Ziekteleer bloedvaten en hart
- Praktisch
- Samenvatting
-
Hart
- ✅ Coronair lijden (1.5u)
- ✅ Congenitale afwijkingen (1.5u)
- ✅ Kleplijden en endocarditis (2u)
- ✅ Heelkunde (2u)
- ✅ Pericard- en myocardaandoeningen (1.5u)
- ✅ Hartfalen (HF) (2u)
- ECG, ritme, pacemaker en defibrillator (6.5u)
- ✅ Diagnostiek (2u)
-
Bloedvaten
- ✅ Occlusief en aneurysmatisch lijden (5u)
- ✅ Veneus en lymfatisch lijden (2u)
- ✅ 1 Risico en preventie
- ✅ 2 Stolling
- ✅ 3 Veneuze trombo-embolie (VTE)
- ✅ 4 Bloedingsneigingen (1u)
- ✅ 5 Hypertensie
- ✅ 6 Vasospastische aandoeningen en arteriele embolie (1u)
Praktisch
- 5 stp
- eerste semester
- 35 contacturen
- excl. lesvoorbereiding / zelfstudie
- 7u prof. Vanassche
- 6.5u prof. Willems
- 5u prof. Fourneau
- ...
- examen
- 3 uur
- 40 meerkeuze vragen, 4 keuze opties
- klinische cases
- giscorrectie
- elke vraag op evenveel punten
- gelijkwaardige verdeling van vragen over de cursus
- o.b.v. aantal contacturen
- dus ongeveer 1 vraag per contactuur
- o.b.v. aantal contacturen
- medicatie: wel belangrijke stofnamen, geen doses, geen merknamen
- uitzondering: prof. Adriaenssens vraagt wel doses
- examenvragen hart
- examenvragen bloedvaten
- TODO
- ECG
Samenvatting
Medicatie
Klassen
- diabetes/obesitas medicatie
- GLP1-receptor agonisten
- semaglutide (Ozempic, Wegovy)
- (Mounjaro)
- sodium-glucose cotransporter 2 (SGLT2) inhibitor (gliflozine)
- nu ook gebruikt bij hartfalen
- werking onduidelijk
- voorbeelden
- dapagliflozin
- empagliflozin
- nu ook gebruikt bij hartfalen
- GLP1-receptor agonisten
- hypolipemierende middelen = cholesterolverlagers
- statines
- atorvastatine
- rosuvastatine
- ezetimibe
- statines
- diuretica
- kalium-sparend
- aldosterone antigonisten (AA) diuretica
- = mineralocorticoid receptor antagonisten (MRA)
- meerdere functies (zwak diureticum, hartfalen, resistente hypertensie)
- voorbeelden
- spironolactone
- sterolen, lijken op hormonen
- bijwerkingen: gynaecomastie, menstruatiestoornissen, ...
- eplerenone
- spironolactone
- = mineralocorticoid receptor antagonisten (MRA)
- aldosterone antigonisten (AA) diuretica
- kalium-verliezend
- thiazide diuretica (klein effect)
- lisdiuretica (groot effect)
- furosemide (Lasix)
- bumetanide (Burinex)
- torasemide (Torrem)
- kalium-sparend
- RAAS remmers
- ACE inhibitors (ACE-I)
- voorbeelden (-pril)
- ramipril
- captopril
- nevenwerkingen: hoest, GI klachten
- voorbeelden (-pril)
- angiotensine II receptor blockers (ARB)
- = sartanen
- voorbeelden (-sartan)
- candesartan
- losartan
- valsartan
- neprilysine inhibitor
- inhibitie afbraak ANP, BNP
- voorbeeld: sacubitril
- altijd in combinatie (zie ARNI)
- angiotensine-receptor neprilysine-inhibitor (ARNI)
- = ARB + neprilysine inhibitor
- voorbeeld: sacubitril/valsartan (Entresto)
- ACE inhibitors (ACE-I)
- betablokkers
- inotropie -
- chronotropie -
- O2 behoefte -
- (bloeddruk -)
- voorbeelden (-olol)
- bisoprolol
- metoprolol
- nebivolol
- calcium antagonisten
- = calcium channel blockers (CCB)
- dihydropyridine: vooral vasodilatatie
- nifedipine
- niet-dihydropyridine: frequentiecontrole
- verapamil
- diltiazem
- anti-trombotica
-
anti-aggregantia
Medicatie Inhibeert Kracht Gebruik Duur effect Start effect Onderbreking vóór geplande ingreep acetylsalicylzuur COX + PO/IV ±7d (irreversibel) 3u N/A clopidogrel P2Y12 ++ PO 5–7d (irreversibel) 6u 5d prasugrel P2Y12 +++ PO 5–7d (irreversibel) 4u 7d ticagrelor P2Y12 +++ PO ±5d (reversibel) 2u 3d GPIIb/IIIa-antagonist GPIIb/IIIa ++++ IV uren (reversibel) minuten ? - COX-1 remmers
- acetylsalicylzuur (ASA) = aspirine PO/IV
- ADP receptor antagonisten
-
remmers (-grel)
- thienopyridines (irreversiebel)
- clopidogrel PO
- prasugrel PO
- reversiebel
- ticagrelor PO
- cangrelor IV
- thienopyridines (irreversiebel)
-
remmers (-grel)
- (GP IIb/IIIa inhibitoren)
- tirofiban IV
- eptifibatide IV
- anti-coagulantia

- (1) heparines (indirect)
- unfractionated heparine (UFH) IV
- low molecular weight heparines (LMWH) SC
- enoxaparine (Clexane)
- nadroparine (Fraxiparine)
- tinzoparine (Innohep)
- synthetische pentasaccharide
- fondaparinux (Arixtra)
- (2) vitamine K antagonisten (VKA) PO
- coumarine-derivaten
- effect

- verstoring aanmaak
- common pathway (X, II)
- intrinsiek (IX)
- extrinsiek (VII)
- natuurlijke anticoagulantie (PC, PS)
- voorbeelden
- fenprocoumon (Marcoumar)
- "coumarine van Marc" (Verstraete)
- warfarine (Marevan)
- rattenvergif
- acenocoumarol (Sintrom)
- fenprocoumon (Marcoumar)
- (3) directe/nieuwe orale anti-coagulantie (DOAC = NOAC) PO
- sinds 2015
- contra-indicaties
- mechanische hartklep
- ernstige nierinsufficientie
- zwangerschap / borstvoeding
- vervang ASAP door LMWH
- directe factor IIa (= trombine) inhibitoren
- dabigatran (Pradaxa) PO
- uitzondering: niet oraal
- hirudine IV
- bivalirudin (Angiox) IV
- directe factor Xa inhibitoren
- rivaroxaban (Xarelto) PO
- apixaban (Eliquis) PO
- edoxaban (Lixiana) PO
- (factor XI inhibitoren)
- nieuw - nog niet in klinische praktijk
- doel: enkel trombose remmen, niet hemostase
- enkel intrinsieke pathway blokkeren (XI, XII)
- antidotum
- heparine
- UFH: protamine
- LMWH: protamine, werkt minder goed
- synthetisch: protamine werkt niet
- VKA
- vitamine K (traag)
- stollingsfactor concentraat (CoFact, snel)
- DOAC
- dabigatran: idarucizumab
- trombolytica = fibrinolytica
- heparine
- anti-aritmica
- zie deel EKG
- COX-1 remmers
-
Coronair lijden
- behandeling stabiele angor
- nitraat / nitroglycerine
- beta blokkers
- calcium antagonisten
- myocardial bridging (coronairen te diep)
- beta blokkers
- calcium antagonisten
- NSTEMI
- STEMI
- geen nitraten
- geen morfine
- geen O2
- anti-aggregantia
- dual anti-platelet therapy (DAPT)
- aspirine PO
- P2Y12 remmers
- prasugrel PO
- ticagrelor PO
- clopidogrel PO
- minder krachtig
- bij hoog bloedingsrisico
- cangrelor IV als PO niet lukt
- dual anti-platelet therapy (DAPT)
- anti-coagulantia (voorbereiding PCI)
- heparine
- post ACS/PCI/CABG
- standaard
- dual anti-platelet therapy (DAPT)
- 6m bij CCS
- 12m bij ACS
- korter bij hoog bloedingsrisico
- langer bij hoog trombose risico


- indien patient anti-coagulantia nodig heeft voor comorbiditeiten
- triple therapy
- heel kort
- 1 anti-coagulantia (PO)
- 2 anti-aggregantia
- aspirin
- P2Y12 remmer
- dual therapy
- 1 anti-coagulantia (PO)
- VKA
- DOAC
- 1 anti-aggregantia
- 1 anti-coagulantia (PO)

- triple therapy
- standaard
Kleplijden
- MS
- trombose risico verlagen
- anti-coagulantia (cf. VKF)
- congestie
- diuretica
- frequentiecontrole
- betablokkers
- niet-dihydropyridine calcium antagonisten
- digitalis: digoxine
- cf. hartfalen
- trombose risico verlagen
Endocarditis
- kunstklep infectieuze endocarditis (KK IE)
- empirisch AB beleid
- vroeg (< 12m na implantatie) = nosocomiaal
- bij ernstig ziekte patienten (anders wachten op haemoculturen)
- vancomycine + gentamycine
- na ontslag (indien patient stabiel)
- eerst thuis nog IV AB (cetriaxone)
- daarna PO AB
- bij ernstig ziekte patienten (anders wachten op haemoculturen)
- laat (> 12m) = community-acquired
- amoxicilline + floxapen + gentamycine
- vancomycine + gentamycine (bij penicilline allergie)
Pericard- en myocard aandoeningen
- pericarditis en myocarditis
- anti-inflammatoir
- 1e lijn
- NSAID
- aspirine (ASA), ibuprofen
- traag afbouwen
- colchicine
- NSAID
- 2e lijn: corticosteroiden
- 3e lijn: IL-1 inhibitoren
- 1e lijn
- anti-inflammatoir
- HCM
- oude aanpak
- betablokkers (o.a. bisoprolol)
- calcium kanaal blockers
- nieuwe aanpak
- myosine inhibitoren (mavacamten)
- oude aanpak
- DCM
- zie hartfalen
Hartfalen
| Medicatie | HFrEF | HFmrEF | HFpEF |
|---|---|---|---|
| RAAS-remmers (ACE-I / ARB / ARNI) | X | (X) | |
| betablokkers | X | (X) | |
| MRA | X | (X) | |
| SGLT2-inhibitor | X | X | (X) |
| lisdiuretica | X | X | X |
- legende
- X goede evidentie
- (X) minder/geen evidentie, toch vaak gebruikt
- start low, go slow
- begin met lage dosis
- traag opdrijven tot target
- HFrEF
- "all at once", quadruple therapie
- (1) RAAS remmers: ACE-I / ARB / ARNI
- (2) betablokkers
- (3) mineralocorticoid receptor antagonisten (MRA)
- (4) SGLT2 inhibitor
- (lisdiuretica)
- "all at once", quadruple therapie
VTE
- DVT en PE
- geen anti-aggregantia
- anti-coagulantia

- (UFH)
- LMWH
- VKA
- DOAC
- ambulant bij low risk
- start met hoge dosis (5d-3w)
- daarna onderhoudsbehandeling (3m)
- trombolytica
- high risk: ja
- intermediate-high risk: meestal niet
- lager: nee
Anti-hypertensiva
- levenslang
- principes
- lage dosis van verschillende klassen
- zo weinig mogelijk pillen
- voldoende krachtig om doel te bereiken
- eerste poging: < 140/90
- indien haalbaar: 12x/7x
- klassen
- basis
- RAAS remmers (ACE-I, ARB)
- calcium antagonisten
- thiazide diuretica
- tweede lijn
- alfablokkers
- betablokkers
- bij specifieke indicaties
- MRA (spironolactone)
- centraal werkende anti-hypertensiva
- basis
| Medicatie | HFrEF | HFmrEF | HFpEF | hypertensie | bij zwangerschap |
|---|---|---|---|---|---|
| RAAS remmers (ACE-I / ARB / ARNI) | X | (X) | L1, geen ARNI | nee | |
| betablokkers | X | (X) | L2 | ja: labetalol | |
| MRA | X | (X) | L2 | nee | |
| SGLT2-inhibitor | X | X | (X) | ? | |
| diureticum | lis | lis | lis | L1: thiazide | nee |
| calcium antagonisten | L1 | ja: nifedipine | |||
| alfablokkers | L2 | nee | |||
| centraal werkende antihypertensiva | L2 | nee |


Veneuze en lymfatisch aandoeningen
- chronisch veneus
- flavonoiden
- extracten
- paardekastanje
- rode wijnstokbladeren
- lymfatisch: (diuretica)
- hemangioom: propranolol
- malformaties
- rapamycine
- sirolimus (mTOR inhibitor)
- overgroei: alpelisib
Hart
✅ Coronair lijden (1.5u)
- prof. T. Adriaenssens
- examen
- wanneer welk onderzoek kiezen?
- kapstok
- CCS
- wel vernauwing
- geen trombus
- stabiele angor
- ACS
- acute plaque ruptuur met trombus
- indeling
- instabiele angor
- troponines normaal
- NSTEMI
- ischemie en necrose
- troponines verhoogd
- partiele of tijdelijke occlusie
- ECG: ST depressie / T inversie
- ischemie en necrose
- STEMI
- ischemie en necrose
- troponines verhoogd
- volledige occlusie
- ECG: ST elevatie
- ischemie en necrose
- instabiele angor
- CCS
1 Coronaire anatomie en fysiologie
- herhaling anatomie coronairen
- links
- cx
- LAD
- rechts
- flow voornamelijk tijdens diastole
- links
- coronair lijden
- in macrocirculatie (klassiek, in grote kransslagaders)
- in microcirculatie
- coronary microvascular dysfunction (CMD)
- angina with non-obstructive coronary arteries (ANOCA)
- ischemia with non-obstructive coronary arteries (INOCA)
- myocardial infarction with non-obstructive coronary arteries (MINOCA)
- coronary microvascular dysfunction (CMD)
- perfusie: O2 vraag vs aanbod
- vraag +
- inspanning
- emotie
- koorts
- ziekte
- ...
- hoge graad van stenose nodig om impact te hebben tijdens inspanning (60%+)
- nog hoger voor rustpijn (80%+)
- vraag +
- Glagov's fenomeen - positieve vasculaire remodeling
- blauw = lumen
- rood = bloedvat wand (incl. plaques)
- (a) normaal
- (b) grotere diameter wand, lumen gelijk
- (c) lumen verkleind in vergevorderd stadium
2 Chronisch coronair syndroom (CCS)
- coronary artery disease (CAD)
- symptomen
- heel variabel
- soms asymptomatisch = silentieuze ischemie
- dyspnoe
- angina pectoris = angor
- stabiele angor
- door coronaire vernauwing
- chronisch
- voorspelbaar: bij inspanning (O2 vraag > aanbod)
- straalt vaak uit van sternum naar linker arm (mediaal, tot pink)
- instabiele angor
- acuut
- onvoorspelbaar
- blijft ook na 20+ min in rust
- nieuw begin
- erger wordend
- na recent myocard infarct
- prinzmetal angina = vasospasme
- ook in rust
- spasme kan geinduceerd worden in cathlab voor diagnose
- stabiele angor
- heel variabel
- xanthomen
- geelbruine afzettingen van cholesterol/triglyceriden
- aan oogleden: xanthelasma
- scorekaart
- symptomen (0-3 punten)
- risico factoren
- geslacht
- leeftijd
- resultaat: CCS likelihood
- diagnose
- echocardiografie
- LV EF
- LV volumes
- kleplijden
- ...
- labo
- anemie
- hyperthyroidie
- glycemie
- lipiden
- lipoproteine (a) = Lp(a)
- ~ CV risico
- stabiel, genetisch bepaald
- lipoproteine (a) = Lp(a)
- nierfunctie (GFR)
- (!) cononaire CT angiografie (CCTA)
- bij laag risico
- met constrast
- structureel: lumen en wand
- hartslag moet laag genoeg zijn
- niet geschikt bij verkalkte coronairen (o.a. ouderen)
- functional imaging
- bij hoog risico
- stress echo
- scintigrafie: SPECT / PET
- Tc 99m
- ~ perfusie
- cardiale MRI (CMR)
- (!) invasieve coronaire angiografie
- bij heel hoog risico
- via a. radialis > via a.femoralis
- risico op complicaties
- CVA, MI, dood
- niet zomaar aanvragen
- eventueel fractional flow reserve (FFR) meting
- enkel lumen zichtbaar
- eccentrisch: opletten met projectierichting stralen
- want niet zichtbaar: geen referentiepunt voor totale breedte
- inspannings ECG
- fietsproef wordt nu veel minder gedaan
- te lage sensitiviteit en specificiteit voor coronair lijden
- kan farmacologisch met dobutamine (inotropica)
- fietsproef wordt nu veel minder gedaan
- (!) coronary artery calcification score (CACS)
- via ECG-gated CT
- != CCTA
- zonder contrast
- echocardiografie
- behandeling stabiele angor
- nitraat / nitroglycerine
- betablokkers
- inotropie -
- minder contractiekracht
- chronotropie -
- tragere hartslag
- voorbeelden
- bisoprolol
- metoprolol
- nebivolol
- inotropie -
- calcium antagonisten
- effect: vasodilatie coronairen
- voorbeelden
- nifedipine
- verapamil
- diltiazem
- myocardial bridging = spierbrug
- congenitaal
- coronair in i.p.v. op myocard
- vaak asymptomatisch
- kan dichtgeknepen worden tijdens systole
- behandeling
- medicatie (beta blokkers + calcium antagonisten)
- PCI of heelkundige myotomie (zeldzaam)
3 Acuut coronair syndroom (ACS)
- ECG
- STEMI: ST segment elevation myocard infarct
- direct naar cathlab
- niet wachten op uitslag troponines
- enkel relevant dag later om schade in te schatten
- NSTEMI: non-STEMI
- troponin bepalen
- high sensitivity cardiac troponin (hs-cTn)
- positief: NSTEMI
- negatief: onstabiele angor
- troponin bepalen
- STEMI: ST segment elevation myocard infarct
- plaques + bloedplaatjes
- ruptuur of erosie
- cardic markers
- troponin (belangrijkste)
- creatine kinase (CK)
- CK-BB: hersenen en gladde spieren
- CK-MM: spier
- CK-MB: myocard
- aspecifiek
- lactaat dehydrogenase (LDH)
- maakt melkzuur=lactaat in anaerobe omstandigheden
- bij weefselschade
- niet te verwarren met LDL
- ALT
- lactaat dehydrogenase (LDH)
- symptomen
- pijn
- straalt vaak uit van sternum naar linker arm (mediaal, tot pink)
- soms rechts i.p.v. links
- ook naar linker kaak
- soms tussen schouderbladen (cave aorta dissectie)
- pijn
- gevolgen acuut MI
- papillairspier scheur
- VSD
- contained rupture = pseudo-aneurysma
- free wall rupture = aneurysma
- behandeling
- ASAP: reperfusie
- STEMI
- fibrinolysis
- primary PCI
- STEMI
-

- check hs-cTnT
- enkel bij vermoeden ACS (o.b.v. anamnese, onderzoek, ECG)
- check hs-cTnT
-

- OHCA = out of hospital cardiac arrest
- HF = hartfalen
- HD = hemodynamisch
- medicatie
- anti-aggregantia
- aspirine
- geen P2Y12
- wel later bij PCI
- anti-coagulantia
- snelle PCI gepland: UFH
- anders: synthetische heparine
- fondaparinux (Arixtra)
- anti-aggregantia
-

- binnen 10min ECG
- binnen 60min PCI
- in IRCC = interventional radiology + cardiac catheterisation
- naar hartbewaking = cardiac care unit (CCU)
- medicatie
- geen nitraten
- geen morfine
- geen O2
- anti-aggregantia
- dual antiplatelet therapy
- aspirine
- P2Y12 remmers
- prasugrel PO
- ticagrelor PO
- clopidogrel PO bij hoog bloedingsrisico
- cangrelor IV als PO niet lukt
- dual antiplatelet therapy
- anti-coagulantia
- heparine
-

- LDL 50%+ verlagen
- "go high to go low"
- statine (atorvastatine of rosuvastatine) + ezetimibe
- LDL 50%+ verlagen
- ASAP: reperfusie
4 Niet-atherosclerotisch coronair lijden
- 50%: abnormale coronairen
- voorbeeld: beide uit rechter cusp
- kan gekneld raken
- behandeling: herimplantatie
- voorbeeld: beide uit rechter cusp
- type 2 myocard infarct (MI)
- imbalans vraag-aanbod -> necrose
- niet door plaques / trombose
5 Percutaneous coronary intervention (PCI)
- risico's
- in-stent re-stenose
- trombose
- drug-eluting stent
- CABG
- MIDCAB
6 Antiplaatjestherapie post ACS/PCI/CABG
- indien patient geen anti-coagulantia neemt
- dual anti-platelet therapy (DAPT)
- aspirine
- P2Y12 remmer ("-grel")
- prasugrel PO
- ticagrelor PO
- clopidogrel PO
- minder krachtig
- bij hoog bloedingsrisico


7 Wat is geval van nood aan onderbreking, combinatie met OAC, bloeding?
Combinatie met OAC
- indien patient voordien al anti-coagulantia nam
- trade-off
- bloeding
- thrombose
- dual therapy
- 1 anti-coagulantia (PO)
- VKA
- DOAC
- 1 anti-aggregantia
- 1 anti-coagulantia (PO)
- triple therapy
- heel kort in begin
- 1 anti-coagulantia (PO)
- 2 anti-aggregantia
- aspirin
- P2Y12 remmer

