose
        • bij VSM en VSP
          • niet te groot
        • nadien compressie
        • neveneffecten
          • verharding (6w)
          • bruinverkleuring
    • alternatieven
      • mechanochemische ablatie (MOCA)
      • high intensity focussed ultrasound (HIFU)
      • cyanoacrlaat (lijm injectie)
    • klassieke crossectomie en stripping
      • minder uitgevoerd
      • indien geen thermische ablatie mogelijk
      • stripper: proximaal naar distaal
      • neveneffecten
        • pijn
        • ecchymosen
        • zenuwbeschadiging
      • nadien compressie
    • geetageerde excisie (Muller)
      • voor oppervlakkige zijtakken
      • a.h.v. Muller haakje
      • nadien compressie
    • sclerotherapie
      • voor kleine venen
        • besemreisen = heel kleine spataders
        • spider veins
      • esthetisch effect
      • nevenwerking: bruinverkleuring
    • percutane laser
      • indicaties
        • te kleine venen
        • angst voor naalden
        • allergie aan sclerosans
Diep veneuze pathologie
  • belemmering veneuze retour -> veneuze hypertensie
    • oppervlakkige veneuze insufficientie
    • oppervlakkige veneuze obstructie
    • diepe veneuze insufficientie
    • diepe veneuze obstructie
    • slechte kuitspierpompfunctie
  • gevolgen
    • hypoxie
    • inflammatie
    • endotheel beschadiging
    • huidbeschadiging, ulcus
  • oorzaken (herhaling)
    • triade Virchow
      • immobilisatie
      • stolling
      • vaatwandbeschadiging
  • systemisch effect: VTE, DVT (zie elders)
  • lokaal post-trombotisch effect
    • wandverdikking
    • trabeculatie
Post-traumatisch syndroom (PTS)
  • 20-40%
  • 6m-2j na trombose
  • collaterale circulatie (door obstructie)
  • trofische stoornissen
  • inspanningsintollerantie
    • minder veneuze retour
    • minder RA preload
  • kwantificeren
    • Villalta score
      • symptoms (subjectief)
      • signs (objectief)
  • behandeling
    • acuut weinig mogelijkheden
      • belang preventie
    • anti-coagulantia (VKA, DOAC)
    • compressie
    • mobiliseren
    • trombolyse
      • mechanisch
      • pharmacomechanisch: AngioJet
      • clot retrievers
    • recanaliseren obstructie
      • endovasculair
      • invasief
Iliacale obstructie
  • May-Thurner syndroom (herhaling)
    • 20% volwassen vrouwen
    • anatomische afwijking
      • geklemde v. iliaca (vaak links)
    • hoog risico op DVT
  • diagnose
    • echo
    • CTV
    • (MRI)
    • IVUS: IV ultrasound = echo in vene
  • behandeling
    • recanalisatie
    • dilatatie
    • stenting
    • IVUS?
Diep veneuze insufficientie
  • 20% volwassenen
  • segmentair
  • gevorderd stadium van chronisch veneuze ziekte (CVZ)
  • samen met oppervlakkige veneuze insufficientie
    • agenesis kleppen
    • primaire insufficientie
      • reversiebel
      • niet-reversiebel
    • secundaire insufficientie
      • post-trombotisch
  • behandeling
    • voorkeur
      • compressie
      • mobiliseren
      • veno-actieve medicatie
    • behandel eventuele oppervlakkige insufficientie
      • diepe herstelt vaak vanzelf mee
    • neovalve
      • wand omvormen tot nieuwe klep
    • valvuloplastie
      • herstel klep
Pelvien congestie syndroom
  • varices rond uterus
  • v. ovaria insufficientie
  • symptomen
    • onderbuik pijn (cyclisch)
    • vulvaire varices
  • oorzaak recidieve varices
  • behandeling
    • embolisatie: coils / foam
Vena cava superior syndroom
  • compressie v. cava superior
  • vaak oncologisch
  • symptomen
    • oedeem armen, hoofd/hals
      • krijgen ogen soms niet open
    • collaterale circulatie
  • behandeling
    • stent
    • oorzaken behandelen
Lymfatische aandoeningen
  • details: zie H13 boek vaatheelkunde
  • functie lymfe
    • vochtbalans
    • afweer
    • nutritionele functie (o.a. in darmen)
  • lymfefalen
    • high input failure: te veel vocht
    • low output failure: te weinig afvoer
      • opdeling
        • mechanisch (structureel)
        • functioneel
        • combinatie
  • stoornissen
    • lymfoedeem en lymfatische malformaties (lokaal)
    • centrale stoornissen
      • chylvaten
      • d. thoracicus
      • door trauma, congenitaal, kanker
  • pathofysiologie (details niet belangrijk)
    • primair
      • mechanische of functionele stoornis
    • secundair
      • obstructie (vaakst)
        • na infectie
        • iatrogeen (radiotherapie, heelkunde, trauma)
        • kanker
        • elefantiasis: (non-)filariasis
      • overload
        • flebo-lymfoedeem
        • lipo-lymfoedeem
        • dependency oedeem
        • morbide obesitas: lump oedeem
      • combinatie
  • diagnose
    • anamnese
    • symptomen
      • volume +
      • zwaartegevoel
      • gespannen huid
      • tintelingen
      • mobiliteitsbeperkingen
      • spannen kledij
    • KO
      • Stemmer
      • pitting test
        • stadia lymfoedeem
          • stage 0: klinisch onzichtbare schade
          • stage 1: reversibele pitting
          • stage 2a: irreversibele pitting
          • stage 2b: non-pitting oedeem
          • stage 3: fibrose, vervetting
      • omtreksmetingen bij lidmaten
      • andere oorzaken uitsluiten
        • veneuze ziekte
        • malformaties
      • check arteriele pulsaties, refill
    • technisch onderzoek
      • duplex
        • DVT e.d. uitsluiten
        • verdikking huid
        • visualisatie lymfevaten (ultra high frequency)
      • CT / MRI
      • lymfangio MRI
        • centraal
        • perifeer
      • lymfoscintigrafie
        • zicht op
          • aantal lymfeklieren
          • snelheid transport
        • nodig voor terugbetaling
      • lymfofluoroscopie
        • nog niet klinisch
        • toont details van architectuur
      • genetica (voor primair lymfoedeem)
  • DDX: lipoedeem
    • niet te verwarren met lymfoedeem
    • storing in vetopstapeling
    • pijnlijk
    • vooral vrouwen
    • start
      • puberteit
      • zwangerschap
    • disproportie boven- vs onderlichaam
    • link met gewicht, obesitas
    • cuff teken t.h.v. enkels
  • behandeling
    • conservatief (standaard)
      • intensieve fase
        • wat
          • huidzorg
          • manuele drainage
          • oefeningen
            • mobilisatie
            • ademhaling
          • gezonde levensstijl (voeding, slaap, stress)
          • windeling
        • duur
          • 24/7
          • zolang pitting/volume afname
            • typisch 3-4w
      • onderhoudsfase
        • gelijkaardig
        • therapeutische kous i.p.v. windels
    • medicatie
      • diuretica (weinig zinvol)
      • behandelen complicaties (schimmel, infectie, ...)
    • heelkunde
      • fysiologisch / reconstructief
        • indeling
          • microvasculaire lymfekliertransfer
            • spons of pomp mechanisme
            • lymfangiogenese (a.h.v. groeifactoren)
          • (microvasculaire lymfevattransfer)
          • lymfoveneuze anastomose
          • (lymfaticolymfatische bypass)
          • (lymfeklier op ader)
          • (combinatie)
        • beste resultaten in vroeg stadium (I, IIa)
        • toch nood aan compressietherapie
        • complicaties: infecties, ...
      • excisioneel: liposuctie
        • indicaties
          • stadium IIb of III
          • geen pitting meer
          • groot volumeverschil
          • grote functionele last
        • goede resultaten
        • toch nood aan levenslange compressietherapie
Vasculaire malformaties en hemangiomen
  • details: zie H14 boek vaatheelkunde
  • 30% neonaten: geboortevlek
    • meestal onschuldig
    • belang correcte classificatie
  • diagnose
    • duplex (voorkeur)
    • MRI contrast
    • (CT)
    • ((lymf)angiografie)
Hemangioom
  • goedaardige tumor
  • soorten
    • infantiel (vaakst)
      • na geboorte
      • snelle groei
      • daarna involutie = wegtrekken
    • congenitaal
      • al bij geboorte
      • soms involutie
  • behandeling
    • conservatief
    • medicatie
      • propranolol
    • laser (indien oppervlakkig)
    • resectie (esthetisch)
Vasculaire malformaties
  • ontstaan in vroege zwangerschap
  • soorten
    • capillair (wijnvlek)
      • leegdrukbaar
    • veneus
      • leegdrukbaar
    • lymfatisch
      • vaak in hoofd/hals
      • infectiegevoelig
    • arterioveneus
      • hoge flow, pulsatiel
      • progressief
      • meestal leegdrukbaar
  • behandeling
    • multidisciplinair
    • conservatief (voorkeur)
      • compressie
    • sclerotherapie
      • bij veneuze malformaties
    • embolisatie
      • bij arterioveneuze malformaties
    • laser
      • bij capillaire malformaties
    • heelkunde
    • medicatie
      • bij niet operabele malformaties
        • rapamycine
        • sirolimus (mTOR inhibitor)
      • bij overgroei
        • alpelisib
Andere
  • Klippel-Trenaunay (herhaling)
  • ooievaarsbeet
    • 40% neonaten
    • verwijding oppervlakkige vaten in nek
    • verdwijnt spontaan
  • engeltjeskus
    • idem, op voorhoofd of oogleden

