Endocrinologie - Diabetes en metabolisme
- counterregulerende hormonen
- werken insuline tegen
- voorbeelden
- glucagon
- adrenaline
- cortisol
- groeihormoon
Definitie
- historisch: glucosurie
- beter
- syndroom
- verhoogde glycemie
- met of zonder glucosurie
- veranderingen in metabolisme van eiwitten en vetten
- door tekort aan insuline (of werking daarvan)
Indeling
- glycemie normaal (nuchter < 100 mg/dl)
- glycemie verhoogd (nuchter 100-126 mg/dl)
- impaired glucose tolerance test (IGT)
- gestoorde glycemie na orale glucosetolerantietest (OGTT)
- normaal < 140 mg/dl
- gestoord: 140-200 mg/dl
- 7.5%/jaar ontwikkelt diabetes
- krijgt al diabetes complicaties (angiopathie)
- gestoorde glycemie na orale glucosetolerantietest (OGTT)
- impaired fasting glucose (IFG)
- lager risico dan IGT
- impaired glucose tolerance test (IGT)
- glycemie sterk verhoogd (nuchter >126 mg/dl, na OGTT >200 mg/dl)
- diabetes mellitus
- type 1 (DM1)
- betacel destructie
- type 2 (DM2)
- insulineresistentie
- zwangerschapsdiabetes
- 10% kans
- 30-50% krijgt later DM2
- risico op zwangerschapshypertensie
- andere (secundaire diabetes)
- monogenetische vormen
- maturity onset diabetes of the young (MODY)
- autosomaal dominant
- maturity onset diabetes of the young (MODY)
- neonatale diabetes
- monogenetische vormen
- type 1 (DM1)
- diabetes mellitus
Diagnose
- niet: pathofysiologisch
- niet: etiologisch
- o.b.v. glycemie ("zoals oude Grieken en Egyptenaren")
- gaat binnenkort wellicht veranderen
Glycemiebepaling
- opletten met glucoseverbruik RBC
- arterieel/capillair > veneus
- 15% hoger
- test in labo op veneus bloed
- diagnose diabetes
- met diabetesklachten (polyurie, polydipsie, gewichtsverlies, ...)
- nuchtere glycemie > 126 mg/dl
- of willekeurige glycemie > 200 mg/dl
- zonder klachten
- idem, maar tweede afwijkende test op andere dag nodig
- met diabetesklachten (polyurie, polydipsie, gewichtsverlies, ...)
- OGTT
- enkel nodig als bovenstaande test negatief was
- of voor verfijning van type diabetes
- standaardisatie
- voeding en beweging 3d voorheen normaal
- 8-16u nuchter
- 's morgens beginnen
- tijdens test
- niet roken
- geen lichamelijke activiteit
- geen medicatie
- dosis
- 75g glucose (1.75g/kg, max 75g voor kinderen)
- voldoende verdund (max 25g/100ml)
- mag smaakstof bevatten
- in 5min leegdrinken
- startpunt = eerste slok
- bloednames voor glycemie (en eventueel insuline of c-peptide)
- 0min
- 120min
- extra
- 30min
- 60min
- 180min
- resultaat
- normaal: < 140 mg/dl
- IGT: 140-200 mg/dl
- diabetes: > 200 mg/dl
- enkel nodig als bovenstaande test negatief was
Geglyceerde hemoglobine
- maat voor chronische hyperglycemie
- minder gevoelig
- HbA1c
- in Belgische labo's (gestandaardiseerd)
- normaal: 4-6%
- diabetes waarschijnlijk: > 6.5%
- onderschatting bij hogere turnover RBC (standaard 120d)
- in Belgische labo's (gestandaardiseerd)
- correlatie met diabetes complicaties
- interferenties mogelijk
- nuttig voor screening
- maar niet terugbetaald in Belgie (behalve voor diabetespatienten)
- samenvattende tabel (kennen!)