Bij nood aan onderbreking
- aspirine onderbreking: nee
- P2Y12 onderbreking
- prasugrel: 7d op voorhand
- clopidogrel: 5d op voorhand
- ticagrelor: 3d op voorhand
- heropstart 4d na ingreep
Bij bloeding
✅ Congenitale afwijkingen (1.5u)
- prof. W. Budts
- details: zie keuzevak hartchirurgie
Intro
- cardiac output (l/min)
- weerstand (SVR of PVR)
- in Wood Units
- bloeddruk
- dubbele circulatie
- lichaam
- hoge weerstand
- long
- lage weerstand
- lichaam
- (mal)positie
- levocardia (normaal)
- dextrocardia (gespiegeld)
- mesocardia (apex op middellijn)
- situs solitus (normaal)
- van atria
- van viscera
- situs inversus
- van atria
- van viscera
- opdeling
- thoracalis
- abdominalis
- totalis
- situs ambiguus
- linker atrium isomerisme (2x LA, polysplenie)
- rechter atrium isomerisme (2x RA, asplenie)
- referentiepunt: rechter hoofdstambronchus (meer verticaal)
- atria en longen gelinkt
- LA - LL
- RA - RL
- (mal)connectie
- atrio-ventriculair
- concordant (normaal)
- discordant: RA-LV, LA-RV
- double inlet
- geen AV klep
- ventriculo-arterieel
- concordant
- discordant
- double outlet
- single outlet
- atrio-ventriculair
- positie grote vaten
- normaal
- PAPA: posterior aorta, pulmonalis anterior
- transpositie grote arteries (TGA)
- lange termijn evolutie
- hartfalen
- kleplijden
- AV blok
- aritmie
- lange termijn evolutie
- links- of rechtdraaiende aorta
- normaal
Shunt letsels
- open ductus van Botalli (ODB)
- = ductus arteriosus
- sluit normaal na geboorte
- links -> rechts shunt
- volumebelasting LV
- drukbelasting RV
- kliniek
- geruis IC2 links
- behandeling
- chirurgisch sluiten
- percutaan sluiten
- atrium septum defect (ASD)
- links -> rechts shunt
- volume- en drukbelasting rechts
- kliniek
- fixed spliting 2e toon
- ejectiegeruis over IC2 links
- drie types
- ostium primum (type 1)
- laag
- klieft mitralisklep in twee
- volumebelasting links (mitralis insufficientie)
- ostium secundum (type 2)
- midden
- partieel abnormale pulmonale veneuze uitmonding (PAPVU)
- sinus venosus
- hoog
- ostium primum (type 1)
- behandeling
- anders per type defect
- percutaan: "paraplu" (enkel type 2)
- patent foramen ovale (PFO)
- rechts -> links shunt
- eenrichtingsklep
- paradoxale embolisatie
- "deur op kier"
- cf. ASD: "geen deur"
- rechts -> links shunt
- ventrikel septum defect (VSD)
- types
- perimembraneus
- musculair
- doubly committed
- inlet
- links -> rechts shunt
- volumebelasting links
- drukbelasting rechts
- kliniek
- thrill in IC4 links
- behandeling
- chirurgie
- percutaan
- types
- atrio-venriculair septum defect (AVSD)
- 1 grote AV klep
- bij 1/3 patienten met syndroom van Down
- behandeling
- chirurgie
- sluiten ASD en VSD
- reconstructie AV kleppen
- chirurgie
- Eisenmenger syndroom
- bij ASD of VSD of ODB
- fase 1: links -> rechts shunt
- gevolg: pulmonale hypertensie
- fase 2: bidirectioneel
- fase 3: rechts -> links shunt
- cyanose
Obstructies in linkszijdige circulatie
- (supra-mitralisklep stenose)
- (mitralisklep stenose of insufficientie)
- subvalvulaire aortastenose
- vernauwing onder aortaklep
- types
- membraneus
- musculair
- drukbelasting LV
- hypertrofie LV
- kliniek
- ejectiegeruis IC4 links naar IC2 rechts
- behandeling
- chirurgie
- congenitale aortastenose
- types (van goed naar slecht)
- tricuspied (normaal)
- bicuspied
- monocuspied
- noncuspied
- myxomateus
- drukbelasting LV
- hypertrofie LV
- dilatatie aorta ascendens
- kliniek
- ejectiegeruis IC4 links naar IC2 rechts
- ejectieklik IC4 links
- behandeling
- percutaan: ballon dilatatie
- chirurgisch
- complicaties
- aortaklep insufficientie
- behandeling: Ross
- aortaklep: autogreffe van pulmonalis
- pulmonalisklep: homogreffe
- behandeling: Ross
- aortaklep insufficientie
- types (van goed naar slecht)
- supravalvulaire aortastenose
- types
- fibrous diaphragm
- luminar / hourglass deformity
- diffuse narrowing
- drukbelasting
- linkerhart
- coronairen
- kliniek
- ejectiegeruis IC4 links naar IC2 rechts
- behandeling: chirurgisch (patch)
- types
- coarctatio aortae
- vernauwing in aortaboog
- types
- geisoleerd
- hypoplasie
- drukbelasting
- linkerhart
- coronairen
- hersenen
- kliniek
- verschil in BP bovenste vs onderste ledematen
- interscapulair geruis
- behandeling
- chirurgisch
- Waldhausen subclavia plastie
- greffe interpositie
- end-to-end anastomose
- extended aortic arch repair (EAAR)
- percutaan
- ballon dilatatie
- stent
- chirurgisch
Obstructies in rechtszijdige circulatie
- (tricuspiedklep stenose)
- double chambered RV
- vaak met VSD
- drukbelasting inlet RV
- behandeling: chirurgische resectie
- pulmonalisklep stenose
- drukbelasting rechter hart
- ejectiegeruis
- infundibulair
- spierige vernauwing onder klep
- behandeling: chirurgische resectie
- (valvulair)
- dilatatie tr. pulmonalis
- kliniek
- ejectieklik IC2 rechts
- behandeling
- chirurgisch: klepvervanging
- percutaan: ballondilatatie
- supravalvulair en perifeer
- boven klep
- associatie met
- tetralogie Fallot
- Williams syndroom
- Alagille syndroom
- maternele rubella
- veel verschillende types
- behandeling: ballondilatatie en/of stenting
Cyanogene vitia met verminderd longdebiet
- vitium = defect
- rechts -> links shunt
- tetralogie van Fallot
- criteria
- (1) gaatje: VSD
- (2) stenose: pulmonalisklep
- (3) overrijdende aorta
- (4) rechterkamer hypertrofie
- door drukbelasting (1)
- 20% erfelijk (deletie)
- kliniek
- stenose: ejectiegeruis
- centrale cyanose
- lichte stenose: pink Fallot
- matig: na enkele maanden
- ernstig: onmiddelijk
- behandeling
- medicatie
- prostacycline: openhouden ductus Botalli
- betablokkers: inotropie -
- palliatief
- ballon dilatatie + stent
- chirurgische links->rechts shunt
- Potts anastomosis: aorta desc. -> a. pulmonalis
- Waterston anastomosis: aorta asc. -> a. pulmonalis
- Blalock-Taussig shunt (BTS): a. subclavia -> a. pulmonalis
- herstel
- VSD sluiten
- RV outflow verbreden
- medicatie
- criteria
- (pulmonaalklepatresie met VSD)
- (pulmonaalklepatresie met intact interventriculair septum)
- (pulmonaalklepstenose met atriale rechts-links shunt)
- Ebstein malformatie van de tricuspiedklep
- tricuspiedklep te laag ingeplant
- posterior en septaal leaflet
- "atrialisatie" van RV
- ~ASD?
- oorzaak: lithium inname tijdens zwangerschap
- behandeling
- conservatief
- percutaan: sluiten ~ASD
- klepherstel of -vervanging
- tricuspiedklep te laag ingeplant
Cyanogene vitia met verhoogd longdebiet
- rechts -> links shunt
- (dextro) transpositie grote arteries (D-TGA)
- AV concordantie
- ventriculo-arteriele discordantie
- niet levensvatbaar tenzij ASD, VSD, ODB
- want twee gescheiden circulaties
- behandeling
- atriale switch
- oude techniek
- veel complicaties
- arteriele switch
- nieuwe techniek
- Le Compte maeuver
- herimplantatie coronairen
- goede outcome
- atriale switch
- (transpositie met geassocieerde vitia)
- (VSD)
- (VSD + coarctatio aortae)
- (VSD + pulmonalisklep stenose)
Vitia gemeenschappelijke mixing
- (truncus arteriosis)
- 1 outlet: vaak aorta
- (double outlet RV)
- RV naar aorta + tr. pulmonalis
- (TAPVU)
- vv. pulmonales monden verkeerd uit
- (univentriculair hart)
- double inlet LV
- double outlet RV
- Fontan circulatie
- chirurgische oplossing voor univentriculair hart
- v. cava direct verbinden met a. pulmonalis
- zonder hart als tussenstop
- univentriculair hart doet dus enkel systeemcirculatie
Casus 1
- anamnese
- familiale voorgeschiedenis: nee
- syncope: nee
- palpitaties: nee
- klinisch onderzoek
- ejectiegeruis IC2 links
- IC2 links: pulmonalisklep of coarctatio
- ejectieklik
- aorta?
- pulmonalis?
- enkel-arm index < 1
- bloeddruk OL < BL
- coarctatio aortae
- ejectiegeruis IC2 links
- technische testen
- ECG: normaal
- echocardiogram + doppler
- asymmetrie in aortaklep (stenose), turbulentie
- verklaart ejectieklik
- prevalentie 5% bevolking
- coarctatio aortae
- asymmetrie in aortaklep (stenose), turbulentie
- MRI
- hartkatheterisatie
- drukmeting
- behandeling
- stent
- complicaties
- stent groeit niet mee
- stent zonder covering: risico op dissectie
- congenitale defecten komen vaak in groep voor
- zoek verder ("spinale reflex")
Casus 2
- hartkloppingen
- anamnese
- medicatie: nee
- drugs: nee
- wanneer: altijd
- start: plots, eergisteren
- erger met inspanning? ja
- geen famialiale of persoonlijke voorgegeschiedenis
- dyspnoe: lichtjes
- niet houdingsgebonden
- snel of traag? traag
- regelmatig? nee
- DDX
- atriale extra systole (AES)
- ventriculaire extra systole (VES)
- VKF
- klinisch onderzoek
- enkel/arm index: normaal
- pols onregelmatig
- technisch onderzoek
- ECG
- VKF
- RX thorax
- normaal
- situs solitus (normaal)
- echocardiografie
- rechts > links
- kan normaal niet op echo
- dilatatie rechterhart
- rechts > links
- ECG
- DDX dilatatie RV
- volumebelasting
- shunt boven tricuspied -> ASD
- APVU
- tricuspied insufficientie
- pulmonalis insufficientie
- drukbelasting
- pulmonaalstenose
- pulmonaal hypertensie
- volumebelasting
- test: trans-oesophagale echo (TOE=TEE)
- ASD type 2
- behandeling VKF
- (geen leerstof bij deze prof)
- ASD percutaan sluiten
- ablatie
- anti-coagulantia
✅ Kleplijden en endocarditis (2u)
- prof. C. Dubois
Kleplijden
1 Anatomie, fysiopathologie en epidemiologie

- pathofysiologische triade
- etiologie (oorzaak ziekte)
- letsels (gevolg ziekte)
- disfunctie (gevolg letsels)
- primair/structureel vs secundair/functioneel
- epidemiologie
- wereldwijd: vooral rheumatic heart disease
- bij jonge mensen
- Europa
- amper rheuma
- vooral stenoses en insufficienties = regurgitaties
- aorta + mitralis
- veel overlap
- kleplijden stijgt sterk met leeftijd
- wereldwijd: vooral rheumatic heart disease
2 Aortaklepstenose (AS)
- EU: vooral ouderdomsziekte
- soorten
- supravalvulair
- valvulair
- subvalvulair
- klepweerstand turbulentie
- drukbelasting LV
- hypertrofie LV
- ook hogere druk in longcirculatie
- crepitaties
- dyspnoe
- progressie
- normal
- at risk
- sclerosis
- stenosis
- drukgradient
- peak-to-peak (aorta vs LV)

- verloop
- lange latente periode
- wel al impact op levensduur
- daarna snelle achteruitgang indien onbehandeld
- wel goede outcome na behandeling
- lange latente periode
- symptomen
- ejectiegeruis t.h.v. aortaklep (IC2 rechts)
- crescendo-decrescendo
- alarmsymptomen
- angor bij inspanning: O2 vraag > aanbod
- syncope bij inspanning
- congestief hartfalen
- ejectiegeruis t.h.v. aortaklep (IC2 rechts)
- testen
- echocardiogram
- ECG
- behandeling: aortic valve replacement (AVR)
- "heart team" overleg
- ballon dilatatie werkt niet goed (snel herval)
- surgical (SAVR)
- repair
- replacement
- mechanisch
- middelbare leeftijd
- anti-coagulantia nodig
- biologisch
- ouderen
- mechanisch
- trans-katheter (TAVR)
- vanaf 70j+
- Ross procedure
- voor jonge mensen
- technisch complex

3 Aortaklepinsufficiëntie (AI = AR)
- volume overbelasting
- dilatatie
- indeling
- chronisch
- leaflet
- infectie
- endocarditis
- inflammatie
- structureel
- calcificatie
- bicuspied
- myxomateuze degeneratie
- prothese disfunctie
- infectie
- aorta
- infectie/inflammatie
- genetisch
- degeneratief
- hypertensie
- leeftijdsgebonden
- leaflet
- acuut
- leaflet
- aorta
- dissectie
- chronisch

- drukcurves

- druk in aorta daalt te veel
- tijdens diastole
- door terugvloei
- dus polsdruk (= SBP - DBP) stijgt
- symptomen
- dyspnoe
- inspanningsintolerantie
- angor
- palpitaties
- syncope
- vroegdiastolisch geruis in IC2 rechts, decrescendo
- bij rechtop zitten
- ...
- diagnose
- echocardiografie (TTE / TOE)
- disfunctie LV
- dilatatie LV
- dilatatie aorta
- echocardiografie (TTE / TOE)
- behandeling
- SAVR
- (TAVR)
- (medicatie)
- calcium blockers: vasodilatatie
- ACE-I / ARB
4 Mitralisklepstenose (MS)
- oorzaken
- vaak reumatisch kleplijden
- verkalking
- buiten EU vaak door Groep A beta-hemolytische streptokokken (GAS/GABHS)
- geen probleem indien behandeling met AB
- kunnen anders klepbladen infecteren


- drukbelasting LA
- dilatatie LA
- geleidingsstoornissen
- VKF
- geleidingsstoornissen
- dilatatie LA
- symptomen
- dyspnoe
- inspanningsintolerantie
- palpitaties (VKF)
- dysfagie
- heeshuid
- laagfrequente roffel t.h.v. apex in zijlig
- ...
- diagnose
- echocardiogram + doppler
- behandeling
- reumatisch
- percutaan: ballondilatatie = percutaneous mitral commissurotomy (PMC)
- werkt hier wel (i.t.t. aortaklepstenose)
- leaflets komen los van elkaar
- chirurgisch
- percutaan: ballondilatatie = percutaneous mitral commissurotomy (PMC)
- degeneratief
- chirurgisch
- (transkatheter = TMVR)
- medicatie
- trombose risico verlagen
- anti-coagulantia (cf. VKF)
- congestie
- diuretica
- frequentiecontrole
- betablokkers
- calcium antagonisten
- (fout in slides?)
- niet-dihydropyridine: frequentiecontrole
- dihydropyridine: vooral vasodilatatie
- digitalis: digoxine
- cf. hartfalen
- trombose risico verlagen
- reumatisch
5 Mitralisklepinsufficiëntie (MI = MR)
- twee vormen
- primair / organisch / structureel
- secundair / functioneel
- omgevingsfactoren
- dilatatie LV of LA


- symptomen
- dyspnoe
- inspanningsintolerantie
- palpitaties
- pansystolisch geruis
- apicale thrill (palpabel)
- cardiomegaly
- derde toon (S3)
- ...
- diagnose
- echocardiografie + doppler
- behandeling
- primair
- chirurgie
- repair > replacement
- (transkatheter)
- chirurgie
- secundair
- ventriculair
- medicatie
- cf. hartfalen
- transkatheter > chirurgie
- edge-to-edge repair (TEER)
- clip om beide leaflets samen te houden ("MitraClip")
- edge-to-edge repair (TEER)
- medicatie
- atriaal
- medicatie
- chirurgie transkatheter
- ventriculair
- primair
6 Tricuspidaliskleplijden en kunstklepfalen
- vergelijkbaar met mitraliskleplijden
- maar aan lagere druk
- tricupsidalisklep stenose (TS)
- oorzaak
- reuma
- congenitaal
- carcinoid syndroom
- neuro-endocriene tumor (NET)
- serotonine
- symptomen
- vermoeidheid
- dilatatie halsvenen
- mid-diastolisch geruis in IC4 links
- behandeling
- klepvervanging
- oorzaak

- tricupsidalisklep insufficientie (TI)
- primair (5-10%)
- secundair (80%)
- implantaten (10-15%)
- pacemakers, ...
- symptomen
- vermoeidheid
- dyspnoe
- palpitaties
- vochtretentie / oedeem
- pansystolisch geruis, IC4 links
- diagnose
- echocardiogram
- geen details
- behandeling
- medicatie
- chirurgie
- transkatheter