✅ 1 Risico en preventie

  • prof. T. Vanassche
    • 7u voor hele lessenreeks
  • 2021 ESC guidelines
  • CVD = cardiovascular disease
  • CV = cardiovasculair
  • epidemiologie
    • dalende mortaliteit door betere therapie
    • belangrijkste doodsoorzaak (EU en wereld)
      • 1/3 doden
      • ook 20% sterfte onder 60j
  • focus op atherosclerotisch vaatlijden
    • meest frequente oorzaak CV ziekte
  • 80% CV events te voorkomen
  • voorspelbaar verloop
  • lang asymptomatisch
  • gezond endotheel
    • risicofactoren
      • roken
      • bloeddruk
      • LDL
      • DM
      • inflammatie
  • atherotrombose
    • = atherosclerotisch (asymptomatisch) + acuut trombotisch event
  • 9 modificeerbare risicofactoren bepalen 90% risico MI
    • cholesterol
    • roken
    • hypertensie
    • diabetes
    • obesitas
    • psychosociaal
    • fruit en groenten
    • alcohol
    • beweging
  • preventie
    • niveaus
      • primordiaal
        • voorkom onstaan risicofactoren
      • primair
        • voorkom ziekte bij mensen met risicofactoren
      • secundair
        • voorkom progressie of recidief
      • tertiair
        • beperken invalidateit, verbeteren QoL
      • quaternair
        • vermijden iatrogene schade, overconsumptie
    • levensstijl + medicatie
      • levensstijl
        • nuttig voor iedereen, ook zonder CV risico
      • medicatie
        • i.f.v.
          • globale CV risico
          • voordelen
            • relatieve risicoreductie
            • absolute risicoreductie
          • kosten
            • patient
            • maatschappij
          • nadelen
Risico inschatten / berekenen

  • vaak onderschat
  • levels
    • laag
    • intermediair
    • hoog
    • zeer hoog
  • altijd zeer hoog risico bij
    • voorafgaand event
    • duidelijke diagnose
    • DM1 of DM2 met eindorgaan aantasting
    • ernstige nierinsufficientie: eGFR<30ml/min
    • min 1 zeer sterk verhoogde risicofactor
      • familiale hypercholesterolemie
      • zeer uitgesproken hypertensie
      • DM2 zonder eindorgaan aantasting
      • matige nierinsufficientie: eGFR<59ml/min
  • individuele berekening
    • aanbeveling ESC: SCORE2
      • opvolger van SCORE
        • enkel fataal risico
      • input
        • geografisch gebied
        • geslacht
        • roker
        • leeftijd
        • SBP
        • non-HDL cholesterol
      • output
        • 10-jaarsrisico op CV event
Preventie
  • wat werkt niet
    • facts
    • fear
    • failure
    • fatalism
  • wat werkt wel
    • steunen
    • begrijpen
    • behandelen
    • meten & opvolgen
  • roken
    • 1/2 sterft van roken
    • rookstop is meest (kost-)effectieve maatregel
      • hulpmiddelen
        • zyban
        • champix
        • nicotinevervangers
        • rookstop begeleiding
      • ultrakorte interventie
        • ask
        • advice: concrete tips
        • act: bied hulp en opvolging
      • tabakstop telefoon
      • https://www.gezondleven.be
  • obesitas (BMI >= 30)
    • multifactorieel
    • complex
    • complicaties
      • (pre-)diabetes
      • hypertensie
      • (pro)trombose
    • aanpak
      • levensstijl
        • voeding: regel van drie
          • wel
            • echt / onbewerkt
            • niet te veel
            • vooral planten
          • niet
            • alcohol
            • snoep
            • gefrituurd
        • beweging
          • "wondermiddel"
          • 3 types
            • totale hoeveelheid beweging
              • zeer lage intensiteit
            • cardio
            • weerstand/kracht
Medicatie
  • bij bewezen reductie van morbiditeit / mortaliteit
  • antihypertensiva
    • onderdiagnose
    • onderbehandeling
    • zie aparte les
  • LDL cholesterol -
    • lager = beter
    • belangrijkste risicofactor (49%) voor atherosclerose
    • beperkt effect van dieet, levensstijl
    • medicatie
      • statines
      • (andere)
  • metabole aandoeningen
    • details: zie OPO endocrinologie
    • GLP1-receptor agonisten (semaglutide)
      • sterk gedaalde risico op ontwikkeling DM2