| Normaal | IGT | IFG | Diabetes | |
|---|---|---|---|---|
| Nuchter | <100 | <126 | >100 en <126 | >126 |
| 2 uur na OGTT | <140 | >140 en <200 | — | >200 |
| HbA1c | 4–6% | — | — | >6.5% |
Etiologische diagnosemiddelen
- DM1
- stadia
- (1) preklinisch en presymptomatisch
- 2 antistoffen
- OGTT normaal
- (2)
- 2 antistoffen
- OGTT gestoord
- (3) klinisch
- glycemie conform diabetes
- (1) preklinisch en presymptomatisch
- evolueert quasi zeker naar DM1
- snelheid onvoorspelbaar
- screening
- in Belgie sporadisch bij familieleden
- internationale studies naar algemene screening
- stadia
- (nog) geen voor DM2
- monogenetische diabetes
- gen opsporen bij familieleden
Glucosurie
- aanwijzing maar geen bewijs
Etiologie - evolutie - prognose
Type 1
Etiologie
- prevalentie: 3/1000 in Westerse wereld
- vooral bij Kaukasiers
- erfelijk
- tweeling studies
- multigenetisch
- klasse II HLA-genen in MHC
- toch 95% "de novo"
- auto-imuun
- T-cel gemedieerd
- tegen beta cellen in eilandjes Langerhans in pancreas
- bewijzen
- insulitis: infiltratie in eilandjes
- erfelijke link
- auto-antistoffen
- associatie met andere auto-immuunziekten
- effect immuuntherapie
- analogie met diermodellen
- omgevingsfactoren
- omstreden
Symptomen en evolutie
- lange preklinische fase (stadium 1-2)
- maanden-jaren
- vanaf stadium 3 plots
- stress trigger (infectie, ...)
- meestal jong (rond puberteit)
- soms late-onset autoimmune diabetes (LADA)
- symptomen
- hyperglycemie
- glucosurie
- verlies -> vermagering
- meer urogenitale infecties
- polyurie (incl. nycturie) door osmotische diurese
- polydipsie
- deshydratatie
- glucosurie
- vetafbraak > vetsynthese
- verhoogde lipiden in bloed
- ketogenese
- keto-acidotische coma
- eiwitafbraak > synthese
- AZ -> gluconeogenese
- verhoogde kans op (verwikkelingen bij) infecties
- algemeen
- moe
- hyperglycemie
- screening kan helpen bij "zacht begin"
- behandeling
- tijdelijke remissie ("honeymoon")
Type 2
Etiologie
- prevalentie: 2-3%
- komt veel meer voor dan DM1 (0.3%)
- 10% van blanke 70j+
- meer bij niet-Kaukasiers
- erfelijk
- 80-100% polygenetisch
- details onduidelijk
- "thrifty genotype hypothesis"
- voordeel bij hongersnood?
- duaal
- falende insuline secretie in beta cel
- onduidelijk
- inflammatoire cytokines?
- insuline resistentie
- in spieren, vetcellen, lever
- (verminderd aantal receptoren)
- post-receptor problemen
- vaak jaren op voorhand
- associatie met metabool syndroom
- link abdominale obesitas en inflammatie
- falende insuline secretie in beta cel
- incretine concept
- incretine hormonen
- voorbeelden
- glucagon-like peptide 1 (GLP-1)
- glucose-dependent insulinotropic polypeptide (GIP)
- productie in darm
- heel korte levensduur (minuten)
- targets
- hersenen: remmen eetlust
- maag: trager ontledigen
- alfa cel: inhibitie glucagon
- beta cel: stimulatie insuline (i.f.v. glucose)
- lokale zenuwcellen in darm
- voorbeelden
- bij DM2: te weinig incretine effect
- incretine hormonen
Symptomen
- variabel
- vaak toevallig ontdekt
- zie DM1
- amper keto-acidotische coma
- kans neemt toe bij behandeling met insuline+SGLT2 inhibitoren
- amper keto-acidotische coma
- zie complicaties
- goed te behandelen
- zelfs zonder volledige normalisatie glycemie
- verhoogde morbiditeit
- vooral door macro-angiopathie
- lagere levensverwachting (-10j bij DM1)