- kunstklep falen
- mechanisch
- pannus (overgroei)
- thrombus
- biologisch
- kortere levensduur
- degeneratie
- verstijving
- scheuren
- endocarditis
- thrombus
- mechanisch
Klinische les - kleplijden
- dyspnoe
- soorten
- bij inspanning
- orthopnee: bij neerliggen
- paroxysmal: 's nachts
- soorten
- anamnese
- congestie = vochtopstapeling
- gewicht
- palpitaties
- angor / thoracale pijn
- embolische fenomenen
- klinisch onderzoek
- vitale params
- bloeddruk
- indien polsdruk heel hoog: aorta insufficientie
- pols
- pulsus parvus et tardus: aortaklep stenose
- zwak en laat
- collapsing pulse: aortaklep insufficientie
- snelle val
- ritmestoornissen
- pulsus parvus et tardus: aortaklep stenose
- vullingsstatus
- CVD / HJR
- longauscultatie en -percussie
- oedeem
- ascites / hepatomegalie
- ictus
- links
- rechts
- harttonen
- hartgeruisen
- stenoses: tijdens systole
- insufficienties: tijdens diastole
- bloeddruk
- vitale params
- ECG
- echocardiogram (TTE / TEE)
Endocarditis
- 2023 ESC guidelines
- infectie van endotheel hart
- zeldzaam
- dodelijk
- lage overleving op 1-5-10 jaar
- twee soorten
- infectieuze endocarditis (bacteria of fungi) (IE)
- meest voorkomend
- lokaal destructief
- indeling
- native valve endocarditis (NVE)
- prosthetic valve endocarditis (PVE) = kunstklep (KK IE)
- vroeg
- laat
- ander implantaat (draad pacemaker, ...)
- niet-infectieuze endocarditis = steriel = marantisch
- minder belangrijk
- niet lokaal destructief
- vaak paraneoplastisch
- infectieuze endocarditis (bacteria of fungi) (IE)
- diagnose
- zekere diagnose
- 2 major
- 1 major + 3 minor
- 5 minor
- mogelijke diagnose (minder gebruikt)
- 1 major + 1 minor
- 3 minor
- 2 modified Duke major criteria
- (1) herhaalde positieve haemocultuur
- (specifieke lijst van organismen)
- (2) beeldvorming
- echocardiografie (TTE of TOE=TEE)
- cardiac CT
- FDG-PET/CT
- WBC SPECT/CT
- (1) herhaalde positieve haemocultuur
- 5 modified Duke minor criteria
- (1) predisposing conditions
- (2) koorts
- (3) embolische vasculaire verspreiding
- links
- nieren
- milt
- hersenen
- retinaal
- cutaan
- ...
- rechts
- longen
- links
- (4) immunologische fenomenen
- Osler nodes (pijnlijke, rode nodule op duim)
- Roth spots (retinale bloedingen, centrale opklaring)
- splinterbloedingen in nagels
- (5) microbiologisch bewijs
- niet-majeure positieve haemocultuur
- zekere diagnose
- behandeling
- verlengde antibiotica therapie
- bactericide
- hoge dosis
- lang genoeg (4-6w)
- cadiale heelkunde (i.f.v. complicaties)
- klepdysfunctie
- abces
- major embool
- grote vegetaties
- ...
- heel slechte prognose indien heelkunde nodig maar niet mogelijk
- verlengde antibiotica therapie
- symptomen
- acute vorm
- organismen
- vaak S. aureus
- streptococcen
- pneumococcen
- gonococen
- hoge rilkoorts
- dyspnoe
- rugpijn
- buikpijn
- myalgie
- ...
- organismen
- subacute vorm
- zelden S. aureus, ...
- gewichtsverlies
- vermoeiheid
- buikpijn
- myalgie
- ...
- acute vorm
Kunstklep endocarditis (KK IE)
- indeling
- vroeg (< 12m na implantatie)
- hospitaal verworven infectie (= nosocomiaal)
- vaak Staphylococcus
- S. aureus
- Streptococcen
- Enterococcen
- vaak Staphylococcus
- behandeling (grote lijnen kennen)
- empirische AB bij ernstig ziekte patienten
- vancomycine + gentamycine
- anders culturen afwachten
- na ontslag (indien patient stabiel)
- eerst thuis nog IV AB (cetriaxone)
- daarna PO AB
- empirische AB bij ernstig ziekte patienten
- hospitaal verworven infectie (= nosocomiaal)
- laat (> 12m)
- community-acquired
- empirische behandeling
- amoxicilline + floxapen + gentamycine
- vancomycine + gentamycine (bij penicilline allergie)
- vroeg (< 12m na implantatie)
- diagnose
- PET/CT
- MR angio
- opvolging
- 1/d haemocultuur onder AB tot sterilisatie
- 1/d bloed checken (WBC, Hb, CRP, GFR, AB spiegels)
- 2/d lichaamstemperatuur
- 1/d klinisch onderzoek
- 1/w echo + ECG
- plannen
- oogfundus
- PET/CT
- tandnazicht
Profylaxe
- belang algemene mondhygiene
- geen piercings of tattoos
- voor tandheelkunde of MKA
- bij selecte populaties
- klepingreep
- voorafgaande infectieuze endocarditis
- congenitale corvitia
- hart transplantatie met ontstaan klepaantasting
- VAD destination
✅ Heelkunde (2u)
- prof. B. Meuris
- cursus: Blokwijzer Cardiale Heelkunde (Acco)
1 Coronair lijden (blz. 13-16)
- recap: coronairen
- aorta ascendens
- a. coronaria dextra
- a. coronaria sinistra ("linkse hoofdstam")
- r. interventricularis anterior = left anterior descendens (LAD)
- r. circumflexa
- aorta ascendens
- oorzaken
- vernauwd door atheroomafzetting
- verstopt door trombusvorming
- resultaat: myocard ischemie
- behandelingen
- medicatie
- interventioneel: PCI ("stent")
- chirurgisch: CABG
- indicaties
- eentaksziekte -> PCI
- heel oud + diffuse aantasting -> medicatie
- jong (55-60j) + diffuus -> CABG
- keuze bepaald door Heart Team
- cardioloog
- cardiochirurg
- extra tests
- coronarografie
- fractionele flow reserve (FFR) meting
- intravasculaire druk voor en na stenose
- significant indien lager dan 0.80
Percutane coronaire interventie (PCI / PTCA)
- voordelen
- weinig invasief
- geen heelkunde of narcose
- snel herstel
- nadelen
- re-stenose
- mitigatie: drug-eluting stents
- re-stenose
- medicatie achteraf
- anti-plaatjestherapie
Coronary atery bypass grafting (CABG)
- indicaties
- complexe letsels
- meerdere letsels
- diffuus zieke bloedvaten
- 60-70% heeft chronisch coronair syndroom (CCS)
- overbrugging
- inflow vs outflow
- gemiddeld drie per operatie
- veneus
- orientatie belangrijk (kleppen)
- niet goed bestand tegen druk
- hypertrofie van tunica intima
- blijven maar 10-15j goed
- dus niet geschikt voor jonge patienten
- prelevatie v. saphena magna
- jump-greffe: meerdere overbruggingen met 1 vene
- arterieel
- blijven levenslang open
- a. thoracica interna (ITA) = a. mammaria
- zowel links (LITA) als rechts (RITA) bruikbaar
- zelden aangetast door atheromatose
- twee technieken
- gesteeld: origo blijft behouden (hier a. subclavia)
- vrij: volledig losgemaakt en bevestigd op aorta
- procedure
- klassiek
- sternotomie
- hart-long machine
- hart stilleggen
- alternatief 1: op kloppend hart met stabilisatoren
- alternatief 2: minimaal invasief met MidCAB
- indien slechts 1 of 2 overbruggingen nodig
- klassiek
Post-infarctverwikkelingen
- linker ventrikel aneurysma
- gevolgen
- trombose
- hartdecompensatie
- ritmestoornissen
- ruptuur
- behandeling: chirurgie
- gevolgen
- post-infarct VSD
- ventrikel septum defect (VSD)
- gevolgen
- hart decompensatie wegens links-rechts shunt
- shock met longoedeem
- behandeling: chirurgie met patch
- post-infarct mitralisinsufficientie
- disfunctie / necrose van papillairspier
- gevolgen
- shock met longoedeem
- behandeling: chirurgie voor nieuwe klep
- ventriculaire aritmieen
- in ischemische zones
- behandeling: automatic implantable cardiac defibrillator (AICD)
2 Hartfalen (blz. 22-23)
- hartfalen
- syndroom
- structurele of functionele afwijkingen van hartspier
- mechanische ondersteuning
- IABP
- ECMO
- minipompen
- LVADs
Intra-aortic balloon pump (IABP)
- tijdelijke oplossing: dagen - 2 weken
- ballon inbrengen via a. femoralis naar aorta descendens
- inflatie tijdens diastole en deflatie tijdens systole
- trigger: ECG
- counterpulsation principe
- effect
- hogere diastolische bloeddruk
- betere perfusie coronairen en organen
- lagere afterload
- hogere diastolische bloeddruk
Extra-corporiele membraan oxygenatie (ECMO)
- tijdelijke oplossing: dagen - 2 weken
- soort hart-long machine
- indicaties
- hartfalen
- lage O2Sat
- veneus bloed draineren
- kunstmatige oxygenatie
- via arteriele canule opnieuw toedienen
- heparine nodig voor anti-stolling
Mini-pompen
- termijn: dagen-weken
- plaatsing
- chirurgisch
- via katheter
- mini-schroefje in aortaklep
Left ventricle assist device (LVAD)
- in afwachting van hart transplantatie
- maanden - jaren
- implanteerbare pomp
- draagbare batterijen + monitoringsysteem
- witte stuurkabel door abdominale wand
3 Kleplijden (blz. 38-48)
- mitralisklepinsufficientie
- chirurgische behandeling
- belangrijk: juiste moment kiezen
- twee technieken
- herstelling (plastie of reconstructie)
- waarom
- beter voor hartfunctie
- geen anticoagulantia nodig
- soms zelfs nuttig bij asymptomatische patienten om LT complicaties te voorkomen
- hoe
- chorda ruptuur -> artificiele chordae
- aangetast deel verwijderen
- plaatsing kunststof ring rond klep
- waarom
- vervanging (kunstklep)
- wanneer
- degeneratie
- verkalking
- papillair spier ruptuur
- aantasting door endocarditis
- twee soorten
- biologisch
- dierlijk (varken of rund)
- gefixeerd met glutaraldehyde
- reductie van immunogeniciteit
- voordelen
- geen anticoagulantia nodig
- nadelen
- degeneratie na 10-15j
- sneller bij jongere mensen
- degeneratie na 10-15j
- doelgroep
- 65+
- patienten met lage levensverwachting
- vrouwen met kinderwens (want Marcoumar is teratogeen)
- mechanisch
- uit carbon
- voordelen
- gaat levenslang mee
- geen mechanisch falen
- nadelen
- trombogeen
- wel anticoagulantia nodig (Marcoumar)
- aanzienlijk risico op lange termijn
- hersenbloeding
- gastro-intestinale bloeding
- belang van therapietrouw
- vooral risico tijdens overbruggingsperiodes
- gebruik low molecular weight heparins (LMWHs)
- aanzienlijk risico op lange termijn
- levenslange INR monitoring (range 2.5-3.5)
- klikkend geluid
- biologisch
- wanneer
- herstelling (plastie of reconstructie)
- interventionele behandeling
- clipping procedure (MitraClip)
- percutaan m.b.v. echografie
- clip houdt twee cusps bij elkaar
- toekomst: meer percutane technieken met biologische kleppen
- clipping procedure (MitraClip)
- chirurgische behandeling
- aortaklepstenose
- drie soorten
- valvulair (bicuspide klep)
- subvalvulair
- supravalvulair
- behandeling
- niet: klepherstel?
- wel: kunstklep
- routine operatie
- twee types
- biologisch
- mechanisch
- makkelijker te regelen dan mitralisklep
- minder trombogeen
- INR in lagere range (2.0-3.0)
- makkelijker te regelen dan mitralisklep
- bijzondere oplossing 1: homogreffe
- menselijke oorsprong
- van multi-orgaan donoren waarbij hart niet werd gebruikt
- geen afstotingsverschijnselen
- uit homo-greffe-bank
- cryopreservatie
- gaan iets langer mee dan biologische kleppen
- menselijke oorsprong
- bijzondere oplossing 2: Ross operatie
- bij jonge patienten
- vervang aortaklep door gezonde pulmonalisklep
- vervang pulmonalisklep door pulmonalis-homogreffe
- lagere drukken, dus tragere degeneratie
- transkatheterkleppen
- = transcatheter aortic valve implantation (TAVI)
- biologische klep inbrengen via katheter (o.a. langs lies)
- ontplooien onder druk over eigen aortaklep
- risico op paravalvulaire lekkage
- geen sternotomie
- geen hart-long machine nodig
- voor wie?
- sterke opmars
- vooral voor oudste patienten die geen chirurgie meer verdragen
- valve-in-valve
- voor mensen die eerder al biologische klep lieten plaatsen
- dus mensen kiezen op jongere leeftijd nu ook meer voor biologische kleppen
- voor mensen die eerder al biologische klep lieten plaatsen
- aortaklep dilatatie
- bij kinderen en jonge volwassenen
- uitzonderlijk bij volwassenen
- geeft ernstige complicaties
- snel re-stenose
- drie soorten
- aortaklepinsufficientie
- behandeling
- tijdstip zorgvuldig kiezen
- klepherstel
- geen anticoagulantia nodig
- vaak vervanging aorta ascendens nodig wegens dilatatie
- opvolging nodig
- behandeling
- verwikkelingen
- kleptrombose met eventuele trombo-embolen
- bij mechanische kleppen
- door slecht geregelde anticoagulantia (therapietrouw, overbrugging)
- bloedingen
- hersenen
- GI
- paravalvulair lek
- vooral bij oudere patienten
- endocarditis
- zeer hoge mortaliteit bij kunstklep
- abcessen
- septische embolen
- klepdestructie
- klepdysfunctie
- mechanisch
- door trombose
- door weefselovergroei
- biologisch
- degeneratie
- verkalking
- mechanisch
- kleptrombose met eventuele trombo-embolen
4 Endocarditis (blz. N/A)
4.6 Behandeling
- principes voor antibiotica
- langdurige toediening
- bactericide AB
- hoge dosissen
- IV toediening
- multipele AB om resistentie te vermijden
- frequent MIC bepalen
- in praktijk
- urgentie? blind/empirisch starten
- ampicilline + floxacilline + een aminoglycoside
- bij penicilline allergie
- vancomycin + aminoglycoside
- bij endocarditis van kunstklep
- ampicilline + vancomycin + aminoglycoside
- bij IV druggebruik
- ampicilline + vancomycin + aminoglycoside
- anders: o.b.v. haemoculturen / antibiogram
- urgentie? blind/empirisch starten
- indicaties voor heelkunde
- hemodynamische instabiliteit
- ernstige klepdysfunctie + hartfalen
- abces of perivalvulaire uitbreiding (VSD, fistel, ...)
- majeur embool
- falen van medicale behandeling
- hooggradig AV block
- fungi
- contra-indicaties heelkunde
- majeure CVA met bloeding
- voorgeschiedenis van technisch moeilijke ingrepen
- slechte cardiopulmonale status: te hoog risico
- slechte prognose wegens comorbiditeiten
- nooit anticoagulantia bij endocarditis
5 Pericard aandoeningen (blz. 63-67)
- recap: lagen
- pericardium (fibreus)
- parietaal pericardium
- pericard holte
- visceraal pericardium
- myocardium
- endocardium
- twee klinische beelden
Pericard tamponnade
- acuut
- snelle vochtopstapeling
- belemmert diastolische vulling
- oorzaak
- meestal trauma
- of bloeding na hartchirurgie
- klinisch beeld
- kritiek
- arteriele pulsus paradoxus
- veneuze pulsus paradoxus (Kussmaul teken)
- lager hartdebiet (CO)
- lagere bloeddruk
- vasoconstrictie
- snellere hartslag
- diagnose
- klinisch beeld
- echocardiografie
- diastolische collaps rechter hart
- behandeling
- acuut: draineer 100cc pericardvocht
- chirurgie om oorzaak aan te pakken
Pericarditis constrictiva
- chronisch
- verdikking/verharding/verkalking pericardbladen
- oorzaken
- doorgemaakte infectieuze pericarditis
- TBC
- trauma / post-operatief
- na bestraling
- doorgemaakte infectieuze pericarditis
- beeld
- egalisatie diastolische drukken in heel hart en a. pulmonalis
- ventriculaire drukcurve L/R
- "dip en plateau" configuratie
- atriale drukcurve L/R
- diep symmetrisch y-dal
- ventriculaire drukcurve L/R
- CVD duidelijk verhoogd met positieve HJR
- diastolische collaps in halsvene
- vergrootte lever
- LT: levercirrose
- auscultatie: pericardial knock (derde toon)
- egalisatie diastolische drukken in heel hart en a. pulmonalis
- diagnose
- echocardiografie
- RX thorax (profiel), CT, NMR
- jugulariscurve: y-dal
- hartkatheterisatie: drukcurves
- bij voldoende vullingstoestand
- behandeling
- chirurgisch: (deels) wegnemen pericard
6 Myxoma (blz. 72)
- cardiale tumoren
- 70% goedaardig
- wel ernstige symptomen door massa effect
- kwaadaardig: slechte prognose
- myxoma
- goedaardig
- gesteeld of vast aan basis
- vooral in linker atrium (aan septum)
- grootte: 1-15cm
- obstructief effect
- o.a. op mitralisklep
- gevolgen (eens groot genoeg)
- aritmia
- dyspnoe
- longoedeem
- embool
- soms familiaal
- behandeling: chirurgie
- 70% goedaardig
7 Aorta descendens (blz. 78-79)
- aorta pathologie
- aneurysma van aorta ascendens
- soms geassocieerd met klep pathologie (vaak aortaklep insufficientie)
- weinig symptomen
- vaak toevalsontdekking
- behandeling: chirurgie
- ofwel enkel aorta ascendens
- ofwel ook klep (incl. re-implantatie coronairen)
- aorta dissectie
- = scheur van binnenste laag aortawand
- gevolg: nieuw, vals lumen
- type A (75%): dissectie aorta ascendens
- onstaat t.h.v. aorta ascendens
- loopt vaak tot iliacale bifurcatie
- gevolgen
- harttamponnade
- problemen met coronaire bevloeiing
- acute massieve aortaklep insufficientie
- longoedeem
- shock
- behandeling: urgente chirurgie
- type B: dissectie (enkel) aorta descendens
- ontstaat door intimascheur t.h.v. a. subclavia sinistra
- = scheur van binnenste laag aortawand
8 Kunsthart (blz. 84-86)
- kunsthart
- = hart-longmachine
- = extra-corporiele circulatie (ECC)
- = cardiopulmonaire bypass (CPB)
- neemt functies van hart en longen over
- bloedloos operatieveld
- onderdelen
- cannules
- arterieel
- aorta
- a. femoralis
- a. axillaris
- veneus
- rechter atrium
- v. cava superior (VCS)
- v. cava inferior (VCI)
- v. femoralis
- pediatrische cannules
- arterieel
- reservoir
- vangt bloed uit veneuze cannule op o.i.v. zwaartekracht
- plus opgezogen bloed
- pomp
- twee soorten
- pulsatiel
- continue flow
- beschadigt RBC en bloedplaatjes
- stollingsstoornissen
- verminderde nierfunctie
- twee soorten
- oxygenator
- kunstlong voor gasuitwisseling (O2, CO2)
- hollow-fiber oxygenatoren
- pomp bloed door fijne buisjes
- thermoregulator
- vaak samen met oxygenator
- vaak afgekoeld tot 28-32 graden (rectaal)
- trager metabolisme
- filter
- voor onzuiverheden en aggregaten (o.a. trombi)
- cannules
- procedure
- heparinisatie
- machine starten
- ademhaling stoppen
- aorta afklemmen
- gevolg: geen bloed door coronairen
- cardioplegie
- beschermen myocard tijdens ischemie
- ook extra afkoelen met ijs
- ingreep
- aortaklem openen
- hartkamers ontluchten
- hart begint terug te kloppen door bloed in coronairen en door opwarming
- eventueel intern defibrilleren
- geleidelijk overschakelen van kunsthart op hart
- heparine neutraliseren met protamine
- soms moet ook kunsthart stilgelegd worden voor ingreep
- o.a. aan aortaboog
- extra afkoeling nodig tot 18 graden
- extra ijs op schedel om hersenen te beschermen
- kan tot 45min
9 Chirurgische toegangen (blz. 92)
- mediane sternotomie
- voor gecombineerde cardiale ingrepen
- wordt goed verdragen met relatief weinig pijn
- minimaal invasief
- partiele sternotomie
- enkel bovenste derde sternum
- voor aortaklep vervanging
- rechter thoracotomie
- voor mitralisklep operaties
- linker thoracotomie
- voor 1-2 overbruggingen op LAD en/of a. circumflexa via MidCAB
- volledig endoscoping/robotisch
- voor beperkte ingrepen
- partiele sternotomie
✅ Pericard- en myocardaandoeningen (1.5u)
- prof. T. Robyns
- 2025 ESC guidelines

- SCD = sudden cardiac death
- veel oorzaken
- infectieus (virussen, bacteria, parasieten)
- niet-infectieus
- auto-immuun
- genetisch
- kanker
- medicatie
Inflammatoire myopericardiale syndromen (IMPS)
Acute pericarditis
- oorzaken
- post-viraal
- idiopatisch
- TBC (zelden in onze streken)
- post-cardiale heelkunde
- auto-immuun / systeemziekten
- kan recurrent optreden
- kanker
- acuut, subacuut, chronisch
- symptomen
- scherpe pijn op borst
- cf. coronairen: druk
- soms ook pleuris type pijn (ademhalingsgebonden)
- inflammatie
- koorts
- CPR +
- ECG afwijkingen
- komvormige ST elevaties
- PR depressie
- pericard effusie (vochtopstapeling)
- troponine (bij overlap met myocarditis)
- scherpe pijn op borst
- diagnose
- echo (TTE)
- "schil" rond hart: effusie
- echo (TTE)
- behandeling
- doel
- pijncontrole
- preventie complicaties of herval
- geen sport tot volledige remissie
- medicatie: anti-inflammatoir
- 1e lijn
- NSAID
- aspirine (ASA), ibuprofen
- traag afbouwen
- colchicine
- NSAID
- 2e lijn: corticosteroiden
- 3e lijn: IL-1 inhibitoren
- 1e lijn
- doel
- complicaties
- pericard tamponade
- vocht belemmert diastolische vulling
- vooral RV
- acuut: weinig vocht nodig
- traag: kan veel vocht zijn
- oorzaak
- pericarditis
- nierfalen
- kanker
- trauma
- aorta dissectie
- iatrogeen: post-interventie
- symptomen
- triade
- hypotensie
- verhoogde CVD
- stille harttonen
- pulsus paradoxus
- daling SBP (10 mmHG+) bij inspiratie
- triade
- gevolgen
- daling cardiac output
- behandeling: pericardiocentese
- vocht belemmert diastolische vulling
- pericarditis constrictiva ("pantserhart")
- chronisch
- verkalking: "stijve zak"
- kans per type
- bacteriele pericarditis (20-30%)
- immuun / neoplastische pericarditis (2-5%)
- idiopatisch / post-viraal (laag)
- symptomen
- rechter hartfalen
- ascites
- cirrose
- rechter hartfalen
- diagnose: TTE, CT, MRI
- behandeling: pericardectomie
- pericard tamponade
Acute myocarditis
- oorzaken
- post-viraal
- bacteria: Borellia / Lyme
- vaak met AV geleidingsstoornissen
- goed behandelbaar met AB
- auto-immuun / systeemziekten
- immuun-gemedieerd (sarcoidose, ...)
- medicatie (chemo, ...)
- genetisch (zelden)
- soms fulminant verloop
- hemodynamisch instabiel
- nood aan inotropie of kunsthart (MCS)
- ritmestoornissen (sustained VT)
- out of hospital cardiac arrest (OHCA)
- hemodynamisch instabiel
- klassieke (niet-fulminante) symptomen
- drukkende thoracale pijn
- lijkt op acuut coronair syndroom (ACS)
- inflammatie
- koorts
- CPR +
- ECG: aspecifieke afwijkingen
- pericard effusie (bij overlap met pericarditis)
- troponine
- TTE
- drukkende thoracale pijn
- diagnose
- endomyocard biopsie (EMB)
- cave: complicaties
- cardiovascular MRI (CMR)
- sinds kort gelijkwaardig aan biopsie
- T1 + T2 scans
- Lake Louise criteria (LLC)
- endomyocard biopsie (EMB)
- behandeling
- doel
- pijncontrole
- preventie complicaties
- sport en medicatie: idem pericarditis
- zo nodig
- hartfalen therapie
- anti-aritmica
- oorzaak behandelen
- virussen: antivirale middelen
- bacteria: AB
- immuun: corticosteroiden
- vaak volledig herstel
- doel
- complicaties
- aritmie
- hartfalen: LV disfunctie
Primaire myocardaandoeningen
- genetische achtergrond
- autosomaal dominant
- 50% kans dat kinderen ook aangetast zijn
- komen in aanmerking voor embryoselectie
- pre-implantatie genetische testing (PGT-IVF)
- komen in aanmerking voor embryoselectie
- 50% kans dat kinderen ook aangetast zijn
- met verminderde penetrantie
- niet alle dragers worden ziek
- variabele expressie
- autosomaal dominant
- genetisch onderzoek helpt bij
- diagnose
- prognose
- therapie

- vijf fenotypes - eerste twee belangrijk
- hypertrofe cardiomyopathie (HCM)
- gedilateerde cardiomyopathie (DCM)
- non-dilated LV cardiomyopathie (NDLVC)
- diagnose: MRI
- arritmogene RV cardiomyopathie (ARVC)
- restrictieve cardiomyopathie (RCM)
Hypertrofe cardiomyopathie (HCM)
- prevalentie: 1/500
- vaak asymmetrisch
- vaak asymptomatisch
- 50% ontwikkelt op termijn klachten
- oorzaak
- mutatie in sarcomeer genen
- symptomen
- dyspnoe bij inspanning
- thoracale pijn
- syncope
- palpitaties
- afwijkend ECG
- diagnose o.b.v. wanddikte
- TTE
- MRI
- behandeling bij
- LV outflow tract obstruction (LVOTO)
- versmalde uitgang
- Venturi effect
- LV bloed zuigt mitralis leaflet opzij
- uitgang wordt nog smaller
- behandeling
- medicatie
- oude aanpak
- betablokkers
- calcium antagonisten
- nieuwe aanpak
- myosine inhibitoren (mavacamten)
- oude aanpak
- septum reductie
- ablatie (katheter)
- infarct m.b.v. alcohol
- complicatie: AV geleiding verstoord
- myomectomie (invasief)
- ablatie (katheter)
- medicatie
- preventie plotse dood
- implanteerbare defibrillator (ICD)
- != pacemaker
- o.b.v. risicoscore
- implanteerbare defibrillator (ICD)
- hartfalen: zie elders
- thoracale pijn: zie elders
- VKF: zie elders
- LV outflow tract obstruction (LVOTO)
- speciale vorm HCM: cardiale amyloidose
- oorzaak: verkeerd gevouwen eiwit
- concentrische LV hypertrofie
- vormen
- AL
- TTR
- erfelijk
- verworven
- symptomen: "red flags"
- diagnose
- biopsie
- botscan (voor TTR vorm)
Gedilateerde cardiomyopathie (DCM)
- oorzaken
- vaak familiaal (20-35%)
- niet erfelijk
- coronaire ziekte
- tachycardiomyopathie
- o.a. bij langdurig ongecontroleerde VKF
- geleidingsstoornis cardiomyopathie
- linker bundel tak blok (LBTB)
- ventriculaire extrasystole (VES)
- toxische cardiomyopathie
- auto-immuun
- peripartum
- (voeding)
- (hormonaal)
- (infectie)
- (elektrolyten)
- behandeling
- preventie plotse dood
- pacemaker (ICD)
- hartfalen behandeling (zie elders)
- VKF behandeling (zie elders)
- preventie plotse dood
✅ Hartfalen (HF) (2u)
- prof. L. Van Aelst
- zie ook cursustekst
- ESC 2021 guidelines
- ESC 2023 focussed update
1 Definitie
- definitie: hartfalen
- syndroom
- verzameling symptomen (subjectief) en tekenen (objectief)
- structureel en/of functioneel
- hogere drukken en/of afwijkende cardiac output
- bij rust of bij inspanning
- syndroom
- definitie: LV disfunctie
- geen klachten (i.t.t. hartfalen)
- voorbeeld: na chemotherapie
- belangrijkste symptomen en tekenen
- dyspnoe, orthopnoe, paroxysmal nocturnal dyspnoe (PND)
- inspannings intolerantie
- vermoeidheid
- verlengde recuperatietijd
- enkel oedeem
- CVD / HJR +
- S3
- apicale impuls meer lateraal
2 Terminologie
- o.b.v. efectiefractie (EF)
- HFrEF: 40%- EF
- reduced
- "hef ref"
- 50% van alle HF
- probleem van ESV (leegpompen, systolisch)
- HFmrEF: 41-49% EF
- midrange of mildly reduced
- "hef em-ref"
- HFpEF: 50%+ EF
- preserved
- "hef pef"
- probleem van EDV (vullen, diastolisch)
- HFrEF: 40%- EF
- o.b.v. kant: linker- vs rechter hartfalen
- zie deel 7
- o.b.v. verloop
- chronisch HF: "for some time"
- stabiel HF (min 1m)
- gedecompenseerd HF -> acuut
- acuut
- de novo HF
- oorzaak zoeken
- arritmie
- infectie
- ischemie
- anemie
- hypertensie
- incompliantie
- medicatie
- ...
- oorzaak zoeken
- de novo HF
- chronisch HF: "for some time"
3 Epidemiologie
- prevalentie: 1-2% in EU
- vooral ouderen
- vooral HFrEF (50%)
4 Etiologie
- intrinsieke myocard aandoeningen
- ischemie en necrose (coronairen)
- genetisch
- myocarditis
- infiltratief
- amyloidose
- sarcoidose
- iatrogeen
- chemo, radiotherapie
- gezond maar overbelast
- druk: klepstenoses
- volume: klepinsufficienties of shunts
5 Pathofysiologie
- modellen / paradigma's (oud naar nieuw)
- cardiorenale hypothese
- hemodynamische hypothese
- o.a. Frank-Starling vergelijking
- preload, afterload, wandspanning, ...
- neurohormonaal model
- "index event" -> schade
- infarct
- hypertensie
- myocarditis
- kleplijden
- congenitaal
- compensatie
- zenuwstelsel
- sympatisch
- vasoconstrictie
- ...
- parasympatisch
- sympatisch
- RAAS systeem +
- Na retentie
- dorst
- vasoconstrictie
- aldosterone +
- ADH = AVP (arginine vasopressine) +
- vasoconstrictie
- LV hypertrofie / remodeling
- H2O retentie
- natri-uretische peptides (NP)
- remmem effecten klein beetje af
- ANP: a-type? / atriaal
- BNP: b-type / brain
- verloop
- initieel OK
- veroorzaakt secundaire schade
- zenuwstelsel
- "index event" -> schade
- biomechanisch model (huidig)
- paper: Mann, Bristow (2005)
- bio: neurohormonaal
- mechanisch: LV remodeling
- (1) in cardiomyocyt
- intracellulair
- los van neurohormonale effecten
- minder contractiliteit
- (2) in extracellulaire matrix
- meer collageen
- maar: dilatatie i.p.v. stijfheid
- myocardial slippage
- dus minder contractiliteit
- meer collageen
- (3) in kamergeometrie
- kegel -> ballon
- meer wall stress
- lekkende mitralisklep
- (1) in cardiomyocyt
6 Hemodynamiek
- afkortingen
- cardiac output (CO)
- LV eind diastolisch volume (LVEDV)
- systeem vasculaire weerstand (SVR)
- CO vs LVEDP
- CO vs afterload of SVR