✅ 2 Stolling

  • prof. T. Vanassche
Intro: trombose vs hemostase
  • hemostase
    • fysiologisch
    • drie systemen
      • vasoconstrictie
      • vorming trombus = bloedklonter
        • bloedplaatjes aggregatie
          • "plug"
          • (witte trombus)
          • vooral bij hoge flow (arteries)
        • coagulatie
          • fibrine netwerk
          • (rode trombus)
          • vooral bij lage flow (venen)
  • trombose
    • pathologische stollingsactivatie
Primaire hemostase - bloedplaatjes aggregatie
  • drie stadia
    • inactief
    • activatie
      • trigger: endotheelschade
        • gezond endotheel gaat activatie tegen
        • von Willebrand factor
          • "rolt uit" door stromend bloed
          • mutatie: oorzaak erfelijke bloedingsziekte
      • vormverandering
      • vrijzetten granules
        • ADP (bindt aan P2Y12 receptor)
          • P2Y12 inhibitoren
            • clopidogrel
            • prasugrel
            • ticagrelor
        • tromboxane (TX)
          • verhinderd door aspirine
        • fibrinogeen
        • stollingsfactoren
      • activatie GPIIb/IIIa
    • aggregatie
      • vormen plug
Secundaire hemostase - stollingscascade
  • doel: vorming fibrine netwerk
  • stollingsfactoren (eiwitten / enzymes)
    • twee states
      • inactief = zymogenen
      • actief

  • pathways
    • common pathway
      • factor X(a)
      • factor II = protrombine
      • factor IIa = trombine
        • vorming fibrine netwerk
        • activatie bloedplaatjes
    • extrrinsiek stollingssysteem
      • schade aan bloedvat
      • tissue factor (TF)
        • gebruikt bij meting protrombinetijd (PT)
      • factor VII(a)
    • intrinsiek stollingssysteem
      • infectie, inflammatie, lichaamsvreemd materiaal
      • factor XII(a)
        • meting aPTT (zie verder)
      • factor XI(a)
        • doelwit voor nieuwe medicatie
      • factor IX(a)
  • feedback
    • positieve feedback
      • beetje stolling -> veel stolling (amplificatie)
    • negatieve feedback
      • natuurlijke anti-coagulatia
      • trombomoduline (TM)
      • proteine C (PC / aPC)
      • proteine S (PS / aPS)
    • fibrinolyse
  • hemofilie (zie later)
    • A: factor VIII deficientie
    • B: factor IX deficientie
  • antitrombine (AT)
  • factor XIII
    • crosslinking
  • plasminogeen (PLA)
    • omzetting naar plasmine
      • door tissue-type plasminogeen activator (tPA)
    • D-dimeren = fragmenten van fibrine
      • teken van stollingsactivatie
      • gebruikt in diagnostiek trombosen
  • plasminogeen-activatoren
    • trombolyse
  • tissue factor pathway inhibitor (TFPI)
Meten van bloedplaatjesfunctie
  • aantal
  • functietest
    • niet voor basisarts
Meten van stollingsactiviteit
  • protrombinetijd (PT)
    • extrinsieke pathway (TF)
    • in seconden
      • moeilijk te vergelijken tussen verschillende labo's
    • in International Normalized Ratio (INR)
      • normale waarde: 1
    • toepassingen
      • effect VKA medicatie monitoren (zie onder)
      • levercirrose opvolgen
  • activated partial thromboplastin time (aPPT)
    • intrinsieke pathway
    • in seconden
    • toepassingen
      • effect heparine monitoren (zie onder)
        • cave: ook verhoogd door andere factoren (infectie, kunsthart, dialyse, leverfalen)
  • D-dimeren
    • meting stollingsactivatie
      • hoge negatieve predictieve waarde
        • uitsluiten trombose / VTE
      • lage positieve predictieve waarde
        • ook verhoogd door veel andere factoren
Antitrombotica
  • verhogen bloedingsrisico
Anti-aggregantia
  • bloedplaatjes remmen
  • bij
    • arterieel lijden
    • preventie atherotrombose
  • medicatie
    • acetylsalicylzuur (ASA) = aspirine
    • P2Y12 inhibitoren (blokkeer ADP receptor)
      • thienopyridines
        • clopidogrel
        • prasugrel
      • ticagrelor
    • (GP IIb/IIIa inhibitoren)
      • tirofiban
      • eptifibatide

Anti-coagulantia
  • synoniemen
    • = anti-stollingsmiddelen
    • = stollingsremmers
    • = "bloedverdunners" (slechte naam)
  • vorming van fibrine tegengaan
  • bij
    • VKF
    • VTE
    • mechanische kunstklep
  • drie groepen van medicatie
    • (1) heparines (indirect): via antitrombine
      • hepar = lever (hier van varken)
      • effect: maakt anti-trombine (AT) efficienter (x1000)
      • ketens van wisselende lengte
        • lang: inhibitie trombine
        • kort: inhibitie Xa via AT
      • heparine-induced trombopenie en trombose (HITT)
        • zeldzame complicatie
      • drie soorten
        • standaard (unfractionated) heparine (UFH)
          • toediening: IV
          • niet renaal geklaard
            • check nierfunctie
          • onvoorspelbaar - regelmatig meting nodig
            • aPPT
              • niet specifiek
            • (anti-Xa)
              • concentratie van heparine
              • wel specifiek
        • low molecular weight heparines (LMWH)
          • toediening: SC
          • wel renaal geklaard
          • voorbeelden
            • enoxaparine (Clexane)
            • nadroparine (Fraxiparine)
            • tinzoparine (Innohep)
        • synthetische pentasaccharide
          • niet van dierlijke oorsprong
            • minder allergie
            • geen HITT
          • wel renaal geklaard
          • enkel vijf essentiele suikers
          • voorbeeld: fondaparinux (Arixtra)
    • (2) vitamine K antagonisten (VKA) = coumarine-derivaten
      • toediening: PO
        • enige optie voor patienten met mechanische hartklep
      • farmacokinetiek
        • heel moeilijk regelbaar
        • varieert per patient
        • varieert binnen 1 patient
        • veel interacties met andere geneesmiddelen
        • dus: opvolgen via INR (target: 2-3)
          • te laag: risico op trombose
          • te hoog: risico op bloedingen
          • point of care (POC) testing mogelijk
            • duur toestel (niet terugbetaald)
      • effect
        • verstoring aanmaak factoren
          • blijven inactief
          • common pathway (X, II)
          • intrinsiek (IX)
          • extrinsiek (VII)
        • verstoren natuurlijke anticoagulantie
          • PS
          • PC
      • voorbeelden
        • fenprocoumon (Marcoumar)
          • "coumarine van Marc" (Verstraete)
        • warfarine (Marevan)
          • rattenvergif
        • acenocoumarol (Sintrom)
    • (3) directe/nieuwe orale anti-coagulantie (DOAC = NOAC)
      • bij VKF, VTE
      • voorspelbaar
      • weinig interacties
      • contra-indicaties
        • mechanische hartklep
        • ernstige nierinsufficientie
        • zwangerschap / borstvoeding
          • vervang ASAP door LMWH (SC toediening)
      • = orale factor IIa of Xa inhibitoren
        • directe factor IIa (= trombine) inhibitoren
          • toediening
            • parenteraal (geen DOAC)
              • hirudine
              • bivalirudin (Angiox)
            • oraal (DOAC)
              • dabigatran (Pradaxa)
        • directe factor Xa inhibitoren = anti-Xa
          • oraal (DOAC)
            • rivaroxaban (Xarelto)
            • apixaban (Eliquis)
            • edoxaban (Lixiana)
    • (factor XI inhibitoren)
      • nieuw - nog niet in klinische praktijk
      • doel: enkel trombose remmen, niet hemostase
      • enkel intrinsieke pathway blokkeren (XI, XII)
  • antidotum
    • heparine
      • UFH: protamine
      • LMWH: protamine, werkt minder goed
      • synthetisch: werkt niet
      • toepassing: ernstige bloeding tijdens operatie
      • traag toedienen (kans op anafylactische reactie)
    • VKA
      • vitamine K (traag)
      • stollingsfactor concentraat (CoFact, snel)
    • DOAC
      • dabigatran (anti-IIa)
        • idarucizumab