| Type 1 | Type 2 | |
|---|---|---|
| Genetische achtergrond | meer dan 50% polygenetisch, vooral HLA | 80–100% polygenetisch |
| Concordantie eeneiige tweelingen | >50% | 80–100% |
| Risico bij kinderen | moeder met diabetes: ~3% vader met diabetes: ~7% |
~50% |
| Pathogenese | 1) β-celdestructie 2) auto-immuniteit 3) ? omgevingsfactoren |
1) insulineresistentie en β-celdysfunctie 2) abdominale obesitas 3) sedentair leven |
| Associaties | andere auto-immuunziekten | metabool syndroom |
| Frequentie (blanke bevolking) | 0.3% | 2–3% (>10% bij ≥70j) |
| Optreden | plotse decompensatie jong mager |
traag >40j (metabool) obees |
| Screening | genetisch risico autoantistoffen |
metabool profiel (FINDRISK) |
| Diagnostiek | ||
| C-peptide (~insulineresistentie) | laag / afwezig | hoog (N) → laag |
| Auto-antilichamen | + | – |
| Ketosis | “prone” | resistent |
| Coma | ketoacidotisch | hyperosmolair |
| Laattijdige verwikkelingen | micro +++ | macro +++ |
| Mortaliteitsrisico vs controles | ×2 | ×2 |
| Eerste keuze van behandeling | insuline, educatie en zelfmonitoring van glycemie | levensstijl metformine disease modifying therapies (GLP-1) |
Andere vormen
Monogenetische diabetes
- neonatale diabetes
- MODY
- autosomaal dominant
- hele familie aangetast
- past niet bij DM1 en niet bij DM2
- bij ons vooral MODY3
- MODY2 (glucokinase)
- hoger glycemie setpoint in beta cellen
- maar geen risico op complicaties
- dus geen behandeling nodig
- wel opletten bij zwangerschap
- autosomaal dominant
Zwangerschapsdiabetes
- examen: cut-off cijfers niet leren
- veranderen elk jaar
- "zwangerschap is een challenge voor de vrouw"
- Belgie: 10%
- Azie, Afrika: tot 35%
- vaak asymptomatisch
- definitie (ADA richtlijnen)
- diabetes tijdens zwangerschap zonder argumenten voor andere vorm (geen type 1 of type 2 of ...)
- door toenemende insulineresistentie
- standaard bij elke zwangerschap
- erger indien ouder
- erger bij obesitas
- vooral vanaf 20w
- screening (ter discussie)
- nuchtere bloedname voor zwangerschap (of ten laatste in 1e trimester)
- baseline bepalen
- genoeg tijd om er nog iets aan te doen
- check opnieuw voor 20w ("vroege zwangerschapsdiabetes")
- 95-125 -> OGTT
- check tussen 24-28w (als voorheen negatief)
- glucose challenge test (GCT)
- 50g glucode
- positief iff glycemie > 130 na 1u
- bevestiging met OGTT
- direct OGTT i.p.v. GCT bij
- obesitas
- voorgeschiedenis zwangerschapsdiabetes
- glucose challenge test (GCT)
- nuchtere bloedname voor zwangerschap (of ten laatste in 1e trimester)
- gevolgen
- moeder
- pre-eclampsie
- zwangerschapshypertensie
- hoger risico op instrumentele verlossing (keizersnede, ...)
- door macrosomie
- foetus
- glucose+ -> insuline+ -> anabool effect -> macrosomie
- meer groeien maar minder rijpen
- neonatale icterus
- longen nog niet rijp
- vetcellen worden aangelegd
- later meer kans op obesitas en DM
- meer groeien maar minder rijpen
- (schouder)dystocie
- = fysieke obstructie tijdens bevalling
- perinatale morbiditeit
- glucose+ -> insuline+ -> anabool effect -> macrosomie
- moeder
- behandeling
- afvallen
- minder koolhydraten
- beweging
- insuline
- blijven opvolgen i.f.v. DM2 risico
- zwangerschapsdiabetes = "grootste risicofactor" (50%)
- OGTT 6-12w na bevalling
- jaarlijkse nuchtere glycemie
Zwangerschap en diabetes
- wat als moeder al diabetes heeft?