- normaal: zelfde CO bij elke afterload
- disfunctie: dalende CO bij hogere afterload
- behandeling: reductie afterload -> toename CO
7 Klinische manifestaties
- aanpak
- anamnese (symptoms)
- klinisch onderzoek (signs)
- technische onderzoeken ter bevestiging
- ernst hartfalen: New York Heart Association (NYHA) score
- klasse I (asymptomatisch)
- No limitation of physical activity; ordinary physical activity does not cause undue fatigue, palpitation, or dyspnea
- klasse II (symptomen bij inspanning zoals trap nemen)
- Slight limitation of physical activity; comfortable at rest; ordinary physical activity results in fatigue, palpitation, or dyspnea
- klasse III (symptomen bij minste inspanning)
- Marked limitation of physical activity; comfortable at rest; less than ordinary activity causes fatigue, palpitation, or dyspnea
- klasse IV (symptomen in rust)
- Unable to carry on any physical activity without discomfort; symptoms of heart failure at rest; if any physical activity is undertaken, discomfort increases
- klasse I (asymptomatisch)
- linker hartfalen
- op zich of samen met rechter hartfalen
- symptoms
- longcongestie
- dyspnoe, orthopnoe, PND
- hoest
- extreem: acuut longoedeem (ALO)
- gebruik hulp ademhalingsspieren
- nycturie = nachtelijk plassen
- longcongestie
- signs
- basale crepitaties
- tachycardie
- galop tonen
- technische onderzoeken
- RX thorax: ABCDE
- alveolair oedeem: "bat wings"
- Kerley B lines
- cardiomegalie
- dilatatie tr. pulmonalis
- (pleurale effusie)
- echocardiografie
- biochemie: BNP / NT-proBNP ("rem")
- spiegel ~ ernst hartfalen
- lager is beter
- diagnose
- laag: geen HF
- hoog: mogelijk HF
- verhoogd bij chronische nierinsufficientie
- kijk vooral naar trend i.p.v. baseline
- spiegel ~ ernst hartfalen
- RX thorax: ABCDE
- rechter hartfalen
- op zich geen impact op longen
- maar meestal samen met linker hartfalen
- symptomen
- vage klachten
- moe
- anorexie
- abdominale last
- signs
- CVD / HJR +
- hepatomegalie (+ ascites)
- oedemen
- rechter ictus
- galoptonen
- technisch
- RX thorax (__C_E)
- cardiomegalie
- pleural effusion
- echocardiografie
- biochemie: BNP / NT-pro BNP
- RX thorax (__C_E)
- op zich geen impact op longen
8 Behandeling
- algemeen
- oorzaak en uitlokkende factoren behandelen
- acuut: energiebehoefte hart verminderen
- bedrust
- lichte sedatie (morfine SC)
- dagboek
- gewicht
- vochtretentie
- bloeddruk
- hartritme
- gewicht
- niet-farmacologisch
- beperk zout
- niet: GEEN zout
- wel: geen EXTRA zout
- beperk vocht
- 1.5l/dag
- uitzondering: soms bij rechter hartfalen
- wel voldoende bewegen (cardio = aeroob)
- beperk zout
- farmacologisch
- HFrEF
- sinds 2021: "all at once" parallel opstarten
- quadruple therapie
- (1) RAAS remmers
- ACE inhibitors (ACE-I)
- voorbeelden (-pril)
- ramipril
- captopril
- nevenwerkingen: hoest, GI klachten
- voorbeelden (-pril)
- angiotensine II receptor blockers (ARB)
- = sartanen
- voorbeelden (-sartan)
- candesartan
- losartan
- valsartan
- neprilysine inhibitor
- inhibitie afbraak ANP, BNP
- voorbeeld: sacubitril
- altijd in combinatie (zie ARNI)
- angiotensine-receptor neprilysine-inhibitor (ARNI)
- = ARB + neprilysine inhibitor
- voorbeeld: sacubitril/valsartan (Entresto)
- ACE inhibitors (ACE-I)
- (2) betablokkers
- sympatisch zenuwstelsel afremmen
- voorbeeld (-olol): bisoprolol
- (3) mineralocorticoid receptor antagonisten (MRA)
- = aldosterone antigonisten (AA)
- voorbeelden
- spironolactone
- sterolen, lijkt op hormonen
- bijwerkingen: gynaecomastie, ...
- eplerenone
- spironolactone
- (4) SGLT2 inhibitor
- initieel enkel bij diabetes patienten
- werking onduidelijk
- voorbeelden
- dapagliflozin
- empagliflozin
- varia (geen leerstof)
- lisdiuretica
- voorbeelden
- furosemide (Lasix)
- bumetanide (Burinex)
- torasemide (Torrem)
- voor kleiner effect: thiazide diuretica
- voorbeelden
- ivabradine
- funny current inhibitor
- effect: bradycardie
- als 75+ bpm na betablokkers
- digitalis
- vingerhoedskruid
- voorbeeld: digoxine
- werkt op Na-K pomp
- positief inotroop
- klein effect
- Hydralazine
- voordeel bij zwarten?
- lisdiuretica
- start low, go slow
- begin met lage dosis
- traag opdrijven tot target
- devices (geen leerstof)
- ICD
- transveneus
- subcutaan
- ballon dilatatie
- ECMO
- kunsthart
- hart transplantatie (HTX)
- ICD
- sinds 2021: "all at once" parallel opstarten
- HFmrEF
- goede evidentie
- diuretica
- SGLT2 inhibitor
- minder evidentie, vaak wel starten
- ACE-I / ARB / ARNI
- MRA
- betablokkers
- goede evidentie
- HFpEF
- geen bewijs voor (of tegen) effect HFrEF medicatie
- diuretica
- SGLT2 inhibitor
- comorbiditeiten aanpakken
- HFrEF
- palliatieve zorgen
- op tijd bespreken
ECG, ritme, pacemaker en defibrillator (6.5u)
- prof. R. Willems
- leerstof
- cursus medica
- lesmateriaal op toledo
1 Achtergrond ECG
- zie bloedsomloop
- kanalen
- Na instroom bij depolarisatie
- Ca instroom bij plateau
- K uitstroom bij repolarisatie
- belangrijk voor anti-aritmia
- afleidingen
- frontaal
- driehoek Einthoven
- I, II, III
- Goldberger
- aVL, aVR, aVF

- driehoek Einthoven
- precordiaal
- V1-V6
- extra
- V3R-V6R
- V7
- V8
- frontaal
- X-as
- snelheid: 25 mm/s
- dus 0.04 s/mm = 40ms / mm
- klein blokje (1x1): 40 ms
- groot blokje (5x5): 200 ms
- Y-as: 0.1 mV/mm of 10 mm/mV
2 Normaal ECG
- ECG protocol
- frequentie (bpm)
- 300 / n grote blokjes
- bij regelmatige ritmes
- anders: manueel tellen over aantal seconden
- 300 / n grote blokjes
- ritme
- zie deel 5
- QRS-as

- o.b.v. I+aVF
- normaal: -30 tot 90 graden (kwadrant IV+)
- LAD: -30 tot -90 (deel kwadrant I)
- RAD: 90 tot 180 (kwadrant III)
- EAD: 180 tot -90 (kwadrant II)
- deflection per lead during QRS
- pos / neg / equiphasic
- Lead I en aVF: loodrecht assenstelsel
- pos/pos = 2x thumps up = normaal | | aVF: pos | aVF: neg | |------------|----------|----------| | I: pos | normaal | ~LAD | | I: neg | RAD | inderterminate
- QRS-morfologie
- max 100ms
- ST segment
- T morfologie en QT tijd
- QT interval
- afhankelijk van frequentie
- Bazett:
- : ms
- : ms
- : s
- QTc = QT bij 60bpm
- QT interval
- besluit
- frequentie (bpm)
3 Hypertrofie en geleidingsstoornissen
Hypertrofie


- LA hypertrofie
- brede (>120ms) P golf met notching in I en II
- bifasische P in V1
- tweede component diep, breed
- RA hypertrofie
- P > 2.5mm in II, III, aVF
- bifasische P in V1
- LV hypertrofie
- groter QRS
- TODO criteria
- RV hypertrofie
- moeilijk, geen eenduidige definitie
- diagnose onzeker indien QRS > 120ms
Geleidingsstoornissen
- QRS > 100ms
- indeling
- volledig bij > 120ms
- onvolledig bij 100-120ms
- andere oorzaken
- AV extraverbinding (Kent bundel)
- ventriculair of pacemaker ritme
- elektrolietenstoornis
- K +
- hypothermie
- anti-aritmica
- klasse 1C
- flecainide
- propafenone
- klasse 1C
- indeling
- rechter bundel tak blok (RBTB)
- QRS >= 120ms
- ...
- diagnose van MI blijft mogelijk, van RV hypertrofie niet
- linker bundel tak blok (LBTB)
- QRS >= 120ms
- V1: rS of QS
- ...
- diagnose van MI en LV hypertrofie niet meer mogelijk
- aspecifiek
4 Ischemie en inspannings ECG
- bepaling van
- ernst schade
- subendocardiale ischemie vs transmurale ischemie
- subendocardiale ischemie
- ST segment depressie
- negatieve T gold
- transmurale ischemie
- ST segment elevatie
- hyperacture T golf
- negatieve T golf
- subendocardiale ischemie
- ischemie vs necrose
- instabiele angor vs NSTEMI vs STEMI
- subendocardiale ischemie vs transmurale ischemie
- localisatie
- DDX
- ernst schade
STEMI
- hyperacute fase
- spitse, hoge T
- ST elevatie
- ...
- na 24-48u
- verminderde ST elevatie
- T inversie
- pathologische Q golf
- na weken/maanden
- ST iso-elektrisch
- normale T
- pathologische Qs
- TODO criteria
NSTEMI
- ST depressie
- negatieve T
- thoracale pijn, zweten, nausea
- positieve enzymes (troponines)
- DDX: aflopende ST depressie
- ischemie bij thoracale pijn
- digitalis intoxicatie bij geen thoracale pijn
- strain bij hypertrofie
- DDX: negative T
- normaal in sommige leads
- cardiomyopathie
- pericarditis
- bundel tak blok (BTB)
- subarachnoidale bloeding
- elektrolietenstoornis
- digitalis intoxicatie
- acidose / alkalose
- DDX: ST elevatie
- acuut MI
- vroege repolarisatie
- pericarditis
- LBTB
- hyperkaliemie
- Brugada syndroom
- DDX: ST depressie
- subendocardiale ischemie
- reciproke verandering bij infarct
- LV hypertrofie
- digitalis
- hypokaliemie
- normale J-punts depressie bij tachycardie
- DDX: hoge R golf in V1
- achterwand MI
- RV hypertrofie
- pre-excitatie
- RBTB
- normale variant
- hyperkaliemie
- urgentie
- hoge T
- QRS verbreding
- kleine P
- hypokaliemie
- negatieve of iso-elektrisch T
- verlengd QT
- ST daling
- U golf
- digitalis
- acute pericarditis
- vroege repolarisatie
- Brugada syndroom
- in V1, V2 en V3
- verbreed QRS
- aflopende ST elevatie
- negatieve T
- in V1, V2 en V3
- pre-excitatie
- proximale LAD stenose
- teken van Wellens
- hoofdstamletsel
5 Ritmestoornissen - palpitaties en syncope
Palpitaties
- anamnese
- sinds wanneer
- regelmaat
- snel
- duur
- uitlokkend: inspanning? stress? ..?
- geassocieerde symptomen
- nekpulsaties
- (pre)syncope
- angor
- voorgeschiedenis
- cardiaal
- psychiatrisch (paniek, angst)
- familiaal
- medicatie
- sociale anamnese
- aanwijzingen
- overslaan / extra slagen (AES, VES)
- aanhoudend snel: VT, SVT
- onregelmatig: VKF
- plots begin/einde: VT, SVT
- gradueel begin/einde: sinus tachycardie
- "kikkerpols" of "nekpulsaties": SVT
- A en V samen
- levensbedreigend?
- KO
Syncope
- cerebrale hypoperfusie
- komt vaak voor
- bimodaal
- jong
- vaak non-cardiac
- oud
- vaak cardiac
- vooral bij mannen
- vaak cardiac
- jong
- bimodaal
- transient loss of consciousness (TLOC)
- niveau 1
- niet-traumatisch
- hoofd trauma
- niveau 2
- syncope
- soorten
- reflex
- vaso-vagaal (VVS)
- ...
- orthostatisch
- medicatie
- autonoom zenuwstelsel
- cardiaal
- aritmie
- brady
- SN disfunctie
- AV block
- tachy
- VT
- SVT
- LQTS
- Brugada
- brady
- structureel
- acuut MI
- aorta stenose
- HCM
- pulmonale hypertensie
- aorta dissectie
- aritmie
- reflex
- soorten
- epilepsie
- psychogeen
- zeldzame gevallen
- syncope
- niveau 1
- klinisch onderzoek
- carotis massage bij 40j+
- pauze > 3s
- of BDval 50mmHg+
- carotis massage bij 40j+
- ECG
- bloeddruk
- staand
- liggend
6 Anti-aritmica
- zz = zeldzaam
- oorzaak
- abnormale vorm
- abnormale geleiding
- automaticiteit
- verstrekt
- sinus tachycardie
- abnormaal
- niet-sinus en niet-AV knoop weefsel
- verstrekt
- re-entry
- Vaughan-Williams classificatie van anti-aritmica
- onvolledig, overlap
- klasse I
- natrium kanaal blokkers
- Ia: repolarizsatie + (verlengen)
- niet voor basisarts
- Ib: repolarisatie -
- lidocaine
- indicatie: VT bij acute ischemie
- nevenwerkingen
- draaierigheid
- desorientatie
- convulsies
- hypotensie
- lidocaine
- Ic: repolarisatie
- flecainide
- indicaties
- conversie VKF
- behoud sinusritme bij parox VKF
- SVT
- contra-indicatie
- structureel hartlijden (CAST 1989 studie)
- nevenwerkingen
- hartfalen
- ventriculaire ritmestoornissen
- wazig zicht, tremor, duizeligheid, paresthesieen
- GI ongemak, nausea, metaalsmaak
- indicaties
- propafenone
- flecainide
- klasse II
- betablokkers
- metoprolol
- atenolol
- betablokkers
- klasse III
- repolarisatie (en refractieperiode) +
- via K+ kanalen
- voorbeelden
- amiodarone
- indicaties
- VKF conversie
- onderhoud sinusritme
- derde lijn: als andere middelen falen
- ventriculaire ritmestoornissen
- reanimatie
- nevenwerkingen ("vuil middel")
- fototoxiciteit
- huidverkleuring
- schildklierproblemen (10%)
- longfibrose
- neerslag in cornea
- neuro en GI weerslag
- Torsade de Pointes (TdP)
- AV block
- interactie met digoxine en OAC
- verminderde clearance
- indicaties
- dronedarone
- niet op Belgische markt
- onderhoud sinusritme
- minder krachtig dan amiodarone
- contra-indicaties
- instabiel hartfalen
- nevenwerkingen
- longtoxiciteit
- levertoxiciteit
- hogere CV morbiditeit/mortaliteit?
- sotalol
- indicaties
- onderhoud sinusritme
- niet voor stoppen ritmestoornis
- nevenwerkingen
- bradycardie
- TdP
- hartfalen (want negatief inotroop)
- indicaties
- amiodarone
- klasse IV
- calcium antagonisten
- verapamil
- indicaties
- vertraging bij VKF
- conversie SVT
- neverwerkingen
- bradycardie
- hartfalen (want negatief inotroop)
- constipatie
- enkeloedeem
- nausea
- indicaties
- diltiazem
- verapamil
- calcium antagonisten
- andere
- adenosine
- indicatie
- conversie SVT
- nevenwerkingen
- flushing
- dyspnoe
- thoracale pijn
- VKF
- cave Wolf-Parkinson-White (WPW) syndroom
- malaise
- asthma
- indicatie
- digoxin
- zeldzaam
- niet krachtig genoeg voor gebruik op zich
- samen met betablokkers (klasse II) of verapamil (klasse IV)
- nevenwerkingen
- VT
- bradycardie
- anorexia, nausea, diarree
- xanthopsie
- gele verkleuring zicht
- gynaecomastie
- verwardheid, agitatie
- vernakalant
- klasse I en III
- indicatie
- conversie VKF
- contra-indicaties
- ernstig AS
- ACS
- NYHA 3 en 4 of EF < 35%
- hypotensie
- bradycardie of QT > 440ms
- andere IV anti-aritmica
- nevenwerkingen
- neuro
- cardiaal
- pneumo
- GI
- dermato
- adenosine
Niet-farmacologisch
- acuut
- vagale manoeuvers
- carotis massage
- valsalva
- DC cardioversie ("strijkijzers")
- async
- bij reanimatie
- sync
- tijdens QRS
- async
- vagale manoeuvers
- profylactisch
- pacemaker
- defibrillator
- implanteerbare cardioverter defibrillator (ICD)
- subcutane ICD
- buiten hart
- ablatie
- radiofrequentie (RF)
- cryo
- pulsed field ablatie (PFA)
7 Bradycardie ECG
8 Supraventriculaire tachycardie (SVT)
9 Voorkamerfibrillatie (VKF)
10 VT, VF en SCD
Ventriculaire tachycardie (VT)
Ventriculaire fibrillatie (VF)
Sudden cardiac death (SCD)
11 Toekomst
✅ Diagnostiek (2u)
- prof. J.U. Voigt
1 Lichamelijk onderzoek
- niet focus van deze les
- zie OPO vaardigheden
- belang van klinisch onderzoek neemt af
- beeldvorming wordt goedkoper
- verschillende zintuigen gebruiken
- punt van Erb: IC3 links
- geruis = murmur
- altijd pathologisch
- timing
- systolisch vs diastolisch
- vroeg / mid / laat
- systolisch vs diastolisch
- verloop
- karakter
- intensiteit
- S3 = ventricular gallop
- S4 = atrial gallop
2 Biomerkers
- CV risico
- voor atherosclerose
-
1: leeftijd
- high LDL, low HDL
- hypertensie
- roken
- geslacht: man
- DM type 2
- levensstijl (dieet, beweging)
-
- zie SCORE2 tool
- voor atherosclerose
- (1) cholesterol
- (2) troponine
- snelle vrijzetten (binnen 1u)
- types
- high sensitivity cardiac troponine I (hs-cTnI)
- meer specifiek voor hart
- ook beinvloed door nierfunctie
- blijft maar enkele dagen verhoogd
- high sensitivity cardiac troponine T (hs-cTnT)
- high sensitivity cardiac troponine I (hs-cTnI)
- acuut coronair syndroom (ACS)
- noodgeval
- diagnose
- kliniek
- ECG: STEMI/NSTEMI
- labo: troponine >
- herhaal na 1u
- herhaal na 3u
- (3) NT-proBNP
- "N-terminal pro-brain natriuretic peptide"
- bij uitrekking myocard cellen
- bij hartfalen (HF)
3 Beeldvorming
- doel
- diagnose
- DDX
- behandelplan
- therapiecontrole
- prognose
- modaliteiten
- angio
- cardiac CT (CCT)
- cardiac MR (CMR)
- echocardiografie
- scintigrafie
- hoe kiezen
- klinische vraagstelling
- performance
- beschikbaarheid
- haalbaarheid
- prijs
- risico patient
- invasief?
- bestraling?
- contrast?
- ALARA principe
- as low as reasonably reasonable
RX thorax
- vroeger zelfs geen indicatie nodig
- nu wel
- aanzicht
- posterior-anterior
- lateraal
Cardiac CT (CCT)
- dual source
- loodrecht
- multi-row detector (64 / 128 / 256)
- spiral CT
- trigger a.h.v. ECG
- meer straling
- voordeel
- heel snel
- hoge resolutie
- weinig risico op claustrofobie
- 3D reconstructie
- virtuele endoscopie
- met of zonder contrast
- zonder: Ca score
- met
- anatomie
- bloedvaten
- aorta dissectie
- aorta aneurysma
- coronairen
- sterke uitsluitende kracht voor coronary artery disease (CAD)
- perfusie
Coronary angiography
- mono- or biplane fluoroscopy
- 1 vaak voldoende
- invasief, dus niet eerste lijn
- contrast nodig
- beste test voor coronaire stenose
- combinatie diagnose + interventioneel
- ballon dilatatie
- stent
- klep vervanging
- ...
- combinatie diagnose + interventioneel
LV angiography
- evaluatie pompfunctie a.h.v. contrast
- niet meer gebruikt
- vervangen door echocardiografie
Scintigrafie (SPECT, PET)
- nucleaire geneeskunde
- herhaling van vorig jaar
- SPECT
- 99mTC
- lagere resolutie
- langere opnametijd
- "cardiac camera"
- veel camera's rondom
- allemaal gericht naar hart
- rest vs stressconditie
Cardiac MR (CMR)
- herhaling
- "one stop shop" voor cardioloog
- niet meer weg te denken
- voordelen
- tissue characterization
- goede spatiele resolutie
- nadelen
- duur (350 EUR)
- lange wachttijden
- lang onderzoek
- beperkte temporele resolutie
- moeilijk bij arrhythmia
- kleine buis
- patienten mogen niet te dik zijn
- claustrofobie
- partiele oplossing: prisma bril + video achter patient
- opletten voor pacemakers
- moderne pacemakers zijn compatibel
- delayed enhancement
- doel: onderscheid spier - littekenweefsel
- litteken houdt contrast langer vast
- "vitaliteitsbeoordeling"
- hemodynamiek in kaart brengen
- cf. doppler
Echocardiografie
- "backbone" van klinische cardiologie
- kostenefficient
- draagbaar
- veilig
- pijnloos
- morfologie, functie, hemodynamiek
- nadeel
- niet door lucht/bot
- long geeft witte reflectie + schaduw erachter
- daarom patient links draaien
- locaties
- parasternaal (IC2-3)
- apicaal
- rest minder gebruikt
- subcostaal
- suprasternaal
- twee soorten
- trans-thoracale echo (TTE)
- trans-(o)esophageal eecho (TOE=TEE)
- ultrasound
- 2-10MHz
- frequentie
- hoger ~ betere resolutie
- lager ~ dieper
- daarom soms TOE
- geen ribben (bot)
- geen longen (lucht)
- korte afstand
- dus hoge frequentie OK
- dus hoge resolutie
- LV volume schatting
- assumptie: rotatie symmetrie
- slagvolume
- eind diastolisch volume (EDV)
- eind systolisch volume (ESV)
- ejectiefractie
- cardiac output
- regionale functie
- wall motion score (WMS)
- normaal
- hypokinesie: verminderde beweging wand
- akinesie: geen beweging wand
- dyskinesie: beweging wand naar buiten i.p.v. binnen
- wall motion score (WMS)
- speckle tracking
- cf. optical flow
- bull's eye grafiek
- meting van
- snelheid
- beweging
- vervorming
- global longitudinal strain (GLS)
- normaal: 20%
- Doppler effect
- modes
- spectral (details niet belangrijk)
- continuous wave (CW) doppler
- bij hoge snelheden
- no aliasing
- pulsed wave (PW) doppler
- bij lage snelheden
- op vaste positie
- continuous wave (CW) doppler
- kleurendoppler
- kleur ~ snelheid en richting
- rood: naar sonde
- blauw: weg van sonde
- spectral (details niet belangrijk)
- haemodynamische metingen
- snelheid
- druk
- modes
Inspanningsoefeningen
- fietsproef + ECG
- fietsproef + echo
- of loopband
3D echo
- TTE of TOE
- doel
- kleplijden in kaart brengen
- ...
Wanneer wat kiezen?
- wet van Bayes
- herhaling OPO Medische Praktijkvoering
- pre-test probabiliteit
- heel laag: geen verdere tests
- heel hoog: direct behandelen
- post-test probabiliteit
- sensitiviteit
- specificiteit
- doel: rule out CAD: CT scan