Fibrinolytica = trombolytica
  • fibrinolyse: oplossen van fibrine
  • bij
    • acuut CVA
    • longembool
    • (vroeger: STEMI)
  • complicaties
    • bloedingen op onverwachte plaatsen
Casus
  • mechanische aorta klep
  • heelkunde: UFH (IV)
    • aPTT monitoring
    • antidotum: protamine
  • intensive care: LMWH (SC)
  • na ontslag: VKA (PO)
    • DOAC geen optie
  • op spoed met melena (zwarte stoelgang)
    • labo
      • Hb 6g/dl (moet >=12)
      • INR 7.4
        • veel te hoog
      • plaatjes normaal
    • stabiliseer (vocht, transfusie)
    • stollingscorrectie
      • antidotum: CoFact
    • zoek oorzaak bloeding (gastroscopie)
  • geplande ingreep
    • anticoagulantia stoppen of doornemen?
    • risico operatie vs ernst trombose
    • doornemen bij kleine, ambulante procedures
      • dermatologisch
      • tandextractie
    • onderbreking zo kort mogelijk houden
    • bridging (lang -> kortwerkend)
      • bv. VKA -> LMWH
      • laatste tijd enkel bij zeer hoog risico
  • zwangerschap
    • VKA -> LMWH
    • zeker eerste trimester
      • in praktijk vaak volle 38w
  • injecties niet heel strikt genomen
    • trombose op mechanische klep
    • R/ fibrinolytica

✅ 3 Veneuze trombo-embolie (VTE)