- vroeger enkel DM1
- nu ook meer DM2
- "koop uw kind op tijd"
- geen linkt tussen DM en fertiliteit
- wel met obesitas en insuline resistentie
- glucose = vergif voor embryo
- miskraam
- ernstige afwijkingen
- al in eerste weken
- dus
- glycemie controle extra belangrijk
Verwikkelingen
Microangiopathie
- in principe alle organen
- vooral retina, glomerulus (nier) en kleine bloedvaatjes van zenuwen
- secundair aan metabole afwijkingen (glycolysatie eiwitten)
- kort levende eiwitten: HbA1c
- lang legende eiwitten: AGE
- aantasting
- nier
- macrofaag
- endotheel: verstopping
- verdikking basale membraan
- matrix accumulatie
- aantasting
- op te lossen met goede glycemiecontrole
- nog niet bij pre-diabetes (verminderde glucosetolerantie)
Diabetische retinopathie
- geen details op examen
- 100% heeft lichte vorm
- 25% proliferatie op lange termijn
- veroorzaakt blindheid
- perifeer -> centraal
- zou moeten dalen met betere glycemiecontrole
- veroorzaakt blindheid
- stadia
- (a) functionele afwijkingen
- vooral t.h.v. retina capillairen
- (b) background retinopathie
- (c) preproliferatieve fase
- (d) proliferatieve fase
- neovascularisatie
- door vaso-actieve peptiden (= groeifactoren) geproduceerd in ischemische gebieden
- geeft nieuwe, broze bloedvaatjes
- gevolgen
- bloedingen
- retina loslating
- glaucoom
- neovascularisatie
- (e) diabetische maculopathie
- i.p.v. proliferatie
- aantasting macula (centraal)
- door ischemie en oedeem
- (a) functionele afwijkingen
- risicofactoren
- slechte glycemiecontrole
- hypertensie
- roken
- erfelijke aanleg
- preventie
- jaarlijkse fundus controle
- na papil dilatatie
- jaarlijkse fundus controle
- behandeling
- lasertherapie
- doel: stop secretie vasoactieve stoffen
- anti-hypertensiva
- rookstop
- vitrectomie
- anti-groeifactoren
- lasertherapie
- varia
- ook meer cataract
Diabetische nefropathie
- heel prevalent
- vormen
- diffuse vorm
- verdikking wand
- dan vernauwing lumen
- dan hyalinisatie glomerulus
- nodulaire vorm
- ophoping van proteinen in mesangium
- progressieve compressie en hyalinisatie
- diffuse vorm
- stadia
- (a) verhoogde glomerulaire nefromegalie
- (b) micro albuminurie
- reversiebel met glycemiecontrole en anti-hypertensiva
- (c) proteinurie, verminderde nierfunctie, hypertensie
- na 15j+ niet-optimale behandeling
- 3-5j later terminale nierinsufficientie
- transplantatie of dialyse nodig
- remmen door bloeddruk controle
- jaarlijkse screening voor microalbuminurie
- dus geen dipstick
- ook goede voorspeller voor CV risico
- behandeling
- glycemiecontrole
- anti-hypertensiva
- vooral RAAS remmers (ACE, ARB)
- SGLT2 inhibitoren
- GLP-1 agonisten
- finerenone (nog niet op Belgische markt)
- matige eiwitbeperking?
- dialyse
- snel genoeg starten om andere complicaties niet te versnellen
- niertransplantatie (+ pancreas transplantatie)
- varia
- urinaire infecties
- papilnecrose
- acute tubulusnecrose
- na contrast toediening
Diabetische neuropathie
- aantasting perifere zenuwstelsel
- kliniek
- (a) symmetrische polyneuropathie
- trage evolutie
- sensibiliteitsstoornissen
- vooral onderste ledematen
- abnormale gevoeligheid: paresthesieen en pijn (vaak 's nachts)
- verminderde gevoeligheid
- stemvork test
- monofilament test
- m.b.v. siliconen draadje
- motorische uitval
- reflexen -
- spieratrofie
- (b) autonome neuropathie
- GI: slokdarm motoriek, ...
- urogenitaal: impotentie, ...
- cardiovasculair: orthostatische hypertensie, ...