Bloedvaten
✅ Occlusief en aneurysmatisch lijden (5u)
- prof. I. Fourneau
- cursus
- 6.1 Chronische arteriële insufficiëntie van de onderste ledematen p101-130
- 6.2 Chronische arteriële insufficiëntie supra-aortische vaten p131-146
- 6.3 Arteriële insufficiëntie viscerale vaten p146-151
- 6.4 Acute ischemie van de ledematen p151-161
- 6.5 Diabetische arteriopathie p161-167
- 7 Aneurysmatisch lijden p169-184
- 8 Dissectie p187-198
- 9.2.3 Ziekte van Buerger p 204-205
- 9.3.2 Popliteaal entrapment p212
- 9.5 Bestralingsgeïnduceerde letsels p 220
- 9.7.1 Adventitionele cyste van de a.poplitea p 222
- 9.7.2 Endofibrose van de a.iliaca p 222
- 10.2.1 Traumatische aortaruptuur p225-226
Occlusief
6.1 Chronische arteriële insufficiëntie van de onderste ledematen
- perifeer aterieel vaatlijden (PAV)
- oorzaak
- heel vaak atherosclerose
- uitzonderingen: hfst 9
- waar
- hoge schuifkrachten
- bifurcaties (carotis, aorta, femoralis)
- systeemziekte
- dus vaak ook coronairen en hersenvaten aangetast
- sterk verhoogd risico op MI of CVA bij symptomatisch perifeer vaatlijden
- dus vaak ook coronairen en hersenvaten aangetast
- heel vaak atherosclerose
- risicofactoren
- vooral
- roken
- vaker mannen
- diabetes
- roken
- minder
- hypertensie
- hyperlipidemie
- hormonale beschermingen vrouwen onder 70
- vooral
- symptomen
- meestal a.h.v. Fontaine stadia
- diameter > 50% (dus oppervlakte > 25%): vaak asymptomatisch
- claudicatio = etalagebenen
- link met inspanning
- kleine minderheid loopt risico op ischemie
- soorten
- vasculair (hier)
- pijn gaat weg na even (rechtop) stilstaan
- neurogeen
- pijn gaat enkel weg na zitten/hurken
- vasculair (hier)
- classificatie
- invaliderend: 250m -
- niet-invaliderend: 250m +
- rustpijn: vaak 's nachts
- meestal distaal (voet)
- horizontaal: geen zwaartekracht
- lagere bloeddruk
- meer recent: Rutherford-Becker
-