  • prof. T. Vanassche
  • diep veneuze trombose (DVT)
  • longembolie (LE) = pulmonary embolism (PE)
    • veel grotere klonters dan bij MI, CVA
  • VTE = DVT LE
  • bonus: immuun-gemedieerde trombose
    • HIT(T)
      • heparin induced thrombocytopenia (with trombosis)
      • complicaties: CVA, MI, DVT (50%), LE (25%)
      • immuun-gemedieerd (IgG)
      • bloedtest: heparine-PF4 antistoffen
      • 4T score
        • trombocytopenie
        • tijdsbeloop
        • trombose
        • "'t is toch niets anders?"
      • behandeling: stop heparine
    • VIT(T)
      • vaccin induced thrombocytopenia (with trombosis)
    • antifosfolipidensyndroom
      • auto-immuun
      • protrombotische aandoening
        • verhoogde bloedstolling
      • symptoom: lupus anticoagulans
Epidemiologie
  • VTE
    • incidentie: 1-3/1000 (heel frequent)
      • 2/3 DVT
      • 1/3 LE (met of zonder DVT)
      • stijgt exponentieel met leeftijd
  • longembolie
    • incidentie: 5 0000 - 10 000/jaar
    • mortaliteit: 8%
      • meer dan long- en borstkanker samen
      • niet: uitgebreidheid ~ mortaliteit
  • myocard infarct (ter vergelijking)
    • incidentie: 20 000/jaar
    • mortaliteit: 7%
  • complicaties
    • DVT: 10-20%: post-trombose syndroom (PTS)
      • 5-10% ernstig
      • 20-50% matig
      • symptomen
        • pijn
        • zwelling
        • krampen
        • hyperpigmentatie
        • athrophie blanche
        • ulcera
        • ...
    • LE
      • 1-2% fataal
      • 1-2% chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH)
    • recidief
Pathofysiologie
  • triade van Virchow (1856)
    • stase bloed
      • immobilisatie
    • veranderde samenstelling bloed
      • stollingsneiging
    • vaatwandbeschadiging
  • risicofactoren
    • transient vs persisterend vs idiopathisch/unprovoked
    • majeur vs mineur
    • verworven vs erfelijk
    • verworven risicofactoren
      • leeftijd
      • eerdere trombo-embolie
      • provoked
        • chirurgie
        • trauma
        • HIT(T)
      • immobilisatie
      • diepe veneuze katheter, pacemaker
      • ziekte
        • CVA
        • IBD
        • infectie
        • ...
      • kanker
        • belang van anamnese + grondig klinisch onderzoek
        • eventueel RX thorax + echo abdomen
        • standaard geen CT scan
      • obesitas
      • hormonaal
        • oestrogeen
          • anticonceptie
            • wel
              • combinatiepil
                • niet plots stoppen tijdens anticoagulatie behandeling
                  • hevige menstruatie
              • vaginale ring
            • niet
              • minipil
              • spiraaltje
          • zwangerschap
        • tamoxifen (chemo voor hormoongevoelige borstkanker)
      • antifosfolipidensyndroom
    • erfelijke risicofactoren
      • defecten
        • AT -
        • PS -
        • PC -
        • PC resistentie = factor V Leiden (fVL)
          • prevalentie: 5% (!)
          • niet heel erg op zichzelf
          • combinatie met orale contraceptiva
            • hoog relatief risico (x35)
            • laag absoluut risico (1/50 000 bij 20j)
        • VIII +
        • II (protrombine) +
      • bloedgroep: niet O
        • prevalentie: 50%
      • fibrinogeenafwijkingen (heel zeldzaam)
      • anatomische afwijkingen
        • Cockett sydroom
        • May-Thurner: a. iliaca drukt v. iliaca toe
      • hoe herkennen?
        • familiale belasting
        • unprovoked
        • jonge leeftijd
        • recidiverend
        • ongewone plaatsen
      • hoe testen?
        • beperkte sensitiviteit en specificiteit
        • conclusie heeft zelden/nooit effect op behandeling
Diep veneuze trombose (DVT)
  • locatie
    • onderstende ledematen en bekken (meestal)
      • diep
        • v. cava
        • v. iliaca
        • v. femoralis
        • v. poplitea
        • v. tibilias
        • v. fibularis
        • venen naar spieren
      • oppervlakkig
        • v. saphena magna
        • v. saphena parva
    • hersenen
    • splanchnisch: v. porta, v. mesenterica, Budd-Chiari
  • symptomen
    • aspecifiek
    • locatie-afhankelijk
    • obstructie
      • zwelling (unilateraal)
      • opzetting oppervlakkige venen
      • huid temperatuur +
      • verkleuring
    • ontsteking
      • pijn
      • gevoeligheid (Homan's sign bij dorsiflexie)
      • trombuskoorts
    • phlegmasia cerulea dolens
      • veneuze ischemie
      • opgebouwde druk knelt ook arteries af
  • diagnose
    • D-dimeren: enkel uitsluiten, niet bevestigen
    • Wells' score
      • details niet belangrijk
    • duplex (echo + doppler)
      • samendrukbaarheid?
      • flow?
      • moeilijke interpretatie indien
        • distaal
        • oedeem
    • (venografie)
    • (CT)
    • DDX
      • spierscheur
        • cave anticoagulantie: spierbloeding
      • Bakerse cyste
      • ...
  • behandeling
    • meestal ambulant
    • niet anti-aggregantia
    • anticoagulantia
      • begin al voor bevestiging diagnose
      • vooral DOAC
      • details: zie longembolie
    • compressietherapie
      • acuut: windels
      • post-acuut: steunkousen (op maat)
    • zeldzaam
      • trombolyse / fibrinolytica
        • risico op bloedingen
          • vooral intracranieel
        • lichaamseigen fibrinolyse volstaat meestal
        • wel bij acuut risico voor lidmaat (veneuze ischemie)
        • lokale toediening via katheter
      • trombus aspiratie (endovasculair)
      • trombectomie (heelkundig)
      • v. cava filter
Longembolie (LE/PE)
  • 2019 ESC guidelines
  • locatie
    • tr. pulmonalis: "zadelembool"
    • a. pulmonalis dextra / sinistra
    • lobaire, (sub)segmentaire arteries
  • symptomen
    • dyspnoe
    • thoracale pijn
    • ...
  • diagnose
    • D-dimeren (bij twijfel)
    • Wells' score
    • CT + pulmonary angiography (CTPA, voorkeur)
      • i.t.t. DVT: geen CT
      • met contrast
        • cave: allergie, nierfunctie
    • ventilatie-perfusie (V/Q) scintigrafie
      • bij longembolie: mismatch
        • wel ventilatie
        • geen perfusie
    • (pulmonalis angiografie)
    • echocardiografie
      • rechter ventrikel disfunctie
        • uitzetting
    • cardiale merkers
      • troponines
      • NT-proBNP (?)
    • pulmonary embolism severity index (PESI)
      • of simplified PESI (sPESI)
      • details: geen leerstof
    • (ECG)
      • suggestief maar niet diagnostisch
      • doel: uitsluiten andere pathologie
      • S1 Q3 T3 patroon
      • tachycardie
    • (pO2, pCO2)
      • pO2 meestal laag
      • pCO2 meestal laag
  • risico
    • high (4%)
      • kenmerk: hemodynamische instabiliteit
        • hartstilstand
        • obstructieve shock
          • door trombus
        • persistente hypotensie
      • voor deze subgroep heeft hoge mortaliteit
      • naar ICU
    • intermediate (50%+)
      • intermediate-high: monitoring
        • RV disfunctie EN troponine+
      • intermediate-low: opname
        • RV disfunctie XOR troponine+
    • low (40%)
      • ambulant behandelen met DOAC
        • intermediate risk (50%+)
  • behandeling
    • grotendeels zelfde als DVT
      • behalve bij hoog risico patienten
    • korte termijn
      • uitbreiding voorkomen
      • enkel ambulant bij laag risico
      • geen anti-aggregantia
      • anti-coagulantia
        • (UFH)
        • LMWH
        • VKA
        • DOAC
        • start met hoge dosis (5d-3w)
        • daarna onderhoudsbehandeling (3m)
      • trombolytica
        • high risk: ja
        • intermediate-high risk: meestal niet
        • lager: nee
      • trombectomie (katheter)
      • embolectomie (heelkundig)
      • v. cava filter
        • tijdelijk / retrievable (na 4-6w)
    • lange termijn
      • recidief voorkomen
      • blijven behandelen zolang risico verhoogd
        • secundaire preventie: lage dosis DOAC
      • regelmatig medicatie herevalueren
        • soms "levenslang"
Preventie
  • 60% tijdens of kort na opname/ingreep
  • vermijdbaar
    • medicatie
    • mechanisch
      • compressie
      • v. cava filter
  • bij hoog risico
    • majeure heelkunde
    • kanker
    • leeftijd > 60
    • obesitas
    • voorgeschiedenis VTE
    • gekende trombofilie
    • immobilisatie
    • MI, hartfalen
    • COVID-19
    • ...
Casus 1 - DVT
  • patient
    • V21
    • blokperiode
    • pil
  • symptomen
    • rugpijn
    • unilateraal gezwollen been sportief
  • diagnose
    • echo
    • Well's score
Casus 2 - longembolie
  • M47, thoracale pijn, dyspnoe
  • diagnose
    • O2sat
    • bloed
      • CRP ++
      • PT normaal
      • aPTT ++
      • D-dimeren ++
      • ...
    • ECG
    • transthoracic echocardiography (TTE)
    • CT + pulmonary angiography (CTPA)
      • met contrast
        • cave: allergie, nierfunctie
    • PESI
  • behandeling
    • anti-coagulantia
    • ontslag na 48u
    • ambulant verder behandelen
  • oorzaak verhoogde aPTT en/of PT
    • beide: common pathway (X, V, II, fibrinogeen)
    • enkel aPPT: intrinsiek (XII, XI, IX, VIII)
      • of lupus anticoagulans
        • soms bij lupus
        • lijkt in labo op minder goede stelling
        • in vivo wel verhoogde stolling
    • enkel PT: extrinsiek (VII)
Casus 3 - trombose bovenste lidmaat
  • M21
  • minder frequent
  • vaak bij sporters: "trombose d'effort"
  • thoracic outlet/inlet syndroom
    • oorzaken
      • brede eerste rib
      • iatrogeen
        • pacemaker
        • diep veneuze katheter
        • veneuze access
          • poortkatheter = port-a-cath (PAC)
          • peripherally inserted central catheter (PICC)
          • Hickman
Casus 4 - longembolie + DVT
  • M56
  • GI kanker
    • slikproblemen
  • initiele aanmelding
    • thoracale pijn, dyspnoe
    • diagnose
      • CT: longembolie
    • behandeling
      • LMWH
  • tweede opname week later
    • bilaterale DVT
    • bloedplaatjes --
    • diagnose
      • HITT
    • behandeling
      • stop alle heparine
        • UFH, LMWH
        • ook geen IV flushing

✅ 4 Bloedingsneigingen (1u)