- zweetstoornissen
- orthosympatische ongevoeligheid voor hypoglycemie
- (c) monoradiculaire neuritis en diabetische amyotrofie (zeldzaam)
- (a) symmetrische polyneuropathie
- diagnose
- anamnese
- klinisch onderzoek
- EMG
Macroangiepathie of atheromatose
- "huis, tuin en keuken"
- wel al bij pre-diabetes (verminderde glucosetolerantie)
- multifactorieel
- niet enkel door glycolysatie eiwitten
- dus niet op te lossen met enkel goede glycemiecontrole
- niet enkel door glycolysatie eiwitten
- epidemiologie
- zelfde risicofactoren als algemene bevolking
- wel frequenter en vroeger
- vaker vrouwen
- aantasting
- hart: angor
- hersenen: CVA
- onderste ledematen: claudicatio intermittens
- diagnose
- anamnese
- klinisch onderzoek
- cardio stress testen
- duplex
- behandeling
- CV risico's verminderen
Dermatologisch
- infecties
- bacterieel
- mycotisch (schimmels)
- necrobiosis lipoidica diabeticorum
- lipodystrofie t.h.v. insuline injecties
- lipiden erupties
Diabetische voet
- (a) macroangiopathie
- (b) microangiopathie (beperkte bijdrage)
- (c) neuropathie
- verminderde gevoeligheid
- verandering in statiek
- kloven in droge huid (door minder zweten)
- charcot voet
- (d) meer vatbaar voor infecties
- (e) meer vatbaar voor huidletsels + trage genezing
- (f) veneuze insufficientie
- ulceraties
- malum perforans
- gangreen
- grotere (x15) kans op amputatie
- systematisch opsporen
- behandeling
- preventief
- glycemieregeling
- goede voetverzorging
- (zelf)inspectie
- behandeling beginnende letsels
- preventief
Metabole coma's
- (a) door hypoglycemie (insuline overdosis)
- plots
- huid: warm, vochtig
- behandeling
- glucose PO of IV
- glucagon SC, IM, nasaal
- indien bewusteloos
- wordt aangeleerd aan familie van DM patienten
- geen probleem als het toch een ander soort coma blijkt te zijn
- (b) door hyperglycemie (insuline tekort)
- (zeer) traag
- huid: droog
- keto-acidotische coma bij DM1
- beta oxidatie van vetten geeft ketonlichaampjes
- aceton wordt uitgeademd
- ketonen met -COOH groep geven metabole acidose
- compensatoire respiratoire alkalose (hyperventilatie, Kussmaul)
- preventie door zelfevaluatie
- o.a. bij infectie of andere ontregeling
- opletten bij gebruik SGLT2 inhibitoren
- behandeling
- hospitalisatie
- water en ionen (vooral kalium)
- insuline
- beta oxidatie van vetten geeft ketonlichaampjes
- hyperosmolariteit bij DM2
- glucose in bloed stijgt
- "siroop"
- risico op trombose
- glucoseverlies in urine
- natrium daalt ter compensatie
- uitdroging
- normaal gecompenseerd door dorstgevoel
- dus kan alleen bij verminderd dorstgevoel
- bij dementie, bedlegerig, ...
- behandeling
- hospitalisatie
- rehydratatie
- insuline (minder dan bij keto)
- heparine (LMWH)
- oorzaak
- glucose in bloed stijgt
- diagnose
- examen: cijfers tabel in grote lijnen kennen
- glycemie: vingerprik
- acidose via urine of plasma
- osmolariteit: meting of schatting
- anionengap
| Hypoglycemisch coma | Hyperglycemisch ketoacidotisch (pre)coma | Hyperglycemisch hyperosmolair coma | |
|---|---|---|---|
| Ontstaan | plots (minuten) | traag (uren tot dagen) | zeer traag |
| Aanleiding | behandelde diabetes - toediening insuline of OAD ↑ - insulinebehoefte ↓ |
nieuwe type 1 diabetes - infectie ↑ - insulinebehoefte ↑ |
nieuwe type 2 diabetes - infectie, medicatie (β-blokkers, diuretica, corticoïden…) |
| Symptomatologie vóór (pre)coma | - nausea/braken - diarree - bizar gedrag |