- vanaf stadium 2: daling enkel/arm index in rust
- meestal a.h.v. Fontaine stadia
- onderzoeken
- anamnese
- klinisch onderzoek
- inspectie
- palpatie
- auscultatie
- proef van Lasègue = straight leg raising test
- DD ischiaspijn (zenuwknelling)
- doppler
- enkel/arm index
- normaal: 0.9 - 1.3
- looptest
- duplex = echo + doppler
- transcutane zuurstofspanning (tcPO2)
- angiografie
- behandeling
- levensstijl
- rookstop
- looptraining / wandeltraining
- basisbehandeling voor iedereen met claudicatio
- min 3x30min/week
- best onder supervisie
- voor, na of samen met heelkunde
- medicatie
- aspirine = acetylsalicylzuur (ASA)
- DOAC (rivaroxaban)
- (VKA)
- na bypass
- statines
- toekomst: angiogenese
- revascularisatie
- indicatie
- niet bij asymptomatisch
- risicoafweging bij claudicatio i.f.v. ernst
- wel bij rustpijn en niet-helende wonden
- endovasculair
- ballon dilatatie
- stent
- materiaal
- roestvrij staal
- nitinol (nikkel-titanium)
- thermisch geheugen
- twee soorten
- ballon-expandeerbaar
- sterkere radiaire kracht
- nauwkeuriger
- veert niet terug na indrukken
- goed voor korte, sterk verkalkte aders
- zelf-expandeerbaar
- langer, tortueuzer
- veert terug na indrukken
- ballon-expandeerbaar
- materiaal
- complicaties
- re-stenose
- oplossingen
- drug-eluting stents (DES)
- vooral geschikt voor coronairen
- drug-coated baloon (DCB)
- drug-eluting stents (DES)
- oplossingen
- systemisch
- contrast (jodium)
- anesthesie (vaak lokaal)
- lokaal
- hematomen
- dissecties
- AV shunts
- ruptuur
- re-stenose
- resultaten
- beter bij kleinere letsels
- beter bij proximale letsels
- open heelkunde
- drie manieren
- sympathectomie
- twee technieken
- resectie (kan laparoscopisch)
- chemisch
- indicatie: rustpijn, geen weefselverlies, geen andere revascularisatie mogelijk
- twee technieken
- endarterectomie
- opensnijden
- vooral bij oppervlakkige arteries (zoals a. femoralis communis)
- plaque verwijderen
- intima verwijderen
- eventueel met verbredingspatch
- opensnijden
- bypass
- materiaal
- v. saphena magna
- voor kleinere vaten
- kunststof
- PET
- goretex = PTFE
- atrombogene coating (pseudo-intima)
- voor grotere vaten
- allograft
- bij infecties
- v. saphena magna
- resultaten
- patency ~ proximaal
- beter dan endovasculair
- patency ~ proximaal
- materiaal
- sympathectomie
- drie manieren
- indicatie
- samenvatting
- aorta
- a. iliaca
- a. femoralis communis
- endarterectomie
- a. femoralis superficialis
- looptraining
- endovasculair
- femoropopliteale bypass (bij herhaaldelijke restenose)
- beste resultaat met v. saphena magna
- a. profunda femoris
- a. poplitea
- boven knie
- onder knie
- levensstijl
6.2 Chronische arteriële insufficiëntie supra-aortische vaten
a. carotis
- beroerte = stroke = CVA
- epidemiologie
- 80% ischemie
- 20% embolen van a. carotis interna
- 80% varia
- 20% hersenbloeding
- 80% ischemie
- risicofactoren
- leeftijd
- man
- diabetes
- coronair lijden
- hyperlipidemie
- hypertensie
- roken
- gevolgen (1 lichaamshelft)
- hemiparese/hemiplegie, afhangende mondhoek
- blind
- gevoelsstoornissen
- afasie
- mini-beroerte = transient ischemic attack (TIA)
- max 24u symptomen
- volledig herstel
- epidemiologie
- atherosclerose t.h.v.
- bifurcatie
- a. carotis interna, oorsprong
- diagnose
- klinisch onderzoek
- souffle
- neurologisch onderzoek
- technisch
- duplex halsvaten
- a. carotis interna: kenmerkende diastolische flow
- transcraniele doppler
- intra-arteriele digitale subtractie angiografie (IA-DSA)
- gouden standaard
- geen routine meer
- CT/MR angio
- i.p.v. IA-DSA
- CT/MR hersenen
- (EEG)
- duplex halsvaten
- klinisch onderzoek
- screening
- duplex
- bij hoog CV risico
- stenose < 50%: herhaal om 12-24m
- stenose > 50%: herhaal om 6-12m
- behandeling
- medicatie
- risicofactoren behandelen
- plaatjesremmer
- aspirine
- statines
- heelkundig
- endarterectomie (voorkeur)
- indicatie
- symptomatisch, stenose > 50%, ...
- asymptomatisch, stenose > 70%, ...
- moet afgeklemd worden
- monitor collaterale bevloeiiing hersenen
- EEG
- saturatie
- ...
- eventueel enkel lokale verdoving
- monitor collaterale bevloeiiing hersenen
- indicatie
- stenting (enkel bij hoog operatief risico)
- endarterectomie (voorkeur)
- medicatie
- complicaties
- per-/post-operatieve CVA
- zenuw beschadiging
- n. hypoglossus
- n. facialis
- n. vagus
Vertebrobasilair
- a. vertebralis
- V1: oorsprong (uit a. subclavia)
- V2: door foramina transversaria
- V3: tussen axis en schedelbasis
- V4: intracranieel
- naar circulus van Willis
- 30% hersenbevloeiing
- vooral cerebellum en medulla oblongata
- diagnose
- cf. carotis
- otovestibulair onderzoek
- RX + CT cervicale wervelzuil
- behandeling
- medicatie (voorkeur)
- plaatjesremmers
- fysiotherapie
- tegen vertigo en evenwichtsstoornissen
- endovasculaire technieken
- ballon dilatatie + stenting (voorkeur)
- open chirurgie
- vooral V1 (ostiaal)
- herinplanten a. vertebralis op a. carotis communis
- medicatie (voorkeur)
Bovenste lidmaat
- veel minder occlusief lijden
- symptomen
- acute ischemie
- arm claudicatio (inspanningsgebonden)
- ulceraties
- vasospastische klachten
- subclavian stealsyndroom
- minder bloed naar a. vertebralis na inspanning bij stenose a. subclavia
- coronary stealsyndroom
- angorklachten na overbrugging via a. mammaria
- diagnose
- anamnese
- KO
- palpatie
- percussie
- auscultatie
- bloeddruk, bilateraal
- Allen test
- technisch
- serologie
- immunologische screening (sclerodermie, lupus)
- niet-invasief
- nagelbed capillaroscopie
- doppler of duplex
- RX
- IA-DSA
- CT/MR angio
- serologie
- ziektebeelden
- atherosclerose
- behandeling: endovasculair > open
- arteriele embolieen
- vaak cardiale oorsprong (o.a. bij VKF)
- afwezigheid van polsslag
- behandeling: embolectomie via a. brachialis of a. radialis
- atherosclerose
6.3 Arteriële insufficiëntie viscerale vaten
Splanchnische vaten
- drie ateriae
- tr. coeliacus
- a. hepatica
- a. splenica
- a. gastrica sinistra
- a. mesenterica superior (AMS)
- dunne darm
- dikke darm (rechts)
- a. mesenterica inferior (AMI)
- dikke darm (links)
- sigmoid
- veel collateralen
- 2/3 aangetast voor problemen opduiken
- tr. coeliacus
- acute ischemie
- vaak AMS
- vaak door embool of trombose
- symptomen
- acuut abdomen
- darminfarct / necrose
- behandeling
- darmresectie
- endovasculair
- bypass
- embolectomie
- niet: trombolyse (duurt te lang)
- chronische ischemie
- bij veralgemeende atherosclerose
- symptomen
- angor abdominalis
- pijn na maaltijd
- gewichtsverlies
- diarree
- angor abdominalis
- diagnose
- duplex
- IA-DSA of CT/MR angio
- behandeling: endovasculair > open (bypass)
Renale vaten
- aa. renales
- weinig collaterale bevloeiing
- acute ischemie
- vooral embool
- nierinfarct, irreversiebel
- diagnose: CT contrast
- behandeling: meestal te laat
- chronische ischemie
- bij veralgemeende atherosclerose
- vaak toevallige ontdekking
- symptomen
- reno-vasculaire hypertensie (via RAAS)
- renine +
- angiotensinogeen -> angiotensine I en II
- vasoconstrictie -> BP+
- aldosterone +
- zout- en vochtretentie
- gevolg: longoedeem
- nierinsufficientie
- door verminderde perfusie
- 20% door stenose bij oudere dialysepatienten
- reno-vasculaire hypertensie (via RAAS)
- diagnose: idem planchnisch
- duplex
- IA-DSA of CT/MR angio
- behandeling
- revascularisatie
- minder relevant
- stent > bypass
- symptoombestrijding met medicatie (voorkeur)
- hypertensie
- ACE inhibitor
- nierinsufficientie
- hypertensie
- revascularisatie
6.4 Acute ischemie van de ledematen
- indeling
- acuut
- subacuut: bij aanwezigheid collateralen
- oorzaken
- embolie
- reizende klonter
- pijn plots en hevig
- contralateralie pulsaties: aanwezig
- 80-90% cardiogeen (vaak VKF)
- 50-60% naar onderste lidmaat
- 15-20% naar bovenste lidmaat
- 15-20% naar hersenen
- 5% naar darmen
- 15% extracardiaal
- iatrogeen
- trombose
- stolsel
- pijn komt langzaam op
- contralateralie pulsaties: afwezig
- vooral door perifeer arterieel lijden
- varia
- dissectie
- trauma
- medicatie
- embolie
- symptomen
- 6P
- pain
- pallor (bleek)
- naar cyanose zonder capillaire refill
- paresthesia (tintelingen)
- evolueert naar anesthesia
- paralysis
- pulselessness
- poikilothermia (koud)
- 6P
- diagnose
- vooral o.b.v. anamnese en klinisch onderzoek
- technische onderzoeken
- beperkt om tijd te besparen
- bloed: hemato, nier, elektrolieten, glucose
- ECG voor VKF
- enkel/arm index
- duplex
- bij vermoeden aorta dissectie
- CT/MR angio
- trans-oesophageale echocardiografie
- behandeling
- ernst
- leefbaar
- dopplersignaal
- geen uitval
- bedreigd (spoed)
- geen dopplersignaal
- soms uitval
- niet-leefbaar (spoed)
- leefbaar
- systemisch
- hydratatie
- zuurstof
- cardiale ondersteuning
- analgetica (morfine)
- epidurale katheter (indien geen algemene anesthesie later)
- heparine
- geen IM injecties
- symptomatisch
- leefbaar
- tijd nemen om plan op te stellen
- extra tests
- opties
- percutane trombolyse
- ballonkathetertrombo-embolectomie (Fogarty)
- via
- a. femoralis communis t.h.v. lies
- a. brachialis t.h.v. elleboog
- ateriotomie: trombus verwijderen
- katheter: distaal gelegen klonters verwijderen
- via
- percutane aspiratie-embolectomie
- voor heel kleine klonters
- intra-arteriele trombolyse
- vooral bij trombose
- percutaan
- a.h.v. trombolyticum (traag)
- enkel indien niet-acuut
- chirurgische reconstructies
- bedreigd
- naar OKA voor revascularisatie
- niet-leefbaar
- niet pre-terminaal
- amputatie
- wel pre-terminaal
- comfort
- niet pre-terminaal
- verwikkelingen na revascularisatie
- zuur en K+ rijk bloed
- ritmestoornissen
- hypotensie
- inflammatoire respons
- multi-orgaanfalen
- myoglobinurie
- nierfalen
- compartimentsyndroom door oedeem
- behandeling: fasciotomie
- zuur en K+ rijk bloed
- leefbaar
- oorzakelijk
- ernst
- slechte prognose
- hoge mortaliteit (tot 25%)
- hoge kans op amputatie (tot 25%)
6.5 Diabetische arteriopathie
- verhoogd risico op infecties
- vaak polymicrobieel
- microangiopathie
- retinopathie
- nefropathie
- neuropathie -> diabetes voet
- sensorisch
- paresthesieen, ...
- hoger risico op microtrauma's en overbelasting
- motorisch
- klauwtenen
- statiekafwijkingen
- drukulcera
- deformaties (Charcotvoet)
- autonoom
- cf. sympathectomie
- minder zweet -> kloven
- sensorisch
- macroangiopathie
- small vessel disease, meer distaal (typisch voor diabetes)
- vooral onderbeen
- diffuus, multi-segmentair
- meer calcificaties
- grotere bloedvaten, meer proximaal (o.a. door roken)
- small vessel disease, meer distaal (typisch voor diabetes)
- diagnose
- doppler
- enkel/arm index
- moeilijker door calcificaties
- tcPO2
- behandeling
- regeling diabetes / glycemie
- revascularisatie
- bypass
- endovasculair
- amputatie
- diabetesvoet
- multidisciplinair: voetkliniek
- preventie
- ulcera
- neuropathisch: vaak plantair, onder metatarsaalkoppen
- behandeling: ontlasting
- aangepaste zolen, schoenen
- gips
- orthese (walking boot)
- behandeling: ontlasting
- vasculair: vaak dorsaal
- behandeling
- revascularisatie
- debridement
- AB
- behandeling
- neuropathisch: vaak plantair, onder metatarsaalkoppen
Aneurysmatisch
7 Aneurysmatisch lijden
- criteria voor aneurysme (niet voor behandeling)
- aorta descendens: vanaf 4.5cm
- aorta abdominalis: vanaf 3cm
- a. poplitea: vanaf 1.5cm
- vorm
- fusiform
- sacculair
- twee soorten
- aneurysma verum (waar)
- alle lagen wand (initieel) in aneurysma
- aneurysma spurium (vals)
- wand andere dan slagaderwand
- aneurysma verum (waar)
- oorzaken
- transmurale druk vs wandspanning
- multifactorieel
- risicofactoren
- familiale belasting
- leeftijd
- man
- hypertensie
- roken
- perifeer vaatlijden
- virale infecties
- trauma
- COPD
- ...
- inflammatoir
- infectie
- congenitaal
- cystische medianecrose
- bij syndroom van Marfan
Aneurysma van aorta abdominalis (AAA)
- 80% aorta aneurysma's
- vooral oudere mannen
- soorten
- infrarenaal (meestal)
- juxtarenaal
- para/suprarenaal
- richting
- intraperitoneaal
- retroperitoneaal
- contained rupture
- tegengehouden door omliggende organen
- symptomen
- toevalsontdekking
- screening met echo nodig bij verhoogd risico
- vage abdominale/GI klachten
- lage rug pijn
- na ruptuur
- hevige rugpijn
- diffuus pijnlijke buik
- shock
- toevalsontdekking
- diagnostiek
- KO abdomen
- lage sensitiviteit
- (RX abdomen of RX lumbale wervelzuil)
- echografie
- diameter bepaling
- goed genoeg voor screening en opvolging
- of als het snel moet gaan (ruptuur)
- CT met IV contrast
- nodig voor therapieplanning
- KO abdomen
- indicaties voor behandeling
- snelgroeiend aneurysma (1cm/jaar of meer)
- drukgevoelig aneurysma
- risico ~ diameter
- cut-off
- vanaf 5.5cm bij man
- vanaf 5.0cm bij vrouw
- cut-off
- kosten-baten
- levensverwachting patient?
- operatief risico?
- ruptuur: 80% mortaliteit
- heelkunde: 5% mortaliteit bij normaal risico
- heelkundige behandeling
- toegang
- laparotomie
- laparoscopie
- vervang door kunststof
- van a. renalis
- tot bifurcatie (of verder indien nodig)
- aorta als mantal opnieuw rond prothese
- waar klemmen?
- boven a. renalis?
- zo kort mogelijk
- onder a. renalis?
- boven a. renalis?
- alternatief: endovascular aneurysm repair (EVAR)
- 80% komt in aanmerking
- lang a. femoralis
- goede doorgang via a. iliaca nodig
- kunststof stent
- lagere mortaliteit
- korter herstel
- enkel bij lange, rechte "hals"
- variaties
- FEVAR: fenestraties
- BEVAR: zijtakken
- toegang
- postoperatieve problemen
- EVAR
- korte termijn: weinig
- langere termijn: endoleak
- type I: tussen prothese en aortawand
- heringreep
- type II: aneurysma gevuld met retrograde flow van zijtak
- afwachten
- type III: prothese lek
- heringreep
- type IV: te hoge porositeit prothese
- heringreep
- type I: tussen prothese en aortawand
- altijd opvolgen met echo en/of CT/MRI
- EVAR
- screening
- goed idee, nog niet actief
- o.b.v. echografie
- doelgroepen
- mannen, 60j+, broer of zoon van iemand met AAA
- mannen, 65j+, rokers
- iedereen met verhoogd CV risico?
- beleid
- diameter < 2.5cm: geen follow up
- diameter < 2.9cm: elke 4j
- diameter < 3.9cm: elke 3j
- diameter < 4.4cm: elke 2j
- anders jaarlijks tot kritische drempel bereikt is
- 5.5cm man
- 5.0cm vrouw
Aneurysma van aorta thoracalis / thoraco-abdominalis (TAA/TAAA)
- oorzaken
- gelijkaardig
- onduidelijk
- mediadegeneratie (Marfan)
- infectie
- inflammatie
- trauma
- symptomen
- vaak asymptomatisch
- pijn
- precordiaal
- epigastisch
- rug
- druksymptomen
- heesheid (n. recurrens)
- dysfagie
- stridor
- dyspnoe
- aortaklep insufficientie
- diagnose
- KO: weinig toegevoegde waarde
- RX thorax
- echo
- CT
- MR
- behandeling
- aorta ascendens en arcus aortae
- hartchirurg
- open operatie
- diepe hypothermie
- kunsthart
- endovasculair
- vertakte protheses voor aortaboog
- rerouting
- hartchirurg
- aorta descendens
- hartchirurg
- vaatprothese
- geen kunsthart
- wel atriofemorale bypass (vanuit LA)
- endoprothese (meestal)
- hartchirurg
- thoracoabdominaal aneurysma
- open chirurgie
- thoracofrenolaparotomie
- complex
- mortaliteit: 10%
- endoprothese
- hybride ingreep
- bypass a. iliaca naar aa. renales, AMS en tr. coeliacus
- endoprotese
- open chirurgie
- aorta ascendens en arcus aortae
- complicaties
- paraplegie (2%-10%)
- vooral na open chirurgie
- oorzaak: ischemie ruggenmerg
- arteries naar ruggenmerg kunnen niet altijd bewaard worden
- mitigations
- plaats extra shunts
- hypothermie
- paraplegie (2%-10%)
Aneurysma van andere slagaders
- vooral zijtakken aorta
- oorzaak: meestal atherosclerose
- a. renalis
- ex situ operatie
- auto-transplantatie
- a. poplitea
- meest frequent
- bilateraal
- associatie met AAA
- voelbaar bij KO
- risico: trombose, embolie
- niet ruptuur
- behandeling
- open heelkunde (standaard)
- endovasculair
- a. subclavia
- bij thoracic outlet syndroom
- risico: trombose, embolie
- behandeling
- chirurgisch
- endovasculair
- resectie rib I
10.2.1 Traumatische aortaruptuur
- na trauma
- deceleratie
- hoge snelheid
- zeer hoge mortaliteit
- meestal t.h.v. isthmus (vlak na aftakking a. subclavia sinistra)
- diagnose
- verbreed mediastinum op RX
- CT aorta
- steeds bij dit soort trauma
- extra controle 1 jaar na ongeval
- behandeling
- endovasculair
- thoracale endoprotese
- open herstel
- conservatief a.h.v. hypotensie
- bij ernstige geassocieerde letsels
- endovasculair
Dissectie
8 Dissectie
- scheur in tunica intima en binnenste laag tunica media
- oude term "aneurysma dissecans" (misnomer)
Dissectie aortae
- classificatie
- acuut: 2w sinds begin symptomen
- chronisch: langer dan 2w
- subacuut: 2w - 3m
- Stanford classificatie
- Stanford A (60%): aorta ascendens betrokken
- Stanford B (40%): aorta ascendens niet betrokken
- epidemiologie
- frequentste aorta aandoening
- risicofactoren
- man (5 tegen 1)
- leeftijd
- arteriele hypertensie
- pathogenese
- begint bij scheur in intima
- vals lumen
- re-entry naar ware lumen
- symptomen
- wisselend
- tussen patienten
- binnen 1 patient
- plotse pijn (90%)
- hevig, scherp, scheurend
- type A: anterieur in borstkas
- type B: interscapulair
- soms abdominaal
- soms syncope (A > B)
- malperfusie
- beroerte (a. carotis)
- ischemie arm (a. subclavia)
- paraplegie (aa. intercostales)
- darmischemie (splanchnische vaten)
- nierinsufficientie (a. renalis)
- onderste ledematen (a. iliaca)
- klamme, zweterige patient met hypertensie
- wisselend
- diagnose
- CT met contrast
- echocardiografie voor aorta ascendens
- DDX
- MI
- acuut abdomen
- ischemie in lidmaat
- evolutie en prognose
- ongunstig
- type A mortaliteit (zonder operatie)
- velen in 24u
- 2/3 na 2w
- 90% na 3m
- type B
- 10% na 1m
- complicatie
- aneurysmatische degeneratie (25-40%)
- laattijdige ruptuur
- agressieve anti-hypertensiva nodig (< 130/80)
- controle CT
- behandeling
- type A dissectie
- ASAP opereren
- prothese voor aorta ascendens
- met kunsthart
- door hartchirurg
- mortaliteit: < 10%
- type B dissectie
- onverwikkeld
- conservatief
- medicatie
- agressieve anti-hypertensiva (< 120)
- betablokkers (< 60 bpm)
- ACE-I
- vasodilatatie
- follow up met CT
- medicatie
- TEVAR wordt overwogen
- conservatief
- verwikkeld
- heelkunde
- hoge mortaliteit (20-30%)
- endovasculair (voorkeur)
- mortaliteit: 9%
- (extra lokale behandeling)
- follow-up met CT
- heelkunde
- onverwikkeld
- type A dissectie
Dissectie van de viscerale arteries
- zeldzaam
- oorzaak onbekend
- symptomen
- asymptomatisch (50%)
- buikpijn
- diagnose
- CT angio
- therapie
- onverwikkeld/asymptomatisch: conversatief
- anti-hypertensiva
- anti-aggregantia of orale anti-coagulatia
- follow-up met CT
- heelkunde bij klachten
- overbrugging of vervanging met
- autologe vene
- kunststof
- overbrugging of vervanging met
- onverwikkeld/asymptomatisch: conversatief
Dissectie van de halsslagaders
- zeldzaam
- oorzaak onbekend
- jonge patienten
- symptomen
- hoofdpijn
- nekpijn
- duizeligheid
- evenwichtsstoornissen
- stroke
- hemiparese
- diagnose
- CT angio
- arteriografie: "muizenstaartbeeld"
- behandeling
- anti-aggregantia
Intramuraal hematoom en penetrerend ulcus
- intramuraal hematoom
- hematoom in wand aorta
- zonder visualisatie intima scheur
- bloeding van vasa vasorum?
- klinisch beeld en prognose: cf. dissectie aortae
- penetrerend ulcus
- typisch in distale aorta descendens
- ulceratie van atheroomplaque
- drinkt door tot in tunica media
Varia
9.2.3 Ziekte van Buerger (thromboangiitis obliterans)
- acute en chronische inflammatie en trombose
- aders en slagaders
- in handen en voeten
- gevolgen
- ischemische ulcera
- neuropathie
- tromboflebitis migrans
- vaak samen met fenomeen van Raynaud
- vijf criteria
- roker
- 50- (vooral 20-40)
- infrapopliteale aantasting
- aantasting bovenste lidmaat
- geen andere ernstige risicofactoren voor atherosclerose
- angiografie: kurkentrekker in collateralen
- vooral mannen
- vooral in Midden- en Verre Oosten
- normale levensverwachting (i.t.t. klassiek perifeer vaatlijden)
- behandeling
- rookstop
- revascularisatie
- alternatieven
- amputatie
- sympathectomie
- prostacyclines
- hyperbare zuurstoftherapie
- alternatieven
9.3.2 Popliteaal entrapment
- 20-40 jaar
- sporters / lopers
- oorzaak
- anatomische variatie a. poplitea t.o.v. m. gastrocnemius
- gevolgen
- claudicatio intermittens
- aneurysma
- trombose
- diagnose
- klinisch onderzoek: palpaties
- CT/MR angio
- behandeling
- heelkundige correctie van arterie en spier
9.5 Bestralingsgeïnduceerde letsels
- stenose of occlusie
- vooral carotisstenose na hoofd-halstumor
- behandeling: endovasculair > endarterectomie (i.t.t. tot klassieke carotis stenose)
- gezien moeilijke wondheling
- verhoogde kans op re-stenose
- behandeling: endovasculair > endarterectomie (i.t.t. tot klassieke carotis stenose)
9.7.1 Adventitionele cyste van de a.poplitea
- cyste in adventitia van a. poplitea
- bij relatief jonge patienten zonder symptomen van atherosclerose
- gevolg: claudicatio of ischemie bij volledige occlusie
- diagnose: CT/MR angio
- behandeling: heelkundig
- meestal bypass
- niet: dilatatie
9.7.2 Endofibrose van de a.iliaca
- vooral a. iliaca externa
- vaak unilateraal
- vooral bij wielrenners
- endofibrose: hyperplasie in tunica intima
- diagnose
- duplex
- enkel/arm index
- MR angio of IA-DSA
- behandeling
- enkel nodig indien sport voortgezet wil worden
- losmaken en inkorten a. iliaca
- endarterectomie
- bypass
- niet: dilatatie/stent
✅ Veneus en lymfatisch lijden (2u)
- prof. S. Thomis
Chronisch veneuze ziekte (CVZ)
- details: zie H11 boek vaatheelkunde
- varices
- enkelvoud: varix
- oorzaak
- primair (meestal)
- klepdisfunctie
- risicofactoren
- familiaal
- leeftijd
- staand/zittend beroep
- oestrogenen en zwangerschap
- obesitas
- immobiliteit en weinig beweging
- secundair
- na DVT
- congenitaal
- Klippel-Trenaunay syndrome
- overgroei op lidmaat
- capillaire malformaties
- varices
- abnormale diepe aders
- Klippel-Trenaunay syndrome
- primair (meestal)
- gevolg
- belemmering retour
- veneuze hypertensie
- inflammatie
- beschadiging endotheel
- verzwakking wand en kleppen
- vorming varices
- verhoogde infiltratie
- oedeem
- hyperpigmentatie, okderdermatitis
- eczeem door slechte voeding huid
- opstapeling proteinen
- acute dermatitis
- acute en chronische lipodermatosclerose
- lokale hypoxie: atrofie blanche
- huidnecrose
- veneuze ulcus
- belemmering retour
- classificatie
- C0: geen klinische tekens, wel symptomen
- ...
- C6: open ulcus cruris
- diagnose
- anamnese
- symptomen
- vermoeide, zware benen
- jeuk
- krampen
- oedeem
- ...
- KO
- laat patient paar minuten recht staan
- onderzoek huid
- technische onderzoeken
- duplex (voorkeur)
- rechtstaand
- flow
- reflex > 0.5s pathologisch
- RX: contrastflebografie
- duplex (voorkeur)
- complicaties
- oppervlakkige tromboflebitis
- rode, harde streng
- bloeding spatader
- oppervlakkige tromboflebitis
- behandeling
- conservatief
- compressie
- steunkousen
- veneuze hygiene
- beweging
- houding wisselen
- warmte vermijden
- hoogstand
- gewicht -
- schoeisel
- medicatie
- flavonoiden
- extracten
- paardekastanje
- rode wijnstokbladeren
- ablatie
- thermische
- laser
- radiofrequentie
- indicaties
- v. saphena magna (VSM)
- v. saphena parva (VSP)
- niet te kronkelig
- niet te oppervlakkig
- chemisch = foam echosclerose
- trombose -> fibrose
- bij VSM en VSP
- niet te groot
- nadien compressie
- neveneffecten
- verharding (6w)
- bruinverkleuring
- thermische
- alternatieven
- mechanochemische ablatie (MOCA)
- high intensity focussed ultrasound (HIFU)
- cyanoacrlaat (lijm injectie)
- klassieke crossectomie en stripping
- minder uitgevoerd
- indien geen thermische ablatie mogelijk
- stripper: proximaal naar distaal
- neveneffecten
- pijn
- ecchymosen
- zenuwbeschadiging
- nadien compressie
- geetageerde excisie (Muller)
- voor oppervlakkige zijtakken
- a.h.v. Muller haakje
- nadien compressie
- sclerotherapie
- voor kleine venen
- besemreisen = heel kleine spataders
- spider veins
- esthetisch effect
- nevenwerking: bruinverkleuring
- voor kleine venen
- percutane laser
- indicaties
- te kleine venen
- angst voor naalden
- allergie aan sclerosans
- indicaties
- conservatief
Diep veneuze pathologie
- belemmering veneuze retour -> veneuze hypertensie
- oppervlakkige veneuze insufficientie
- oppervlakkige veneuze obstructie
- diepe veneuze insufficientie
- diepe veneuze obstructie
- slechte kuitspierpompfunctie
- gevolgen
- hypoxie
- inflammatie
- endotheel beschadiging
- huidbeschadiging, ulcus
- oorzaken (herhaling)
- triade Virchow
- immobilisatie
- stolling
- vaatwandbeschadiging
- triade Virchow
- systemisch effect: VTE, DVT (zie elders)
- lokaal post-trombotisch effect
- wandverdikking
- trabeculatie
Post-traumatisch syndroom (PTS)
- 20-40%
- 6m-2j na trombose
- collaterale circulatie (door obstructie)
- trofische stoornissen
- inspanningsintollerantie
- minder veneuze retour
- minder RA preload
- kwantificeren
- Villalta score
- symptoms (subjectief)
- signs (objectief)
- Villalta score
- behandeling
- acuut weinig mogelijkheden
- belang preventie
- anti-coagulantia (VKA, DOAC)
- compressie
- mobiliseren
- trombolyse
- mechanisch
- pharmacomechanisch: AngioJet
- clot retrievers
- recanaliseren obstructie
- endovasculair
- invasief
- acuut weinig mogelijkheden
Iliacale obstructie
- May-Thurner syndroom (herhaling)
- 20% volwassen vrouwen
- anatomische afwijking
- geklemde v. iliaca (vaak links)
- hoog risico op DVT
- diagnose
- echo
- CTV
- (MRI)
- IVUS: IV ultrasound = echo in vene
- behandeling
- recanalisatie
- dilatatie
- stenting
- IVUS?
Diep veneuze insufficientie
- 20% volwassenen
- segmentair
- gevorderd stadium van chronisch veneuze ziekte (CVZ)
- samen met oppervlakkige veneuze insufficientie
- agenesis kleppen
- primaire insufficientie
- reversiebel
- niet-reversiebel
- secundaire insufficientie
- post-trombotisch
- behandeling
- voorkeur
- compressie
- mobiliseren
- veno-actieve medicatie
- behandel eventuele oppervlakkige insufficientie
- diepe herstelt vaak vanzelf mee
- neovalve
- wand omvormen tot nieuwe klep
- valvuloplastie
- herstel klep
- voorkeur
Pelvien congestie syndroom
- varices rond uterus
- v. ovaria insufficientie
- symptomen
- onderbuik pijn (cyclisch)
- vulvaire varices
- oorzaak recidieve varices
- behandeling
- embolisatie: coils / foam
Vena cava superior syndroom
- compressie v. cava superior
- vaak oncologisch
- symptomen
- oedeem armen, hoofd/hals
- krijgen ogen soms niet open
- collaterale circulatie
- oedeem armen, hoofd/hals
- behandeling
- stent
- oorzaken behandelen
Lymfatische aandoeningen
- details: zie H13 boek vaatheelkunde
- functie lymfe
- vochtbalans
- afweer
- nutritionele functie (o.a. in darmen)
- lymfefalen
- high input failure: te veel vocht
- low output failure: te weinig afvoer
- opdeling
- mechanisch (structureel)
- functioneel
- combinatie
- opdeling
- stoornissen
- lymfoedeem en lymfatische malformaties (lokaal)
- centrale stoornissen
- chylvaten
- d. thoracicus
- door trauma, congenitaal, kanker
- pathofysiologie (details niet belangrijk)
- primair
- mechanische of functionele stoornis
- secundair
- obstructie (vaakst)
- na infectie
- iatrogeen (radiotherapie, heelkunde, trauma)
- kanker
- elefantiasis: (non-)filariasis
- overload
- flebo-lymfoedeem
- lipo-lymfoedeem
- dependency oedeem
- morbide obesitas: lump oedeem
- combinatie
- obstructie (vaakst)
- primair
- diagnose
- anamnese
- symptomen
- volume +
- zwaartegevoel
- gespannen huid
- tintelingen
- mobiliteitsbeperkingen
- spannen kledij
- KO
- Stemmer
- pitting test
- stadia lymfoedeem
- stage 0: klinisch onzichtbare schade
- stage 1: reversibele pitting
- stage 2a: irreversibele pitting
- stage 2b: non-pitting oedeem
- stage 3: fibrose, vervetting
- stadia lymfoedeem
- omtreksmetingen bij lidmaten
- andere oorzaken uitsluiten
- veneuze ziekte
- malformaties
- check arteriele pulsaties, refill
- technisch onderzoek
- duplex
- DVT e.d. uitsluiten
- verdikking huid
- visualisatie lymfevaten (ultra high frequency)
- CT / MRI
- lymfangio MRI
- centraal
- perifeer
- lymfoscintigrafie
- zicht op
- aantal lymfeklieren
- snelheid transport
- nodig voor terugbetaling
- zicht op
- lymfofluoroscopie
- nog niet klinisch
- toont details van architectuur
- genetica (voor primair lymfoedeem)
- duplex
- DDX: lipoedeem
- niet te verwarren met lymfoedeem
- storing in vetopstapeling
- pijnlijk
- vooral vrouwen
- start
- puberteit
- zwangerschap
- disproportie boven- vs onderlichaam
- link met gewicht, obesitas
- cuff teken t.h.v. enkels
- behandeling
- conservatief (standaard)
- intensieve fase
- wat
- huidzorg
- manuele drainage
- oefeningen
- mobilisatie
- ademhaling
- gezonde levensstijl (voeding, slaap, stress)
- windeling
- duur
- 24/7
- zolang pitting/volume afname
- typisch 3-4w
- wat
- onderhoudsfase
- gelijkaardig
- therapeutische kous i.p.v. windels
- intensieve fase
- medicatie
- diuretica (weinig zinvol)
- behandelen complicaties (schimmel, infectie, ...)
- heelkunde
- fysiologisch / reconstructief
- indeling
- microvasculaire lymfekliertransfer
- spons of pomp mechanisme
- lymfangiogenese (a.h.v. groeifactoren)
- (microvasculaire lymfevattransfer)
- lymfoveneuze anastomose
- (lymfaticolymfatische bypass)
- (lymfeklier op ader)
- (combinatie)
- microvasculaire lymfekliertransfer
- beste resultaten in vroeg stadium (I, IIa)
- toch nood aan compressietherapie
- complicaties: infecties, ...
- indeling
- excisioneel: liposuctie
- indicaties
- stadium IIb of III
- geen pitting meer
- groot volumeverschil
- grote functionele last
- goede resultaten
- toch nood aan levenslange compressietherapie
- indicaties
- fysiologisch / reconstructief
- conservatief (standaard)
Vasculaire malformaties en hemangiomen
- details: zie H14 boek vaatheelkunde
- 30% neonaten: geboortevlek
- meestal onschuldig
- belang correcte classificatie
- diagnose
- duplex (voorkeur)
- MRI contrast
- (CT)
- ((lymf)angiografie)
Hemangioom
- goedaardige tumor
- soorten
- infantiel (vaakst)
- na geboorte
- snelle groei
- daarna involutie = wegtrekken
- congenitaal
- al bij geboorte
- soms involutie
- infantiel (vaakst)
- behandeling
- conservatief
- medicatie
- propranolol
- laser (indien oppervlakkig)
- resectie (esthetisch)
Vasculaire malformaties
- ontstaan in vroege zwangerschap
- soorten
- capillair (wijnvlek)
- leegdrukbaar
- veneus
- leegdrukbaar
- lymfatisch
- vaak in hoofd/hals
- infectiegevoelig
- arterioveneus
- hoge flow, pulsatiel
- progressief
- meestal leegdrukbaar
- capillair (wijnvlek)
- behandeling
- multidisciplinair
- conservatief (voorkeur)
- compressie
- sclerotherapie
- bij veneuze malformaties
- embolisatie
- bij arterioveneuze malformaties
- laser
- bij capillaire malformaties
- heelkunde
- medicatie
- bij niet operabele malformaties
- rapamycine
- sirolimus (mTOR inhibitor)
- bij overgroei
- alpelisib
- bij niet operabele malformaties
Andere
- Klippel-Trenaunay (herhaling)
- ooievaarsbeet
- 40% neonaten
- verwijding oppervlakkige vaten in nek
- verdwijnt spontaan
- engeltjeskus
- idem, op voorhoofd of oogleden
✅ 1 Risico en preventie
- prof. T. Vanassche
- 7u voor hele lessenreeks
- 2021 ESC guidelines
- CVD = cardiovascular disease
- CV = cardiovasculair
- epidemiologie
- dalende mortaliteit door betere therapie
- belangrijkste doodsoorzaak (EU en wereld)
- 1/3 doden
- ook 20% sterfte onder 60j
- focus op atherosclerotisch vaatlijden
- meest frequente oorzaak CV ziekte
- 80% CV events te voorkomen
- voorspelbaar verloop
- lang asymptomatisch
- gezond endotheel
- risicofactoren
- roken
- bloeddruk
- LDL
- DM
- inflammatie
- risicofactoren
- atherotrombose
- = atherosclerotisch (asymptomatisch) + acuut trombotisch event
- 9 modificeerbare risicofactoren bepalen 90% risico MI
- cholesterol
- roken
- hypertensie
- diabetes
- obesitas
- psychosociaal
- fruit en groenten
- alcohol
- beweging
- preventie
- niveaus
- primordiaal
- voorkom onstaan risicofactoren
- primair
- voorkom ziekte bij mensen met risicofactoren
- secundair
- voorkom progressie of recidief
- tertiair
- beperken invalidateit, verbeteren QoL
- quaternair
- vermijden iatrogene schade, overconsumptie
- primordiaal
- levensstijl + medicatie
- levensstijl
- nuttig voor iedereen, ook zonder CV risico
- medicatie
- i.f.v.
- globale CV risico
- voordelen
- relatieve risicoreductie
- absolute risicoreductie
- kosten
- patient
- maatschappij
- nadelen
- i.f.v.
- levensstijl
- niveaus
Risico inschatten / berekenen