  • prof. P. Verhamme
  • NK = niet kennen
  • oorzaken
    • anti-trombotica
    • bloedingsziekten
      • erfelijk
      • verworven
  • tekens
    • petechien: veel kleine rode vlekjes
    • purpura: grotere, paarsblauwe plekken
      • seniele purpura
    • ecchymosen: normale blauwe plekken
    • hematomen: bloeduitstorting (typisch met zwelling/buil)
      • met/zonder verharde kern
    • GI bloedingen
    • gewrichtsbloedingen
      • acute hemartrose
      • chronische hemartropathie
    • psoasbloedingen
    • intracraniele bloedingen
      • intraparenchymal
      • intraventricular
      • subarachnoid
      • subdural
      • epidural
    • abnormaal bloeden na trauma of chirurgie
  • anamnese
    • plaats
    • oorzaak
      • spontaan
      • uitgelokt
        • tandextractie
        • menstruatie
        • bevalling
        • chirurgie
    • erfelijk vs verworven
    • duur
    • hoeveelheid
    • frequentie
    • nabloeden?
    • medische hulp nodig?
    • anemie, ijzertekort
    • medicatie
      • anti-trombotica
        • anti-aggregantia
        • anti-coagulantia
      • andere (NSAID, SSRI, ...)
    • familiaal
    • comorbiditeiten
    • bleeding assessment tool (BAT)
  • patroon
    • primaire hemostase (plaatjes)
      • snel
      • vooral oppervlakkig
    • secundaire hemostase (stolling)
      • trager
      • vooral diep
sympt\problemen bij primaire hemostase secundaire hemostase
petechiën gestoord N/A
hemartrose N/A gestoord
hematomen gestoord harde kern
posttraumatisch onmiddellijke bloeding vertraagde bloeding
slijmvlies spontane bleoding bloeding na trauma
  • labo
    • bloedplaatjestelling
    • PT / INR
    • aPTT
    • fibrinogeen
    • (stollingsfactoren)
    • (bloedplaatjesfunctie)
Erfelijke bloedingsziekten
  • type stoornis
    • primaire hemostase
    • stolling
  • patroon
    • X-gebonden
      • hemofilie A en B
    • autosomaal dominant
      • Von Willebrand
      • Rendu-Osler-Weber
    • autosomaal recessief
      • bloedplaatjesfunctiestoornissen
      • meeste andere stollingsfactordeficiënties
Aandoening Pathofysiologie Overerving Incidentie per miljoen
Hemofilie A Factor VIII X-gebonden R 100
Hemofilie B Factor IX X-gebonden R 20
Factor XI def (Hemofilie C) Factor XI Autosomaal D of R 5% (Ashkenazi)
Von Willebrand ziekte Von Willebrand factor Autosomaal D of R >100
FV, FVII / FX, FII / afibrinogenemie Factor V of VII / Factor X of II / fibrinogeen Autosomaal R 1
Hemofilie A en B
  • X-gebonden overerving
    • enkel bij mannen
    • vader: aangetast
      • dochters: obligaat drager
        • kleindochters: 50% drager
        • kleinzonen: 50% kans
      • zonen: nooit aangetast
  • 1/3 de novo
  • 1 / 15 000 mannelijke geboorten
  • A (85%): factor VIII disfunctie
    • amplificatie werkt niet
  • B (15%): factor IX disfunctie
  • C: factor XI disfuncie
    • autosomaal i.p.v. X-gebonden
  • klinisch beeld
    • bloedingen
      • hematomen (harde kern)
      • spier- en gewrichtsbloedingen
      • na trauma
    • chronisch
      • ernstige artropathie
    • ernst ~ residuele factor
      • mild:
        • secundair aan trauma
      • matig-ernstig: 1-5%
        • secundair aan trauma
        • occasioneel gewrichtsbloeding
      • ernstig: < 1%
        • spontaan
    • draagsters
      • gemiddeld 50% factor VIII
      • bereik: 0-100%
      • 30% heeft symptomen
  • diagnose
    • aPTT test (intrinsieke pathway): verlengd
    • PT test (extrinsieke pathway): normaal
  • behandeling
    • XIII of IX concentraat (recombinant)
      • wie plaatst IV?
        • begin: pediater / vpk
          • eventueel via poortkatheter
        • vanaf 4-5j: ouders
        • vanaf 10-12j: patient
    • bij bloeding
      • transfusie van stollingsfactor
    • variabel patroon
  • nieuwe behandeling
    • concentraten met langere werkingsduur
    • alternatieve correctie van stolling (subcutaan)
      • bispecifieke antistoffen
        • tegen IXa en X
        • doel: functie VIII overnemen die IXa en X samenbrengt om Xa te vormen
    • gentherapie
      • (ArgenX)
        • voor hemofilie B
        • prijs: $3M per behandeling
    • desmopressine (DDAVP) bij milde hemofilie A
  • complicaties
    • infecties: HIV, HCV, HBV (door transfusies vroeger)
    • inhibitoren tegen VIII of IX
    • katheterinfecties
    • chronische pijn
Ziekte van Von Willebrand
  • Von Willebrand factor (vWF)
    • complex eiwit
    • functie
      • primaire hemostase
        • anker voor bloedplaatjes
      • secundaire hemostase: carrier voor VIII
  • types (niet belangrijk)
    • (1) mild
      • vWF: 5 - 30%
    • (2) matig
      • kwalitatief tekort
    • (3) ernstig
      • vWF: < 5%
  • behandeling
    • transfusie met vWF
    • desmopressine: vrijzetting vWF uit opslag
    • tranexaminezuur: fibrinolyse inhibitor
Ziekte van Rendu-Osler-Weber (ROW)
  • = Hereditary Hemorrhagic Teleangiectasia (HTT)
  • zeldzaam
  • symptomen
    • teleangiëctasieën t.h.v. slijmvliezen
      • rode plekjes op huid, lippen, tong, handen, slokdarm, ...
    • arterioveneuze malformaties
      • longen
        • fistel: R->L shunt
          • desaturatie
      • lever
        • shunt
          • geen detoxificatie
          • high output hartfalen
      • hersenen
        • bloeding
    • neusbloedingen
      • vanaf adolescentie
    • GI bloedingen
  • erfelijk: autosomaal dominant
    • 1 / 5000
Verworven bloedingsziekten
  • bloedplaatjes
    • bloedplaatjesfunctiestoornissen
    • trombopenie
  • stolling
    • antistollingsmiddelen
    • verminderde / abnormale aanmaak
      • leverlijden
        • bloed: check PT
      • vitamine K deficientie
        • oorzaken
          • dieet: zit in groene groenten
          • normale aanmaak via darmflora valt stil
          • vaak bij ouderen onder AB therapie
          • intoxicatie
            • coumarines (warfarine, rattenvergif)
        • effect op
          • II, VII, IX, X (examen!)
          • protein C
          • protein S
        • labo
          • PT en aPTT +
          • II, VII, IX, X -
          • V =
        • behandeling
          • vitamine K
            • langdurig toedienen bij intoxicatie
          • concentraat van factoren
    • specifieke stollingsfactor inhibitoren
      • = auto-antistoffen
      • meestal tegen VIII (verworven hemofilie)
        • oorzaken
          • spontaan
            • vooral bij ouderen?
          • post-partum
          • door andere auto-immuun ziekte
          • paraneoplastisch
        • vaak fataal
        • behandeling
          • stollingsfactor concentraat
          • immuunsupressiva
      • soms tegen V, II (post-operatief)
      • uitzonderlijk tegen XIII
  • verhoogde consumptie
    • Diffuse Intravasculaire Coagulatie (DIC)
      • intravasculaire activatie stollingssysteem
      • (micro)trombi en embolen
      • uitputting bloedplaatjes en stollingsfactoren
      • secundair aan onderliggende aandoening
        • infectie / sepsis
        • trauma
        • orgaandestructie
        • kanker
        • obstetrische aandoeningen
        • vasculaire afwijkingen
          • malformaties
          • aneurysma
        • leverfalen
        • toxische of immunologische reacties
      • symptomen (acute DIC)
        • bloedingen
        • trombo-embolie
        • acuut nierfalen
        • leverdisfunctie
        • respiratoir falen
        • cerebraal lijden
        • hemolytische anemie
      • diagnose
        • BP aantal -
        • PT / aPTT +
        • D-dimeren +
        • stollingsinhibitoren -
        • fibrinogeen -
      • chronische DIC
        • laaggradige activatie
        • compensatie door lever en beenmerg
        • asymptomatisch met verhoogde D-dimeren
        • vooral bij
          • kanker
          • grote vasculaire malformaties