- nausea/braken - diarree |
- (±) |
| Klinisch onderzoek | |||
| Huid | vochtig | droog / gedehydrateerd | droog |
| Ademhaling | oppervlakkig | diep/snel (Kussmaul) | normaal |
| Labo – urine | |||
| glucose | 0 à (++) | +++ | +++ |
| aceton | 0 à (+++) | +++ | (±) |
| Labo – bloed | |||
| glycemie | <50 mg/dl | =300 mg/dl | >>800 mg/dl |
| aceton | (+/–) | +++ | ± |
| HCO₃⁻ | >20 mmol/l | <15 mmol/l | >15 mmol/l |
| pH | normaal | <7.3 | >7.3 |
| anionengap (Na⁺–(Cl⁻+HCO₃⁻)) | <16 | >20 | <16 |
| Voorkomen | type 1 of 2 | type 1 | type 2 |
Behandeling
Type 1
Doelstellingen
- acuut
- correctie symptomen
- preventie coma's
- lange termijn
- preventie complicaties
- zeer strike glycemiecontrole
- zo laag mogelijk HbA1c (minder dan 7%)
- aanvaarding, zelfcontrole, integratie in maatschappij
- trade-off biochemie vs psychologie
- "metabolic memory"
- (de)regulatie eerste jaren wegen zwaarder door
- preventie complicaties
Middelen
Insuline substitutie
- toediening
- dagelijkse injecties (SC)
- insuline pen
- herlaadbaar
- wegwerp
- langwerkend
- maaltijd insulines
- insuline pen
- intelligente pomp (SC)
- snelheid opname
- factoren
- diepte
- type insuline
- plaats: abdomen > arm > bovenbeen
- vooral bij humane snelwerkende insuline
- minder variabiliteit bij traagwerkende insuline analogen
- factoren
- dagelijkse injecties (SC)
- concentratie
- 100 eenheden/ml = U100 (standaard)
- recent ook U200 en U300
- vormen
- humane insuline (biosynthetisch)
- hexameer -> monomeer na inspuiting
- snel werkend (4u na 20min, regular, helder)
- Actrapid
- Humuline Regular
- traag werkend (8u na 2-4u, retard, troebel)
- ankerstof (vaak protamine)
- Insulatard
- Humuline NPH
- insuline analogen (allemaal helder)
- voorkeur voor DM1
- monomeren
- ultra snel (2u na 5min)
- FIASP U100
- Lyumjev U100/U200
- snel (3u na 10min)
- Humalog U100/U200
- Novorapid
- Apidra
- traag (24u)
- glargine (Lantus, Toujeo)
- lager iso-elektrisch punt
- helder bij pH 4 in flacon
- kristalliseert bij pH 7 na toediening
- lager iso-elektrisch punt
- detemir (Levemir)
- vetzuurstaart -> di-hexameren
- hechting aan eiwitten
- glargine (Lantus, Toujeo)
- ultra traag (42u)
- degludec (Tresiba)
- vetzuurstaart -> multihexameren
- degludec (Tresiba)
- mengpreparaten
- vooral voor DM2
- combinatie snel/traag
- humane insuline (biosynthetisch)
- schema's
- basaal-bolus systeem
- cf. normale fysiologie
- Westers dieet
- 50% basale secretie
- 50% bolus per maaltijd
- snelwerkende bolus per maaltijd
- traagwerkende dosis voor slapengaan
- retrospectief bijstellen o.b.v. glycemie en HbA1c
- glycemie targets
- 80-100 mg/dl nuchter
- 130-140 mg/dl na maaltijd
- monitoring
- vingerprik
- continue glucose metingen
- flash glucose monitoring (FGM)
- continue glucose monitoring (CGM)
- subcutaneous continuous insulin infusion (SCII)
- extra: hybrid closed loop systemen
- met SC sensoren
- hebben nog wel info over maaltijd en beweging nodig
- nieuw: AI gestuurd
- "plakpomp"
- extra: hybrid closed loop systemen
- basaal-bolus systeem
- alternatieven
- niet: pancreas transplantatie
- stamcel therapie (toekomst)
Educatie en zelfcontrole
- diabetes educatoren (verpleegkundigen en dietisten)
- zelfcontrole
- (vingerprik)
- min 4/d
- op einde werkingsperiode insuline
- voor elke maaltijd
- voor slapen
- continu
- CGM
- FGM
- Freesyle Libre sensor
- elke 7-14d onderhuids vervangen
- verbonden met smartphone en/of cloud
- nadelen