- vaak onderschat
- levels
- laag
- intermediair
- hoog
- zeer hoog
- altijd zeer hoog risico bij
- voorafgaand event
- duidelijke diagnose
- DM1 of DM2 met eindorgaan aantasting
- ernstige nierinsufficientie: eGFR<30ml/min
- min 1 zeer sterk verhoogde risicofactor
- familiale hypercholesterolemie
- zeer uitgesproken hypertensie
- DM2 zonder eindorgaan aantasting
- matige nierinsufficientie: eGFR<59ml/min
- individuele berekening
- aanbeveling ESC: SCORE2
- opvolger van SCORE
- enkel fataal risico
- input
- geografisch gebied
- geslacht
- roker
- leeftijd
- SBP
- non-HDL cholesterol
- output
- 10-jaarsrisico op CV event
- opvolger van SCORE
- aanbeveling ESC: SCORE2
Preventie
- wat werkt niet
- facts
- fear
- failure
- fatalism
- wat werkt wel
- steunen
- begrijpen
- behandelen
- meten & opvolgen
- roken
- 1/2 sterft van roken
- rookstop is meest (kost-)effectieve maatregel
- hulpmiddelen
- zyban
- champix
- nicotinevervangers
- rookstop begeleiding
- ultrakorte interventie
- ask
- advice: concrete tips
- act: bied hulp en opvolging
- tabakstop telefoon
- https://www.gezondleven.be
- hulpmiddelen
- obesitas (BMI >= 30)
- multifactorieel
- complex
- complicaties
- (pre-)diabetes
- hypertensie
- (pro)trombose
- aanpak
- levensstijl
- voeding: regel van drie
- wel
- echt / onbewerkt
- niet te veel
- vooral planten
- niet
- alcohol
- snoep
- gefrituurd
- wel
- beweging
- "wondermiddel"
- 3 types
- totale hoeveelheid beweging
- zeer lage intensiteit
- cardio
- weerstand/kracht
- totale hoeveelheid beweging
- voeding: regel van drie
- levensstijl
Medicatie
- bij bewezen reductie van morbiditeit / mortaliteit
- antihypertensiva
- onderdiagnose
- onderbehandeling
- zie aparte les
- LDL cholesterol -
- lager = beter
- belangrijkste risicofactor (49%) voor atherosclerose
- beperkt effect van dieet, levensstijl
- medicatie
- statines
- (andere)
- metabole aandoeningen
- details: zie OPO endocrinologie
- GLP1-receptor agonisten (semaglutide)
- sterk gedaalde risico op ontwikkeling DM2
✅ 2 Stolling
- prof. T. Vanassche
Intro: trombose vs hemostase
- hemostase
- fysiologisch
- drie systemen
- vasoconstrictie
- vorming trombus = bloedklonter
- bloedplaatjes aggregatie
- "plug"
- (witte trombus)
- vooral bij hoge flow (arteries)
- coagulatie
- fibrine netwerk
- (rode trombus)
- vooral bij lage flow (venen)
- bloedplaatjes aggregatie
- trombose
- pathologische stollingsactivatie
Primaire hemostase - bloedplaatjes aggregatie
- drie stadia
- inactief
- activatie
- trigger: endotheelschade
- gezond endotheel gaat activatie tegen
- von Willebrand factor
- "rolt uit" door stromend bloed
- mutatie: oorzaak erfelijke bloedingsziekte
- vormverandering
- vrijzetten granules
- ADP (bindt aan P2Y12 receptor)
- P2Y12 inhibitoren
- clopidogrel
- prasugrel
- ticagrelor
- P2Y12 inhibitoren
- tromboxane (TX)
- verhinderd door aspirine
- fibrinogeen
- stollingsfactoren
- ADP (bindt aan P2Y12 receptor)
- activatie GPIIb/IIIa
- trigger: endotheelschade
- aggregatie
- vormen plug
Secundaire hemostase - stollingscascade
- doel: vorming fibrine netwerk
- stollingsfactoren (eiwitten / enzymes)
- twee states
- inactief = zymogenen
- actief
- twee states

- pathways
- common pathway
- factor X(a)
- factor II = protrombine
- factor IIa = trombine
- vorming fibrine netwerk
- activatie bloedplaatjes
- extrrinsiek stollingssysteem
- schade aan bloedvat
- tissue factor (TF)
- gebruikt bij meting protrombinetijd (PT)
- factor VII(a)
- intrinsiek stollingssysteem
- infectie, inflammatie, lichaamsvreemd materiaal
- factor XII(a)
- meting aPTT (zie verder)
- factor XI(a)
- doelwit voor nieuwe medicatie
- factor IX(a)
- common pathway
- feedback
- positieve feedback
- beetje stolling -> veel stolling (amplificatie)
- negatieve feedback
- natuurlijke anti-coagulatia
- trombomoduline (TM)
- proteine C (PC / aPC)
- proteine S (PS / aPS)
- fibrinolyse
- positieve feedback
- hemofilie (zie later)
- A: factor VIII deficientie
- B: factor IX deficientie
- antitrombine (AT)
- factor XIII
- crosslinking
- plasminogeen (PLA)
- omzetting naar plasmine
- door tissue-type plasminogeen activator (tPA)
- D-dimeren = fragmenten van fibrine
- teken van stollingsactivatie
- gebruikt in diagnostiek trombosen
- omzetting naar plasmine
- plasminogeen-activatoren
- trombolyse
- tissue factor pathway inhibitor (TFPI)
Meten van bloedplaatjesfunctie
- aantal
- functietest
- niet voor basisarts
Meten van stollingsactiviteit
- protrombinetijd (PT)
- extrinsieke pathway (TF)
- in seconden
- moeilijk te vergelijken tussen verschillende labo's
- in International Normalized Ratio (INR)
- normale waarde: 1
- toepassingen
- effect VKA medicatie monitoren (zie onder)
- levercirrose opvolgen
- activated partial thromboplastin time (aPPT)
- intrinsieke pathway
- in seconden
- toepassingen
- effect heparine monitoren (zie onder)
- cave: ook verhoogd door andere factoren (infectie, kunsthart, dialyse, leverfalen)
- effect heparine monitoren (zie onder)
- D-dimeren
- meting stollingsactivatie
- hoge negatieve predictieve waarde
- uitsluiten trombose / VTE
- lage positieve predictieve waarde
- ook verhoogd door veel andere factoren
- hoge negatieve predictieve waarde
- meting stollingsactivatie
Antitrombotica
- verhogen bloedingsrisico
Anti-aggregantia
- bloedplaatjes remmen
- bij
- arterieel lijden
- preventie atherotrombose
- medicatie
- acetylsalicylzuur (ASA) = aspirine
- P2Y12 inhibitoren (blokkeer ADP receptor)
- thienopyridines
- clopidogrel
- prasugrel
- ticagrelor
- thienopyridines
- (GP IIb/IIIa inhibitoren)
- tirofiban
- eptifibatide

Anti-coagulantia
- synoniemen
- = anti-stollingsmiddelen
- = stollingsremmers
- = "bloedverdunners" (slechte naam)
- vorming van fibrine tegengaan
- bij
- VKF
- VTE
- mechanische kunstklep
- drie groepen van medicatie
- (1) heparines (indirect): via antitrombine
- hepar = lever (hier van varken)
- effect: maakt anti-trombine (AT) efficienter (x1000)
- ketens van wisselende lengte
- lang: inhibitie trombine
- kort: inhibitie Xa via AT
- heparine-induced trombopenie en trombose (HITT)
- zeldzame complicatie
- drie soorten
- standaard (unfractionated) heparine (UFH)
- toediening: IV
- niet renaal geklaard
- check nierfunctie
- onvoorspelbaar - regelmatig meting nodig
- aPPT
- niet specifiek
- (anti-Xa)
- concentratie van heparine
- wel specifiek
- aPPT
- low molecular weight heparines (LMWH)
- toediening: SC
- wel renaal geklaard
- voorbeelden
- enoxaparine (Clexane)
- nadroparine (Fraxiparine)
- tinzoparine (Innohep)
- synthetische pentasaccharide
- niet van dierlijke oorsprong
- minder allergie
- geen HITT
- wel renaal geklaard
- enkel vijf essentiele suikers
- voorbeeld: fondaparinux (Arixtra)
- niet van dierlijke oorsprong
- standaard (unfractionated) heparine (UFH)
- (2) vitamine K antagonisten (VKA) = coumarine-derivaten
- toediening: PO
- enige optie voor patienten met mechanische hartklep
- farmacokinetiek
- heel moeilijk regelbaar
- varieert per patient
- varieert binnen 1 patient
- veel interacties met andere geneesmiddelen
- dus: opvolgen via INR (target: 2-3)
- te laag: risico op trombose
- te hoog: risico op bloedingen
- point of care (POC) testing mogelijk
- duur toestel (niet terugbetaald)
- effect

- verstoring aanmaak factoren
- blijven inactief
- common pathway (X, II)
- intrinsiek (IX)
- extrinsiek (VII)
- verstoren natuurlijke anticoagulantie
- PS
- PC
- voorbeelden
- fenprocoumon (Marcoumar)
- "coumarine van Marc" (Verstraete)
- warfarine (Marevan)
- rattenvergif
- acenocoumarol (Sintrom)
- fenprocoumon (Marcoumar)
- toediening: PO
- (3) directe/nieuwe orale anti-coagulantie (DOAC = NOAC)
- bij VKF, VTE
- voorspelbaar
- weinig interacties
- contra-indicaties
- mechanische hartklep
- ernstige nierinsufficientie
- zwangerschap / borstvoeding
- vervang ASAP door LMWH (SC toediening)
- = orale factor IIa of Xa inhibitoren
- directe factor IIa (= trombine) inhibitoren
- toediening
- parenteraal (geen DOAC)
- hirudine
- bivalirudin (Angiox)
- oraal (DOAC)
- dabigatran (Pradaxa)
- parenteraal (geen DOAC)
- toediening
- directe factor Xa inhibitoren = anti-Xa
- oraal (DOAC)
- rivaroxaban (Xarelto)
- apixaban (Eliquis)
- edoxaban (Lixiana)
- oraal (DOAC)
- directe factor IIa (= trombine) inhibitoren
- (factor XI inhibitoren)
- nieuw - nog niet in klinische praktijk
- doel: enkel trombose remmen, niet hemostase
- enkel intrinsieke pathway blokkeren (XI, XII)
- (1) heparines (indirect): via antitrombine
- antidotum
- heparine
- UFH: protamine
- LMWH: protamine, werkt minder goed
- synthetisch: werkt niet
- toepassing: ernstige bloeding tijdens operatie
- traag toedienen (kans op anafylactische reactie)
- VKA
- vitamine K (traag)
- stollingsfactor concentraat (CoFact, snel)
- DOAC
- dabigatran (anti-IIa)
- idarucizumab
- dabigatran (anti-IIa)
- heparine

Fibrinolytica = trombolytica
- fibrinolyse: oplossen van fibrine
- bij
- acuut CVA
- longembool
- (vroeger: STEMI)
- complicaties
- bloedingen op onverwachte plaatsen
Casus
- mechanische aorta klep
- heelkunde: UFH (IV)
- aPTT monitoring
- antidotum: protamine
- intensive care: LMWH (SC)
- na ontslag: VKA (PO)
- DOAC geen optie
- op spoed met melena (zwarte stoelgang)
- labo
- Hb 6g/dl (moet >=12)
- INR 7.4
- veel te hoog
- plaatjes normaal
- stabiliseer (vocht, transfusie)
- stollingscorrectie
- antidotum: CoFact
- zoek oorzaak bloeding (gastroscopie)
- labo
- geplande ingreep
- anticoagulantia stoppen of doornemen?
- risico operatie vs ernst trombose
- doornemen bij kleine, ambulante procedures
- dermatologisch
- tandextractie
- onderbreking zo kort mogelijk houden
- bridging (lang -> kortwerkend)
- bv. VKA -> LMWH
- laatste tijd enkel bij zeer hoog risico
- zwangerschap
- VKA -> LMWH
- zeker eerste trimester
- in praktijk vaak volle 38w
- injecties niet heel strikt genomen
- trombose op mechanische klep
- R/ fibrinolytica
✅ 3 Veneuze trombo-embolie (VTE)
- prof. T. Vanassche
- diep veneuze trombose (DVT)
- longembolie (LE) = pulmonary embolism (PE)
- veel grotere klonters dan bij MI, CVA
- VTE = DVT LE
- bonus: immuun-gemedieerde trombose
- HIT(T)
- heparin induced thrombocytopenia (with trombosis)
- complicaties: CVA, MI, DVT (50%), LE (25%)
- immuun-gemedieerd (IgG)
- bloedtest: heparine-PF4 antistoffen
- 4T score
- trombocytopenie
- tijdsbeloop
- trombose
- "'t is toch niets anders?"
- behandeling: stop heparine
- VIT(T)
- vaccin induced thrombocytopenia (with trombosis)
- antifosfolipidensyndroom
- auto-immuun
- protrombotische aandoening
- verhoogde bloedstolling
- symptoom: lupus anticoagulans
- HIT(T)
Epidemiologie
- VTE
- incidentie: 1-3/1000 (heel frequent)
- 2/3 DVT
- 1/3 LE (met of zonder DVT)
- stijgt exponentieel met leeftijd
- incidentie: 1-3/1000 (heel frequent)
- longembolie
- incidentie: 5 0000 - 10 000/jaar
- mortaliteit: 8%
- meer dan long- en borstkanker samen
- niet: uitgebreidheid ~ mortaliteit
- myocard infarct (ter vergelijking)
- incidentie: 20 000/jaar
- mortaliteit: 7%
- complicaties
- DVT: 10-20%: post-trombose syndroom (PTS)
- 5-10% ernstig
- 20-50% matig
- symptomen
- pijn
- zwelling
- krampen
- hyperpigmentatie
- athrophie blanche
- ulcera
- ...
- LE
- 1-2% fataal
- 1-2% chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH)
- recidief
- DVT: 10-20%: post-trombose syndroom (PTS)
Pathofysiologie
- triade van Virchow (1856)
- stase bloed
- immobilisatie
- veranderde samenstelling bloed
- stollingsneiging
- vaatwandbeschadiging
- stase bloed
- risicofactoren
- transient vs persisterend vs idiopathisch/unprovoked
- majeur vs mineur
- verworven vs erfelijk
- verworven risicofactoren
- leeftijd
- eerdere trombo-embolie
- provoked
- chirurgie
- trauma
- HIT(T)
- immobilisatie
- diepe veneuze katheter, pacemaker
- ziekte
- CVA
- IBD
- infectie
- ...
- kanker
- belang van anamnese + grondig klinisch onderzoek
- eventueel RX thorax + echo abdomen
- standaard geen CT scan
- obesitas
- hormonaal
- oestrogeen
- anticonceptie
- wel
- combinatiepil
- niet plots stoppen tijdens anticoagulatie behandeling
- hevige menstruatie
- niet plots stoppen tijdens anticoagulatie behandeling
- vaginale ring
- combinatiepil
- niet
- minipil
- spiraaltje
- wel
- zwangerschap
- anticonceptie
- tamoxifen (chemo voor hormoongevoelige borstkanker)
- oestrogeen
- antifosfolipidensyndroom
- erfelijke risicofactoren
- defecten
- AT -
- PS -
- PC -
- PC resistentie = factor V Leiden (fVL)
- prevalentie: 5% (!)
- niet heel erg op zichzelf
- combinatie met orale contraceptiva
- hoog relatief risico (x35)
- laag absoluut risico (1/50 000 bij 20j)
- VIII +
- II (protrombine) +
- bloedgroep: niet O
- prevalentie: 50%
- fibrinogeenafwijkingen (heel zeldzaam)
- anatomische afwijkingen
- Cockett sydroom
- May-Thurner: a. iliaca drukt v. iliaca toe
- hoe herkennen?
- familiale belasting
- unprovoked
- jonge leeftijd
- recidiverend
- ongewone plaatsen
- hoe testen?
- beperkte sensitiviteit en specificiteit
- conclusie heeft zelden/nooit effect op behandeling
- defecten
Diep veneuze trombose (DVT)
- locatie
- onderstende ledematen en bekken (meestal)
- diep
- v. cava
- v. iliaca
- v. femoralis
- v. poplitea
- v. tibilias
- v. fibularis
- venen naar spieren
- oppervlakkig
- v. saphena magna
- v. saphena parva
- diep
- hersenen
- splanchnisch: v. porta, v. mesenterica, Budd-Chiari
- onderstende ledematen en bekken (meestal)
- symptomen
- aspecifiek
- locatie-afhankelijk
- obstructie
- zwelling (unilateraal)
- opzetting oppervlakkige venen
- huid temperatuur +
- verkleuring
- ontsteking
- pijn
- gevoeligheid (Homan's sign bij dorsiflexie)
- trombuskoorts
- phlegmasia cerulea dolens
- veneuze ischemie
- opgebouwde druk knelt ook arteries af
- diagnose
- D-dimeren: enkel uitsluiten, niet bevestigen
- Wells' score
- details niet belangrijk
- duplex (echo + doppler)
- samendrukbaarheid?
- flow?
- moeilijke interpretatie indien
- distaal
- oedeem
- (venografie)
- (CT)
- DDX
- spierscheur
- cave anticoagulantie: spierbloeding
- Bakerse cyste
- ...
- spierscheur
- behandeling
- meestal ambulant
- niet anti-aggregantia
- anticoagulantia
- begin al voor bevestiging diagnose
- vooral DOAC
- details: zie longembolie
- compressietherapie
- acuut: windels
- post-acuut: steunkousen (op maat)
- zeldzaam
- trombolyse / fibrinolytica
- risico op bloedingen
- vooral intracranieel
- lichaamseigen fibrinolyse volstaat meestal
- wel bij acuut risico voor lidmaat (veneuze ischemie)
- lokale toediening via katheter
- risico op bloedingen
- trombus aspiratie (endovasculair)
- trombectomie (heelkundig)
- v. cava filter
- trombolyse / fibrinolytica
Longembolie (LE/PE)
- 2019 ESC guidelines
- locatie
- tr. pulmonalis: "zadelembool"
- a. pulmonalis dextra / sinistra
- lobaire, (sub)segmentaire arteries
- symptomen
- dyspnoe
- thoracale pijn
- ...
- diagnose
- D-dimeren (bij twijfel)
- Wells' score
- CT + pulmonary angiography (CTPA, voorkeur)
- i.t.t. DVT: geen CT
- met contrast
- cave: allergie, nierfunctie
- ventilatie-perfusie (V/Q) scintigrafie
- bij longembolie: mismatch
- wel ventilatie
- geen perfusie
- bij longembolie: mismatch
- (pulmonalis angiografie)
- echocardiografie
- rechter ventrikel disfunctie
- uitzetting
- rechter ventrikel disfunctie
- cardiale merkers
- troponines
- NT-proBNP (?)
- pulmonary embolism severity index (PESI)
- of simplified PESI (sPESI)
- details: geen leerstof
- (ECG)
- suggestief maar niet diagnostisch
- doel: uitsluiten andere pathologie
- S1 Q3 T3 patroon
- tachycardie
- (pO2, pCO2)
- pO2 meestal laag
- pCO2 meestal laag
- risico


- high (4%)
- kenmerk: hemodynamische instabiliteit
- hartstilstand
- obstructieve shock
- door trombus
- persistente hypotensie
- voor deze subgroep heeft hoge mortaliteit
- naar ICU
- kenmerk: hemodynamische instabiliteit
- intermediate (50%+)
- intermediate-high: monitoring
- RV disfunctie EN troponine+
- intermediate-low: opname
- RV disfunctie XOR troponine+
- intermediate-high: monitoring
- low (40%)
- ambulant behandelen met DOAC
- intermediate risk (50%+)
- ambulant behandelen met DOAC
- behandeling
- grotendeels zelfde als DVT
- behalve bij hoog risico patienten
- korte termijn
- uitbreiding voorkomen
- enkel ambulant bij laag risico
- geen anti-aggregantia
- anti-coagulantia