✅ 5 Hypertensie

  • prof. T. Vanassche
Intro
  • glossary
    • ACE = angiotensine conversie enzym
    • ACE-I = ACE inhibitoren
    • AHT = arteriele hypertensie
    • BP = blood pressure = bloeddruk
    • CV = cardiovasculair
    • DALY = disability-adjusted life years
    • HMOD = hypertension-mediated organ damage
    • IHD = ischemic heart disease
    • RAAS = renine-angiotensine-aldosteron systeem
    • SES = socio-economische status
  • hypertensie = verhoogde bloeddruk in slagaders
  • verschilt per fase
    • systolisch (SBP)
    • diastolisch (DBP)
    • gemiddelde:
  • verschilt per locatie
    • vaak a. brachialis
  • bloeddruk ~ CV risico
  • guidelines
    • evolueren doorheen de tijd (worden vaak strenger)
    • verschillen per regio
  • 2024 ESC guidelines
    • kantoor bloeddruk
    • normaal: SBP < 120 en DBP < 70
      • niet behandelen
    • verhoogd: SBP in [120, 139] of DSB in [70, 89]
      • mogelijk behandelen (i.f.v. globale CV risico)
    • hypertensie: SBP >= 140 of DBP >= 90
      • altijd behandelen
  • epidemiologie
    • prevalentie: 1 200 000 000 in wereld
    • 30-45% volwassenen in EU
      • 50% onbewust
      • 50% gekend
        • 50% onbehandeld
        • 50% behandeld
          • 50% onvoldoende
          • 50% voldoende
    • risicofactoren
      • hoge leeftijd
      • geslacht: vrouw (bij zelfde bloeddrukwaarden)
      • lage SES
  • belangrijkste behandelbare risicofactor voor verlies aan DALY's
    • meer dan roken, alcohol, obesitas, ...
  • gevolgen
    • coronaire aandoeningen
    • hartfalen
    • CVA
    • atriumfibrilatie
    • nierinsufficientie
    • vasculaire dementie
  • klinisch belang (ABC)
    • asymptomatisch
      • screening nodig
    • behandelbaar
    • continuum
      • ook verhoogd maar geen hypertensie kan schadelijk zijn
Pathofysiologie
  • oorzaken
    • zelden secundaire hypertensie (= met 1 duidelijke oorzaak)
      • Liddle syndroom
      • Cushing
      • hyperthyroidie
      • nier arterie stenose
      • coarctatio aortae
      • medicatie
        • corticosteroiden
        • NSAIDs
        • orale contraceptie
    • heel vaak primaire/essentiele hypertensie
      • multifactorieel
        • polygeen
        • omgevingsfactoren
  • regulatie
    • neuro-humoraal
      • sympatisch zenuwstelsel
      • RAAS systeem
      • andere hormonen (NO, endotheline, ...)
    • vaatwand
      • endotheel disfunctie
      • gladde spiercel hypertrofie
      • verlies elasticiteit
    • nieren
      • natrium homeostase
    • genetica
    • omgeving
  • gevolgen
    • hartschade (door hogere afterload)
      • linker ventrikel hypertrofie
        • diastolische disfunctie
        • aritmie (VKF)
        • hartfalen met bewaarde ejectiefractie (HFpEF)
        • detectie: echocardiografie, ECG
    • vaatschade
      • stijfheid
        • meer belasting hartspier
        • minder coronaire perfusie
        • meting
          • pulse wave velocity (PWV)
          • hoge polsdruk
          • hoge
      • atherosclerose
    • orgaanschade (HMOD)
      • vaak asymtomatisch
      • alarmsignaal
      • nieren
        • hypertensieve nefroangiosclerose
          • vicieuze cirkel
          • meting: nierfunctie (GFR), (micro)albuminurie
      • hersenen
        • risico op CVA
        • meting: MRI hersenen
      • retina
        • meting: fundoscopie
Meting bloeddruk
  • waar
    • kantoor / consultatie
      • 5min rust
      • juiste positie
      • juiste manchet
      • 2 metingen met 1-2min interval
        • bij >10 mmHg verschil: extra meting
      • noteer gemiddelde van laatste twee metingen
    • geautomatiseerde kantoor BP (AOBP)
      • laat patient alleen
        • minder wittejas hypertensie
      • automatisch meerdere metingen
    • thuis bloeddruk meting (HBPM)
      • 2x 's ochtends
      • 2x 's avonds
      • 3-7 dagen lang
      • gevalideerde toestellen nodig
    • ambulante 24u meting (ABPM)
      • gouden standaard
    • strengere ranges buiten kantoor
  • wearables
    • cuffless
      • schatting i.p.v. rechtstreekse meting
    • met manchet
      • rechtstreekse meting
      • validatie onduidelijk
    • conclusie
      • precisie onzeker
        • niet geschikt voor opvolging
      • wel goed voor awareness
Risicostratificatie
  • zie les 1
  • SCORE2 methode
    • input
      • geslacht
      • roken
      • leeftijd
      • non-HDL cholesterol
    • output
      • 10 jaar CV risico (%)
        • kleurcodes
          • zeer hoog
          • hoog
          • intermediair
          • laag
Diagnostiek en evaluatie bij hypertensie
  • vier vragen
    • heeft patient hypertensie?
    • globale CV risico?
      • sterke risicofactoren
        • SCORE2 > 10%
        • SCORE > 5% en milde risicofactoren
      • anamnese
        • voorgeschiedenis
          • familiaal
          • persoonlijk
        • dyslipidemie
        • diabetes
        • roken
        • dieet
        • beweging
        • alcohol
      • klinisch onderzoek
        • gewicht
        • lengte
        • BMI
        • tekens van CV lijden
      • labo
        • glucose +/- HbA1c
        • lipidenprofiel
        • serum creatinine
      • ECG
    • HMOD tekens?
      • HMOD = hoger risico
      • anamnese
        • neurologische symptomen
        • cardiale symptomen
        • renale symptomen
        • perifeer vaatlijden
      • klinisch onderzoek
        • neurologisch
        • hart
        • perifere vaten
      • routine
        • bloed
          • Hb
          • creatinine (eGFR)
          • elektrolyten
          • glucose +/- HbA1c
          • lipidenprofiel
        • albuminurie
        • ECG
          • LV hypertrofie
          • atrium dilatatie
          • aritmie
      • aanvullend
        • echocardiografie
        • duplex carotis IMT (intima media thickness), plaque detectie
        • echo nier
        • MRI hersenen
        • enkel-arm index
        • fundoscopie
        • inspanningstest
    • secundaire hypertensie?
      • oorzaken (= secundair) vs bijdragen
      • oorzaken (zeldzaam, weinig impact op behandeling)
        • chronisch nierlijden
        • nier arterie stenose
        • primair aldosteronisme
        • schildklierfunctie
      • bijdragen (wel nuttig)
        • overgewicht
        • slaap apneu
        • alcohol
        • medicatie
Niet-farmacologische therapie (levensstijl)
  • details: zie les 1
    • zout
    • gewicht
    • beweging
    • alcohol
    • roken
    • voeding: DASH dieet
    • stress en slaap
  • effect 1: CV risico verlagen
  • effect 2: bloeddruk daling
    • op zichzelf
    • door effect medicatie te verbeteren
  • gezonde levensstijl is geen garantie op lage bloeddruk
  • voor wie?
    • iedereen
    • 1e lijn behandeling bij verhoogde bloeddruk
      • evalueer na 3m of medicatie toch nodig is
    • aanvulling bovenop medicatie bij hypertensie
Farmacologische therapie
  • levenslang
  • principes
    • lage dosis van verschillende klassen
    • zo weinig mogelijk pillen
      • bewezen voordeel voor therapietrouw
    • voldoende krachtig om doel te bereiken
      • eerste poging: < 140/90
      • indien haalbaar: 12x/7x
    • klassen met bewezen voordelen en weinig neveneffecten
      • bevraag nevenwerkingen actief
  • klassen
    • basis
      • RAAS blockers
        • ACE inhibitors
        • sartaan / angiotensine receptor blockers (ARB)
      • calcium kanaal blockers
        • veilig bij zwangerschap / borstvoeding (nifedipine)
      • thiazide diuretica
    • tweede lijn
      • betablokkers
        • bij specifieke indicaties
        • veilig bij zwangerschap / borstvoeding (labetalol)
      • aldosterone antagonist diuretica
        • spironolactone
      • alfablockers
      • centraal werkende antihypertensiva