- allergie aan pleister
- lag time (10-20min)
- nieuwe metrics
- time in range (70-180)
- 70%+
- time above range
- time below range
- 4%-
- time in range (70-180)
- (vingerprik)
- keto-acidose preventie
- meten in bloed of urine (indien onwel)
- koolhydraten + snelwerkende insuline + hydratatie
- controle op complicaties
- min 1/jaar
- nieren
- ogen
- voeten
- cardiovasculair
Dieet
- "gezonde voeding"
- tellen koolhydraten (ruilwaarden)
- regelmaat
- samenstelling
- tijdstip
- alternatieven
- insuline pomp
- insuline analogen
- totale energiebehoefte zelfde als voor ziekte
- zolang BMI goed is
- verdeling
- 50-60% koolhydraten
- 15-20% eiwitten
- < 30% vetten
- < 10% verzadigd
- preventie CV risico
- mono-onverzadigde vetten
Beweging
- verbruik glucose
- minder atheromatose
- afstemmen op behandeling (dieet en insulinedosis)
Adjunct therapie
- meer overgewicht en obesitas
- door vermijden hypoglycemie
- hoger CV risico
- gebruik therapie voor DM2
- metformine
- SGLT2 inhibitoren
Preventie
- immunotherapie (vooral toekomstmuziek)
- disease modifying therapie
Type 2

- ASCVD = atherosclerotic cardiovascular disease
- CKD = chronic kidney disease
Doelstellingen
- QoL
- vermijden complicaties
- atheromatose
- micro angiopathie
Middelen
Voeding en levensstijl
- energiebalans herstellen
- dieet
- verdeling: idem DM1
- 50-60% koolhydraten
- 15-20% eiwitten
- < 30% vetten
- < 10% verzadigd
- calorie restrictie (-300 kcal/d)
- doel: BMI < 25
- moeilijk
- kleine daling (5-10%) ook al zinvol
- vezels
- kunstmatige zoetstoffen
- alternatieven
- medicatie
- PO antidiabetica
- SC insulines
- SC incretine mimetica
- PSFM ideet?
- bariatrische heelkunde
- medicatie
- verdeling: idem DM1
- beweging
- 30min wandelen per dag
- rookstop
Medicatie
Glucoseverlagende therapie
- multifactoriele aanpak
- glucose
- streefdoel glycemiecontrole
- nuchter < 100 mg/dl
- of HbA1c < 7% (tenzij lage levensverwachting)
- streefdoel glycemiecontrole
- levensstijl
- streefdoel gewicht
- vermijden klinische inertie
- glucose
- stappenplan medicatie
- start met metformine (biguanide)
- volgende keuze i.f.v. (1) comorbiditeiten, (2) nevenwerkingen en (3) kost
- (1) o.b.v. comorbiditeiten
- onafhankelijk van HbA1c waarde of metformine gebruik
- kan niet in Belgie wegen terugbetalingscriteria
- bij CV lijden (of hoog risico)
- GLP-1 receptor agonisten met bewezen CV beschermend effect
- of SGLT2 inhibitor met bewezen CV beschermend effect
- bij hartfalen of albuminurie (en eGFR > 60 mg/min)
- SGLT2i
- onafhankelijk van HbA1c waarde of metformine gebruik
- (2) o.b.v. nevenwerkingen (indien geen comorbiditeiten)
- vermijden hypoglycemie
- DPP4i
- GLP-1 agonisten
- SGLT2i
- pioglitazone (lage dosis)
- vermijden gewichtstoename
- SGLT2i
- GLP-1
- vermijden hypoglycemie
- (3) oudere, goedkopere producten (met meer nevenwerkingen)
- sulfonylurea
- pioglitazone (lage dosis)
- (1) o.b.v. comorbiditeiten
- stapsgewijze intensificatie
- bij injectietherapie: GLP-1 > insuline
- (A) biguaniden
- metformine PO
- nevenwerkingen
hypoglycemie- GI klachten
- lactaat acidose
- niet meer nemen na voorval
- stop tijdelijk bij voorbereiding op operatie
- kleine gewichtsreductie
- contra-indicaties
- nierfunctiebeperking
- leverfunctiestoornissen
- cardiale of respiratoire insufficientie
- ernstige hypertensie
- (B) DPP4 inhibitoren
- = incretine enhancers
- = gliptines ("GLP" + "incretines")
- remmen afbraak GLP-1 e.d.