- (UFH)
- LMWH
- VKA
- DOAC
- start met hoge dosis (5d-3w)
- daarna onderhoudsbehandeling (3m)
- trombolytica
- high risk: ja
- intermediate-high risk: meestal niet
- lager: nee
- trombectomie (katheter)
- embolectomie (heelkundig)
- v. cava filter
- tijdelijk / retrievable (na 4-6w)
- lange termijn
- recidief voorkomen
- blijven behandelen zolang risico verhoogd
- secundaire preventie: lage dosis DOAC
- regelmatig medicatie herevalueren
- soms "levenslang"
- grotendeels zelfde als DVT
Preventie
- 60% tijdens of kort na opname/ingreep
- vermijdbaar
- medicatie
- mechanisch
- compressie
- v. cava filter
- bij hoog risico
- majeure heelkunde
- kanker
- leeftijd > 60
- obesitas
- voorgeschiedenis VTE
- gekende trombofilie
- immobilisatie
- MI, hartfalen
- COVID-19
- ...
Casus 1 - DVT
- patient
- V21
- blokperiode
- pil
- symptomen
- rugpijn
- unilateraal gezwollen been sportief
- diagnose
- echo
- Well's score
Casus 2 - longembolie
- M47, thoracale pijn, dyspnoe
- diagnose
- O2sat
- bloed
- CRP ++
- PT normaal
- aPTT ++
- D-dimeren ++
- ...
- ECG
- transthoracic echocardiography (TTE)
- CT + pulmonary angiography (CTPA)
- met contrast
- cave: allergie, nierfunctie
- met contrast
- PESI
- behandeling
- anti-coagulantia
- ontslag na 48u
- ambulant verder behandelen
- oorzaak verhoogde aPTT en/of PT
- beide: common pathway (X, V, II, fibrinogeen)
- enkel aPPT: intrinsiek (XII, XI, IX, VIII)
- of lupus anticoagulans
- soms bij lupus
- lijkt in labo op minder goede stelling
- in vivo wel verhoogde stolling
- of lupus anticoagulans
- enkel PT: extrinsiek (VII)
Casus 3 - trombose bovenste lidmaat
- M21
- minder frequent
- vaak bij sporters: "trombose d'effort"
- thoracic outlet/inlet syndroom
- oorzaken
- brede eerste rib
- iatrogeen
- pacemaker
- diep veneuze katheter
- veneuze access
- poortkatheter = port-a-cath (PAC)
- peripherally inserted central catheter (PICC)
- Hickman
- oorzaken
Casus 4 - longembolie + DVT
- M56
- GI kanker
- slikproblemen
- initiele aanmelding
- thoracale pijn, dyspnoe
- diagnose
- CT: longembolie
- behandeling
- LMWH
- tweede opname week later
- bilaterale DVT
- bloedplaatjes --
- diagnose
- HITT
- behandeling
- stop alle heparine
- UFH, LMWH
- ook geen IV flushing
- stop alle heparine
✅ 4 Bloedingsneigingen (1u)
- prof. P. Verhamme
- NK = niet kennen
- oorzaken
- anti-trombotica
- bloedingsziekten
- erfelijk
- verworven
- tekens
- petechien: veel kleine rode vlekjes
- purpura: grotere, paarsblauwe plekken
- seniele purpura
- ecchymosen: normale blauwe plekken
- hematomen: bloeduitstorting (typisch met zwelling/buil)
- met/zonder verharde kern
- GI bloedingen
- gewrichtsbloedingen
- acute hemartrose
- chronische hemartropathie
- psoasbloedingen
- intracraniele bloedingen
- intraparenchymal
- intraventricular
- subarachnoid
- subdural
- epidural
- abnormaal bloeden na trauma of chirurgie
- anamnese
- plaats
- oorzaak
- spontaan
- uitgelokt
- tandextractie
- menstruatie
- bevalling
- chirurgie
- erfelijk vs verworven
- duur
- hoeveelheid
- frequentie
- nabloeden?
- medische hulp nodig?
- anemie, ijzertekort
- medicatie
- anti-trombotica
- anti-aggregantia
- anti-coagulantia
- andere (NSAID, SSRI, ...)
- anti-trombotica
- familiaal
- comorbiditeiten
- bleeding assessment tool (BAT)
- patroon
- primaire hemostase (plaatjes)
- snel
- vooral oppervlakkig
- secundaire hemostase (stolling)
- trager
- vooral diep
- primaire hemostase (plaatjes)
| sympt\problemen bij | primaire hemostase | secundaire hemostase |
|---|---|---|
| petechiën | gestoord | N/A |
| hemartrose | N/A | gestoord |
| hematomen | gestoord | harde kern |
| posttraumatisch | onmiddellijke bloeding | vertraagde bloeding |
| slijmvlies | spontane bleoding | bloeding na trauma |
- labo
- bloedplaatjestelling
- PT / INR
- aPTT
- fibrinogeen
- (stollingsfactoren)
- (bloedplaatjesfunctie)
Erfelijke bloedingsziekten
- type stoornis
- primaire hemostase
- stolling
- patroon
- X-gebonden
- hemofilie A en B
- autosomaal dominant
- Von Willebrand
- Rendu-Osler-Weber
- autosomaal recessief
- bloedplaatjesfunctiestoornissen
- meeste andere stollingsfactordeficiënties
- X-gebonden
| Aandoening | Pathofysiologie | Overerving | Incidentie per miljoen |
|---|---|---|---|
| Hemofilie A | Factor VIII | X-gebonden R | 100 |
| Hemofilie B | Factor IX | X-gebonden R | 20 |
| Factor XI def (Hemofilie C) | Factor XI | Autosomaal D of R | 5% (Ashkenazi) |
| Von Willebrand ziekte | Von Willebrand factor | Autosomaal D of R | >100 |
| FV, FVII / FX, FII / afibrinogenemie | Factor V of VII / Factor X of II / fibrinogeen | Autosomaal R | 1 |
Hemofilie A en B
- X-gebonden overerving
- enkel bij mannen
- vader: aangetast
- dochters: obligaat drager
- kleindochters: 50% drager
- kleinzonen: 50% kans
- zonen: nooit aangetast
- dochters: obligaat drager
- 1/3 de novo
- 1 / 15 000 mannelijke geboorten
- A (85%): factor VIII disfunctie
- amplificatie werkt niet
- B (15%): factor IX disfunctie
- C: factor XI disfuncie
- autosomaal i.p.v. X-gebonden
- klinisch beeld
- bloedingen
- hematomen (harde kern)
- spier- en gewrichtsbloedingen
- na trauma
- chronisch
- ernstige artropathie
- ernst ~ residuele factor
- mild:
- secundair aan trauma
- matig-ernstig: 1-5%
- secundair aan trauma
- occasioneel gewrichtsbloeding
- ernstig: < 1%
- spontaan
- mild:
- draagsters
- gemiddeld 50% factor VIII
- bereik: 0-100%
- 30% heeft symptomen
- bloedingen
- diagnose
- aPTT test (intrinsieke pathway): verlengd
- PT test (extrinsieke pathway): normaal
- behandeling
- XIII of IX concentraat (recombinant)
- wie plaatst IV?
- begin: pediater / vpk
- eventueel via poortkatheter
- vanaf 4-5j: ouders
- vanaf 10-12j: patient
- begin: pediater / vpk
- wie plaatst IV?
- bij bloeding
- transfusie van stollingsfactor
- variabel patroon
- XIII of IX concentraat (recombinant)
- nieuwe behandeling
- concentraten met langere werkingsduur
- alternatieve correctie van stolling (subcutaan)
- bispecifieke antistoffen
- tegen IXa en X
- doel: functie VIII overnemen die IXa en X samenbrengt om Xa te vormen
- bispecifieke antistoffen
- gentherapie
- (ArgenX)
- voor hemofilie B
- prijs: $3M per behandeling
- (ArgenX)
- desmopressine (DDAVP) bij milde hemofilie A
- complicaties
- infecties: HIV, HCV, HBV (door transfusies vroeger)
- inhibitoren tegen VIII of IX
- katheterinfecties
- chronische pijn
Ziekte van Von Willebrand
- Von Willebrand factor (vWF)
- complex eiwit
- functie
- primaire hemostase
- anker voor bloedplaatjes
- secundaire hemostase: carrier voor VIII
- primaire hemostase
- types (niet belangrijk)
- (1) mild
- vWF: 5 - 30%
- (2) matig
- kwalitatief tekort
- (3) ernstig
- vWF: < 5%
- (1) mild
- behandeling
- transfusie met vWF
- desmopressine: vrijzetting vWF uit opslag
- tranexaminezuur: fibrinolyse inhibitor
Ziekte van Rendu-Osler-Weber (ROW)
- = Hereditary Hemorrhagic Teleangiectasia (HTT)
- zeldzaam
- symptomen
- teleangiëctasieën t.h.v. slijmvliezen
- rode plekjes op huid, lippen, tong, handen, slokdarm, ...
- arterioveneuze malformaties
- longen
- fistel: R->L shunt
- desaturatie
- fistel: R->L shunt
- lever
- shunt
- geen detoxificatie
- high output hartfalen
- shunt
- hersenen
- bloeding
- longen
- neusbloedingen
- vanaf adolescentie
- GI bloedingen
- teleangiëctasieën t.h.v. slijmvliezen
- erfelijk: autosomaal dominant
- 1 / 5000
Verworven bloedingsziekten
- bloedplaatjes
- bloedplaatjesfunctiestoornissen
- trombopenie
- stolling
- antistollingsmiddelen
- verminderde / abnormale aanmaak
- leverlijden
- bloed: check PT
- vitamine K deficientie
- oorzaken
- dieet: zit in groene groenten
- normale aanmaak via darmflora valt stil
- vaak bij ouderen onder AB therapie
- intoxicatie
- coumarines (warfarine, rattenvergif)
- effect op
- II, VII, IX, X (examen!)
- protein C
- protein S
- labo
- PT en aPTT +
- II, VII, IX, X -
- V =
- behandeling
- vitamine K
- langdurig toedienen bij intoxicatie
- concentraat van factoren
- vitamine K
- oorzaken
- leverlijden
- specifieke stollingsfactor inhibitoren
- = auto-antistoffen
- meestal tegen VIII (verworven hemofilie)
- oorzaken
- spontaan
- vooral bij ouderen?
- post-partum
- door andere auto-immuun ziekte
- paraneoplastisch
- spontaan
- vaak fataal
- behandeling
- stollingsfactor concentraat
- immuunsupressiva
- oorzaken
- soms tegen V, II (post-operatief)
- uitzonderlijk tegen XIII
- verhoogde consumptie
- Diffuse Intravasculaire Coagulatie (DIC)
- intravasculaire activatie stollingssysteem
- (micro)trombi en embolen
- uitputting bloedplaatjes en stollingsfactoren
- secundair aan onderliggende aandoening
- infectie / sepsis
- trauma
- orgaandestructie
- kanker
- obstetrische aandoeningen
- vasculaire afwijkingen
- malformaties
- aneurysma
- leverfalen
- toxische of immunologische reacties
- symptomen (acute DIC)
- bloedingen
- trombo-embolie
- acuut nierfalen
- leverdisfunctie
- respiratoir falen
- cerebraal lijden
- hemolytische anemie
- diagnose
- BP aantal -
- PT / aPTT +
- D-dimeren +
- stollingsinhibitoren -
- fibrinogeen -
- chronische DIC
- laaggradige activatie
- compensatie door lever en beenmerg
- asymptomatisch met verhoogde D-dimeren
- vooral bij
- kanker
- grote vasculaire malformaties
- Diffuse Intravasculaire Coagulatie (DIC)
✅ 5 Hypertensie
- prof. T. Vanassche
Intro
- glossary
- ACE = angiotensine conversie enzym
- ACE-I = ACE inhibitoren
- AHT = arteriele hypertensie
- BP = blood pressure = bloeddruk
- CV = cardiovasculair
- DALY = disability-adjusted life years
- HMOD = hypertension-mediated organ damage
- IHD = ischemic heart disease
- RAAS = renine-angiotensine-aldosteron systeem
- SES = socio-economische status
- hypertensie = verhoogde bloeddruk in slagaders
- verschilt per fase
- systolisch (SBP)
- diastolisch (DBP)
- gemiddelde:
- verschilt per locatie
- vaak a. brachialis
- bloeddruk ~ CV risico
- guidelines
- evolueren doorheen de tijd (worden vaak strenger)
- verschillen per regio
-
2024 ESC guidelines
- kantoor bloeddruk
- normaal: SBP < 120 en DBP < 70
- niet behandelen
- verhoogd: SBP in [120, 139] of DSB in [70, 89]
- mogelijk behandelen (i.f.v. globale CV risico)
- hypertensie: SBP >= 140 of DBP >= 90
- altijd behandelen
- epidemiologie
- prevalentie: 1 200 000 000 in wereld
- 30-45% volwassenen in EU
- 50% onbewust
- 50% gekend
- 50% onbehandeld
- 50% behandeld
- 50% onvoldoende
- 50% voldoende
- risicofactoren
- hoge leeftijd
- geslacht: vrouw (bij zelfde bloeddrukwaarden)
- lage SES
- belangrijkste behandelbare risicofactor voor verlies aan DALY's
- meer dan roken, alcohol, obesitas, ...
- gevolgen
- coronaire aandoeningen
- hartfalen
- CVA
- atriumfibrilatie
- nierinsufficientie
- vasculaire dementie
- klinisch belang (ABC)
- asymptomatisch
- screening nodig
- behandelbaar
- continuum
- ook verhoogd maar geen hypertensie kan schadelijk zijn
- asymptomatisch
Pathofysiologie
- oorzaken
- zelden secundaire hypertensie (= met 1 duidelijke oorzaak)
- Liddle syndroom
- Cushing
- hyperthyroidie
- nier arterie stenose
- coarctatio aortae
- medicatie
- corticosteroiden
- NSAIDs
- orale contraceptie
- heel vaak primaire/essentiele hypertensie
- multifactorieel
- polygeen
- omgevingsfactoren
- multifactorieel
- zelden secundaire hypertensie (= met 1 duidelijke oorzaak)
- regulatie
- neuro-humoraal
- sympatisch zenuwstelsel
- RAAS systeem
- andere hormonen (NO, endotheline, ...)
- vaatwand
- endotheel disfunctie
- gladde spiercel hypertrofie
- verlies elasticiteit
- nieren
- natrium homeostase
- genetica
- omgeving
- neuro-humoraal
- gevolgen
- hartschade (door hogere afterload)
- linker ventrikel hypertrofie
- diastolische disfunctie
- aritmie (VKF)
- hartfalen met bewaarde ejectiefractie (HFpEF)
- detectie: echocardiografie, ECG
- linker ventrikel hypertrofie
- vaatschade
- stijfheid
- meer belasting hartspier
- minder coronaire perfusie
- meting
- pulse wave velocity (PWV)
- hoge polsdruk
- hoge
- atherosclerose
- stijfheid
- orgaanschade (HMOD)
- vaak asymtomatisch
- alarmsignaal
- nieren
- hypertensieve nefroangiosclerose
- vicieuze cirkel
- meting: nierfunctie (GFR), (micro)albuminurie
- hypertensieve nefroangiosclerose
- hersenen
- risico op CVA
- meting: MRI hersenen
- retina
- meting: fundoscopie
- hartschade (door hogere afterload)
Meting bloeddruk
- waar
- kantoor / consultatie
- 5min rust
- juiste positie
- juiste manchet
- 2 metingen met 1-2min interval
- bij >10 mmHg verschil: extra meting
- noteer gemiddelde van laatste twee metingen
- geautomatiseerde kantoor BP (AOBP)
- laat patient alleen
- minder wittejas hypertensie
- automatisch meerdere metingen
- laat patient alleen
- thuis bloeddruk meting (HBPM)
- 2x 's ochtends
- 2x 's avonds
- 3-7 dagen lang
- gevalideerde toestellen nodig
- ambulante 24u meting (ABPM)
- gouden standaard
- strengere ranges buiten kantoor
- kantoor / consultatie
- wearables
- cuffless
- schatting i.p.v. rechtstreekse meting
- met manchet
- rechtstreekse meting
- validatie onduidelijk
- conclusie
- precisie onzeker
- niet geschikt voor opvolging
- wel goed voor awareness
- precisie onzeker
- cuffless
Risicostratificatie
- zie les 1
- SCORE2 methode
- input
- geslacht
- roken
- leeftijd
- non-HDL cholesterol
- output
- 10 jaar CV risico (%)
- kleurcodes
- zeer hoog
- hoog
- intermediair
- laag
- kleurcodes
- 10 jaar CV risico (%)
- input
Diagnostiek en evaluatie bij hypertensie
- vier vragen
- heeft patient hypertensie?
- globale CV risico?
- sterke risicofactoren
- SCORE2 > 10%
- SCORE > 5% en milde risicofactoren
- anamnese
- voorgeschiedenis
- familiaal
- persoonlijk
- dyslipidemie
- diabetes
- roken
- dieet
- beweging
- alcohol
- voorgeschiedenis
- klinisch onderzoek
- gewicht
- lengte
- BMI
- tekens van CV lijden
- labo
- glucose +/- HbA1c
- lipidenprofiel
- serum creatinine
- ECG
- sterke risicofactoren
- HMOD tekens?
- HMOD = hoger risico
- anamnese
- neurologische symptomen
- cardiale symptomen
- renale symptomen
- perifeer vaatlijden
- klinisch onderzoek
- neurologisch
- hart
- perifere vaten
- routine
- bloed
- Hb
- creatinine (eGFR)
- elektrolyten
- glucose +/- HbA1c
- lipidenprofiel
- albuminurie
- ECG
- LV hypertrofie
- atrium dilatatie
- aritmie
- bloed
- aanvullend
- echocardiografie
- duplex carotis IMT (intima media thickness), plaque detectie
- echo nier
- MRI hersenen
- enkel-arm index
- fundoscopie
- inspanningstest
- secundaire hypertensie?
- oorzaken (= secundair) vs bijdragen
- oorzaken (zeldzaam, weinig impact op behandeling)
- chronisch nierlijden
- nier arterie stenose
- primair aldosteronisme
- schildklierfunctie
- bijdragen (wel nuttig)
- overgewicht
- slaap apneu
- alcohol
- medicatie
Niet-farmacologische therapie (levensstijl)
- details: zie les 1
- zout
- gewicht
- beweging
- alcohol
- roken
- voeding: DASH dieet
- stress en slaap
- effect 1: CV risico verlagen
- effect 2: bloeddruk daling
- op zichzelf
- door effect medicatie te verbeteren
- gezonde levensstijl is geen garantie op lage bloeddruk
- voor wie?
- iedereen
- 1e lijn behandeling bij verhoogde bloeddruk
- evalueer na 3m of medicatie toch nodig is
- aanvulling bovenop medicatie bij hypertensie
Farmacologische therapie
- levenslang
- principes
- lage dosis van verschillende klassen
- zo weinig mogelijk pillen
- bewezen voordeel voor therapietrouw
- voldoende krachtig om doel te bereiken
- eerste poging: < 140/90
- indien haalbaar: 12x/7x
- klassen met bewezen voordelen en weinig neveneffecten
- bevraag nevenwerkingen actief
- klassen
- basis
- RAAS blockers
- ACE inhibitors
- sartaan / angiotensine receptor blockers (ARB)
- calcium kanaal blockers
- veilig bij zwangerschap / borstvoeding (nifedipine)
- thiazide diuretica
- RAAS blockers
- tweede lijn
- betablokkers
- bij specifieke indicaties
- veilig bij zwangerschap / borstvoeding (labetalol)
- aldosterone antagonist diuretica
- spironolactone
- alfablockers
- centraal werkende antihypertensiva
- betablokkers
- basis


Belangrijke patientengroepen (uitbreiding)
- niet besproken
- geen leerstof?
- zwangerschap (pre-eclampsie)
- check macro proteinurie (stick) bij verhoogde bloeddruk
- jongeren
- 10 jaar risico laag
- lifelong risico hoog
- niet wachten met behandeling
- fragiele personen / ouderen
- meer nevenwerkingen
- comorbiditeiten
- polyfarmacie
- vaak geisoleerde systolische hypertensie
- na behandeling: DBP te laag
- resistente hypertensie
- BP > 140/90 na max getolereerde dosis en gezonde levensstijl
- check therapietrouw
- uitsluiten secundaire hypertensie
- behandeling
- MRA (spironolactone)
- nieuwe medicatie op komst
- structureel
- renale denervatie
- carotis stimulatie
- cardiomodulatie met pacemaker
- BP > 140/90 na max getolereerde dosis en gezonde levensstijl
✅ 6 Vasospastische aandoeningen en arteriele embolie (1u)
- prof. P. Verhamme
- hoort bij vaatlijden varia?
Arteriele trombo-embolie
- oorzaken nier/milt/darm infarct
- trombose lokaal
- onderliggende afwijking slagader
- atherosclerose
- atherotrombose
- behandeling: anti-aggregantia
- atherotrombose
- fibromusculaire dysplasie
- abnormale onwikkeling (= dysplasie) vaatwand
- fibro: bindweefsel
- en/of spierlaag
- meestal in tunica media (85%)
- locatie
- a. renalis
- a. carotis
- "parelsnoer" op angiografie
- behandeling: ???
- abnormale onwikkeling (= dysplasie) vaatwand
- dissectie
- behandeling: ???
- (aneurysma)
- atherosclerose
- onderliggende afwijking slagader
- arteriele embolie
- oorzaak
- hart (cardio-embolie)
- oorzaken
- VKF (meestal)
- endocarditis
- klepvegetatie
- kleptrombus
- ventrikeltrombus
- aortatrombus
- tumortrombus
- ...
- behandeling: anti-coagulantia (VKA, DOAC)
- oorzaken
- proximale slagader: "arterio-arterieel"
- paradoxale embolie
- bij septum defect
- bv. patent foramen ovale (PFO)
- rechts-links shunt
- bv. door tr. pulmonalis stenose
- via aorta naar hersenen
- behandeling: anti-coagulantia (VKA, DOAC)
- bij septum defect
- hart (cardio-embolie)
- oorzaak
- stollingsstoornissen
- antifosfolipidensyndroom (APS)
- kanker
- (orale anticonceptie)
- erfelijke trombofilie
- zie les VTE
- secundair aan veneuze splanchnische trombose
- bij darminfarct
- trombose lokaal
Vasculaire acrosyndromen
- ~= vasospastische aandoeningen
- acro: hoogste punt, tip, extremiteit
- verstoorde cutane microcirculatie aan extremiteiten
- prevalentie: 10%+
| Permanent | Paroxysmal | |
|---|---|---|
| Vasoconstriction | Acrocyanosis | Raynaud |
| Livedo | ||
| Vasodilatation | Erythromelalgia |
Acrocyanose
- letterlijk: "blauwe extremiteiten" (handen, voeten, gezicht)
- pijnloos
- symmetrisch
- persistent
- uitlokkend: koude
- geassocieerd met hyperhidrosis van handen en voeten
- oorzaak: autonome disfunctie
- sympathische hypertonie
- types
- primair
- vooral jongvolwassenen
- secundair
- primair
- risicofactoren
- vrouw
- anorexia
- kanker
- diagnose
- kliniek
- capillaroscopie van nagelbed
- enige plaats waar capillairen parallel met huid i.p.v. loodrecht lopen
Livedo reticularis
- paarse verkleuring van veneuze plexus onder huid
- frequent
- pathofysiologie
- venodilatatie
- secundair
- types
- fysiologisch (cutis marmorata)
- bij koude
- vooral bij neonaten en vrouwen met bleke huid
- persistent
- fysiologisch (cutis marmorata)
- oorzaken (minder belangrijk)
- arteriolar spasm
- vessel inflammation
- vascular obstruction
Raynaud fenomeen (RP)
- witte en/of blauwe vingers
- rood na reperfusie
- numbness, tintelingen
- types
- primair = idiopatisch
- oorzaken
- koude
- stress
- prevalentie
- vrouwen: 5-10%
- mannen: 2-5%
- pathofysiologie
- autonoom ZS?
- normale capillaryscopy
- oorzaken
- secundair
- criteria
- late onset (40j+)
- man
- asymmetrisch
- tekenen van ischemie
- abnormale capillaryscopy
- megacapillaries
- abnormale laboresultaten
- vaatlijden
- auto-immuun
- criteria
- primair = idiopatisch
- behandeling
- hele lichaam warm houden
- (medicatie?)
- trial and error
Erythromelalgia = erythermalgia
- heel zeldzaam
- niet belangrijk voor basisarts
- symptomen
- rood
- oedeem
- brandend gevoel
- oorzaak: warmte
- behandeling: koude
- types
- primair
- zeldzaam
- soms erfelijk
- vooral onder 40j
- secundair
- vooral boven 40j
- behandeling: aspirine
- primair
Gerelateerde aandoeningen
- vibration disease
- beroepstrauma
- gekwetste slagaders in pols
- hypothenar hammar syndrome
- Buerger's disease
- zie deel prof. Fourneau
- "kurkentrekker" op angiografie
- rokers (35-40j)
- risico op necrose / amputatie
- deel van DDX maar geen acrosyndroom
- blue toe syndrome
- deel van DDX maar geen acrosyndroom
- oorzaak: cholesterol embolie
- wintertenen
- = pernio
- = chillblains
- dermatologische aandoening
- vooral november-april
- oorzaak: onduidelijk
- vooral in magere vrouwen
- spontaneous finger haematoma
- paroxysmal finger hematoma
- spontaneous subcutaneous bleeding in the fingers and hands
- blue toe syndrome