Belangrijke patientengroepen (uitbreiding)
  • niet besproken
    • geen leerstof?
  • zwangerschap (pre-eclampsie)
    • check macro proteinurie (stick) bij verhoogde bloeddruk
  • jongeren
    • 10 jaar risico laag
    • lifelong risico hoog
    • niet wachten met behandeling
  • fragiele personen / ouderen
    • meer nevenwerkingen
    • comorbiditeiten
      • polyfarmacie
    • vaak geisoleerde systolische hypertensie
      • na behandeling: DBP te laag
  • resistente hypertensie
    • BP > 140/90 na max getolereerde dosis en gezonde levensstijl
      • check therapietrouw
    • uitsluiten secundaire hypertensie
    • behandeling
      • MRA (spironolactone)
      • nieuwe medicatie op komst
      • structureel
        • renale denervatie
        • carotis stimulatie
        • cardiomodulatie met pacemaker

✅ 6 Vasospastische aandoeningen en arteriele embolie (1u)

Arteriele trombo-embolie
  • oorzaken nier/milt/darm infarct
    • trombose lokaal
      • onderliggende afwijking slagader
        • atherosclerose
          • atherotrombose
            • behandeling: anti-aggregantia
        • fibromusculaire dysplasie
          • abnormale onwikkeling (= dysplasie) vaatwand
            • fibro: bindweefsel
            • en/of spierlaag
            • meestal in tunica media (85%)
          • locatie
            • a. renalis
            • a. carotis
          • "parelsnoer" op angiografie
          • behandeling: ???
        • dissectie
          • behandeling: ???
        • (aneurysma)
    • arteriele embolie
      • oorzaak
        • hart (cardio-embolie)
          • oorzaken
            • VKF (meestal)
            • endocarditis
            • klepvegetatie
            • kleptrombus
            • ventrikeltrombus
            • aortatrombus
            • tumortrombus
            • ...
          • behandeling: anti-coagulantia (VKA, DOAC)
        • proximale slagader: "arterio-arterieel"
        • paradoxale embolie
          • bij septum defect
            • bv. patent foramen ovale (PFO)
            • rechts-links shunt
              • bv. door tr. pulmonalis stenose
            • via aorta naar hersenen
          • behandeling: anti-coagulantia (VKA, DOAC)
    • stollingsstoornissen
      • antifosfolipidensyndroom (APS)
      • kanker
      • (orale anticonceptie)
      • erfelijke trombofilie
        • zie les VTE
    • secundair aan veneuze splanchnische trombose
      • bij darminfarct
Vasculaire acrosyndromen
  • ~= vasospastische aandoeningen
  • acro: hoogste punt, tip, extremiteit
    • verstoorde cutane microcirculatie aan extremiteiten
  • prevalentie: 10%+
Permanent Paroxysmal
Vasoconstriction Acrocyanosis Raynaud
Livedo
Vasodilatation Erythromelalgia
Acrocyanose
  • letterlijk: "blauwe extremiteiten" (handen, voeten, gezicht)
  • pijnloos
  • symmetrisch
  • persistent
  • uitlokkend: koude
  • geassocieerd met hyperhidrosis van handen en voeten
  • oorzaak: autonome disfunctie
    • sympathische hypertonie
  • types
    • primair
      • vooral jongvolwassenen
    • secundair
  • risicofactoren
    • vrouw
    • anorexia
    • kanker
  • diagnose
    • kliniek
    • capillaroscopie van nagelbed
      • enige plaats waar capillairen parallel met huid i.p.v. loodrecht lopen
Livedo reticularis
  • paarse verkleuring van veneuze plexus onder huid
  • frequent
  • pathofysiologie
    • venodilatatie
    • secundair
  • types
    • fysiologisch (cutis marmorata)
      • bij koude
      • vooral bij neonaten en vrouwen met bleke huid
    • persistent
  • oorzaken (minder belangrijk)
    • arteriolar spasm
    • vessel inflammation
    • vascular obstruction
Raynaud fenomeen (RP)
  • witte en/of blauwe vingers
  • rood na reperfusie
  • numbness, tintelingen
  • types
    • primair = idiopatisch
      • oorzaken
        • koude
        • stress
      • prevalentie
        • vrouwen: 5-10%
        • mannen: 2-5%
      • pathofysiologie
        • autonoom ZS?
      • normale capillaryscopy
    • secundair
      • criteria
        • late onset (40j+)
        • man
        • asymmetrisch
        • tekenen van ischemie
        • abnormale capillaryscopy
          • megacapillaries
        • abnormale laboresultaten
          • vaatlijden
          • auto-immuun
  • behandeling
    • hele lichaam warm houden
    • (medicatie?)
      • trial and error
Erythromelalgia = erythermalgia
  • heel zeldzaam
    • niet belangrijk voor basisarts
  • symptomen
    • rood
    • oedeem
    • brandend gevoel
  • oorzaak: warmte
  • behandeling: koude
  • types
    • primair
      • zeldzaam
      • soms erfelijk
      • vooral onder 40j
    • secundair
      • vooral boven 40j
      • behandeling: aspirine
Gerelateerde aandoeningen
  • vibration disease
    • beroepstrauma
    • gekwetste slagaders in pols
  • hypothenar hammar syndrome
  • Buerger's disease
    • zie deel prof. Fourneau
    • "kurkentrekker" op angiografie
    • rokers (35-40j)
    • risico op necrose / amputatie
  • deel van DDX maar geen acrosyndroom
    • blue toe syndrome
      • deel van DDX maar geen acrosyndroom
      • oorzaak: cholesterol embolie
    • wintertenen
      • = pernio
      • = chillblains
      • dermatologische aandoening
      • vooral november-april
      • oorzaak: onduidelijk
      • vooral in magere vrouwen
    • spontaneous finger haematoma
      • paroxysmal finger hematoma
      • spontaneous subcutaneous bleeding in the fingers and hands