- niet gebruiken i.c.m. incretine mimetica (D)
- verlagen HbA1c tot 1%
- geen nausea of gewichtsverlies zoals bij incretine mimetica (zie D)
- werken 24u
- renaal geklaard
- voorbeelden
- sitagliptine
- vildagliptine
- werkt 12u i.p.v. 24u
- saxagliptine
- linagliptine
- hepatisch i.p.v. renaal geklaard
- alogliptine
- (C) alfa-glucosidase inhibitoren (geen leerstof)
- (D) incretine mimetica
- meestal o.b.v. GLP-1 receptor agonist
- langere werkingsduur dan humaan GLP-1 (uren-dagen)
- bescherming
- hart: tegen CV events en hartfalen
- nier: macro albuminurie, uitstel nierfalen
- obstructief apnee syndroom
- lever: tegen metabole leververvetting
- verlagen HbA1c tot 1-2%
- nevenwerkingen
hypoglycemie- GI: nausea, braken, gewichtsverlies
- voorbeelden
- liraglutide SC 1/d
- dulaglutide SC 1/w
- semaglutide SC 1/w (Ozempic)
- semaglutide PO 1/d (Rybelsus)
- lage biobeschikbaarheid -> heel hoge dosis nodig
- 6u nuchter
- met half glas water
- dan 30min wachten met eten of andere medicatie
- tirzepatide SC 1/w (Mounjaro)
- combinatieproduct
- meeste gewichtsverlies
- meestal o.b.v. GLP-1 receptor agonist
- (E) SGLT2 inhibitoren
- gliflozines (lozen glucose)
- blokkeren reabsorptie glucose in nier (SGLT2 kanalen)
- verlagen HbA1c tot 1%
- voordelen
- complementair aan andere medicatieklassen
- dus combineerbaar
- geen betacellen nodig
- zou in theorie ook voor DM1 kunnen werken
- calorieverlies -> gewichtsverlies
- beschermend effect voor hart en nieren
- ook bij eGFR < 60 ml/min
- complementair aan andere medicatieklassen
- nadelen
hypoglycemie- urogenitale infecties (schimmel > bacterieel)
- werkt niet glucoseverlagend bij sterke nierfunctiebeperking
- wel nog CV bescherming?
- hyperglycemie -> glucosurie
- voorbeelden
- canagliflozine
- dapagliflozine
- empagliflozine
- (F) sulfonylurea
- stimuleert insuline secretie
- voorbeelden
- gliclazide
- glimepiride
- contra-indicaties
- ontregelde diabetes
- insulinopenie (DM1)
- nierlijden
- leverlijden
- nevenwerkingen
- hypoglycemie
- GI: klachten, gewichtstoename
- huidrash
- hematologische afwijkingen of ionenstoornissen (zeldzaam)
- (G) thiazolidinediones (TZD)
- verminderen insuline resistentie
- remmen vrijzetten vrije vetzuren
- stimuleren glycolyse
- remmen glucogenese
- nevenwerkingen
hypoglycemie- vochtretentie
- hart decompensatie
- gewichtstoename
- levertoxiciteit (zeldzaam)
- voorbeeld: pioglitazone
- verminderen insuline resistentie
- (H) insulinetherapie
- eerst GLP-1 agonisten proberen
- wanneer wel?
- zeer hoge HbA1c
- katabolisme
- patienteneducatie nodig
- start met basale insuline
- traagwerkende insuline voor slapen
- zelfmonitoring met vingerprik
- veel minder intensief dan bij DM1
- dosis opdrijven tot nuchtere glycemie < 100 mg/dl
- extra medicatie tot HbA1c < 7%
- SGLT2i
- of GLP-1 agonist
- of basaal-plus insulineschema
- 1 bolus bij grootste maaltijd
- later basaal-bolus (zie DM1)
- nevenwerkingen
- hypoglycemie
- gewichtstoename door verlies glucosurie
- (I) combinatiepreparaten basale insuline-GLP-1 receptor agonist
- twee-in-een pen (SC)
- insuline (degludec) + GLP-1 agonist (liraglutide)
- twee-in-een pen (SC)
Multifactoriele aanpak van CV lijden
- CV lijden: voornaamste doodsoorzaak bij DM2
- glycemie controle
- gezonde levensstijl
- statine
- zeer strenge bloeddruk controle (< 140/80)
- geen overgewicht
- beweging
- zoutrestrictie
- medicatie
- beta blokkers
- calcium antagonisten
- diuretica
- centrale anti-hypertensiva
- lage dosis anti-aggregantia (aspirine)
- SGLT-2 inhibitor
- of GLP-1 agonist
Gestoorde OGTT
- bij familiale voorbeschiktbeid
- obesitas vermijden
- cardiovasculaire hygiene
- bij personen met 2+ auto-antistoffen
- educatie
- monitoring
Microangiopathie
- zie boven